Voormalig DDR (deel 1)

Het ‘vakantieparadijs’ Prora en de geheime raketbasis van Peenemünde werden grandioos over het hoofd gezien tijdens de officiële herdenkingsplechtigheden van 20 Jahre Mauerfall en de hereniging van beide Duitslanden. Maar indirect zijn ook deze ‘Gedenkstätten’ onlosmakelijk verbonden met de turbulente geschiedenis van de DDR.

De vraag resulteert in een verontschuldigend schouderophalen. Nee, stadsgids Ulrike Folchhammer weet ook niet waarom het na het verdwijnen van de ‘Innerdeutsche Grenze’ nog bijna twee decennia heeft geduurd vooraleer het toerisme in Mecklenburg-Vorpommern eindelijk een beetje begon aan te trekken. “In Nederland staat Duitsland al twee jaar op nummer één als populairste vakantiebestemming”, dring ik aan. “Dat klopt”, glimlacht ze deemoedig. “De laatste jaren is met name het aantal Nederlandse bezoekers in Stralsund zowat verdubbeld. En sinds onze Hanzestad in 2002 werd toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van de Unesco, zien we ook een sterke stijging van het aantal Japanners en Amerikanen…” Ze merkt aan mijn reactie dat het maar een voorzetje was voor de logische vervolgvraag: “Maar nog steeds weinig Duitse toeristen uit de Bondsrepubliek van voor de eenwording?” Aarzelend: “Verhoudingsgewijs nog steeds niet, nee.” Waaraan dat ligt? Weer dat schouderophalen: “De Westduitse weerzin heeft voornamelijk te maken met allerlei hardnekkige vooroordelen uit het verleden”, concludeert Ulrike. “Toen in 1990 de Duits-Duitse grens verdween, was Stralsund – net als alle andere historische steden in Oost-Duitsland – totaal verpauperd achtergelaten door het DDR-bewind. De stad ging gebukt onder een Oost-Europese grauwsluier, een droefgeestig DDR-residu. Het probleem is dat veel Duitsers van mening zijn dat hier na twintig jaar nog steeds niets is veranderd”, zegt ze hoofdschuddend.

We lopen door de smalle kasseistraatjes van het prachtige kustplaatsje, dat ooit tot Denemarken behoorde. Meeuwen cirkelen krijsend over de visafslag aan de Oostzeehaven en in de verte klinkt een scheepshoorn uit een ander tijdperk. Op het centrale marktplein werpen we nog een laatste blik op de gotische Sint Nikolaikerk en het pittoreske stadhuis met z’n barokke torentjes, maar dan besluit onze gids haar rondleiding met een uitspraak die meteen weer onze nieuwsgierigheid aanwakkert. “Wist je dat het weinig had gescheeld of Stralsund was net als het nabijgelegen Greifswald volledig tegen de vlakte gegaan om plaats te maken voor smakeloze DDR-huisvesting? Dat zou in 1991 hebben plaatsgevonden, maar gelukkig is dat er niet meer van gekomen.” Het is de eerste, maar beslist niet de laatste keer dat we tijdens onze DDR-reis worden geconfronteerd met de stompzinnige overheidsdogma’s van de zogenaamde Heilstaat…

Rustieke tijdreis
Net als bijna alle andere steden in voormalig Oost-Duitsland is ook Stralsund één grote bouwput en voor we er erg in hebben rijden we de volgende ochtend niet via de nieuwe brug over de Strelasund, maar over de oude Rügendamm naar het Duitse eiland, dat door de vaste oeververbinding eigenlijk een schiereiland is geworden. Maar het eilandgevoel is er beslist niet minder om, want Rügen wordt nog steeds aan alle kanten door de zee omsloten en de frisse rijwind heeft een intens zilte bijsmaak: alsof je constant in een weldadige openlucht-zuurstoftank wordt ondergedompeld. Het waait behoorlijk hard en af en toe moeten we stevig tegensturen om niet van de eigen weghelft te worden geblazen. De stevige wind heeft echter wel als voordeel dat de gemarmerde sluierbewolking binnen de kortste keren landinwaarts wordt geblazen, waardoor we halverwege de ochtend worden getrakteerd op een kraakheldere lucht die je meestal alleen op idyllische ansichtkaarten aantreft. Het transparante licht transformeert Rügens heuvelachtige akkerlandschap met z’n bloeiende koolzaadvelden tot een schitterend kleurfestijn, dat zelfs van achter een donker helmvizier bijna pijn doet aan de ogen, zo waanzinnig mooi!

