Voormalig DDR (deel 2)

Spel zonder grenzen

Berlijn is een ontzettend leuke stad als je van de toeristenkermis rond de Brandenburger Tor en Checkpoint Charlie houdt. Maar wie op zoek gaat naar de authentieke zwart-wit dramatiek en de spannende spionageverhalen van de Koude Oorlog kan beter meteen doorrijden naar Potsdam.

Maar alvorens we ons in de zwaarwichtige wereldgeschiedenis van Potsdam verdiepen willen we eerst nog even een dagje sturen in de buurt van de Mecklenburger Seeënplatte, het grootste aaneengesloten merengebied van Midden-Europa. Zodra we Muritz als eindbestemming intikken, wil de routebegeleiding ons onmiddellijk westwaards via Rostock naar het zuiden dirigeren, terwijl we eigenlijk de oostgrens van de voormalige DDR willen volgen. Daarom blijven we vanaf Stralsund net zo lang koppig doorrijden op de gloednieuwe E251 Autobahn, tot het GPS-systeem vanzelf een nieuwe route berekent via Neubrandenburg. Dat lijkt in eerste instantie een uitstekende keuze, want de biljartvlakke autosnelweg ligt er totaal verlaten bij en met een kruissnelheid tussen de 160 en 180 km/uur (daar mag het nog!) wordt de totale afstand van 206 km elektronisch berekend op iets minder dan anderhalf uur reistijd. Om het idyllische plaatje compleet te maken krijgen we onderweg zelfs gezelschap van een kolonie ooievaars die gracieus rondzweven op de thermiek van de warme lente-ochtend.
Maar het loopt allemaal iets té gesmeerd, want als na 80 km de reservelampjes beginnen te flikkeren, beginnen we ons toch enigszins zorgen te maken over de volstrekte afwezigheid van benzinestations. Als het vervolgens nog een twintig kilometer duurt voor we bij de volgende afslag zijn, beginnen de ooievaars hoe langer hoe meer op gecamoufleerde aasgieren te lijken, wachtend op een gestrande snelwegprooi. De paniek slaat helemaal toe wanneer blijkt dat het nog eens achttien kilometer duurt vooraleer we op de laatste benzinedampen de verlossende pomp bereiken. “Pfff, dat ging maar net goed”, lachen we opgelucht als de volledige fabrieksopgave van de tankinhoud in de display verschijnt. “Zullen we voor het resterende niemandsland dan toch maar een kleine jerrycan achterop knopen?”, vraagt Arie zich af. Deze voorzorgsmaatregel blijkt overbodig, want vanaf Neubrandenburg verandert het Oostduitse Kazachstan razendsnel in een prachtig nautisch recreatiegebied waar de westerse watersportvaluta het welstandsniveau behoorlijk hebben opgekrikt. Dikke Mercedessen, Porsche Cayennes en Audi Q7’s vullen hier het straatbeeld, want alles wat in Berlijn een beetje bovenmodaal verdient, wil hier niet alleen met z’n auto maar ook met z’n buitensporige bootje de grote sier maken.

