Weblog > De zomer- en wintergroet

Steeds vaker vraag ik me af, wanneer ik geteisterd door bladval, kou, regen en hevige wind een medemotorrijder tegenkom; is dít nou het motorgevoel, of is dit pure armoe? Winter, praat me er niet van. Een verschrikkelijk seizoen dat je het beste van achter het glas kunt gadeslaan. En het erge is: die winter is weer in aantocht! Als ik aan de winter van vorig jaar denk springt het kippevel me spontaan op de armen. De dagelijkse woon-werkrit van en naar de MOTO73-redactie in Hoofddorp bleek een dagelijks terugkerende kwelling. Het was niet alleen de kou, want daartegen kun je jezelf tot op bepaalde hoogte (zeg maar diepte) kleden. Vooral de neerslag en gladheid speelde ons, de motorrijder, wekenlang parten. Wanneer je constant moet uitkijken voor een spiegelend wegdek, een restje sneeuw of ingevroren asfaltkrater gaat het plezier er gauw af. Het was gedaan met het hobbymatige motorrijden; winterrijden bleek plots pure verplichte kost.

En hoewel je jezelf tegen kou behoorlijk kunt kleden, delf je tegen nattigheid toch al gauw het onderspit. Er worden allerlei constructies bedacht maar aan het einde van de rit kun je meestal gewoon je onderbroek uitwringen; achtentwintig ritsen, vierenvijftig drukknopen en Gore-Tex ten spijt. Komt het niet binnen via je kraag, dan vindt het wel een weg via een voor het oog niet eens waarneembare opening tussen handschoen en mouw, als het al niet via je broekspijpen omhoog is gekropen. En hoe minimaal de wateringang ook is, na twee uur doorlekken ben je gewoon goed nat. Een zwembad raakt immers ook wel vol door een druppelende kraan, alleen duurt het wat langer. Ik vind het altijd zo’n teleurstelling om na twintig minuten vertraging, veroorzaakt door het uitgebreid aantrekken van m’n regenpak, alsnog het water m’n bilnaad in te voelen sijpelen dat ik bij temperaturen van boven de tien graden m’n regenpak sowieso thuis laat. Dán maar direct nat, altijd beter dan de zoveelste teleurstelling na te hopen tegen beter weten in.

En ach, wanneer de temperatuur een beetje draaglijk is hoor je er geen motorrijder over klagen. Anders wordt het wanneer je een wolkbreuk van Maastricht tot aan Groningen doorkruist bij een temperatuur van drie graden boven nul. Dat is andere koek. Koek die we de vorige winter helaas te vaak hebben gehad. Onlangs kwam ik wat weerstatistieken tegen, en wat bleek: we hadden maar liefst 55 vorstdagen! Dat zijn bijna twee complete maanden. En in het oosten van Nederland werden evenzoveel ‘witte dagen’ geteld, dagen waarop de grond is bedekt met sneeuw. Dagen dus waarop je met angstig toegeknepen billen met bevroren vingers in je remhendel knijpt wanneer je buurvrouw met amper schoongekrabde ramen haar Peugeot 206 de weg op stuurt, ondertussen nog haar mascara bijwerkend. Dát soort situaties zorgt ervoor dat je jezelf in de winter ernstig vaak achter de oren krabt: waar ben je mee bezig?

Waarom ik hier nu over begin is het feit dat je op zulke winterdagen pas goed beseft hoe afhankelijk je op de motor bent van allerlei omstandigheden waarop je zelf geen enkele invloed hebt. Tegen regen kun je je kleden, maar uiteindelijk word je nat. Tegen kou kun je jezelf mummificeren, maar het asfalt wordt gewoon glad. Medeweggebruikers kun je proberen in te schatten, maar op hen vertrouwen is een slecht idee. Er zijn tientallen factoren waarvan de motorrijder afhankelijk is, maar hoe kouder en guurder het wordt, hoe riskanter en moeilijker die factoren in te schatten zijn. We raken weer veel meer afhankelijk van ons eigen vermogen om factoren die we zelf niet in de hand hebben te zien aankomen en te ontwijken. Van de krater in het asfalt, die je door een half beslagen vizier nog nét in je lichtbundel ontdekt, tot de automobilist die door beslagen ramen de situatie niet goed kan inschatten, maar als vanouds hoopt op een goede afloop.

In de zomer valt het allemaal wel mee; gooit een automobilist zonder te kijken z’n auto van links naar rechts door de file dan sta je in no-time stil. Het asfalt kent grip, je vingers zijn soepel, je zit zelf fijner en dus alerter op de motor, je vizier is niet beslagen en je hebt je kop er compleet bij. Bij het recente intreden van de wintertijd besefte ik plots dat het allemaal niet meer zo vanzelfsprekend is dat er weer een andere rijstijl van ons wordt verwacht. Het is vroeg donker, waardoor filerijden al een veel moeilijkere en riskantere opgave wordt. Zo is het via spiegels bij auto’s naar binnen kijken om het gelaat van de bestuurder in te schatten niet meer mogelijk, en lever je een groot deel van je remkracht en wendbaarheid in doordat de omstandigheden het simpelweg niet toelaten. M’n herinneringen dwaalden af naar de vorige winter, een winter waarover we hopelijk over twintig jaar praten als ‘die winter van 2010, weet je nog?’ Dat zou betekenen dat we de aankomende jaren verschoond blijven van overmatige sneeuwval, bizarre koudeperiodes en uitgeputte pekelvoorraden.

Terugkomend op de vraag of we winterse motortochten nu moeten beschouwen als ‘het ware gevoel’ of als ‘pure armoe’, valt er maar moeilijk antwoord te geven. Nou ja… op de motor zittend, met bevroren vingers, drie kilo herfstblad in je kraag en je mond vol pekel, valt een jaloerse blik naar de kantoorklerk in z’n Citroën C5 toch niet te vermijden. Wat dat betreft is de motor armoe troef. Misschien is juist dat wel de ware reden waarom alle motorrijders elkaar in de winter enthousiast begroeten, terwijl de groet in de zomer een behoorlijk nietszeggend gebaar is en meestal uit beleefdheid wordt gemaakt. In de winter is het anders, de motorgroet is dan een gebaar van leedverwanten, ‘Ik ken je leed’. Een troosteloze groet, met toch een zalvende werking. Helemaal zo slecht nog niet.

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73, Promotor en Classic & Retro. Redacteuren Ad van de Wiel, Jan Kruithof, Eddie de Vries, Nick Enghardt, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.