Getest > Yamaha YZF-R1

Door MOTOR.nl in Nieuws, Zaterdag 3 maart 2012 09:00, views: 2354

Return of the Jedi.

Getest > Yamaha YZF-R1

In de rij van Japanse superbike-fabrikanten is Yamaha na Kawasaki de tweede die een inhaalslag inzet op de elektronisch hoogbegaafde Europese topfietsen. Met een paar elektronische trucs benut de YZF-R1 inmiddels zijn volledige potentieel en is Yamaha weer helemaal terug.

Waren de veelbesproken Crossplane-krukas en het bloedverknetterend mooie geluid tot voor kort het voornaamste geheime wapen van de R1, inmiddels is dat niet meer genoeg om de supersportende motorrijder te bekoren. Met name BMW heeft zoveel elektronische hoogstandjes in zijn S1000RR verwerkt, dat iedere goedbedoelende amateur als een duivel over het circuit kan boenderen. De kans op highsiders of tankslappers is minimaal, terwijl je nog steeds serieus hard kan gaan. Bij de Yamaha R1 ontbrak het tot voor kort aan dat vertrouwen. Want ondanks het uitstekende totaalpakket moesten we altijd even slikken, wanneer het flexibele rijwielgedeelte onder extreme hellingshoeken ‘feedback’ begon te geven...

Yamaha lijkt in de supersport-wedloop als enige voor flexibiliteit in het frame te hebben gekozen. Misschien hebben we dat te danken aan Valentino Rossi, die als MotoGP-coureur altijd is blijven hameren op gevoel in de voorkant. Gevoel is er dan ook in overvloed. Maar de R1 was in zijn oorspronkelijke vorm zeker geen allemansvriend. Sommigen zijn er razend enthousiast over, terwijl anderen juist moeite hebben om de Yamaha te doorgronden. Hoeveel er kan veranderen door een voorwielsensortje en een beetje programmeerwerk, blijkt wel als we de nieuwste R1 bestijgen. De zithouding is nog exact gelijk, zodat we snel onderweg kunnen zonder al te veel te hoeven wennen. In stand zes maar ook in vijf ontdek je al snel dat het systeem zeer pietluttig is en het TCS-lampje (Traction Control System, logisch) knippert dan ook met de frequentie van een flipperkast. Desondanks of eigenlijk juist daardoor geeft het zeker met de wegbanden als schoeisel toch het vertrouwen dat je het gas er snel op kunt zetten.

De tractiecontrole werkt netjes, al lever je een klein beetje snelheid in. Maar het systeem grijpt zeker soepel in, ondanks het ontbreken van een hellingshoeksensor. Het is daarmee veel geavanceerder dan we op basis van het theoretische verhaal hadden verwacht. Dus van ongecontroleerde, ruige onderbrekingen is geen sprake. Bovendien laten de twee hoogste standen geen wheelies toe en als je dat wel probeert wordt het voorwiel keer op keer resoluut naar de grond gewerkt.Zet je slicks op de Yamaha, dan kun je veel verder gaan en echt de grenzen opzoeken. In dat geval kun je ook de tractiecontrole in stand vier (of lager) zetten. Zoals Jeffry de Vries het zei tijdens de circuittest: “Als je in de bocht stevig op het gas gaat, dan breekt de motor aan de achterkant heel even iets uit. En juist dan, al is het tegen het gevoel in, moet je het gas niet sluiten maar gewoon open houden. De tractiecontrole zal de motor perfect in bedwang en stabiel houden. Echt waar!”

Langzaam maar zeker begint het vertrouwen in het systeem te groeien en lijken de woorden van Jeffry ineens minder op een goed ‘kroegverhaal.’ In een lange linkerbocht - net voor het opkomen van het rechte eind - proberen we het uiteindelijk uit. In de chicane van twee naar drie en dan bij het ingaan van de lange linker door naar vier en het gas vol open. Inderdaad, de achterzijde glijdt iets - al is het gevoelsmatig aardig wat - en dan herpakt de motor zich en, terwijl het gas nog gewoon open staat, blijft de motor onverstoorbaar hard de gewenste lijn volgen. Hoofdschuddend van ongeloof gaan we over het rechte eind: ‘Man, wat is dit goed!’

“[...] juist dan, al is het tegen het gevoel in, moet je het gas niet sluiten maar gewoon open houden. [...]”
Jeffry de Vries

Gemaakt voor
Durfals. Met de Yamaha heb je een bruut stuk gereedschap in handen, dat je moet leren gebruiken. De elektronica doet de rest. Als jij je aan de natuurwetten houdt, doet het TCS dat ook.

Motor
Aan het geluid veranderde niets, en terecht. Zeker met in het achterhoofd de wetenschap dat Akrapovic al een setje vervangingsdempers op het schap heeft liggen die het motorgeluid nog iets beter weten te accentueren, om het nog zacht uit te drukken.

Mooi kleurtje
Behalve een lust voor het oor zijn vooral de rood/wit/zwarte 50th Anniversary-modellen ook een lust voor het oog.



 

Tags: getest

Reacties van lezers

Merken