Weblog Dennis Verbeke

Voorafgaand aan de ONK-races op de Varsselring werd op het stratencircuit van Hengelo de derde CRT-race van de Suzuki SV Cup verreden. Na mijn teleurstellende vijftiende plek op Assen was ik vastbesloten om tijdens deze wedstrijd – die ik bijna als mijn thuiswedstrijd mag bestempelen – een beter resultaat te kunnen scoren. Voor de meeste nieuwkomers in de SV-Cup was het wel de eerste kennismaking met dit circuit, dat vanwege zijn unieke sfeer en prachtige omgeving wordt omschreven als een van de mooiste stratencircuits van Europa. Eerlijk gezegd dacht ik daar na de eerste training toch wel enigszins anders over. Misschien mooi om te kijken, maar om te rijden? Ik was trouwens niet de enige die daar zo over dacht, want na afloop van de eerste verkenningsrondjes kwam Daphne Hop naar me toe en zei: “Ik vind dit echt een doodeng circuit. Smal, glad en totaal onoverzichtelijk. In sommige bochten heb je zo weinig overzicht dat je bijna blind de bocht moet induiken.

Ik kon haar geen ongelijk geven, want tijdens die eerste training had ik ook al een paar “momentjes” gekend waarvan ik dacht: als ik er hier was afgegaan, had het wel eens heel fout kunnen aflopen. En met 200 km/uur tussen de boerderijen en de bomen vlammen is ook geen alledaagse bezigheid, kan ik je melden… Wat natuurlijk ook wel te maken had met het feit dat de SV-Cuppers als eerste moesten trainen, terwijl de temperatuur amper boven het vriespunt uitkwam. Sommige rijders die al eerder op Hengelo hadden gereden, gingen meteen vol op het gas, maar ik had toch een drietal “verkenningsrondjes” nodig om het circuit een beetje te leren kennen. En datzelfde gold ook voor de andere SV-debutanten waarvan de meeste alleen nog maar op Assen hadden gereden.

Vanwege het koude weer was de grip zo slecht dat je echt moest opletten tijdens het terugschakelen. Zodra je maar iets te snel de koppeling liet opkomen begon het achterwiel al te glijden. Ik voelde de motor wel een paar keer gevaarlijk wegbreken, maar bleef gelukkig overeind. Iets minder fortuinlijk was Niels Prins, die in beide trainingen op exact dezelfde plaats ten val kwam en daardoor later in de wedstrijd al zijn zelfvertrouwen kwijt was. Dat kon ik goed begrijpen, want mij was in Assen precies hetzelfde overkomen. Eerlijk gezegd ben ik nog steeds op zoek naar het juiste ritme van vóór die 180 km/uur-klapper. Zodra zoiets je tussen de oren gaat zitten, duurt het heel lang voor je weer voluit durft te gaan. En dan te bedenken dat Niels tijdens de vorige wedstrijd nog een podiumplaats had behaald…

Na afloop van de eerste training bleek ik een dertiende tijd te hebben gereden, maar dat was nog geen reden tot paniek. Ik wist op dat ogeblik al wel dat ik op sommige stukken veel harder kon en in het snelle vloeiende gedeelte naar de molen nog veel tijdswinst kon boeken. Maar ik had toen al wel besloten dat ik in de wedstrijd geen overbodige risico’s zou gaan nemen op een circuit als dit. Na de eerste training werden we tijdens een briefing van de vaste CRT-begeleiders te horen welke lijnen we op Hengelo moesten rijden. Blijkbaar was het Ronald ter Braake, Roy te Napel en Nigel Walraven opgevallen dat de meeste SV-debutanten het toch wel moeilijk hadden met dit bloedsnelle fietspad-circuit, waar elke fout genadeloos werd afgestraft.