Ouwe meuk
Maar we zijn hier niet naartoe gereden om de economische inhaalslag van voormalig Oost-Duitsland te bewonderen. Integendeel. Zodra we onze bagage hebben gedumpt in het Ferienpark Mirow, onze overnachtingsplaats aan de Granzower See, rijden we onmiddellijk door naar het luchtvaartmuseum van Rechlin-Lärz, een voormalige luchtmachtbasis van het Sovjetleger. Daar worden we hartelijk verwelkomd door Bernd Neumann, de eigenaar van dit privémuseum dat alleen al vanwege z’n charmante rommeligheid een authenticiteit uitstraalt die – ondanks het verstrijken van de vele jaren – nagenoeg onaangetast is gebleven. In tegenstelling tot de meeste andere Duitse oorlogsmusea doet het krakkemikkige Luftfahrtmuseum van Lärz zelfs geen poging om een schuldbewuste politieke correctheid na te streven. Geen genant weggemoffelde werkelijkheid, maar een onverbloemde uitstalling van een beladen tijdperk. Wat je ziet, is wat je krijgt. In dit geval: achthonderd vierkante meter ouwe meuk van de Duitse en Russische luchtmacht. Een gerestaureerde Messerschmidt-cockpit, een verhakkelde stermotor van een neergestorte Junkers-bommenwerper, oude boordinstrumenten, radio-apparatuur, het landingsgestel van een neergeschoten Lancaster-bommenwerper, allerlei soorten boordmunitie, meer dan honderd schaalmodellen van Duitse gevechtsvliegtuigen, totaal foute borden en koffiekannen met gevleugelde swastika’s, diverse drukpakken van de Sovjet-luchtmacht tot en met een gedemonteerde Mig-straalmotor aan toe. Kortom: een heerlijke Winkel van Sinkel voor gepassioneerde vliegtuiggekken.
“In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog was Rechlin het belangrijkste geheime testcentrum van de Luftwaffe”, verduidelijkt onze gastheer, die als professioneel duiker aan de Oostzeekust een groot deel van zijn privé-collectie zelf bij elkaar jutte. “Alle vliegtuigen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door Nazi-Duitsland werden ingezet, werden op dit vliegveld getest. Waarom uitgerekend hier? Kijk eens om je heen. In de jaren dertig woonde hier helemaal niemand. De perfecte locatie voor een “Erprobungsstelle” waar je geen pottekijkers wilt hebben. Volstrekte geheimhouding gegarandeerd!”, grijnst Bernd, die zich verontschuldigt omdat de beloofde koffie nog even op zich laat wachten. “De stroom is weer uitgevallen. Gebeurt hier wel vaker…” Hij haalt zijn schouders op en gaat dan verder met zijn betoog. “Op 29 augustus 1918 werd het vliegveld van Rechlin officieel geopend, maar door het ontwapeningsverdrag van Versailles moest het na de Eerste Wereldoorlog onmiddellijk weer worden afgebroken. In de jaren twintig werd het heropend voor de burgerluchtvaart, maar al snel daarna kreeg het een nieuwe bestemming als testcentrum voor de geheime oorlogswapens van de Luftwaffe. Op 10 april 1945 werden de start- en landingsbanen volledig verwoest door een zwaar Amerikaans bombardement van de geallieerden, maar reeds op 2 mei werden ze opnieuw in gebruik genomen door het Russische bezettingsleger. Van 1946 tot 1993 was Rechlin de belangrijkste thuisbasis van de Russische luchtverdediging in de DDR. Nee, de slotdatum klopt wel degelijk: 1993! Na de Val van de Muur bleven de Russische Migs nog twee jaar gestationeerd in Rechlin.”
Buiten op een bankje in de zon krijgen we eindelijk de koffie die ons was beloofd, maar die smaakt zo verdacht naar potentieverlagende middelen dat we vermoeden dat zelfs het bakje troost afkomstig is uit de achtergebleven voorraad van het Russische leger. Als hij merkt dat we de koffie koud laten worden, neemt hij ons mee naar een Russsische MIL MI-8 helikopter uit 1968, een van de toestellen die op het door onkruid overwoekerde asfalt staan tentoongesteld. We mogen zelfs even plaatsnemen in de cockpit, maar als een van onze testrijders enthousiast aan alle schakelaartjes begint te prutsen, verliest hij zijn geduld. “Wilt u daar asjeblieft afblijven”, blaft hij zichtbaar geïrriteerd. “Ik probeer elk jaar nog minstens twee keer met dit toestel te vliegen, maar ik heb geen zin om alle basisinstellingen weer te moeten nalopen.”
Een vraag had hij echter nog niet beantwoord: hoe hij erin was geslaagd om tijdens de DDR-tijd zo’n indrukwekkende collectie bij elkaar te verzamelen? Hij aarzelt even en zegt dan zonder een spier te vertrekken: “Als commandant van de Stasi was dat niet zo moeilijk, als u begrijpt wat ik bedoel…” Als hij onze verbijsterde reactie bemerkt zegt hij vergoelijkend: “Ach weet u, het was in voormalig Oost-Duitsland echt niet anders dan in het vrije Westen. Ook hier wisten mensen met ondernemingszin zich hogerop te werken op de sociale ladder, ondanks alle beperkingen van het DDR-regime. En wie te lui of te dom was om te helpen donderen, bleef een sukkelaar. Maar zo was het toch ook in het westen? Eigenlijk is er na de opening van de grenzen nog steeds niets veranderd, alleen worden de luie donders nu wél afgerekend op hun gebrek aan prestatiedrang en vroeger niet.”

