Verdwenen Vlaamse Polderdorpen

Spookdorpen aan de Schelde

Een vergeten kerktoren, een overwoekerd tramspoor, een eeuwenoude kasseiweg die doodloopt op een goederenspoor… Als je weet waar je moet zoeken, vind je in het uitgestrekte Antwerpse havengebied nog steeds restanten van de eeuwenoude polderdorpen die begin jaren zestig met grof geweld van de kaart werden geveegd.

Albert Einstein zei ooit: “Het onrecht van de wereld bestaat niet omdat sommige mensen het bedrijven, het bestaat omdat de grote massa wegkijkt.” Toen in de jaren vijftig en zestig de massale onteigeningsgolf werd aangekondigd van de Noord-Antwerpse polderdorpen Wilmarsdonk, Oosterweel, Lillo en Oorderen, moet zowat driekwart van de Vlamingen aan selectieve waarneming hebben geleden: het wel weten, maar het eigenlijk niet willen weten. De overgrote meerderheid was ervan overtuigd dat de uitbreiding van het Antwerpse havengebied noodzakelijk en hoe dan ook onafwendbaar was. Het vooruitzicht op werkgelegenheid en welvaart verschafte de Antwerpse havenbaronnen een legitiem alibi om de zompige poldervlaktes aan de rechteroever van de Schelde met grof bulldozergeweld te begraven onder een metersdikke laag van opgespoten baggerzand, dat als fundament moest dienen voor de bouw van de petrochemische havenindustrie. Wegkijken doen ze in Antwerpen nog steeds, want medio 2009 dreigt dezelfde tragedie zich te herhalen op de rechteroever van de Schelde, waar Doel en Kallo op hun beurt worden bedreigd door de megalomane sloophamers van de industriële vooruitgang.

Bolle spiegel
Onze speurtocht naar de verdwenen polderdorpen begint tussen huizenhoog opgestapelde zeecontainers. Volgens de GPS-coördinaten bevinden we ons op een steenworp van de vroegere dorpskern van Wilmarsdonk, maar de restanten van de middeleeuwse kerktoren blijven (voorlopig) onvindbaar. Pas wanneer we tussen twee gigantische opslagloodsen het parkeerterrein van een vrachtwagenbedrijf oprijden, krijgen we vrij uitzicht op de gotische toren van de Sint-Laurentiuskerk die tijdens de totale sloop van Wilmarsdonk in 1965 overeind is gebleven. De surrealistische aanblik van de verweesde kerktoren tegen de vloekende achtergrond van het desolate bedrijventerrein is werkelijk te bizar voor woorden, maar het is beslist niet het enige bouwwerk dat tijdens de afbraakwerkzaamheden werd ontzien. Iets verderop hetzelfde scenario, al is de kerk van Oosterweel iets makkelijker te traceren.
Het contrast met de wolkenbrakende skyline van de petrochemische industrie is minstens even hallucinant. Een sterk staaltje Belgische monumentenzorg? Of waren er andere redenen waarom er zo slordig werd omgesprongen met het culturele erfgoed uit de vorige eeuw? Feit is wel dat tot op de dag van vandaag niemand meer weet waarom uitgerekend deze twee kerken werden bewaard en al helemaal niet waarom er nadien nooit moeite is gedaan om ze op een fatsoenlijke manier te renoveren. Of was er toch sprake van gewetenswroeging? “Dat gevoel was heel dubbel”, reageert Werner Bril, de bevlogen conservator van het Poldermuseum in Lillo. “Wat stelde het leed van een paar honderd boerengezinnen voor, vergeleken bij de 30.000 arbeidsplaatsen die in het vooruitzicht werden gesteld?” De hondsbrutale annexatie van zijn geboortedorp staat hem naar eigen zeggen nog kraakhelder voor de geest. “Als kind heb ik de afbraak van mijn ouderlijk huis in Lillo met eigen ogen moeten aanschouwen. Dat hartverscheurende trauma heeft zich veertig jaar lang verankerd in mijn onderbewustzijn. Pas recentelijk werd ik geconfronteerd met een ontnuchterende uitspraak van mijn dochter, die mij op pijnlijke wijze confronteerde met de realiteit. Toen ik weer iets te lang bleef doordrammen over de vervlogen romantiek van mijn jeugd, zei ze botweg: ”Pa, ik heb het Antwerpse havengebied nooit anders gekend. Dit is mijn perceptie van de werkelijkheid. Waar jij mee worstelt, is een geromantiseerd fantoombeeld uit het verleden.” Daar ben ik flink van geschrokken, maar het heeft me wel aan het denken gezet. Natuurlijk had ze gelijk: nostalgie is een schemergebied waar de waarheid en de illusie elkaar een bolle spiegel voorhouden …”