In de paddock stonden we naast het Superbike-team van Arie Vos en net voor de tweede kwalificatie kwam Arie zelf me nog even wat advies geven. “Je moet voor jezelf je eigen limiet verkennen en je uiterste rempunten verkennen, maar op een circuit als Hengelo moet je daar nooit overheen gaan”, benadrukte Arie. Dat advies had ik goed in mijn oren geknoopt toen ik na de pauze aan de tweede kwalificatietraining begon. In de meeste bochten wist ik mijn ultieme rempunt redelijk goed te verlaten, behalve dan in de eerste haakse rechter na het start-finish gedeelte. Wat ik ook probeerde, ik kwam steeds verkeerd uit en slaagde er maar niet in om op dat punt de juiste vloeiende lijn te vinden. Maar naarmate de training vorderde kwam ik steeds beter in mijn ritme en had er toch wel veel plezier in om op dit circuit te rijden. Ik kreeg later te horen dat ik een tiende tijd had gereden waar ik – gezien de moeilijke omstandigheden – toch wel tevreden over was.

Omdat we als eerste hadden getraind, was de Suzuki SV-Cup meteen ook de eerste wedstrijd van het dagprogramma. Een tiende startplaats op dit smalle circuit was nou niet meteen een goede uitgangspositie, maar ik stond wel op een overzichtelijke plek en was meteen goed weg. De vreugde was echter van korte duur, want in de eerste bocht kwam Ernst Hagen in het gras terecht, waardoor hij vol tegen Marco van Bergeijk aanreed. In het tumult dat daarachter ontstond kwamen er nog een aantal rijders ten val, waaronder ook Daphne Hop. Ik was zelf zonder kleerscheuren door de eerste bocht gekomen, waardoor ik al meteen was opgeklommen naar een zesde plaats. Een betere uitgangspositie had ik me niet kunnen wensen, maar een paar bochten verderop bleek alle moeite tevergeefs. Vanwege de ravage in de eerste bocht besloot de wedstrijdorganisatie om de wedstrijd stil te leggen met een code rood.

Alle overgebleven rijders werden verzameld in de pitstraat en dus was het wachten op de herstart.  Op de plaats des onheils waren de dokters bezig om de gecrashte coureurs  te helpen en dat nam behoorlijk wat tijd in beslag want een aantal coureurs waren bewusteloos geraakt. Na een enige tijd gewacht te hebben kregen we te horen dat we opnieuw mochten starten, maar dat de wedstrijd was ingekort tot vijf ronden. Ook bij de tweede start was ik goed weg, maar na een paar ronden werd ik bijna zelf het slachtoffer van een aanrijding. Bij het aanremmen van de chicane hoorde ik op een gegeven moment piepende remmen achter mij. Net op het moment dat ik wilde insturen zag ik nog net een zilveren motor aankomen. Ik kon mijn motor nog net op tijd rechtop trekken om Ernst Hagen te ontwijken die zich voor de tweede keer die dag gigantisch verremde.

Als ik had ingestuurd was hij vol op tegen mij aangeknald en was de race zowel voor hem als voor mij voorbij geweest. Ik kon verder wel gewoon mijn wedstrijd zonder enige problemen uitrijden.  Uiteindelijk werd ik als tiende afgevlagd, wat mij toch een beetje tegenviel. De wedstrijd zelf werd een nek-aan-nekrace tussen Roy van Sambeek en Ilja Caljauw die uiteindelijk na met een minimaal verschil werd gewonnen door klassementsleider Ilja Caljauw. Het was een spannende race maar eerlijk gezegd vond ik het circuit veel te gevaarlijk om er een Cuprace te laten verrijden. Gelukkig worden de resterende vijf wedstrijden allemaal verreden op permanente circuits met iets bredere uitloopstroken. De volgende afspraak staat gepland op 3 en 4 juli, een tweedaagse wedstrijd op het Duitse circuit van Oschersleben. Daar kijk ik nu al reikhalzend naar uit!

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73, Promotor en Classic & Retro. Redacteuren Ad van de Wiel, Jan Kruithof, Eddie de Vries, Nick Enghardt, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.