De Loirestreek

Kastelen en wijngaarden

Vallée de la Loire, het dal van de Loire. Dat roept geweldige associaties op met toeren langs een brede rivier, kastelen, zicht op schilderachtige dorpjes en natuurlijk de wijngaarden en wijnen van de Loire.

Halverwege mei is het nog rustig aan de oevers van de Loire en de zijrivier Indre. Op een stalen ros en vol vreedzame bedoelingen zoeken we deze prachtige Franse streek op. Ik begin mijn tocht langs de Indre, één van de vele zijrivieren van de Loire. De Loire zelf ontspringt in de Ardèche in het Centraal Massief, op een hoogte van 1400 meter boven de zeespiegel, aan de voet van de Mont Gerbier de Jonc. De Loire is met haar 1002 km lengte de langste rivier van Frankrijk. Vanaf de Mont Gerbier de Jonc stroomt de Loire uiteindelijk bij St-Nazaire in de Atlantische Oceaan.

Kasteel van Valençay
Frankrijk heeft een vereniging van mooie dorpjes. Sinds haar oprichting maakt de vereniging De Mooiste Dorpen van Frankrijk zich sterk voor het behoud en versterken van de kwaliteit van het erfgoed van de aangesloten dorpen. Daarnaast bevordert de vereniging van 151 dorpjes het toerisme. Eén van die dorpjes is Gargilesse-Dampièrre, waar je alleen voor de naam al langs zou willen rijden. Vanaf een afstand zie je het dorpje, komend uit het oosten, laag in het dal liggen. Een groot massief gebouw, een kerktoren en daaromheen woningen. Alsof de tijd heeft stilgestaan.
Als ik even later het dorpje binnenrijd en de V-Strom tot zwijgen breng, geniet ik van een weldadige rust. Vogels, enkele mensen voor een huis, twee prachtige oude Citroëns. Ik voel me haast schuldig met mijn moderne tweewieler met navigatie…
Intussen sta ik wel bijna zonder benzine, midden op het Franse platteland. De Garmin Zümo weet hier gelukkig dichtbij een benzinestation. Dit hoort bij een supermarkt , die op zondag natuurlijk gesloten is. Hoera, mijn Nederlandse bankpas wordt zonder problemen geaccepteerd. Dat scheelt toch een heel stuk lopen.
Kastelen, wijn, kaas maar eerst natuur. Na mijn vertrek uit Gargilesse-Dampièrre rijd ik de volgende ochtend via het Parc Naturel Régional de la Brenne naar het kasteel van Valençay. La Brenne wordt ook wel het Land van Duizend Meren genoemd. En dat is niet eens overdreven, want een serieuze telling leverde er ruim 1200 op. Het bijzondere landschap herbergt veel zeldzame planten en dieren, waaronder een schildpadje. Jammer dat ik niet meer tijd hier heb!Het is rustig in het Kasteel van Valençay, dat volledig en origineel gemeubileerd is. Ik neem de vrijheid de motor het park in te rijden, tot bij de ingang. De dame achter de kassa vindt het geen enkel probleem. Sterker nog, directeur Serge Gatinel (“Mijn schoonvader van 70 rijdt met zijn GoldWing heel Frankrijk door.”) nodigt motorrijders – ook in clubverband – nadrukkelijk uit hun voertuigen in het park te parkeren. “En even een foto maken met motor en kasteel? Geen probleem hoor.” Zo horen wij dat graag.
In park en kasteel Valençay kun je met gemak enkele aangename uurtjes doorbrengen. Overal in de tuin klinkt klassieke muziek uit luidsprekertjes. Het kasteel is gebouwd in opdracht van de minister van Buitenlandse Zaken onder Napoleon, de Prins van Talleyrand. Er worden muziekuitvoeringen en tentoonstellingen gehouden, zoals een orchideeënshow als ik er ben. Het restaurant serveert een uitstekende lunch. In het – normaal niet voor het publiek geopende – minitheatertje proef ik enkele wijnen en kazen. Nergens anders in Frankrijk dragen hier twee AOC-producten (Frans kwaliteitskenmerk) dezelfde naam: een kaas en een wijn. De geschiedenis van de wijngaarden van Valençay gaat terug tot het jaar 965!