Compensatieregeling
Tijdens de rondleiding in het Poldermuseum benadrukt de Antwerpse museumgids het historische, strategische en economische belang van de fortificaties op beide Schelde-oevers. In de vijftiende eeuw was Fort Lillo samen met Fort Liefkenshoek, aan de linkeroever van de Schelde, de belangrijkste vooruitgeschoven militaire vesting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Spanjaarden, Britten, Fransen, Duitsers, Oostenrijkers en uiteraard ook de Nederlandse legers – onder leiding van Willem van Oranje – probeerden greep te krijgen op de uitgestrekte moerasdelta tussen Antwerpen en de Noordzee, maar vooral ook op de lucratieve accijnsrechten van het scheepvaartverkeer. Ook in de Middeleeuwen stonden die al garant voor exorbitante woekerwinsten die in de miljoenen liepen. Werner Bril: “De hele Scheldedelta is een ware goudmijn voor archeologen. Tijdens de graafwerken van het Deurganckdok op de linkeroever van de Schelde zijn de voorbije jaren talloze vondsten blootgelegd. Naast twee houten schepen heeft men rond de eeuwwisseling de restanten van een middeleeuws dorp opgegraven dat zelfs op geen enkele kaart was terug te vinden. Je kunt je terecht afvragen hoeveel archeologische schatten er wel niet verloren zijn gegaan bij de afbraak van de polderdorpen op de rechteroever. Die zijn voor eeuwig en altijd verloren gegaan.”  De historische context komt in het Poldermuseum uitvoerig aan bod, maar merkwaardig genoeg wordt de teloorgang van de verdwenen dorpen slechts zijdelings belicht. “Veel museumbezoekers worden liever niet herinnerd aan de pijnlijke teloorgang van hun geboortegrond”, reageert Bril met een cynische ondertoon. Net als alle andere polder-expats heeft hij jarenlang naar een verklaring gezocht waarom de havenuitbreiding geen strobreed in de weg werd gelegd. “Het werd nooit met zoveel woorden gezegd, maar je mag ervan uitgaan dat er toch een soort van compensatieregeling heeft plaatsgevonden voor de Amerikaanse hulp tijdens de wederopbouw van Antwerpen na de Tweede Wereldoorlog. Natuurlijk gingen de inwoners niet akkoord met het onteigeningsbevel, maar ze stonden met hun rug tegen de muur. De leegloop gebeurde heel geleidelijk, er ging echt jaren overheen. Pas op het eind verhardde de overlevingsstrijd. De laatste inwoners hebben ze met de hulp van het leger en politie moeten ontzetten.”
Volgens Bril was er ook geen sprake van een verrassingseffect, want de havenexpansie hing al decennialang als een zwaard van Damocles boven de Antwerpse polderdorpen. “De eerste onteigeningen begonnen al in 1911. De aanhechting bij de stad Antwerpen dateert van de vroege jaren twintig. Vanaf 1929 mochten er geen huizen meer worden bijgebouwd in Oorderen en Oosterweel. Naderhand werd er luidkeels geroepen: “Dit mag nooit meer gebeuren. Maar het gebeurt nog steeds. Ik voorspel je: er komt een dag dat Antwerpen en Rotterdam een groot aaneengesloten havengebied vormen. Kallo, Stabroek, Zandvliet, Hoevenen, Berendrecht … Het zou mij niet verbazen als die over pakweg vijftig jaar eveneens stuk voor stuk zijn opgeslokt door het zevenkoppige monster van de Antwerpse haven.”  