Was dit de geheime toegangspoort tot Schlaraffia, het zelfverzonnen luilekkerland dat in de rest van Oost-Duitsland maar niet wilde lukken? Blijkbaar wel, want alle partijbonzen hadden hier hun buitenverblijf en pottenkijkers waren niet gewenst. Het jarenlange DDR-isolement verklaart grotendeels de ongereptheid van dit verloren gewaande paradijs: als streng verboden militair gebied was Rügen bijna een halve eeuw hermetisch afgesloten van de buitenwereld.

Net als Stralsund kregen ook de schitterende keizerlijke badplaatsen uit de Belle Epoque-periode inmiddels een grondige opknapbeurt, waardoor een rondje Rügen als een rustieke tijdreis door de vroege negentiende eeuw aan je voorbijtrekt. De karakteristieke negentiende eeuwse architectuur werd reeds in 1952 door de partijbonzen van de DDR geannexeerd en de schitterende villa’s met hun kunstzinnige houtsnijwerk zijn nu het toeristische uithangbord van het eiland.

Zonder doel en zonder een vastomlijnde bestemming rijden we zomaar kriskras over de schaarse wegen die Rügen jarenlang verborgen hield voor de imperialistische buitenwereld; langs voorname badplaatsen en verlaten vissersdorpjes, over strak asfalt van na de Westerse wederopbouw en dokkerende kinderkopjes uit het straatarme DDR-verleden, over lange rechte wegen die worden omzoomd door duindoorn en schaduwrijke beukenbossen. Telkens een nieuwe, adembenemende horizon tegemoet, die steevast eindigt in een doodlopende weg met een panoramisch vergezicht op de blauwgroene Oostzee.

Met uitzicht op de sneeuwwitte krijtkust van het schiereiland Jasmund genieten we bij een kraampje met vermolmde zitbankjes van een broodje Bismarck-uit-het-vuistje, een eenvoudig Rügens streekgerecht: gerookte haring, gesnipperde uien en een gemeen scherpe knoflooksaus, die zelfs drie dagen later nog steeds zure oprispingen garandeert. Wat een koningsmaal! Héérlijk!

Met een totale oppervlakte van 976 vierkante kilometer is Rügen het grootste eiland van Duitsland en dat ruimtelijke gevoel wordt gelukkig nog niet verpest door de wansmakelijke randverschijnselen van massatoerisme. Het vooruitzicht om de perfect geslaagde dagtocht te laten vergallen door een bezoek aan het deprimerende ‘Paradies der Volksgemeinschaft’, begint dan ook steeds meer tegen te staan. Hitlers favoriete vakantieparadijs Prora past echter wel in ons DDR-verhaal en daarom vertrekken we aan het eind van de middag met frisse tegenzin naar de oostkust van het eiland, waar de enorme betonkolos als foeilelijke landschapsdissonant al ruim zeventig jaar staat weg te rotten, zonder dat het ooit voor zinnige doeleinden werd gebruikt.

Hitlers Benidorm
“Wist je dat Hitler van plan was om de hele Oostzeekust vol te bouwen met dit soort wanstaltige vakantiekolonies?”, zegt Heike Tagsold van de stichting Neue Kultur Projekt Prora, die ons in het bezoekerscentrum met een heerlijk bakje koffie verwelkomt en zich bezorgd afvraagt of we na onze 'vermoeiende' motorreis nog wel zin hebben in een lange strandwandeling. “Het zou wel een stuk makkelijker zijn als we er even met de motor konden langsrijden”, opper ik voorzichtig en met de stellige overtuiging dat zo’n officiële toestemming minstens een Oostduitse werkdag aan bureaucratisch gehakketak zal opleveren. “Nee hoor, als jullie dat liever willen: ga gerust je gang”, reageert ze enthousiast. “Er staan hier en daar wel een paar slagbomen, maar daar kun je met de motor wel langs. Verder komt hier toch bijna niemand. Als je straks klaar bent met de fotografie, praten we verder tijdens de korte rondleiding door het museum.”

