maandag 25 mei 2026
Home Blog Pagina 1019

Geboren klassiekers: Ducati 350GTL/500GTL & GTV

0
Ducati 350GTL
Ducati 350GTL

De vroege jaren zeventig: Ducati heeft zwaar verouderde eencilinders en dikke desmodromische L-twins. Fabio ‘Doctor Desmo’ Taglioni pleit voor een serie L-twin-middenklassers van 350 tot 650 cc, maar de directie van Ducti wuift die voorstellen weg omdat die motoren productietechnisch te kostbaar en te fragiel zijn. In plaats daarvan laat de directie door een onervaren driekoppig team een staande tweecilinder van 500 cc ontwikkelen. Zo’n goedkope twin moest tegenwicht bieden aan de stroom Japanse twins. De Ducati-paralleltwins moeten allrounder worden dan de 90-graden-V-modellen, betrouwbaarder, economischer en stiller. Op de show van Milaan in 1975 verschijnen dan ook de 350GTL en 500GTL, waarbij de letters staan voor Gran Turismo Lusso (Luxe). Na enige vertraging (joh!) lopen de eerste exemplaren van de band en verschijnen er nog best positieve testverhalen in de Italiaanse pers. ‘Enige’ tijd later worden de twins leverbaar en aanvankelijk aardig verkocht. Pikant detail is dat alleen het motorblok van Ducati is. De rest is het product van toeleveranciers en zelfs de assemblage van de GTL’s geschiedt elders, namelijk bij Italjet.

Evergreens, eendagsvliegen, winkeldochters, cultmachines, collector’s items, geboren klassiekers of verloren illusies; aan elke machine die uit de roulatie is gegaan valt wel een predicaat te plakken. Maar welke motoren van betrekkelijk recente datum zullen aanspraak kunnen maken op de eretitel ‘klassieker’ en welke sneuvelen vroegtijdig met aan diggelen gegooide illusies?

Onthoud wel: aan onze voorspellende gaven of miskleunen kunnen op termijn geen rechten worden ontleend…

De eerste onderhoudsbeurt wordt echter vaak niet gehaald door ‘details’ als brekende krukassen, vastlopers, poreuze carters, vastperende versnellingsbakken en indrukwekkende olielekkages. Daarnaast is het elektrisch systeem van een bedroevende kwaliteit, net als de complete afwerking. Ook verslikt de carburatie zich maar al te graag. Van lieverlee wordt Taglioni (die door het mismanagement een lamlendig bestaan bij Ducati leidt en zich afzondert met de ontwikkeling van de 500 Pantah) uit zijn koelkast gehaald om mee te dweilen met de kraan open. Hele series motorblokken gaan bij wijze van uitvlucht naar het gerespecteerde Britse motorlaboratorium Ricardo, maar ook de Engelsen hebben de oplossing niet direct voorhanden. De presentatie van de prachtige, Darmah-achtige GTV-versie in 1978 is – ondanks de technische inbreng van Taglioni – dan ook een zinloze missie. De Britse Ducati-importeur weigert ze zelfs te importeren! Tussen 1976 en 1980 worden er slechts 7.589 stuks van de 350cc en de 500cc gebouwd. Taglioni’s 500 Pantah met 90-graden-twin blijkt een verademing, ook al gaan de eerste versnellingsbakken defect. Dat is juist het enige onderdeel dat de Pantah erft van die vermaledijde paralleltwins.





Ducati 500GTV

Collector’s Item?

Nou en of, maar vind er maar eens één. Een enkele keer verschijnt zo’n bloedmooie GTV of bedaagde GTL op een (buitenlandse) veiling – reken voor een ‘nette’ op grofweg vier tot zes mille – of je kunt op Catawiki ‘mazzel’ hebben met een minder florissant exemplaar. En dan begint het karwei pas. Bijzonder zijn en blijven ze echter!

Geboren klassiekers: Honda NS400R

Hoe ziet een motorfiets van Bentley eruit?

1

Wat is het toch met autofabrikanten die zich willen bemoeien met motorfietsen? Natuurlijk weten we allemaal dat motoren cooler zijn dan auto’s; sneller, zien er beter uit, leuker… en zo kunnen we nog wel even doorgaan? En het lijkt erop dat het om deze redenen is dat autofabrikanten er steeds weer van dromen om ooit een gemotoriseerde tweewieler te bouwen.