Angstaanjagend Doel
Dit deprimerende toekomstbeeld heeft even tijd nodig om te bezinken. Geen beter medicinaal wondermiddel dan een uurtje flink uitwaaien op de Honda Pan European. De akoestische begeleiding van deze vierpitter komt helemaal in feeststemming wanneer we even later de claustrofobisch smalle Waaslandtunnel induiken. De glimmende tegeltjeswand van de tunnelbuis blijkt de perfecte echoput om het hamerende V4-staccato maximaal te versterken. Het uitbundige stuurplezier is echter van korte duur, want zodra de oogpupillen zich op de linkeroever weer hebben aangepast aan het verblindende daglicht, zakt de stemming met de snelheid van een verdampende condensstreep. Niets, maar dan ook werkelijk niets kan je voorbereiden op de troosteloosheid van het industrieel verkavelde polderlandschap tussen Kallo en Doel. Zwijgend rollen we over onvervalste macadamwegen met uitgewaaierde teernaden en gescheurde betonplaten, met links en rechts van de weg alleen maar hoogspanningsmasten, havenkranen, opslagloodsen en affakkelende fabrieksschoorstenen. De weerzinwekkende landschapsverminking gaat elk voorstellingsvermogen te boven. We bevinden ons in het uiterste noordoosten van Oost-Vlaanderen, waar de Scheldepolders van het Waasland hetzelfde noodlot te wachten staat als hun vroegere buren aan de overkant van de rivier. Kilometers en kilometers rijden we door een post-apocalyptisch maanlandschap waar werkelijk niets op mensenmaat lijkt te zijn gemaakt. Maar het ergste moet nog komen. Als we even later de dorpskern van Doel bereiken, stokt de adem in de keel. De confrontatie met de getormenteerde verlatenheid is ronduit adembenemend, bijna angstaanjagend. Tijdens de weekends wordt dit spookdorp overspoeld door honderden ramptoeristen, maar doordeweeks hangt de doodse stilte als een loden deken over de verminkte dorpskern. Het enige geluid dat je hoort, is het onafgebroken gedreun van betonnen heipalen die in de omringende dokken worden geslagen, het geraas van sloopwerkzaamheden en de onheilspellende sirenes van de kerncentrale van Doel.  Een huiveringwekkend requiem voor een dorp dat zijn doodsstrijd tegen de geplande havenuitbreiding ruim veertig jaar wist te rekken, maar nu zijn laatste sacramenten krijgt toegediend. De onafgebroken loopgravenoorlog die de inwoners van Doel sinds 1963 hebben gevoerd voor het behoud van hun veroordeelde Scheldedorp, lijkt definitief verloren. Van de ruim 1300 inwoners die Doel in 1972 nog telde, zijn er nog maar een tweehonderdtal overgebleven. De leegstand en de verkrotting heeft de oorspronkelijke dorpsbewoners grotendeels verdreven. Het neergestreken krakerslegioen dicteert nu de ongeschreven wetten achter de Scheldedijk. De ambities om Doel om te toveren tot een kunstenaarsdorp hebben jammerlijk gefaald. De dichtgetimmerde rolluiken van dorpscafé Saxonia en de doorgesneden benzineleidingen van tankstation Maes zijn de verstilde getuigenissen van een dorpsleven zonder toekomst, de protestleuzen op de afgebladderde muren een noodkreet van machteloze woede. Doel moet blijven! Handen af van Doel! De laatste stuiptrekkingen klinken met de dag utopischer. Ook hier geldt: elk Utopia herken je bij het binnenrijden aan zijn galgen …

Toeristische informatie
Voor vragen over Vlaanderen kun je terecht bij Toerisme Vlaanderen & Brussel, Koninginnegracht 86, 2514 AJ Den Haag (070 416 81 10), info@toerismevlaanderen.nl, www.toerismevlaanderen.nl

Poldermuseum Lillo
Ondanks de onheilspellende vooruitzichten van de havenuitbreiding werd op 19 december 1959 het heemkundig museum van Wilmarsdonk opgericht. Toen in 1963 werd begonnen met de afbraak van Wilmarsdonk, werd de verzameling overgebracht naar een leegstaand pand in Fort Lillo. De voorbije decennia is het Poldermuseum uitgebreid tot 30 zalen waar aan de hand van gebruiksvoorwerpen, kleding, huisgerei, prenten, foto’s, gravures en documenten een cultuurhistorisch beeld wordt geschetst van het vroegere leven in de verdwenen polderdorpen. Een rondleiding door museumgids Werner Bril is beslist een aanrader.
Adres: Tolhuisstraat 14, 2040 Lillo. Entreeprijzen en openingstijden: www.poldermuseum-lillo-fort.be, www.lillo-krabbevanger.be

Wilmarsdonk
Van dit dorp is alleen de gotische toren van de Sint-Laurentiuskerk bewaard gebleven. Die is slechts van een afstand te bewonderen, want de kerktoren bevindt zich op een afgesloten industrieterrein tussen de Wilmarsstraat en de Nietweg. De laatste restanten van het dorp werden in 1966 gesloopt voor de bouw van een containerterminal. In de stadsarchieven van Antwerpen werd de plaatsnaam Wilmarsdonk voor het eerst vermeld in 1155. Het historische erfgoed van de kerk werd grotendeels verwoest of geplunderd, maar eind 2008 werden een tabernakel en drie zilveren altaarborden teruggevonden bij een familie uit het nabijgelegen Ekeren. Vermoed wordt dat deze kunstschatten door de toenmalige pastoor in bewaring werden gegeven bij een van zijn parochianen.

Oorderen
Zowel het dijkfort van Oorderen als het nabijgelegen polderdorp werden in 1965 met de grond gelijkgemaakt om plaats te maken voor de autofabriek van General Motors, het latere Opel Antwerpen. De rest van de gemeente werd ingepalmd door het rangeerstation van het vormingsstation Antwerpen-Noord, met 96 verdeelsporen het grootste rangeerterrein van de Benelux. Van Oorderen is alleen de grote voorraadschuur van de Berghoeve bewaard gebleven; die werd steen voor steen weer opgebouwd in het openluchtmuseum van Bokrijk. Alleen een gedenkplaat in de entreehal van General Motors herinnert aan het verleden van Oorderen dat helemaal teruggaat tot het begin van de twaalfde eeuw.