Als we even later langs het gigantische gebouwencomplex van Zeebad Prora rijden zijn we maar wat opgelucht dat de vermoeiende strandwandeling werd geannuleerd. Twee keer vierenhalve kilometer hadden we in onze knellende motorlaarzen beslist niet overleefd. De gigantische omvang van Prora wordt pas echt duidelijk wanneer we twee uur later voor de maquette staan van het nazistische Benidorm dat tijdens de wereldtentoonstelling van Parijs in 1937 nog werd bekroond als 'innovatief architectuurontwerp'. Zelfs in 1939 moet Prora al een sinister en naargeestig oord zijn geweest. “Achteraf bekeken was Prora één grote propagandastunt, die nooit tot doel heeft gehad om 20.000 arbeiders de vakantie van hun leven te bezorgen”, benadrukt Fraulein Tagsold als ze ons een Nederlandstalige documentatiefolder overhandigt. Daarin vernemen we dat het strandbad in opdracht van de nationaalsocialistische arbeidersgemeenschap Kraft durch Freude werd gebouwd en in amper drie jaar tijd – van 1936 tot 1939 om precies te zijn – bijna letterlijk uit de grond werd gestampt. “Maar reeds in 1936 eiste Hitler dat Prora in oorlogstijd als ziekenhuis kon worden gebruikt. De partijtop wist blijkbaar toen al dat het nooit zou worden gebuikt voor recreatieve doeleinden”, doceert Heike, die als ‘Wissenschaftliche Mitarbeiterin’ zo enthousiast in haar onderwerp opgaat dat het haar blijkbaar niets kan schelen dat ze achter een scheef en krakkemikkig bureau moet werken dat beslist niet aan de Nederlandse arbo-wetgeving zou voldoen. “Mijn familie verklaarde me stapelgek toen ik twee jaar geleden met dit onderzoek in Prora begon. Tijdens de weekends ga ik terug naar mijn woonplaats Düsseldorf, maar zelfs met de trein bedraagt de reistijd ruim acht uur. Maar wat zich hier allemaal heeft afgespeeld voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog is zo fascinerend dat ik nog geen moment spijt heb gehad van mijn beslissing.”

Heike neemt ons mee naar buiten waar we na een korte strandwandeling uitkomen bij de restanten van een kademuur. “Het was de bedoeling dat hier tijdens de oorlog zeeschepen konden aanmeren met gewonde oorlogsslachtoffers”, vervolgt ze haar verhaal. Op de afbrokkelende bakstenen muur waarschuwt een groot bord voor instortingsgevaar, maar zo’n vaart zal het volgens haar niet lopen. “Na de Tweede Wereldoorlog hebben de Russen een paar keer geprobeerd om een deel van de noordelijke vleugel op te blazen, maar dat kostte al zoveel moeite dat men de rest van de gebouwen ongemoeid heeft gelaten. Tijdens de DDR-tijd lag Prora midden in het ‘spergebied’ en na de eenwording werd het opnieuw door militairen ingepalmd, maar dan als trainingscentrum van de Bundeswehr. Eigenlijk heeft Prora zeventig jaar lang alleen maar een militaire functie gehad.”

Als we haar confronteren met de vraag hoe het nu verder moet met Prora, antwoordt ze met een diepe zucht: “Van de Duitse overheid hoeven we weinig steun te verwachten. De regering ziet Prora toch min of meer als een ongewenste erfenis uit het Nazi-tijdperk. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar eigenlijk wil men er het liefst zo snel mogelijk van af.” Volgens Heike werd een deel van het complex in 2007 verkocht aan een projectmakelaar met grootse plannen, maar de verbouwingswerkzaamheden zitten al jaren in het slop. “Nuchter bekeken staat de decadentie van Prora voor iedereen in de weg, maar hoe je het ook wendt of keert, het is wel een voetafdruk van de geschiedenis die bewaard dient te blijven!”

