Yamaha XT660Z Ténéré

De wereld is (on)verhard

Korte lontjes, Postbus 51, geweld, achtervolgingen; niks nieuws dat de samenleving onophoudelijk verhardt. Ook onverhard trouwens, wat weer koren op de molen is voor de Yamaha Ténéré, ‘kort’ getest tijdens circa vijfduizend kilometer op de meest uiteenlopende voedingsbodems.

Het urenlange gesprek met mezelf begint toch serieus in de afrondende fase te belanden als de dagteller na de digitaal aangegeven ‘999’ weer wijselijk de nulstand opzoekt. Naast de billentechnische oprispingen op het voorgevormde zadel die zich al beginnen voor te doen na zo’n vijf- à zeshonderd gereden kilometers herinnert nóg een fenomeen de rijder aan zijn wakkere bestaan: het onophoudelijke spervuur aan ontiegelijk vette klappen uit de optionele Akrapovic-dempers, natuurlijk eigenhandig ontdaan van de dB-killers, uiteráárd ten behoeve van een betere rijwieltechnische massacentralisatie. Bij tussentijdse tankstops, péage-gedoe en dorpsverkeer wordt de omgeving spontaan preventief geruimd bij de aanstormende, luid – vooral laagtoerig – ‘terugklappende’ zuiger met zijn tien centimeter diameter. Aso? Inderdaad, zo heet de overkoepelende organisatie van de Dakar-rally en de Tour de France. De hoeveelheid benzine bijvullen in de riante 22 liter tank is geheel afhankelijk van de gemiddeld gereden snelheid: bij circa 120-130 km/u constant nipt het blok een zuinige liter weg op minimaal twintig kilometer. Houd je de toerenteller gebeiteld op zesduizend toeren (150 km/u), dan lijkt de staande kuipruit direct zure vruchten af te werpen met 1 : 16-komma-nog-wat. Direct dan ook een wijze les voor (niet-kettingrokende) globetrotters: leer de benzinebalk goed kennen. De middelste digitale blokjes van de balk verdwijnen eerder uit beeld dan de uiterste. Gaat na pakweg tachtig kilometer ‘rijden op het laatste blokje’ het dingetje knipperen en treedt de reservestand in werking. Dus reservekilometers optellen, blijkt er potdorie toch nog zes liter sap aan boord, goed voor minimaal honderd kilometer doorrijden. De zuinigste topprestatie wist de Ténéré te leveren bij toeristisch (maar niet al te kinderachtig) Pyreneeën-rijden. De knipperstand van het laatste blokje zette pas in na 384 kilometer rijden (vertaald: 1 : 24), waarna de eencilinder zijn allerlaatste nip nam en klap gaf bij kilometerstand 527. Een geschenk uit de hemel, zo’n zorgeloze actieradius. Mits natuurlijk met een half litertje ‘thuiskomrantsoen’ achterop gebonden.

‘Schat, ben zo thuis!’
De schaduwzijde van de XT’s tomeloze zuinigheid is sinds jaar en dag bekend c.q. berucht: enigszins ‘rückeln’, niet bolletjerond draaien op deellast. Uiteraard ontkomt ook de test-Ténéré hier niet aan, maar op het gevaar af vergoelijkend te klinken, ging ondergetekende (doorgaans levensbedreigend allergisch voor licht haperend motorgedrag) hier moeiteloos mee leven, wat waarschijnlijk te danken is aan een combinatie van gewenning en gedwee ondergaan.
Een stuk of 1342 huiswaartse kilometers afraffelen in een dag leert wel wat, vooral uit verveling. Stampen doet de eencilinder 660 cc lekker uitbundig, trillen in gelukkig mindere – en te overleven – mate, hoewel een duo tintelhanden na nachtrust als souvenir de prijzenkast haalde. Ach ja, het zal wel. De doordouwer zal zeker geholpen zijn als Yamaha zou besluiten een harder, breder en vooral vlakker zadel in zijn accessoirepakket te slingeren. Voor het kortere werk zit zo’n poef daarentegen regelrecht verrukkelijk en vooral hoog; meet je 1,76 meter, dan krijg je maar een handjevol tenen tegelijkertijd aan de grond. Maar als je rijdt, voelt die hoge zit zeer overzichtelijk en aangenaam. Dus als kleinere rijders toch niet of nauwelijks in aanmerking komen voor een Ténéré en de steile kuipruit geen verstelling kent, is het pleit over de mate van windbescherming snel beslecht. De benen zitten keurig half-half uit een eventueel koude windstroom, de borstpartij volledig, en voor wat betreft turbulenties scoort de ruit een 6- met twee hakken over een sloot. Blijft je helm gelukkig verschoond van ‘grofstoffelijke’ windklappen, het permanente fijnzinnige gerommel aan de hoofd maakt vooral één ding: vreselijk slaperig. Wat dus ontaardde in tweemaal een half uur keihard slapen op een hardhouten snelwegbankje in de miezer. Eraf kan dat scherm met een zestal kruiskoppen, wat je helm in een turbulentievrije openluchtsituatie brengt; oogt nogal belachelijk, verjaagt daarentegen de ergste zomerse bloedhitte en biedt meer zicht op het voorwiel, wat het stuurgevoel ‘mentaal’ bevordert.