Oosterweel
Net als in Wilmarsdonk bleef ook van het polderdorp Oosterweel alleen de kerk overeind, de Sint-Jan den Doper. Het oorspronkelijke kerkje dateerde uit de15e eeuw, maar dat bouwwerk werd in de 16e eeuw door brand grotendeels verwoest. De heropgebouwde kerk uit 1712 bevindt zich in een diepe kuil, tussen de Noordkasteelbrug en de Scheldelaan. Voor het vroegere dorp werd getransformeerd tot havengebied, was Oosterweel het laagst gelegen dorp van België. De kerk werd gebouwd op een fundament van eiken balken en koeienvellen. Het huidige (opgespoten) maaiveld ligt vijf meter hoger dan de historische grond waarop de kerk is gebouwd.

Kallo
Al in de 12e eeuw bestond Kallo, toen bekend als Calloo, als polderdorp in het Land van Waas. Op bevel van de graaf van Holland, Willem van Avesnes werd in 1316 het dorp in brand gestoken en vervolgens onder water gezet. In 1582 werd ter bescherming tegen de Spanjaarden het Fort van Liefkenshoek gebouwd. In 1583 werd door Hertog van Parma opnieuw een overstroming bevolen die als verdedigingsbuffer zeventig jaar standhield. Het fort werd in 1584 alsnog door de Spanjaarden veroverd. Ook in Kallo is de opmars van de Antwerpse haven al tot de achtertuinen van het dorp gevorderd.

Doel
Wie nog een bezoek wil brengen aan de restanten van Doel, moet snel zijn, want in de zomer wordt begonnen met de sloop van de laatste woningen. Tenminste, dat is het zoveelste ultimatum dat de lokale bevolking heeft opgelegd gekregen voor het definitieve vertrek. Of dat dreigement daadwerkelijk zal worden uitgevoerd, moet nog blijken. Eén van de meest karakteristieke kenmerken van Doel is het vierkante dambordpatroon van het dorpscentrum. Dat heeft te maken met de planmatige inpoldering uit de 17e eeuw. Ook de molen op de Scheldedijk dateert uit de 17e eeuw en behoort tot de oudste windmolens van België. Het oudste huis dat in Doel nog overeind staat, is het beschermde Hooghuis dat in 1614 werd voltooid in Vlaamse renaissancestijl.

Fort Lillo
Deze middeleeuwse fortificatie en de kleine woonkern die ernaast ligt, maakte vroeger deel uit van het verdwenen Scheldedorp Lillo. Het Fort van Lillo werd in 1579 in opdracht van Willem van Oranje gebouwd om de stad Antwerpen te beschermen tegen de Spanjaarden en heeft ook lang daarna nog een belangrijke militaire en economische rol gespeeld. Zelfs ná de Belgische onafhankelijkheidsstrijd in 1830, waarbij vijfentwintig vierkante kilometer polder door de Nederlanders onder water werd gezet, bleven de forten van Lillo en Liefkenshoek nog tot 1839 in handen van het Koninkrijk der Nederlanden. Pas in 1845 werden de Scheldedijken gedicht en konden de polders opnieuw worden ontgonnen.

Molen De Eenhoorn Lillo
Na jarenlange verkommering is de molen aan de Scheldelaan bij Lillo-Fort sinds vorig jaar weer maalvaardig. Deze stenen stellingmolen dateert uit 1753. De Eenhoorn wordt gesymboliseerd in de vorm van een gehoornd paard op zijn draaiende kap. Omwille van de havenuitbreiding werd de molen in 1966 ontmanteld en opnieuw opgebouwd aan de Scheldelaan. Molenbezoek is mogelijk op elke laatste zondag van april t/m september of na afspraak met Levende Molens vzw, +32 (0)3 542 06 21, frans.brouwers@telenet.be

Waaslandtunnel
De oudste tunnelverbinding die Antwerpen met de linkeroever verbindt, werd al in 1933 in gebruik genomen. Blijkbaar was er toen dringend behoefte aan een vaste oeververbinding, want amper een jaar later reden er 450.000 voertuigen door de Waaslandtunnel. Tot in 1958 moest er tolgeld worden betaald, wat in de jaren dertig zelfs een rel veroorzaakte in het Belgische parlement: waarom moeten de Vlamingen tol betalen voor een tunnel, terwijl de Walen gratis van de Maasbruggen gebruik mogen maken? 
 

Tekst: Lucas Verbeke, foto’s: Verbeke, Werner Bril, m.m.v. Toerisme Vlaanderen

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73, Promotor en Classic & Retro. Redacteuren Ad van de Wiel, Jan Kruithof, Eddie de Vries, Nick Enghardt, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.