Ultiem orgasme
Zelfs op een perfect zonnige dag is het bijzonder moeilijk om niet onder de indruk te raken van de grootheidswaanzin en de angstaanjagende massaliteit die Prora belichaamt. Het gaat werkelijk elk voorstellingsvermogen te boven, zodat we zelfs de volgende ochtend nog enigszins beduusd van alle overweldigende indrukken koers zetten naar Peenemünde. Daar willen we een bezoek willen brengen aan het ‘Denkmal-Landschaft’ op het eiland Usedom, een rondweg van tweeëntwintig kilometer langs alle historische ruïnes rond het testlaboratorium van de Luftwaffe, waar Wernher von Braun voor en tijdens de oorlog de basis legde voor de hedendaagse ruimtevaart.

Helaas komen we niet verder dan het museum in de oude kolencentrale die tijdens de oorlogsjaren als dekmantel fungeerde voor de geheime raketbasis. Daar worden we vanaf de welgemeende kennismakingshanddruk volledig ingepalmd door dr. Hans Knopp die op zijn beurt niet moeilijk doet als we vragen of we onze testmotoren mogen fotograferen bij het oude V1-lanceerplatform. “Maar natuurlijk. Ga je gang. Vorige week heb ik nog met een Kawasaki-club uit Noorwegen staan fotograferen op exact dezelfde plaats. Het museum wordt trouwens druk bezocht door motorrijders. Eerst horen we ze de hele dag rondscheuren op het voormalige Russische vliegveld iets verderop en de volgende dag staan ze hier voor de poort. Trouwens, zijn jullie toevallig vanuit het zuiden langs de kust gereden? Dan kun je je wel enigszins voorstellen waarom de nazi’s hun geheime testwapens uitgerekend hier op deze locatie wilden onderbrengen”, zegt hij met een brede grijns en pretlichtjes in de ogen. “Afgezien van wat kleine vissersdorpjes was hier helemaal niets; een desolate blinde vlek aan de Oostzeekust met prima camouflage door de dichte bebossing. En de 400 inwoners die zonder pardon van hun geboortegrond werden gedeporteerd, vormden ook geen bedreiging voor verraad naar de buitenwereld. Pas in 1943 kwamen de Britten erachter dat er in Peenemünde iets groots en gevaarlijks aan de gang was, terwijl Wernher von Braun er toch al sinds 1936 bezig was met de ontwikkeling van de eerste lange-afstandsraket”, benadrukt dr. Knopp, die ons meeneemt naar het topstuk van het museum: een originele V2-raket uit 1943 die – driewerf helaas – tijdens ons bezoek net voor een onderhoudsbeurt is gedemonteerd. “Dertien ton aardappelen waren er nodig om genoeg alcohol te distilleren voor één V2-lancering”, zegt hij sarcastisch. “Dertien ton! Terwijl de tienduizenden dwangarbeiders in de fabriek van de honger crepeerden!”

Wat er van de originele V2 nog wel overeind staat is het geamputeerde ontstekingsgedeelte, met het logo van een pin-up die als ultiem orgasme met een raket tussen de verleidelijk gekrulde benen richting de maan wordt gelanceerd. De tekening was geïnspireerd op Frau im Mond, een sciencefictionfilm van Fritz Lang uit 1929 die voor het schrijven van het scenario werd geadviseerd door Von Brauns ‘Verein für Raumschiffahrt.’

