Taalstrijd in Belgie

In België spreek je Nederlands (Vlaams) of Frans. En er is zelfs nog een deeltje waar het Duits klinkt. Omdat Nederlanders het mooie Frans doorgaans niet of nauwelijks beheersen kun je zeggen: België bestaat niet. Want je gaat naar Wallonië of Vlaanderen.
 
In dat laatste geval kun je met Nederlands terecht. Al gaat het weer te ver om te zeggen dat Vlaams en Nederlands hetzelfde zijn. De Belgen zelf denken er net zo over. Ze zijn en voelen zich Vlaming of Waal. De Vlamingen vinden het maar niks dat er zoveel euro's worden gepompt in het arme Wallonië.

Ik verken deze dagen de taalgrens in België, van west naar oost. Eén van de eerste begrippen waar ik op stuit is 'faciliteiten'. Dat heeft te maken met de taal die de overheid spreekt. In gemeenten met faciliteiten mag je, wonend in een Franstalige provincie, toch voor Nederlands kiezen als de taal waarin je met de overheid communiceert. “Al kan dat wel een vertraging van enkele weken opleveren”, moppert een Vlaming.

Duifkes
Het is nog geen tweehonderd kilometer naar de plek waar ik mijn taaltrip wil beginnen. Het is in Comines-Warneton, een Engelse militaire begraafplaats voor de 11.447 Engelse soldaten en officieren die geen eigen graf hebben. Elke eerste vrijdag van de maand wordt hier om 19 uur een Last Post-ceremonie gehouden. Het is een indrukwekkend monument, een soort tempel, gedragen door zuilengalerijen en bewaakt door twee stenen leeuwen.

Het Middeleeuwse hospitaal Notre Dame à la Rose in Lessines wordt ingrijpend gerestaureerd. Het gebouw is in het weekend te bezoeken, de kruidentuin altijd.

Onderweg in Wallonië valt mijn oog op een groot bord: De Taalkoffer. Nederlandstalig kleuter- en basisonderwijs. Een voorbijganger, eigenaar van een vertaalbureau (!), meldt dat dit instituut hier is gekomen in de periode van de hevige taalstrijd, jaren tachtig vorige eeuw. “Frankrijk is hier vlakbij, maar ook Wallonië en Vlaanderen.”

Langs een heerlijk weggetje binnendoor staat een jongen met enkele kisten vol leven. “Over enkele minuten laat ik de duifkes los.” Elke dag een stukje verder, zo traint hij zijn duifjes. Een hobby die hij samen met zijn vader (‘mijn pappa’) uitoefent. De duifkes kennen geen taalgrens. Na twee rondjes hebben de vogels zich gegroepeerd en vliegen ze rechtstreeks naar huis.

Een stuk verderop wordt mijn aandacht getrokken door een koe, met de kleuren van de Belgische vlag en achter een tractor van hooi. Ik vermoed dat dit de resten zijn van een Belgisch boerenprotest in Brussel, de Belgische hoofdstad die ik beetje bij beetje nader.

Ik besluit de dag met een bezoek aan het Kasteel van Enghien, omgeven door een prachtig park. Het is er relatief luidruchtig, het is de laatste schooldag en uitbundige scholieren vieren dat. Het doet niets af aan de pracht van deze groene oase.

Historie
Napoleon en de Slag bij Waterloo. Is er iemand die hier nog nooit van heeft gehoord? Ik kan het me niet voorstellen. Waterloo heeft een prachtig museum, met alle informatie over de verloren slag, een film, een panorama (110 x 12 meter), een wassen beeldenmuseum en natuurlijk de enorme heuvel, met de kolossale leeuw van Waterloo bovenop. Dit monument is in 1825 opgericht ter nagedachtenis aan de gevallenen van de Slag. De leeuw weegt 28 ton. Via een trap met 226 treden bereik je deze.

Tegenstander van Napoleon bij Waterloo was Wellington, bevelhebber van de geallieerde strijdkrachten. Ook hij heeft een museum, in de stad. Ogenschijnlijk bescheiden, maar binnen valt er heel veel te zien.

In de nacht van 17 op 18 juni 1815 verbleef Napoleon in een boerderij dicht bij Waterloo. Ook dat huis is nu een museum, helaas gesloten op de dag dat ik er ben.

Als culturele afsluiting van deze dag vol historie rij ik naar de Fondation Folon in La Hulpe. Zo’n 500 werken van deze Brusselse kunstenaar zijn hier verzameld in een in 1833 gebouwde boerderij, behorend bij een stukje verderop gelegen, onbewoond maar af te huren kasteel. De motor moet achterblijven op de parkeerplaats. Het is – zeker bij 25 graden in het motorpak – een aardig stukje lopen. Maar: je krijgt er spijt van als je dat niet doet. De bijzonder veelzijdige Folon, in 2007 overleden, is vooral in Frankrijk en Amerika een zeer bekend kunstenaar. Ik blijf er veel langer dan ik van plan was…

Kuifje
Het in juni van dit jaar geopende Hergé-museum in Louvain-la-Neuve is van een oogverblindende schoonheid, zowel van buiten als ook binnen. Het is, een beetje jammer wel, amper te vinden in deze Amsterdam-Arena-achtige omgeving met wegen onder gebouwen door en onverwachte splitsingen en parkeerplaatsen. Maar blijf zoeken, je wordt beloond. Als je nog nooit een Kuifje-stripboek hebt gelezen, dan is dat zeker een gemis en ga je nu voor de bijl. Een museum op z’n mooist! Het Hergé-museum is het grootste museum ter wereld, gewijd aan één striptekenaar. De ‘oppassers’ doen erg moeilijk als je een camera ter hand neemt, of een telefoon met camera. Ik kan het niet laten en maak opzichtig een stukje tekst op mijn telefoon. Onmiddellijk komt er iemand op me af. Kom op zeg, ik sta een tekst te maken. Laat iemand mij dat maar eens verbieden…

Het museum zelf heeft geen beeld van het interieur. Een PR van niks dus. Jammer. Beter is dat alle toelichtende teksten in het Frans, Nederlands en Engels zijn. Dat dan weer wel. Andy Warhol maakte vier portretten van Hergé, waarvan er drie hier hangen. Het vierde hangt in New York.