Lindenstrasse 54
Potsdam is de laatste bestemming van onze rondreis door de voormalige DDR. Eigenlijk hadden we ook nog willen doorrijden naar Thüringen, op zoek naar de zuidelijke contouren van het IJzeren Gordijn. Maar omdat we daar eerder dit jaar al een verhaal hadden gemaakt, zou dat alleen maar een herhalingen van zetten hebben opgeleverd. Na Prora, Peenemünde en Rechlin hebben we inmiddels genoeg tastbare overblijfselen bezocht om een duidelijk beeld te schetsen van het naoorlogse Oost-Duitsland.
Eerlijk gezegd vragen we ons af wat Potsdam nog aan het verhaal kan toevoegen, maar dat blijkt een grove inschattingsfout. “Potsdam was juist het epicentrum van de voormalige DDR”, benadrukt Birgit Ritschel verontwaardigd als ze zich ’s ochtends in de hotellobby aanmeldt als stadsgids van de voormalige Keizersstad die na de eenwording tot hoofdstad van de nieuwe deelstaat Brandenburg werd uitgeroepen. Pas als ze merkt dat we eigenlijk alléén maar geïnteresseerd zijn in het DDR-verleden van Potsdam, verschijnt er een brede glimlach op haar gezicht. “Nou, als jullie dat willen, neemt de stadwandeling wel een paar uur in beslag”, reageert ze opgelucht.
Ze wil ons meetornen naar het Schloss Cecilienhof, het statige Britse landhuis waar in 1945 de Conferentie van Potsdam plaats vond. “Helaas mag er niet gefotografeerd worden in de vergaderzaal waar de Britse premier Winston Churchill, de Amerikaanse president Harry S. Truman en de partijsecretaris van de Sovjet-Unie Josef Stalin onderhandelden over de verdeling van het verslagen Derde Rijk”, laat ze terloops weten. Als we haar geruststellen dat het toeristische Cecilienhof eigenlijk niet op onze prioriteitenlijst staat, besluit ze het programma om te gooien. “Dan neem ik jullie eerst mee naar de Lindenstrasse in het oudste stadsgedeelte van Potsdam, want dat moet je beslist hebben gezien!” “Goed idee”, antwoordt Arie. “Een stevige bak koffie zou er na al dat geslenter wel ingaan.” Met enige aarzeling in haar stem zegt ze: “Ik vrees dat ik jullie wat dat betreft moet teleurstellen. De Lindenstrasse was de beruchte KGB-gevangenis van de Stasi…”
Qua huiveringwekkende naargeestigheid dachten we in Prora alles al gezien te hebben, maar dat was nog niets vergeleken bij het onheilspellende interieur van het militaire tribunaal waar de politieke tegenstanders van het DDR-regime tot jarenlange gevangenisstraffen werden veroordeeld. “De Lindenstrasse 54 was een begrip in Potsdam. Ondanks de rustieke façade wist iedere Potsdammer drommels goed wat voor onmenselijke verschrikkingen zich achter deze muren afspeelden”, zegt Birgit schijnbaar onbewogen. “Zoals…?” proberen we voorzichtig. “Overbevolkte cellen, erbarmelijke hygiëne, eenzame opsluiting, nachtenlange ondervragingen, gruwelijke folteringen, af en toe zelfs een executie op het binnenplein… Pure terreur in de meest letterlijke zin van het woord. Wie tijdens het DDR-bewind in de Lindenstrasse 54 terechtkwam wist meestal bij voorbaat: dit wordt een enkele reis naar de hel.”

Sonderausweis
“Eerst vrouwen en kinderen. Dan pas komen wij door het mijnenveld.” Het belegen grapje wordt maar matig geapprecieerd door onze gastvrouw, die de wandelpas plotseling versnelt wanneer we in het stadspark van Potsdam richting de Glienicke Brücke wandelen. “Hier waren geen mijnen”, antwoordt ze bits. “Dat was ook niet nodig met alle controles die er waren. Waar we nu lopen lag vroeger de sperzone tussen de Muur en de rivier. Nauwelijks een halve kilometer verderop lag de verboden stad van de Russische geheime dienst. Ruim 40.000 afgetrainde commando’s waren in dit Russische stadskwartier gehuisvest. Het was een stad in de stad, maar wel hermetisch afgesloten van de rest van Potsdam. Zoals ik al zei: mijnen hadden ze hier niet nodig. Het was zo al afschrikwekkend genoeg.”
We lopen met een onbehaaglijk gevoel langs het voormalige KGB-hoofdkwartier waar nu een trainingscentrum voor bodyguards is gevestigd. De potige kleerkasten kijken achterdochtig naar onze camera’s, maar laten ons verder met rust. Twintig jaar geleden had zo’n provocatie linea recta in de Lindenstrasse 54 kunnen eindigen…
“Zie je dat muurtje in de tuin van die villa?” Wat we zien is een aantal door klimop overwoekerde betonplaten die na een betere bestudering duidelijk niet thuishoren in het gestroomlijnde tuindesign van deze dure wijk. “Hiermee werd de buitengrens van de Verboden Stad afgebakend”, zegt Birgit. Vervolgens wijst ze naar een dakappartement dat nauwelijks honderd meter van de Verboden Stadsgrens is verwijderd. “Daar heb ik tien jaar lang gewoond. Vanuit mijn keukentje kon ik alles zien wat zich hier afspeelde. Op een bepaald ogenblik wist ik zelfs zoveel dat mijn buren mij begonnen te verdenken van Stasi-lidmaatschap. De paranoia was volslagen absurd. Zelfs je eigen familie kon je niet vertrouwen”, sist ze verongelijkt.
Slechts één keer kreeg Birgit een “Sonderausweis” om naar het westen af te reizen. “Dat gebeurde in 1985 toen mijn Westduitse nichtje in het huwelijk trad”, weet ze zich als de dag van gisteren te herinneren. “Mijn man en mijn pasgeboren kind bleven achter, dus was er ook geen gevaar dat ik niét zou terugkeren naar de DDR. Tijdens mijn kortstondige verblijf in het westelijke stadsdeel van Potsdam heb ik voor het eerst het ruwe beton van de Muur aangeraakt. Voor mij persoonlijk was dat een ongelooflijk emotionele ervaring, ook al was het aan de “verkeerde” kant van de Muur . Maar in het Oostelijk deel was zoiets onmogelijk. Dan werd je in het beste geval gearresteerd, maar als je pech had werd je zonder pardon neergeschoten.”
Fel: “Achteraf bekeken is het toch te gek voor woorden dat al deze grensbeperkingen zo lang zijn blijven bestaan.” Stilzwijgend besluiten we onze tijdreis door Potsdam met een symbolische grensoverschrijding op de Glienicke Brücke. Midden op de brug staat nog steeds het geelgeverfde kruis als duidelijk gemarkeerde scheidslijn tussen Oost en West. “Dit was de plaats waar tijdens de Koude Oorlog alle spionnen werden geruild”, zegt ze op een afgemeten toon. We fotograferen de brug vanuit verschillende hoeken, maar zelfs dan kunnen we ons nauwelijks voorstellen hoe onvoorstelbaar grimmig deze plek tot twintig jaar geleden moet zijn geweest.