Wijn proeven
Onderweg naar Chenonceau – richting Tours, aan de Cher en waar de Indre nog onder de Loire stroomt – is het heerlijk Frans allemaal. Die oude Eend, die Romeinse ruïnes waar een schoolklas les krijgt, want Fransen koesteren hun rijke geschiedenis als geen ander.
Het Kasteel van Chenonceau is een toeristische trekpleister. Het huidige bouwwerk stamt uit de 16e eeuw. Thomas Bohier liet het bouwen op de plek waar eerder de familie Marques een burcht en versterkte molen hadden gebouwd; slechts de slottoren is hiervan overgebleven.
Grote parkeerplaats, drie dames achter kassa’s, ruim gesorteerde winkel, zelfs een Nederlands gidsje. Met enige aarzeling laat ik motor met bagage achter op de parkeerplaats. Vanaf hier is het nog een stukje wandelen alvorens je bij het deels in het water gelegen slot aankomt. Er wordt gerestaureerd, waardoor een stuk van een gevel aan het zicht wordt onttrokken. Maar er blijft genoeg te genieten over: binnen, maar ook buiten. Binnen vind ik vooral de galerij boven het water mooi: 60 meter lang, zes meter breed, voorzien van achttien ramen en een prachtige, leistenen vloer. In de Eerste Wereldoorlog is de galerij als ziekenhuis in gebruik geweest. In de Tweede Wereldoorlog gaf de zuidelijke deur toegang tot vrij gebied. Gelijktijdig bevond de ingang van het kasteel zich in door de Duitsers bezet gebied.
Eigenlijk vind ik de 16e eeuwse boerderij bij het kasteel minstens zo mooi, maar ik ben kennelijk de enige, want de drukte is in en rond het kasteel. Op de parkeerplaats staat nog steeds de motor met alle bagage onaangeroerd.
Het wordt weer de hoogste tijd voor het proeven een glaasje Loirewijn. Dat doen we in de Caves (kelders) du Père Auguste in Touraine. Vele generaties terug – in 1870 – groeven voorvaderen van de huidige eigenaar, die voortreffelijk Duits spreekt, deze kelders uit. Nu ontvangt de familie wijnproevers uit letterlijk de hele wereld. Ik arriveer gelijktijdig met een groep bejaarde Amerikanen, die mopperen over de foto’s die ik maak. “Maak je geen zorgen: niemand van jullie is geschikt voor welke publicatie dan ook.” De grap valt goed, want er wordt gelachen en ik mag aanschuiven. In een kleiner en intiemer proeflokaaltje ontmoet ik even later ook de oudst levende ‘Père Auguste’ van de familie Godeau. Opa en oma dus, nog dagelijks in en rond de wijnkelders te vinden. Voor een kijkje in de kelder en een proeverij kun je hier dagelijks onaangekondigd terecht. Van dinsdag tot en met zaterdag van half negen tot half acht, op zon- en feestdagen vanaf tien uur. Met een groep is aankondigen wel verstandig; men heeft dan zeker tijd voor je.

Restauratie
Die avond wacht mij een aangename verrassing in het nog maar net geopende lokaal van Isabelle en Benoit Pasquier. In een oude bakkerij – de oven is nog intact – is het jonge stel een restaurant begonnen voor fijnproevers. Gelukkig ben ik hier op uitnodiging en hoef ik niet wakker te liggen van alleen al een voorgerecht van 19 euro. Met Bach op de achtergrond kan mijn avond sowieso al niet meer stuk.
Benoit neemt me echter eerst mee naar de kleine kelder onder het pand, waar hij een aantal mooie en bijzondere wijnen bewaart. Tijdens een frisse, witte wijn als opening laat hij flessen zien uit 1945 en 1948, diverse uit de jaren zestig. Benoit is een specialist, dat is duidelijk. En dat zal nog veel duidelijker worden tijdens de maaltijd, die begint met een geweldig lekker stukje Paté de Tours, zijn specialiteit. Op de menukaart staan flesjes wijn tot wel € 339. Na de ook verder nog vorstelijke maaltijd nodigt Benoit me opnieuw uit voor een bezoek aan zijn wijnkelder, maar dat sla ik af, want morgen wil ik weer fris op de motor stappen voor de rit naar Angers, mijn eindstation.
Tours is een prachtige stad met een oud centrum tegen de Loire aan. De Place Plumereau is de niet te missen ontmoetingsplaats, volop terrasjes tussen de historische en gekleurde vakwerkgevels. Het hele oude centrum is voetgangersgebied.
De laatste rit verloopt volledig langs de oevers van de Loire. Ik kies steeds de meest rustige kant: de ‘toeristische route’ wordt met zoveel woorden middels bordjes aangeduid. Af en toe een foto- of terrasstop, een ritje naar een uitzichtpunt, een bezoekje aan een dorpje of kasteel. Hier toerend vliegt de dag voorbij. Het Kasteel van Saumur is een schitterend bouwwerk, van welke kant je het ook bekijkt. Er wordt hard in gewerkt. Eerder stortte een deel in en toen vonden zelfs de Fransen dat het tijd werd voor een grondige restauratie. Daarbij bleek de staat van het kasteel nog slechter dan voorzien. Voor 2010 zullen de poorten voor het publiek niet open gaan.
Angers is mijn laatste overnachting. Ik zal de Loire dus niet de Atlantische Oceaan in zien stromen. De binnenstad van Angers is één grote bouwput. Men is hier bezig de stad te voorzien van een systeem met trambanen. Eind 2010 moeten de trams rijden. Einde middag een apéritiefje, daarna een afsluitende maaltijd in een piepklein, maar kostelijk restaurantje. Wat heeft Frankrijk de motorrijder toch veel te bieden.

Informatie
Afstand Utrecht Angers: 760 km.
Websites regio’s:
Centre Val de Loire: www.visaloire.com
Atlantische Loirestreek: www.atlantischeloirestreek-toerisme.com
Mooiste dorpjes van Frankrijk: www.lescommunes.com
Kasteel Valençay: www.chateau-valencay.fr
Kasteel Chenonceau: www.chenonceau.com
Les Caves du Père Auguste: www.cavesdupereauguste.com
Restaurant Le Saint-Honoré, 7, Place des Petites Boucheries, Tours

Tekst en foto's: Willem Laros

Met dank aan Maison de la France.

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73, Promotor en Classic & Retro. Redacteuren Ad van de Wiel, Jan Kruithof, Eddie de Vries, Nick Enghardt, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.