Drie verdiepingen smullen, de route loopt van boven naar beneden, desgewenst met een audiogids in je eigen taal. Beneden is een grote boekenwinkel, voor wie gelijk aan de Kuifje (Tin Tin: Nederland is het enige land waar onze stripheld zo anders heet) wil. Ik heb ze denk ik wel allemaal gelezen… En we zijn in België, dus is er ook een restaurant. Bij het afscheid springt Bobby achterop de motor. Nee, je kunt helaas niet mee, hondje.

Kasseistroken
Dit deel van Wallonië behoort tot het rijkste van België. Naast het museum is een basisschool, waar aan het einde van de ochtend moeders hun kroost komen ophalen. Het regent er dikke 4×4's. "Meestal de tweede auto", aldus Marcel Wilmet van de Studio’s Hergé. Rijdend in het landschap constateer ik later dat er hier ook knap wordt gewoond, vaak in prachtig gerestaureerde boerderijen. De kasseistroken zijn prachtig, maar allesbehalve comfortabel. Hoe moet dit op een iele racefiets aanvoelen? In de plaatsjes die ik passeer zie ik veel bekende namen: Zeeman, ING, Hans Anders, Aldi, C&A; zover zijn we hier dus niet van huis.

Wat een heerlijke omgeving is dit toch, eigenlijk zo dicht bij huis. Graan, groen en geel, staat vredig te wuiven in het golvende landschap. In de bermen bloeit de klaproos. Wielrenners beulen zich af. In de derde versnelling passeer ik ze voorzichtig. De toren van Eben-Ezer is een bizar bouwwerk, soms ook te bezoeken.

Ik daal deze dag ook nog af in de oude steenkolenmijn in Blegny. Nou mijn, het is een toeristische attractie en monument tegelijk. Er zijn rondleidingen in diverse talen, en het is de enige mijn waarin bezoekers tot deze diepte kunnen dalen. Hoogtepunt is mijn ontmoeting met Maria Branolera, één van de vele Italiaanse ‘gastarbeiders’ die dertig jaar in de mijn werkte en nu al weer even lang gids is. Prachtige man met kolossale verhalen, waarvan slechts de helft waar hoeft te zijn om deze als ‘ongelofelijk’ te kunnen bestempelen. Een geweldige middag had ik hier in de mijn. Er is een perfecte groepsaccommodatie, waar zeker ook motorclubs van harte welkom zijn. Tegen een zeer vriendelijke overnachtingsprijs!

Le Moulin de Frangele (dinsdag gesloten; http://www.anthonymartin.be) is een geweldig terras tegenover het fort van Eben-Emael, ooit gebouwd om onneembaar te zijn. Maar slechts een handvol Duitse soldaten slaagde erin het fort tot zwijgen te brengen. Het fort is nu voor het publiek toegankelijk.

Pinnen kan op het terras niet, maar een pint lukt uitstekend. Nee, ik houd het op koffie. In de straten zien we huizen te koop. Nederlands en Frans door elkaar. “Afhankelijk van de makelaar”, aldus de uitbater van le Moulin de Frangele. Het Nederlands zingt hier op zijn Limburgs; niet mijn favoriete liedje, eerlijk gezegd.

Ik besluit mijn rit langs de Belgische taalgrens met een bezoekje aan Kelmis. Dat is even wennen: een Belgische politieauto met groot Polizei op de deuren.

Informatie
Overnachten:
– L'Auberge du Vieux Cèdre, Enghien, http://www.auberge-vieux-cedre.com
– Coté Vert, Waterloo, http://www.cotevert.be
– Best Western New Hotel de Lives, Namen, http://www.newhoteldelives.com
– Mosa Hotel, Hermalle-sous-Argenteau, http://www.mosahotel.be

Bezoeken:
– Comines, militaire begraafplaats
– Notre Dame á la Rose, Lessines, http://www.notredamealarose.com, weekend 14.00-18.30 uur
– Kasteel van Enghien, Enghien/Edingen, www.enghien-edinghen.be
– Museum Waterloo, www.waterloo1815.be
– Wellington Museum, Waterloo, www.museewellington.be
– Fondation Folon, La Hulpe, www.fondationfolon.be
– Hergé museum, 26, rue du Labrador, 1348 Louvain-la-Neuve (parkeren: Grand-Palace en Charlemagne)
– Blegny-Mine, Blegny, www.blegnymine.be

Tekst en foto's: Willem Laros

Met dank aan het Office de Promotion du Tourisme Wallonië Bruxelles (OPT).
 

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73, Promotor en Classic & Retro. Redacteuren Ad van de Wiel, Jan Kruithof, Eddie de Vries, Nick Enghardt, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.