“Ondanks de bedenkelijke symboliek was Peenemünde tien jaar vooruit op z’n tijd”, benadrukt onze gids, die ook meteen het antwoord klaar heeft op de vraag waarom Wernher von Braun en al zijn medeplichtige ingenieurs nooit werden beschuldigd of veroordeeld voor oorlogsmisdaden. “De enige reden waarom Von Brauns naziverleden in 1945 onmiddellijk met de mantel der liefde werd toegedekt was omdat de Amerikanen hem ontzettend hard nodig hadden voor de ontwikkeling van hun eigen Apollo-ruimtevaartprogramma”, antwoordt hij met verontwaardigde stemverheffing. Maar dan verschijnen weer die glunderende pretlichtjes in zijn ogen. “Wist je trouwens dat Von Brauns NASA-lab in het Amerikaanse Huntsville door hemzelf Peenemünde South werd genoemd? Waarschijnlijk had hij in dat broeierige Alabama toch wel een beetje heimwee naar onze kristalheldere Oostzeekust, hahaha.”

Slagveldtoerisme
Sinds de MIG-basis van de Sovjetluchtmacht uit Peenemünde verdween is het gigantische testgebied rond de verweerde centrale weer helemaal ingepalmd door de natuur. Officieel is het nog steeds verboden gebied, zij het vandaag de dag als beschermd natuurgebied. Maar dat weerhoudt slagveldtoeristen er niet van om alle verbodsborden te negeren en op zoek te gaan naar alle oude tankloodsen en overwoekerde bunkers die je her en der in het bosrijke gebied nog kunt terugvinden. Veel zoekwerk komt er niet aan te pas, want de Russische militairen stonden bepaald niet bekend als huishoudelijke types. De nucleaire schuilkelders uit de DDR-tijd zijn nu broedplaatsen van allerlei vogelsoorten. Helemaal zonder risico is zo’n expeditie trouwens niet, want rond de vroegere luchtmachtbasis ligt nog behoorlijk wat onontplofte munitie en bovendien zijn de bekeuringen niet mals wanneer je door de politie wordt betrapt. Wie dat allemaal te spannend of te risicovol vindt kan natuurlijk altijd nog een bezoek brengen aan het officiële Peenemünde-museum dat het hele jaar door allerlei thematentoonstellingen organiseert rond de oorlog en de ruimtevaart.
Info: 0049 383 71 50 50
hti@peenemunde.de
www.peenemunde.de

DDR-motormuseum
Alle kunstprojecten die het voorbije decennium in Prora werden georganiseerd waren tot dusver maar een kort leven beschoren. Het enige wat nog overblijft zijn de musea die in de bijgebouwen van het bezoekerscentrum zijn gevestigd. In het historisch overzichtsmuseum van Prora is op de eerste verdieping zelfs een klein motormuseum ondergebracht met alleen maar motormerken uit de DDR-tijd. De collectie staat weg te roesten onder een dikke stoflaag en achter troosteloos grijs geschilderd betongaas, maar in deze deprimerende omgeving had men geen passender decor kunnen bedenken…
Documentatiecentrum Prora, Objektstrasse 1, Block 3, Querriegel, 18609 Prora/Rügen (0049 383 93 139 91), www.proradok.de, info@proradok.de.
NVA-museum (waar het motormuseum is gehuisvest): www.kulturstatt.-prora.de.

Overnachten
Als centraal gelegen overnachtingsplaats tussen Rügen en Peenemünde vonden we in Stralsund een mooie en tevens goedkope plek in Hotel Rügenblick. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, heb je vanuit je hotelkamer geen vrij uitzicht over de zee, maar voor de motoren is er wel een beveiligde parkeerplaats. Hotel Rügenblick, Grosse Parower Strasse 133, 18435 Stralsund (0049 38 31 35 69 39, www.hotel-ruegenblick.de, rezeption@hotel-ruegenblick.de.

Toeristische info
Duits Verkeersbureau, Postbus 12051, 1100 AB Amsterdam
Klantenservice: 020-697 80 66 (ma. t/m vrij., 9:30 – 12:30 uur)
Folderbestellijn: 0900-109 10 29 (€ 0,25 p.m.)
E-mail: duitsland@d-z-t.com
www.duitsverkeersbureau.nl

Tekst en foto’s: Lucas Verbeke, Duits Verkeersbureau

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73, Promotor en Classic & Retro. Redacteuren Ad van de Wiel, Jan Kruithof, Eddie de Vries, Nick Enghardt, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.