Neem Lotus met zijn C-01, de KTM-aangedreven hypermotor die nooit echt op gang is gekomen. En meer recent de samenwerking tussen Brough Superior en Aston Martin met de AMB 001. Een turbogeladen machine met de aërodynamische eigenschappen van een slak.

Bentley Voltage Racer

En nu heeft een Franse auto-ontwerper eens wat zitten rommelen op zijn computer door een motorfiets voor Bentley te ontwerpen. Zonder het te vragen!

De motor heet voluit Voltage Racer, een naam die meer dan genoeg zegt over de aandrijving. Ja hoor, je raadt het al. De neo-retro naked wordt elektrisch aangedreven. Daarom ziet-ie er ook zo ‘anders’ uit.

Britse Racing Green, altijd goed. Dat ziet er meteen gaaf uit. De tweewielige Bentley heeft wel een aantal mooie kenmerken. De op de velg gemonteerde schijfremmen zien er geweldig uit en de voorste zwenkarm, aan de onderkant van het voorwiel, zou kunnen dienen als pick-up voor een voorwielaandrijving. En dat zou betekenen dat de Bentley tweewielaandrijving zou kunnen hebben. De voorkant van de motor is helemaal Bentley, met die dubbele koplampen en de grote Bentley Blower-stijl grill.

Het ontwerp is precies wat het is, een probeersel uit het brein van een opgewonden ontwerper met door corona aangejaagde verveling. Maar is een samenwerking tussen Bentley en een motorfietsfabrikant wel zo vreemd?

Honda CB650R Rally CUSTOM geïnspireerd op HRC Dakar racers

0

Door de motorfabrikanten gesteunde customisation-competities zijn briljant. De dealers ontvangen donormotoren en krijgen de volledige vrijheid om iets bijzonders te bouwen. Dat is wat Honda Wingmotor uit Portugal heeft gedaan voor de Honda Garage Dreams-competitie. Honda-dealers uit Portugal en Spanje werden uitgedaagd om van een standaard CB650R een uniek exemplaar te maken.

De Honda Wingmotor-unica eert Paulo Gonçalves, de Portugese veteraan die verongelukte tijdens de Dakar Rally van 2020, maar ook de eerste overwinning van Honda sinds 1989.

Het is een fantastisch uitziende machine, die ver verwijderd is van de standaard CB650R. De motor heeft een nieuw voorspatbord, een nieuwe ruit en een nieuwe koplamp. Er is een solozadel, nieuwe handbeschermers en vorkbeschermers. De Honda staat op een set Continental TKC 80-banden en heeft een set 17-inch spaakwielen. Om de op Dakar geïnspireerde styling te completeren heeft de unieke motor een degelijk rallynavigatiesysteem, inclusief roadbook.

Welke dealer uit Spanje of Portugal de competitie heeft gewonnen, is nog niet bekend. Maar dat de inzending van Honda Wingmotor hoge ogen gooit, is bijna zeker. En als je dit zo ziet staan, zou de CB650R dan het perfecte platform kunnen zijn voor een lichtere Africa Twin? Er zijn geruchten dat er een op komst is?

Terug naar toen – 1919 – deel 1

0
Klassieke motoren

Tweetakt of viertakt? Het Motorrijwiel houdt een vurig pleidooi voor de tweetakt. Voor sportmotoren is de viertakt het meest aangewezen, maar de tweetakt is volgens de redactie uitermate geschikt als motorfiets voor dagelijks transport: ‘Wij gebruiken zelf als dienstmotor bij voorkeur een tweetakt en wel in hoofdzaak om de eenvoud en het gemakkelijke aanslaan’.

Maar de redactie gaat een veelgenoemd nadeel van de tweetakt niet uit de weg. Voor lange afstanden en dus ‘groottoerisme’ is die namelijk minder geschikt. Het motorblok wordt dan te warm en de zuiger gaat klemmen in de cilinder, de bekende vastloper. Voor dit kwaaltje heeft de redactie echter een afdoende oplossing. Uiteraard is voldoende oliesmering een vereiste, maar verder helpt het ook om tijdens lange ritten voor wat verkoeling te zorgen: ‘Zo nu en dan met gesloten gaskraan de décompresseur eens openen, zodat de motor flink koude lucht zuigt, die voor afkoeling van de ingewanden zorgt.’

