Yamaha XJ6 Diversion VS FZ6 Fazer

APPELS MET APPELS 

Met de introductie van de XJ6 Diversion vult Yamaha het gat dat de FZ6 Fazer zo goed wist te vullen. Kan die laatste dan zijn koffers pakken of ligt het zo eenvoudig niet? Tijd om appels met appels te vergelijken.

Wat is nu het verschil tussen een Diversion en een Fazer? Gedurende de tijd dat ik beide motoren aan een test onderwierp, is het me herhaaldelijk gevraagd. Veel vaker dan bij welk ander vergelijk zelfs. Vaak is het namelijk wel duidelijk. Neem een handvol supersports en natuurlijk wil je weten welke het beste presteert. Hoe klein het verschil ook mag zijn, uiteindelijk telt maar één ding: welke moet je kopen om dit seizoen het meest te kunnen pochen. Vinden we belangrijk. Maar nu is het toch anders. Niet alleen is die wedijver in deze klasse een stuk minder, maar beide motoren komen ook nog eens uit dezelfde fabriek. Een beetje alsof je bij Hak vraagt of je appelmoes uit louter Golden Delicious mag bestaan. Beetje vreemd om ze naast elkaar te zetten, niet? Zeker als ze zo weinig van elkaar verschillen. Waarom zou je dan zoveel geld in de ontwikkeling van een nieuw model steken? Dat moet gemakke-lijker kunnen.

Het is niet dat de één ruim baan zou moeten maken voor de ander. Met de Fazer is niets mis, hij kan nog steeds prima meekomen en acteert volgens sommigen bovendien in een andere klasse. Maar ja, dan verschijnt daar ineens de Diversion ten tonele. Die richt zich weliswaar op mensen met een kleiner budget, maar is door Yamaha wel meteen weer zó goed gemaakt dat je je toch afvraagt wat dan de verschillen zijn. En juist omdát jij je dat afvraagt, is het nu tijd om daar duidelijkheid in te krijgen. Jonagolds zijn immers geen Elstars.

 
Praktisch en goedkoop

De naam Diversion kennen we nog uit een grijs verleden als een doorontwikkeling van de nog weer daarvoor gemaakte XJ-serie, beide in 600 cc- en 900 cc-uitvoering. In 1991 ging de XJ richting museum om plaats te maken voor de Diversion. Die had een nieuw, nogal ander uiterlijk vergeleken bij het hoekige jaren tachtig design van de XJ. Nu was alles ineens afgerond en moest het er zo lief en vloeiend mogelijk uitzien. Het luchtgekoelde blok was nog altijd uit duizenden herkenbaar met zijn bijzonder ver voorover gekantelde cilinderrij. Voor de rest was de Diversion voornamelijk praktisch, eenvoudig en dus goedkoop. Geen wonder dus dat hele volksstammen ermee wegliepen. En met de jaren werden dat er nog veel meer, toen de
al lage prijs nóg eens lager werd voor een tweede of derde eigenaar. Nergens techniek
die noemenswaardige problemen oplevert, dus kat in ’t bakkie. Kilometerstanden doen er niet toe, om pekel lacht ‘ie en het uiterlijk is ook niets om je druk over te maken. Achteraf gezien dus niet eens zo gek dat Yamaha het motortje niet superspannend – en volgens velen is dat een understatement – heeft gemaakt. Sterker nog, heden ten dage is de Diversion dé motor voor beginners, forensen en pekelaars.

De oorsprong van de Fazer ligt iets sportiever. In het najaar van 1997 betrad de nieuwe creatie het toneel en zorgde voor een frisse wind door het naked gezelschap. Met een krachtbron stammend uit de Thundercat zat het wat de vermogensafgifte betreft direct al goed. Gecombineerd met een eenvoudig frame en voor de rest passende onderdelen was de Fazer klaar voor serieus speelwerk. Op dat moment al werd de Fazer door sommigen bekeken als de opvolger van de Diversion, al werd laatst-genoemde wegens succes geprolongeerd. Hij bleef zelfs nog tot 2003, toen het doek ten slotte echt viel. Vanaf dat moment moest de Fazer het zelf opknappen. Geen punt, want ook dit model werd vervolgens een verkoopkanon. Door de jaren heen werd de Fazer verschillende keren opgefrist, iets wat de Diversion in zijn loopbaan nooit is overkomen. Het uiterlijk is een paar keer aangepast en ook het blok werd vernieuwd. Uiteindelijk werd het oorspronkelijk op de Thundercat gebaseerde blok doorontwikkeld naar een krachtbron op basis van de R6, geheel naar wat de plaats in de markt ervan eiste. Het oorspronkelijk redelijk eenvoudige frame kreeg een upgrade tot het gegoten aluminium exem-
plaar dat het geheel nu bijeenhoudt.

