Aprilia Tuono Fighter

Dondersgoed

Het duurde even, maar dan heb je ook wat! Vijf jaar na het verschijnen van Aprilia’s RSV Mille kwam daar dan eindelijk de helse donder van Noale, de Tuono Fighter.

Voordat het explosieve hart van de in 1998 geïntroduceerde Aprilia RSV Mille de richting van de Tuono vond, werden al eerder transplantaties uitgevoerd bij de toch wel geflopte Falco (2000), Caponord en Futura (beide 2001). Slecht was het trio zeker niet, alleen bleek het motorrijdende publiek de machines niet te kunnen waarderen. In ieder geval niet voldoende om ze een lang voortbestaan te garanderen. Aprilia trok dan ook na 2004 de stekker uit de productie van de Futura, de Falco volgde een jaar later. De Caponord, Aprilia’s allroad met RSV-blok, mocht gelukkigerwijze nog tot 2008 deel uitmaken van het modellenprogramma van de Italiaanse motorfabrikant.
Aprilia’s Tuono Fighter leek al direct bij de introductie in het najaar van 2002 een sterkere troef te zijn voor de mannen uit Noale. Het journalistieke gezelschap dat als eerste de Tuono mocht beproeven, was zeer positief over de kale RSV Mille. Waar de V-twin bij het eerdere trio toch wel aardig werd afgeroomd, kon de kale donder flink explosief zijn door een slechts 4 pk minder sterk blok dan we gewend waren in Aprilia’s superbike, de RSV Mille. De 126 pk en 101 Nm leken op voorhand goed te zijn voor een flink feestnummer. In combinatie met een strak rijwielgedeelte en eigenzinnig uiterlijk werd de Tuono een succesvol product voor Aprilia.
Naast de ‘gewone’ versie werd in hetzelfde jaar ook een speciale ‘Racing’ (vering van Öhlins in plaats van Showa, OZ-velgen en carbonfiber kuipdelen) aan het publiek getoond. De naam Tuono Fighter werd overigens al snel overboord gegooid en vanaf 2004 mocht de machine door als de RSV Tuono.

Frisser en moderner
In 2005 wordt het Tuono-gezin uitgebreid met de Factory, een naakte variant op Aprilia’s RSV Mille R die binnen de familiekring direct ook de ‘Racing’ vervangt. De 3 pk meer, Öhlins rondom en radiaal gemonteerde Brembo-remklauwen zorgen voor extra feestvreugde. De eerste echt serieuze vernieuwing wordt een jaar later uitgevoerd. Dit heeft mede te maken met het feit dat de RSV Mille ondertussen is vervangen door de RSV1000. De Tuono wordt daarop aangepast met een frisser, moderner uiterlijk en ontvangt wederom het rijwielgedeelte én motorblok van Aprilia’s superbike. De tot Tuono 1000R omgedoopte machine had hierdoor 13 pk extra tot z’n beschikking. Het koppel kreeg eveneens een flinke boost; nu beschikte je over 107 Nm bij 8.500 toeren. Ook de versnellingsbak onderging wat veranderingen, waardoor de tweede generatie Tuono’s een veel langere eerste versnelling kende. Een logische stap zette Aprilia in 2007 door de nieuwe Tuono ook uit te voeren in een Factory-versie, de meest exclusieve naked van het stel. De Tuono 1000R Factory kende uiteraard veel vergelijkingen op motorisch gebied met neef RSV1000R Factory. Stuurdemper, voorvork en achterste schokdemper werden geleverd door het Zweedse Öhlins. Verder werd de machine gekenmerkt door aluminium velgen in blauw of goud (dat verschilt per bouwjaar) en overmatig gebruik aan carbonfiber kuipwerk. Dit alles zorgde ervoor dat de Factory vier kilo minder gewicht op de weegschaal bracht.

Geen straf
Evenals alle andere motoren werd de Tuono steeds beter en beter. In de nog korte periode dat de machine verkrijgbaar is, heeft hij al verschillende updates en vernieuwingen achter de rug, maar dat wil niet automatisch zeggen dat het anno 2009 een flinke straf is om op de allereerste Tuono te moeten rijden. Integendeel zelfs, want ook nu blijkt de naakte vechtersbaas van Aprilia nog altijd z’n mannetje te staan. Maar wat wil je, nog altijd heb je bij de 2003-versie de beschikking over een V-twin met 126 paardenkrachten. Geen kattenpis dus! Brute power, waarbij je vanaf zo’n 5.000 tpm echt voelt dat je met een dikke tweecilinder-duizend te maken hebt. Opschakelen bij tien en door in de volgende versnelling. Dat schakelen gaat overigens erg soepel en licht. Ook de remmen blijken nog altijd in staat om zeer accuraat op te treden. De dubbele vierzuiger remklauwen van Brembo grijpen krachtig in op de 320 millimeter grote schijven, waarbij je een goed gevoel behoudt in de rechtervingers. Flink knijpen hoeft daarbij niet. Het sturen op de Tuono Fighter gaat vrij zwaar, ondanks het flinke hefboomeffect van het brede, hoogstaande stuur. Hij lijkt daarbij ook erg de bochten in te willen vallen, wellicht een kwaaltje van de combinatie Tuono en de Michelins Pilot Power. Eenmaal goed gekanteld is het wel zo dat de dikke naked erg koersvast is en een behoorlijk vertrouwen uitstraalt richting de rijder. Op ergonomisch vlak is de Tuono natuurlijk een betere partner dan neef RSV Mille. Je zit lekker comfortabel rechtop en hoeft geen al te racy houding aan te nemen. Dat mag natuurlijk wel, maar of je botten en spieren dat continu aan kunnen, is meer de vraag die dan moet worden gesteld. Overigens moet je bij hoge snelheden op de snelweg toch nog wel flink met je helm achter het redelijk minimalistische ruitje kruipen, anders is het haast niet te doen. Minpunten scoort de Tuono vooral voor het dashboard. Het is veel te diep verstopt achter het ruitje en in combinatie met het hoge stuur is het een ware kunst om bijvoorbeeld te zien hoe snel (of langzaam…) je rijdt. Naast dat de standaard vrij recht staat en de geparkeerde Tuono daardoor enigszins wiebelig aandoet, zijn er niet echt flinke gebreken te constateren bij deze 2003-versie. De styling moet je aanspreken, maar deze donder kan zeker nog wel een tijdje mee. Verouderd is hij namelijk nog niet.

Einde Tuono?
De vraag is alleen hoe lang de naam Tuono nog voort zal leven. Aprilia heeft namelijk dit seizoen de RSV4 gepresenteerd en het ligt in de lijn der verwachtingen dat de fabrikant ook met een nieuwe naakte variant gaat komen. De eerste spionagefoto’s zijn overal op het wereldwijde web te zien en het belooft veel goeds. Maar ja, wat wil je ook als je een V4 als krachtbron tot je beschikking hebt. Of deze machine dan nog altijd de naam Tuono zal dragen, is onbekend. De kans is namelijk aanwezig dat Aprilia geen gebruik meer wil maken van deze Italiaanse benaming voor donder, omdat je met een volledig andere blokconfiguratie onderweg bent. Liever niet eigenlijk, want de Tuono is en blijft als naam en als machine nog altijd dondersgoed.

Tekst: Jarno van Osch
Fotografie: Rein van der Zee

 


 

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.

Ik meld me hierbij aan voor de volgende mailinglijsten:




Vul een geldig emailadres in
Dat adres bestaat al in ons bestand
The security code entered was incorrect
Dank voor je aanmelding

Gerelateerd

REAGEER OP DIT ARTIKEL