Een voorbeeld van zo’n geschikte tweetakt voor dagelijks gebruik is de Triumph. Die levert 2¼ pk en heeft een tweeversnellingsbak. De primaire transmissie geschiedt door een ketting, secundair door een zeer lange riem.

Klassieke motoren
Zijaanzicht Triumph tweetakt – HET MOTORRIJWIEL 43, 5 december 1919

Bladveren

ABC is van oorsprong een fabrikant van vliegtuigmotoren. De letters staan voor All British (Engine) Company. Voor de Eerste Wereldoorlog bouwt de onderneming ook al op beperkte schaal motorfietsen. Maar in 1919 verschijnt de spraakmakende 400cc-boxertwin. De kleppen zijn in de cilinderkop gemonteerd en beide koppen zijn afneembaar. Het blok heeft geen handpomp voor de oliesmering. Die vindt namelijk automatisch plaats door een door de nokkenas aangedreven pomp. De twin heeft vier versnellingen die door middel van een forse handpook – rechts van de tank – bediend worden.

Opvallend is ook het rijwielgedeelte. Dat heeft namelijk zowel voor- als achtervering. Beide werken met ruim bemeten bladveren. Voor de constructie van het frame betekent dit uiteraard dat de achtervork draaibaar is. Apart is nog de bevestiging van het hoge en brede stuur. Die is niet door middel van de vertrouwde stuurpen in het balhoofd, maar gebeurt door twee steunen die door bouten samengedraaid worden. Een moderne constructie.

Klassieke motoren
Zijaanzicht ABC – HET MOTORRIJWIEL 32, 17 september 1919

Vitesse

Het Motorrijwiel stuurt de heer N.J. Kollewijn – ‘onze redacteur’ – naar Londen om verslag te doen van de grote Olympia Motorcycle Show. Een reeks van merken uit de rijke Engelse motorgeschiedenis passeert dan de revue. Vrijwel allemaal zijn ze inmiddels verdwenen, zoals bijvoorbeeld Sun. Motoren van dat merk uit Birmingham verschijnen vanaf 1911. Daarvoor maakte de fabriek naam met fietsen. In het begin gebruikt men leenblokken van Precision en Villiers. Vanaf 1916 staat ook het model Sun VTS in de catalogus. Met een motorblok dat is ontwikkeld door VTS – dat staat voor Valveless Two-stroke Company – een dochteronderneming van Sun. Enkele jaren later verbastert VTS in Vitesse. Dat ‘bekt’ aanzienlijk beter.

In 1959 wordt Sun opgeslokt door het TI Raleigh-concern. Twee jaar later stopt de productie van motorfietsen definitief.

Klassieke motoren
Zijaanzicht Sun Vitesse met verlaagde tank – HET MOTORRIJWIEL 43, 5 december 1919

Promotor 5 2020

0

Motorrijden in de regen, vijf tips

2
Motorrijden regen

Na weken van droogte kwam gisteren op de meeste plekken in ons land het water met bakken uit de lucht. Ook de komende dagen blijft de kans op regen aanwezig. Natuurlijk kun je dan gewoon op je motor stappen, want ook jij bent niet van suiker, al moet je soms toch even opletten. Daarom geven wij 5 tips voor motorrijden in de regen.

1. Vertroetel je motor

Heb je je motor goed voor elkaar, dan weet je zeker dat ie zonder problemen door de regen kan. Je banden zijn daarin het belangrijkst. Het profiel moet voldoende zijn en de band moet er over het algemeen goed uitzien. Is de band bijvoorbeeld oud en uitgedroogd, dan mis je flexibiliteit in het rubber waaraan diep profiel niets gaat bijdragen. Dit gaat natuurlijk verder dan banden. De algehele staat van je motor werkt louterend in je bovenkamer. Hapt je voorrem? Of doet je achterrem het nauwelijks? Juist in de regen komt dit allemaal een stukje nauwer. Zorg dat je de motor voor elkaar hebt, dat vormt eigenlijk de basis waarop je de overige tips kunt uitvoeren.