Smaaksensatie
Als we kort na het middaguur een naar Oostduitse begrippen veel te duur vorkje wegprikken in een lommerrijk restaurant op nauwelijks driehonderd meter van de Glienicke Brucke taxeert Birgit geamuseerd de gerechten die op tafel verschijnen. “Kleine porties op veel grote borden, typisch voor dit soort etablissementen”, sneert ze quasi vrolijk. Haar ogen schieten vuur wanneer ik de vileine kanttekening plaats dat ze die kleine porties toch wel gewend moet zijn geweest. “Natuurlijk hadden we niet veel en de keuze aan producten was beperkt. Maar honger hebben we nooit geleden.”
Het is de perfecte aanloop naar de slotvraag die alle clichés op een hoopje veegt. Wat was het eerste wat je kocht toen je in 1990 toegang kreeg tot de Westerse welvaart? Het antwoord gaat vergezeld van een klaterende schaterlach en een smakkend geluid: “Een grote pot Nutella”, antwoordt ze met gesloten ogen, zichtbaar nagenietend van de intense smaaksensatie die ze als kind van het Oostblok nooit had gekend. “Het water loopt me opnieuw in de mond als ik daaraan terugdenk. Een dik gesneden bruine boterham met smeuïge chocoladepasta. Héééérrrlijk!”

Nuttige adressen
Gedenkstätte, Lindenstrasse 54, 14467 Potsdam (0049 331 289 68 03)
Luchtvaartmuseum Rechlin-Lärz, Flugplatz Lärz, 17258 Lärz (0049 39833 26692), www.rechlin-laerz-luftfahrtmuseum.de, www.Luftfahrttechnisches-Museum-Rechlin.de, www.Erprobungsstelle-Rechlin.de, www.alte-Rechliner.de, www.Museum-Rechlin.de
Tourismusverband Mecklenburgische Seenplatt e.V., Turnplatz 2, 17207 Röbel/Müritz, Tel: 0049 39931 5380, fax: 0049 39931 53829, info@mecklenburgische-seenplatte.de, www.mecklenburgische-seenplatte.de/urlaub

Overnachten
Mecklenburger Seeenplatte: Ferienpark Mirow, Dorfstrasse 1A, 17252 Granzow (+49 39833 600), www.ferienpark-mirow.com, info@ferienpark-mirow.com
Potsdam: Mercure hotel, Lange Brücke, 14467 Potsdam, TEL. 0049 331 2722, www.mercure.com, h1582@accor.com

Toeristische info
www.potsdam-tourism.com
www.vakantie-in-Brandenburg.nl
Duits Verkeersbureau, Postbus 12051, 1100 AB Amsterdam
Klantenservice: 020-697 80 66 (ma. t/m vrij., 9:30 – 12:30 uur)
Folderbestellijn: 0900-1091029 (€ 0,25 p.m.)
E-mail: duitsland@d-z-t.com
www.duitsverkeersbureau.nl/
www.oranjeroute.nl/
 

Tekst en foto’s: Lucas Verbeke, Duits Verkeersbureau

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73, Promotor en Classic & Retro. Redacteuren Ad van de Wiel, Jan Kruithof, Eddie de Vries, Nick Enghardt, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.