 
Gelikt uiterlijk

Je kunt niet ontkennen dat Yamaha een feestje heeft gemaakt van het design van de nieuwe Diversion, het ziet er heel gelikt uit. Licht, slank, een paar speelse lijnen en vooral allesbehalve saai. Behalve de kleuren dan. De fabrikant hult het model nog steeds in dezelfde ‘als het maar niet opvalt’-leasekleuren bordeauxrood en donkerblauw. Ach, ach, ach. Wat dat betreft doet de Fazer het net iets beter. Het is ook wel blauw, maar het oogt al een stuk frisser. Waar zet je liever je tanden in, een frisgele Lombarts Calville of een donkerrode Spartan? Even los van de lijnen van de twee machines valt al wel op dat Yamaha op uiterlijkheden al slim aan het bezuinigen is geweest. Geen dubbele koplamp voor de Diversion, maar gewoon een centraal geplaatst exemplaar. Het achterlicht idem dito. Ook van LEDjes is hier geen sprake; gewoon een enkel gloeipeertje achter het rode glaasje werkt ook nog steeds.

Voor de overige componenten geldt dit trouwens ook. Beginnend bij het eenvoudige buizenframe, via enkele minimale kapjes om het geleende blok wat fraaier te maken naar een koplamp die we in lijnen herkennen van de FZ1 en ten slotte de haast identieke tellerpartij. Duidelijk een kwestie van slim shoppen in eigen winkel, maar niemand zegt dat zulks verboden is. Een budgetkwestie is ook de toepassing van goedkopere onderdelen, zoals de eenvoudige, niet verstelbare vering en de eenvoudige tweezuiger remklauwen. Ook de ophanging van de voetsteunen heeft zo een alternatieve insteek ten opzichte van de Fazer, maar echt veel steviger wordt het er niet op. De schetsplaten hebben zichtbaar moeite met het gewicht van een fotograaf in werkbepakking. En als we dan toch bezig zijn: ook de duohandgrepen zijn van een duidelijk ander kaliber. Waar de Diverson een grappig ontworpen beugeltje uit één stuk achterop heeft zitten, komt de Fazer met twee forse beugels. Daar heb je wat aan! Maar zet de twee naast elkaar en je vraagt je toch weer af… De Fazer loopt alweer een paar jaar mee en aangezien smaken verschillen, is het niet eens ondenkbaar dat genoeg mensen juist de Diversion met zijn nog scherpere lijnen er wat strakker bij vinden staan.

 
Gemoedelijk karakter

Het kan nog gekker. Om de een of andere reden blijft het idee ‘R6-blok voor net iets meer dan € 7.000,-’ knagen. Gelukkig kristalliseren sommige zaken zich bij het rijden wel iets uit en steken de eerste verschillen voorzichtig de kop op. Maar niet voordat de Diversion zich van zijn allerbeste kant laat zien. Na de eerste week met de nieuwe telg ziet de conclusie er voor de Fazer vooral somber uit. Wat een simpele machine is het toch, die Diversion. Een beestje met een gemoedelijk karakter. Het is bijna niet voor te stellen dat de WK Supersport-machines van het merk door eenzelfde krachtbron worden aangedreven. Knap ook dat dit stuk high-tech het stokje over mag nemen van de ooit zo eenvoudige luchtgekoelde, carburateurgevoede uitvoering in de oude Diversion. Het is moeilijk te geloven dat deze appel écht van dezelfde boom is gevallen. Om de proef op de som te nemen – de oude was immers met name populair in binnenstads kruip- en sluipwerk – vallen we als eerste het hoofdstedelijke doolhof eens aan. Het duurt niet lang voordat regels, borden, wegafzettingen en aanwijzingen ehm… iets vrijer geïnterpreteerd worden. En met een glimlach van oor tot oor kan met enige zekerheid worden gesteld dat de Diversion hier bijzonder goed in is.