2. Blijf goed kijken

Kijken is altijd belangrijk op de motor, maar in de regen nog belangrijker. En dan hebben we het vooral over vooruit kijken. Tuur niet vlak voor je voorband, je moet mogelijk gladde plekken al ruim van tevoren zien. Door ruim voor de bocht al gezien te hebben hoe die bocht er bij ligt, kun je vanzelf een vloeiende lijn inzetten. Zou je dit niet doen, dan maak je als het ware bochten in bochten. Door ver vooruit te kijken kun je ook op tijd remmen als de bocht er echt slecht bij ligt. Moet je dit doen ín de bocht, omdat je vlak voor je wiel kijkt, dan wordt het knap lastig op nat asfalt.

3. Joh, regent het?

Doe alsof je de regen niet voelt. Verkramp niet, blijf soepel op die motor zitten en je zult zien dat rijden in de regen helemaal niet zo moeilijk is.
Natuurlijk lukt dat niet of nauwelijks als je je kleding niet op orde hebt. Wel eens ontspannen gebleven terwijl er een waterstraaltje je onderbroek binnenloopt? Zorg daarom voor een goed motorpak of regenpak. Kies je voor dat laatste, trek die dan op tijd aan en niet zoals bij menig motorrijder gebeurd: als je eigenlijk al te nat bent.

4. Anderhalve meter? Doe maar iets meer

Corona heeft je besef van afstand vast wel iets verscherpt, maar als het nat is merk je eigenlijk pas echt hoe dicht je doorgaans op je voorganger zit. Nooit een slim idee, maar in de regen helemaal niet. Want hoe wil je vooruit kijken als je geen vrij baan hebt? Laat daarom altijd een overdreven gat vallen. Dat maakt dat je de weg gevoelsmatig voor jezelf hebt en zo heb je nooit last van onvoorziene omstandigheden.

5. Knieën tegen de tank

Contact met je motor is altijd belangrijk als je aan het sturen bent. Zoveel mogelijk contactpunten zorgen er ongemerkt voor dat je bovenkamer veel beter kan analyseren welke bewegingen de motor maakt. Daarbij zijn de knieën tegen de tank in de regen cruciaal. Je voelt de motor dan veel beter en hebt plots niet meer het idee dat je op eieren rijdt. Dat heb je wel als je je benen meer naar buiten steekt, plots voelt het dan alsof je voor het eerst op een ijsbaan rijdt.

Denk ook even aan je achterrem. Die achterrem is sowieso een onderschatte factor van belang voor motorrijders. De achterrem verkort je remweg en zorgt voor stabiliteit. In de regen levert dat dubbel voordeel op. Als je dan alleen met je voorrem remt, en dan ook nog zonder ABS, is dat vragen om onnodige problemen.

Wil je zien hoe Ducati een Superleggera V4 bouwt?

0

In Bologna zijn ze druk met de Superleggera V4, de ultralichte supermotor van 152 kilo met waanzinnige specs. De viercilinder spuwt er 233pk (174 kW) @ 15.500 tpm uit, met de race-uitlaat geïnstalleerd en  149 Nm @ 11.7590 tpm. Verbazingwekkend, toch?

Volgende week heeft Nick Enghardt namens MotorNL de grote eer om als enige journalist uit de BeNeLux de Superleggera V4 te rijden in Italië. Blijf op de hoogte door ons te volgens op Instagram en Facebook.

Behalve de verhouding tussen vermogen en gewicht valt vooral de overvloedige hoeveelheid koolstofvezel op en aërodynamica, wat duidelijk een afgeleide is van de MotoGP.

Ducati zegt dat de tweevleugelige opstelling bijna het dubbele oplevert van de downforce van andere gevleugelde modellen. Ducati heeft 50 kilo downforce gemeten bij 270 km/u.

En dan natuurlijk de elektronica, dat is aangescherpt met ervaringen uit de WorldSBK en in MotoGP paddocks. Öhlins met een titanium veer, carbon BST-velgen, Pirelli banden en Brembo Stylema R remklauwen maken van de Superleggera V4 een uiterst snel pakket.

Helaas worden er slechts 500 modellen gebouwd van de Ducati Superleggera V4. Wat ie kost? Denk aan €115.000,-… Voor gewone motorrijder en niet-coureurs hebben we gelukkig de video…

Oproep: ga jij met jouw motor binnenkort naar het buitenland?

0
motorvakantie

Oproep: ga jij binnenkort met jouw motor op vakantie naar het buitenland? Of ben jij op dit moment al met je motor in het buitenland?

