Getest: Kawasaki J300

Alle Japanse merken hebben er een, en nu heeft Kawasaki er éindelijk ook één: een motorscooter. Die moeten we dus aan de tand voelen, die J300, de motorscooter van Kawasaki.

De eerste kennismaking met de Kawasaki J300 begint met een reuzenhaast. We zijn in Amsterdam en moeten twee uur later in Vaals. Om dik 200 km te rijden in krap twee uur, zou ik op dit moment bijna een moord doen voor een 1000 cc. Maar het lot heeft bepaald dat ik met de J300 naar het zonnige zuiden moet, en er daar heb ik aanvankelijk flink de balen van. 

Maar wat kan een mens op het verkeerde been staan. Want op de A2 laat dat driehonderdje zich van een goede kant zien en ruim op tijd sta ik het uiterste zuiden van Limburg. En ik moet nog uitkijken dat er geen prentbriefkaarten van het centraal justitieel incassobureau worden nagestuurd ter herinnering aan deze rit. Want het 300cc-blok blijkt prima in staat een kruissnelheid van 140 km/h vol te houden. Qua topsnelheid pers je er met goede wil heus nog wel wat meer uit als je wil, maar wat vooral aangenaam is, is het rustige weggedrag van de scooter. Hij ligt als een blok op het asfalt en lekker uit de wind zoef je Utrecht, Den Bosch en Eindhoven voorbij. Natuurlijk, wie werkelijk meer cc’s te gebruiken heeft, schiet gemakkelijker van 120 naar 150 km/h, dan de J300 die daar wat meer tijd voor nodig heeft, maar het is juist die relatieve rust die zo prettig is.

Kawasaki is het jongste scootermerk en net als die andere nieuwkomer in dit segment (BMW) vroegen de Japanners om hulp bij een echte specialist op dat gebied: Kymco in Taiwan. Want we kunnen wel onderweg zijn met een J300 die in typische Kawa-kleuren is uitgevoerd, die scherpe vouwen en lijnen heeft als de Z800 en Z1000-motorfietsen, onder die kappen zit een Kymco Downtown 300i verstopt. Waarom zou je als merk het wiel opnieuw gaan uitvinden, als er al zoveel specialisten zijn op dat gebied? En dus zien we een typeplaatje onder de scooter met de afzender: Kwang Yang Motor Co. 

Ik heb ook uitgebreid de gelegenheid het dashboard in me op te nemen, en Kawasaki koos ook voor een typische scooter lay-out. Lekker uitgebreid dus, een beetje auto-achtig. Grote snelheidsmeter links (met helaas zo’n lelijke mijlenteller erin…), een toerenteller rechts en een lcd in het midden met wat info over brandstof en kilometerstand. Een en ander is netjes afgewerkt met een lichtgrijze rand, zodat het helemaal eigentijds oogt. Het contactslot zit rechts, en is voorzien van een diefstalbeveiliging. Je kunt er een metalen plaatje voorschuiven, dat je alleen met de unieke vorm van de achterkant van de sleutel kunt wegdraaien. Het voorkomt dat iemand met een schroevendraaier je slot sloopt.

Het grote brede zadel zit fijn en geeft je onderrug een prima steun. De zitpositie is wat sportiever dan we gewend zijn van maxiscooters, en dat komt bijvoorbeeld doordat je benen niet naar voren kwijt kunt, zoals gebruikelijk is. Het is de bedoeling dat je ze de scooter meet tussen je benen klemt, dan dat je er onderuitgezakt op zit. Onder het zadel vind je een lekker bakje bergruimte (er kan een integraalhelm in), dat is voorzien van verlichting. En het lampje zal niet snel je accu leeg trekken als je per ongeluk je zadel niet goed hebt gesloten, want het gaat pas branden als de bewegingssensor activiteit heeft gesignaleerd. 

Het snelwegverkeer geloven we na een paar uur wel. Want de J300 komt pas echt tot z’n recht op de wegen in en om de stad. Het motortje is verrassend wakker en maakt een vlotte indruk. Het is een rustig lopende eencilinder met 28 pk en op papier zou je zeggen dat dat voor een tweewieler van 191 kg mager is, maar hij heeft er totaal geen moeite mee. Het stuurgedrag geeft veel vertrouwen en hij is lekker wendbaar. Natuurlijk, het is een vrij lang ding en je zult nooit zo gemakkelijk tussen auto’s door laveren als een met een Vespa’tje met 11 inch-wielen, maar het komt aardig in de buurt.

Op de terugweg van Limburg naar Amsterdam krijg ik ongevraagd de gelegenheid de wind en regenbescherming te testen, want zo tussen Eindhoven en Den Bosch verandert het prettige lenteweer in een onstuimige onweersbui. Windvlagen dwingen me langzamer te rijden en de regen klettert vrolijk tegen het vizier. Nu ben ik wel even blij niet op een Kawasaki Z1000 te zitten en volle bak nat te worden, maar mee te kunnen verschuilen achter de uit en kuip van de J300. En ondanks dat het hemelwater rijkelijk vloeit, wordt toch voorkomen dat mijn pak doorweekt raakt.

In Amsterdam gaat de Kawa op de middenbok en loop ik er nog eens omheen en vat mijn gedachten samen. Het is dan misschien ‘maar’ een driehonderd, de prestaties waren alles behalve teleurstellend. Hij geeft veel comfort en gebruiksgemak, stuurt prima en het prijskaartje van € 5490 is niet verkeerd. We reden trouwens de Special Edition en die is 150 euro duurder, en verschilt alleen qua kleur. Niet ‘gewoon’ zwart of grijs, maar matzwart met groen en daardoor meer herkenbaar als Kawasaki. En die merknaam kan best wel eens als voordeel werken.

 

Gerelateerd

REAGEER OP DIT ARTIKEL