Harde worstjes
Voor wie de mix van twintig centimeter veerwegen, een negen centimeter smal voorbandje en een stalen buizenframe met argusogen pleegt te bekijken, schieten we wat salvo’s aan kogels door de kerk: De stabiliteit van de Ténéré is – wangedrag daargelaten – eigenlijk totaal onberispelijk. De Parijse ‘rainurages’ (zeg maar ingefreesde ‘krijtstrepen’, door Hannibals opa bedacht tegen aquaplaning), opgeplakte teerstrepen en spoorvorming laten de Michelins nagenoeg volledig aan zich voorbij gaan.
Een afrit induiken of een bergpas afstruinen vraagt wel enige gewenning, vooral als je net een weeklang een XT660X Supermotard onder je bips hebt gehad. Het grote gyroscopisch effect van het 21 inch voorwiel verplicht de rijder om het hele gevaarte vanuit een rechte rijlijn om te leggen en vraagt een duidelijk uitgestippelde bochtencurve. Wennen, zulk vaag (in)stuurgedrag op hoge, soepel geveerde hoeven, waarbij je – zoals bij wel meer ‘Reise-enduro’s’ – weinig signaal krijgt over bandengrip.
Mooi, we bevinden ons dus tussen berg en dal in Frans-Spaans grensgebied, daags nadat Armstrong & Co met dik tachtig per uur de Aspin en Tourmalet afstoven op anderhalve centimeter smalle, niet door ABS aangestuurde, ongeveerde, knoerthard opgepompte rubberen worstjes. Mag je dan menen dat een Ténéré toch best het type motorfiets is om als de wiedeweerga te worden uitgerust met ABS? Ja, dat mag je, want ieder zijn vak. De schrik om het lijf zal je niet snel bekruipen met de XT-remmen: vertragen doet het trio Brembo’s dociel, vriendelijk en adequaat, dus in overstemming met het alom tegenwoordige relaxte karakter en de bescheiden motorische prestaties van de Ténéré. Immers, de 48,4 paardenkrachten moeten voor de grap 183 kilo voortslepen, plus maximaal 22 liter benzine en wat liters aan smeersel en koelvloeistof, zodat de knollen diep in de haverbak moeten reiken als tot overmaat van ramp ook nog moeders met bagage aan boord plaatsneemt. Klinkt wellicht tegenstrijdig, maar tijdens de paar duizend kilometers zeer veelzijdig soleren per Ténéré heeft de toerentellernaald geen enkele keer de ‘6’ gepasseerd (dat is in vijf trouwens 150 km/u), terwijl het rode gebied begint bij ‘zeven en een half’. Vergeet dus subiet de paarden en richt je op de meters van ene Newton. In de vijfde versnelling verteert de eencilinder – wegens inherent laagtoerig eencilindergebonk – slecht de snelheden onder 80 km/u (= 3.000 tpm), maar verbluffend blijft altijd weer hoe multifunctioneel een gering bereik van slechts drieduizend praktijkgerichte toeren kan zijn. Drieduizend toeren en de aardbol ligt aan je voeten…

Toch een zes?
Over de transmissie weinig meer dan lof; de koppeling functioneert uit de kunst, hoewel die een enigszins zorgvuldige dosering vraagt als tijdens endurogebruik bij een buitentemperatuur van veertig graden de injectie van het kokendhete blok wel eens kan nukken bij stationair toerental. Uiteraard altijd op een steile helling met een voetje aan een bodem van spekglad, gemaaid graan.
Ook de vijfbak doet zijn werk strak, gemakkelijk en ‘slopersproof’, al gaan we nu Yamaha een dilemma mét ultimatum voorleggen. Dus óf model 2010 krijgt een zesde, ‘overdrive’-versnelling erbij, óf een goed leesbare versnellingsindicator in het dashboard, want nu neig je nogal tot het willen doordouwen naar een fictieve zesde gang. Vermoed en vrees dat Yamaha-Minarelli optie twee beter vindt klinken dan de eerste…

Conclusie
Duisternis valt, net als gestage regen, en ondanks elfhonderd kilometerpalen aan één stuk blijft het kosmische, zwaar aanlokkelijke Belgische trio Kruishoutem, Zulte en De Pinte gevrijwaard van m’n dorstige en slaperige aanwezigheid. Doorkachelen. En hoewel het fysieke Zwitserleven-gevoel toch wel op sommige (pijn)punten serieus begint weg te ebben en ik van lieverlee de ‘aus, au?er, bei, mit, nach, seit, von’-rijtjes achterstevoren en ‘random’ begin op te dreunen, groeit bij nadering van Nederland die ene overtuiging, ondersteund door het grootste compliment dat je een motorfiets kunt toezwaaien: ‘Stik, ik heb dus helemáál geen trek om deze Ténéré weer bij de rechtmatige eigenaar te moeten inleveren!’ De solide bouw, de hoogpotige zitpositie, die enkele stampzuiger met vette Akrapovics; je mag stellen dat de Yamaha Ténéré een confectie-all road is vergeleken bij een ‘haute couture’-KTM, maar voor acht mille (feitelijk niet eens zo heel voordelig als je potdomme nog een middenbok apart moet kopen) ligt de oneindige, verharde en onverharde wereld in je verschiet. De Ténéré kan het. Nu jij nog je baas en familie op de hoogte stellen.

Tekst en fotografie: Joost Overzee

 

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73, Promotor en Classic & Retro. Redacteuren Ad van de Wiel, Jan Kruithof, Eddie de Vries, Nick Enghardt, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.

Misschien vind je dit ook interessant?