De maatregelen versoepelen, de grenzen gaan weer open, dus ook het toerisme komt langzaamaan weer op gang. Toch roept een reisje naar het buitenland nog genoeg vragen op. Daarom komen wij graag in contact met motorrijders die binnenkort met hun motor de grens over trekken, bijv. om een dagje door de Eiffel te rijden of een mooie motorreis naar Italie gaan maken. Ben jij dit moment al met jouw motor in het buitenland? Ook dan komen we graag met jou in contact.

Laat even je gegevens achter via onderstaand formulier en we nemen als je in aanmerking komt contact met je op

Geen velden gevonden.

MOTO73 editie #12 2020

0

MOTO73 editie 12 ligt vanaf vandaag in de winkel en is hier online te bestellen. We maken een testrit van 1.200 kilometer met de BMW R1250GS Adventure en de Honda CRF1100L Africa Twin Adventure Sports DCT. We hebben een Honda CBF1000F uit 2011 in Weerzien, een tourverhaal door de Drentse Veenkoloniën (incl. route), we testen de Benelli 752S en hoe zou een Laverda van nu er eigenlijk uit kunnen zien? Dit en nog heel veel meer lees je in MOTO73 #12.

IN DEZE EDITIE

Laverda van de toekomst

Hoe zou een Laverda van nu er eigenlijk uit kunnen zien? Die vraag stelden we ons in het jaar dat het merk zijn zeventigste verjaardag zou hebben gevierd, als het niet ter ziele was gegaan. Twee telefoontjes en een paar weken later hadden we een antwoord.

Garage73

Nick is nog steeds bezig met zijn Fazer tot racer-project. Er zijn genoeg kleine klusjes die nog gedaan moeten worden voor de motor het circuit op kan. Dit keer richt hij zich op het opknappen van de uitlaat.

TTT#4 Drentse Veenkoloniën

De vierde tanktastocht (TTT) voert door de Drentse Veenkoloniën. Het wordt een verrassende rit over rechte wegen met kale verten, maar ook door eikenbossen en langs hunebedden. Je kunt ’m zelf rijden op zaterdag 18 en zondag 19 juli.

Kawasaki Z900 Evo

Robert Janssen van MotorPlanet Almere verwerkte als zijn racekennis in de Kawasaki Z900 Evo. Hij maakte een aantal pakketten om een standaard al uitmuntende motor op een nog hoger plan te zetten. 138 pk aan het achterwiel! Dat maakt nieuwsgierig.

Weerzien Honda CBF1000F

De Honda CBF1000F schopte het in 2011 tot favoriete troetelbeer van de redactie. Toch won hij totaal onverwacht een vergelijkingstest met de Suzuki GSX1250FA TE, Kawasaki Z1000SX en Yamaha FZ1 Fazer. Hoe beoordelen we hem nu?

Marathonmotor: Suzuki GSF650SA Bandit

Na veertien jaar begint de Suzuki GSF650SA Bandit van Bas Effing aan het einde van zijn Latijn te komen. Voor Bas is dat geen reden om zijn ‘eerste liefde’ van de hand te doen. De Suzuki, met 101.540 kilometer op de teller, mag op zijn oude dag, zolang hij blijft lopen, dienstdoen als pekelfiets.

Dubbeltest

BMW R1250GS Adventure vs. Honda CRF1100L Africa Twin Adventure Sports DCT

EN VERDER

  • Motorleven van Frank Feldmann
  • Benelli 752S test
  • Column Boudewijn Geels
  • Onbekend & Onbemind – Oost Zeeuws-Vlaanderen
  • In Memoriam – Carlo Ubbiali
  • Tristan Lentink – Tien jaar later
  • De Terugblik – 2x Wilhelmus voor Bo Bendsneyder

Carlo Ubbiali – De Flying Chinaman is niet meer

0
Carlo Ubbiali

Carlo Ubbiali, een van de beste motorcoureurs ooit, is op 90-jarige leeftijd na een kort ziekbed aan ademhalingsproblemen overleden. De Italiaan domineerde tussen 1951 en 1960 als een alleenheerser in de 125cc- (zes WK-titels) en 250cc-klasse (drie WK-titels).