Geen belachelijk heet blok tussen je knieën dankzij de waterkoeling, de vering doet gewoon zijn ding en stoort niet, het vermogen komt er vroeg genoeg in en vooral: de zithouding doet het gewoon uitermate goed bij dit werk. Wat dat betreft lijkt dit het sterke punt van de Diversion; aan eenzelfde ritje per Fazer heb je iets meer je handen vol. En niet omdat je van de motor af zult stuiteren of je de indruk krijgt dat je het blok aan het afknijpen bent, maar omdat je simpelweg meer motor onder je hebt. Een iets breder zadel, een iets dikkere tank en je bent al veel harder aan het werk. Aan de andere kant is de zit op de Fazer ook voelbaar actiever, als je dat zo mag noemen. Het scheelt niet eens heel veel, maar je zit toch net ietsje rechter op en het stuur staat merkbaar dichterbij. En dat is nog met het stuur van de Diversion in de normale stand; in een handomdraai is dat 12 mm verder naar voren te plaatsen. Daardoor krijg je als vanzelf meer zin om er eens goed voor te gaan zitten, maar dan wel buiten de bebouwde kom…

 
De Betuwe in

Leuk en aardig allemaal binnen de stadsgrenzen, maar hoe goed geschikt ook: uiteindelijk wil je er gewoon mee naar buiten, dus hup, de Betuwe in. Daar plukt u de vruchten van! Eindelijk eens een vergelijk tussen Pink Lady en Granny Smith. Al binnen de bebouwde kom was goed merkbaar dat de Diversion een heel nette vermogensopbouw heeft, die er nu nog eens extra goed uitkomt. Gewoon geen gezeur, wegrijden en in één ruk naar ergens rond de tien- à elfduizend toeren. Daar bouwt het vermogen weer netjes af en schakel je over. Simpel, eenvoudig én over de volle breedte te gebruiken. Dat doe je dan als vanzelf. Vervolgens stap je over op de Fazer. Die ken je al wat langer en je weet dat het hondje een beste hap toeren lust. De acceleratie onderin is niet eens echt anders dan de Diversion, maar als de toerentallen worden bereikt waarbij je de Diversion als gezegd bijna vanzelf overschakelt, komt de Fazer krachtbron in actie en schopt er zijn beloofde twintig extra paardenkrachten uit. Sensationeel en bijzonder vermakelijk, dat wel. Maar eer je dergelijke toerentallen hebt gehaald, zit je al op snelheden die je op de Nederlandse wegen met goed fatsoen niet meer kunt rijden. Melk je het blok niet helemaal uit (oftewel: rijd je er normaal mee), dan ben je als vanzelf geneigd om ver vóór de dubbele cijfers over te schakelen naar het volgende verzet. Best leuk en veelzijdig, zo’n tweetrapsapparaat; je kunt er gewoon mee rondknorren met partnerlief achterop, een beetje genieten van de bloesem, vooral relaxed cruisen en doordeweeks van huis via file naar kantorenpark rijden en weer terug. Plus ook nog eens op zondag met je maten de knop omzetten en er eens goed voor gaan zitten. Gas erbij, de andere helft van de schaal opzoeken en knallen maar. Het kán. Maar kijk dan niet vreemd op dat je die nieuwe gast op zijn Diversion maar niet uit je spiegels kunt krijgen. En in dat geval is het soms knap jammer dat die spiegels het probleemloos doen; het wrijft er maar eens in dat je die appelbeignet achter je maar niet af lijkt te kunnen schudden. Die kan namelijk gewoon volop gebruik maken van alle beschikbare toeren, zonder ook maar ergens te hoeven inboeten. Scheelt weer schakelen, het rijdt een stuk rustiger en dat is op zijn beurt weer mooi meegenomen als je je op andere zaken wilt concentreren, zoals dijkbewoners, het binnenkomen van de bebouwde kom of die ene drempel die je bijna over het hoofd ziet.

 
Comfort

Dan ben je even blij als je per Diversion reist. Meer en meer ontpopt de motor zich precies als wat Yamaha claimt: de gemoedelijker broer van de Fazer. Dus is ook het rijwielgedeelte iets conservatiever en is, los van de gebruikte goedkopere onderdelen, de vering bijvoorbeeld ook meer op comfort ingesteld dan op prestaties. Dit heeft zo zijn gevolgen voor de wegligging. Waar de Fazer juist blij is met het duidelijke gevoel van wat er onder je gebeurt, slikt de Diversion alles voor zoete koek en laat hij zich nimmer van de wijs brengen. Voor beide valt wat te zeggen, maar de zachte vering van de Diversion heeft tegelijk wel als keerzijde dat je je wat minder verbonden voelt met het voorwiel en je dus iets meer moet gokken wat er precies gaande is ter hoogte van het contactvlak. Bijna nooit een probleem, maar onder minder ideale omstandigheden is het toch wel leuk om te weten hoe lang het daar nog goed gaat. Sowieso stuurt de hele Diversion wat gemoedelijker. Weliswaar is het een schatje om vanuit de heupen om te kwakken en even tussen twee auto’s door te laveren, om maar wat te noemen, maar in de polder is het de Fazer die overduidelijk flitsender stuurt. Niet alleen dankzij de iets sportievere vering, maar ook de gewichtsverdeling en geometrie werken dit in de hand. En dat terwijl juist de Diversion het mag doen met een lage uitlaat onder het blok (laag zwaartepunt) in plaats van hoog in het kontje, zoals de Fazer dat heeft.

Beide motoren zijn uitgevoerd met ABS, maar het valt op hoeveel netter het op de Diversion werkt. Goed, de Fazer remt merkbaar harder met zijn welbekende blauw geaccentueerde Sumitomo’s, maar de laatste wijziging van de Fazer stamt ook alweer uit 2007 en in die tijd is ook hier duidelijk vooruitgang geboekt. Het systeem van de Diversion grijpt op een ander moment in (waarbij zelfs zo hard kan worden geremd dat het achterwiel het luchtruim kiest voordat de computer zegt dat het genoeg geweest is) en áls het dan zo ver is, gebeurt het met merkbaar zachtere hand. Heb je bij de Fazer nog het idee dat ‘je kabel breekt’, in het hendel van de Diversion is de tik in het hendel een stuk milder, zowel in gevoel als in aan/uiteffect op de remvertraging. Dat gaat de goede kant op!

Voordat Yamaha de Diversion nieuw leven inblies, dacht het merk het aan te kunnen met de Fazer alleen, maar wel in alle denkbare uitvoeringen. Daar komt ook de naamgeving ‘S2’ vandaan, want dat was voor het onderscheid met de normale Fazer, die 78 pk leverde. En inderdaad, voor laatstgenoemde is de Diversion in de plaats gekomen. Yamaha had het ook de oude Fazer kunnen laten – nogmaals, een nieuw model uit de grond stampen kost ook niet niks – alleen zit je dus nog steeds wel met een 78 pk Fazer en kennelijk – we zijn ook niet gek – zat de doelgroep dáár nou net niet op te wachten. Ietsje milder dus, eenvoudiger frame, eenvoudiger vering en remmen. Enfin, het resultaat hebben we net behandeld. Precies voor diegenen die maling hebben aan sportiviteit en liever een motor willen die zich voorbeeldig gedraagt. En dat doet hij zeker. Een futiliteit misschien en sterk afhankelijk van lichaamslengte en -bouw, maar niet eerder trof ik een motor waarbij ik zó perfect uit de rijwind werd gehouden als de Diversion. Geen wind is één, daarbij ook nog eens geen turbulentie is iets heel anders. Daar kan de Fazer, hoe goed hij het ook probeert, niet aan tippen. Je zit net zo goed uit de wind, maar het gebulder rondom de helm is toch merkbaar luider en onrustiger. Chapeau voor de Diversion.

 
Twee versies

Zo langzaamaan is het wel duidelijk. Natuurlijk is de Fazer bij tijd en wijle wel de budgetfiets geweest die de Diversion nu ook weer beoogt te zijn. Maar waar die omschrijving bij de introductie in 1997 nog vlekkeloos opging, is de Fazer sindsdien stiekem toch steeds een haartje sportiever geworden. Genoeg voor Yamaha om uiteindelijk te besluiten twee versies op straat te zetten. Niet genoeg echter volgens de klantenkring, want die wilde een échte budgetbak. Met de nieuwe Diversion is die er weer. Dat deze gebruik maakt van een krachtbron van een jongere generatie, een mooiere vermogensafgifte heeft, over een mooier werkend ABS beschikt en speelser in de omgang is, daar kan de Diversion zelf niets aan doen. Dat is ook helemaal niet erg. Met de komst van de nieuwe instapper is voor Yamaha de weg vrij om de Fazer in de nabije toekomst nog ietsje vérder aan te scherpen, zodat die de directe concurrentie eens flink klop kan geven. Dat wordt dan (appel)taart.

 
Tekst: Vincent Burger

Fotografie: Rein van der Zee

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73, Promotor en Classic & Retro. Redacteuren Ad van de Wiel, Jan Kruithof, Eddie de Vries, Nick Enghardt, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.

Misschien vind je dit ook interessant?