Italië heeft altijd grote coureurs voorgebracht. Carlo Ubbiali behoort letterlijk tot de allergrootste. In zijn eigen land moet hij alleen Giacomo Agostini (vijftien WK-titels) voor zich dulden en staat hij op gelijke hoogte met Valentino Rossi. Internationaal vergaarde ook Mike Hailwood negen wereldtitels, alleen Angel Nieto deed het met twaalf plus één nog beter dan Ubbiali. De Italiaan was de laatste nog in leven zijnde coureur die aan het allereerste WK-wegraceseizoen van 1949 deelnam.

Eerste podium in Assen

Ubbiali (1929 – Bergamo) en MV Agusta zijn nauw aan elkaar verbonden. In 1949 – het allereerste jaar van het wereldkampioenschap wegrace – werd Ubbiali direct vierde in de 125cc-klasse. Hij behaalde dat jaar zijn allereerste podiumplek op de Drentse Hei. Datzelfde jaar trainde Dick Renooy met zijn Eysink als tweede, kostte een nummer van weekblad Motor dertig cent en bedroeg het ronderecord op het TT-circuit 8.45,8.

Legende Carlo Ubbiali op 90-jarige leeftijd overleden

Zijn eerste wereldtitel pakte Ubbiali in 1951 niet op MV Agusta, maar op Mondial. Pas in 1953 maakte hij de definitieve overstap naar MV Agusta en hij zou het merk nooit meer verlaten. De carrières van MV Agusta en Ubbiali eindigen zelfs op exact hetzelfde moment als graaf Agusta in 1961 de stekker uit de wegraceactiviteiten trekt. Ubbiali had overigens al de wens uitgesproken om te stoppen als coureur en om verder te gaan als teammanager van MV Agusta. Dat zat er door de rigoureuze actie van graaf Agusta niet in. De grote baas vond de kosten van een WK niet langer opwegen tegen de publiciteit die het in thuisland Italië genereerde. Weekblad Motor speculeerde er ondanks die verklaring destijds lekker op los want speelde er meer? Een van de scenario’s is het ontbreken van superieure coureurs na het opstappen van Provini, Hartle, Surtees en… Ubbiali.

Carlo Ubbiali

Kannibaal

Na zijn overstap naar MV Agusta moet Ubbiali in 1954 Rupert Hollaus op NSU nog laten voorgaan. De Oostenrijker krijgt de titel postuum uitgereikt omdat hij tijdens het seizoen overleed na een trainingscrash op Monza. In 1955, 1956, 1958, 1959 en 1960 eindigt Ubbiali met zijn MV Bialbero 125cc wel soeverein boven op het ereschavot.

In 1955 start hij eenmalig in de 250cc-klasse. Ook met de kwartliter weet Ubbiali direct goed raad, want die eerste race op Monza wint hij. Het volgende jaar ontpopt de ‘Flying Chinaman’ – zo genoemd vanwege zijn smalle oogjes – zich tot een nog grotere kannibaal dan wielrenner Eddy Merckx in zijn topjaren. In de 250cc wint Ubbiali alle races, in de 125 loopt hij slechts één overwinning mis.

In de daarop volgende jaren blijft Ubbiali de successen aan elkaar rijgen. Het is niet veel mensen gegund, maar in 1960 stopt de Italiaan – na 39 gewonnen races – op zijn sportieve hoogtepunt. Net als in 1959 bekroont hij zich tot wereldkampioen in de 125 en 250cc-klasse. Zijn vele titels zijn het resultaat van een overdosis talent en een goede motorfiets, maar ook discipline en regelmatigheid. In zijn hele loopbaan blijft Ubbiali gevrijwaard van ernstige valpartijen en blessures. Dat is geen sinecure omdat hij ook nog deelneemt aan blessuregevoelige evenementen als de Isle of Man of een Zesdaagse.

Carlo Ubbiali

Hall of fame

Naast alle wereldtitels – geheel terecht nam de FIM Ubbiali in 2001 op in de MotoGP Hall of Fame – eigent Ubbiali zich ook verschillende Italiaanse titels toe. In de koningsklasse kreeg hij nooit een kans om zijn krachten met de toppers te meten omdat MV Agusta hem vanwege zijn geringe lengte en gewicht alleen voor de lichtere klassen inzet. Met een topper als John Surtees in het zadel van de halveliter is dat een luxe die MV zich kan veroorloven.