zondag 24 mei 2026
Home Blog Pagina 1029

Honda CB750 FOUR: Het nieuwe normaal

0
Honda CB750 Four Opener

Van viercilindermotorblokken kijken we anno nu helemaal niet meer op. Lang werd het wat de Japanse merken betreft zelfs als universeel aangeduid, maar zo universeel was de vier-in-lijn niet. Tot het najaar van 1968 tenminste, want toen stond de aarde heel even stil: Honda onthulde zijn CB750 Four.

Niet veel later werd het jaar 1969 feitelijk een soort nieuw begin. Zoals er tijdsaanduidingen ‘Voor Christus’ en ‘Na Christus’ zijn, kun je haast spreken van een tijd voor CB750 Four en alles wat erna kwam. Voordat je denkt dat ik voor een soort religieuze sekte predik, moet je je even indenken hoe de motorwereld eruitzag voordat Honda besloot te doen wat niemand deed. Ga even mee terug in de tijd.

Een elektrische starter was een luxe, een schijfrem idem. Als je je bedenkt dat richtingaanwijzers op bepaalde motoren toen nog optioneel waren… Ook aanwezig!

Geen excuus meer

In de periode na de Tweede Wereldoorlog bloeide Europa op. Zoals Amerikaanse soldaten bij terugkeer van de oorlog hun vijf jaar lang bevroren soldij in musclecars en hotrods staken, zo staken Britse militairen hun zuurverdiende geld in café-racers en scramblers. Zij die vochten onder de Union Jack kochten dus massaal tweewielers en de Britse motorindustrie werd in rap tempo de grootste ter wereld, met afstand zelfs. Merken als Norton, Triumph, BSA, Matchless, Brough-Superior, Vincent, Velocette en nog vele andere waren de maat waaraan alle andere merken zich staafden. Helaas hadden ze stuk voor stuk inherente tekortkomingen, waarvoor ook de vaderlandsliefde niet meer als excuus kon dienen. Comfort was geen noodzaak, dus de immense éénpitters en brute tweecilinders waren veelal niet gemaakt om de rijder te ontzien van de door het motorblok geproduceerde trillingen. En voor het starten had je een kickstarter en daarmee was de kous af. Als klap op de vuurpijl werden veel van de Britse motoren gebouwd met gereedschappen die in oorlogstijd waren ingezet om wapentuig te produceren. Slijtage maakte ze niet preciezer, waardoor de betrouwbaarheid niet altijd gegarandeerd was. Dat het gros van de motoren toen nog met een verticaal gesplitst carter werd geproduceerd, maakte ze – met bovengenoemde versleten gereedschappen in het achterhoofd – een dankbaar slachtoffer voor clichématige opmerkingen als ‘Ligt er geen druppel olie onder, dan zit er geen olie in…’. Tel er ook nog even bij op dat de vraag naar Britse motoren dusdanig groot was dat die amper kon worden bijgebeend door het aanbod. Volgens de basisregels van de economie resulteerde dat in onverantwoord hoge prijzen. Maar ja, als mensen willen betalen, waarom zou je als fabrikant dan niet de hoofdprijs vragen?

Bubbel op knappen

Het was een bubbel geworden. De Britse motorrijder wilde enkel Brits rijden. De Engelse motorindustrie exporteerde vele tienduizenden motorfietsen per jaar, terwijl er maar mondjesmaat werd geïmporteerd. Tot Honda kwam met de Honda CB750 Four die je op deze pagina’s ziet. Het in de intro genoemde moment dat de aarde stilstond, is een hyperbool van de aardverschuiving die de Four veroorzaakte. Niet alleen de Britten, maar de gehele wereld was gewend dat zelfs zwaardere in massa geproduceerde motorfietsen zelden meer dan twee cilinders hadden. Tegen het eind van de jaren zeventig waren de geld-geen-probleem-soldaten op een leeftijd dat ze niet alleen die vijf jaarsalarissen aan soldij hadden uitgegeven, ze waren ook ouder geworden, ze hadden een gezin en wellicht zelfs een auto. Tot die tijd was een motorfiets niet zoals nu, een luxeproduct, maar was het voor velen een noodzaak. Had je geen dik salaris, dan had je een motorfiets. Het was het vervoermiddel van de massa. Kortom, de motorfiets was begonnen aan de verschuiving van een vervoermiddel naar een luxeproduct, zoals dat nu voor het overgrote gedeelte van ’s lands motorrijders nog zo is. Zaken als comfort, maar ook waar voor je geld krijgen, kregen meer prioriteit. Die bubbel – voor de Britten verhuld door een patriottische rood-wit-blauw gekleurde zweem en voor ons op het continent opgehemeld door beelden van rebelse motorrijders bij het Ace Cafe – stond op het punt te knappen.

Begin van de teloorgang

De Honda CB750 Four viert dan ook niet alleen zijn eigen vijftigste verjaardag, maar feitelijk ook het vijftigjarig jubileum van het begin van de teloorgang van nagenoeg de gehele Britse motorindustrie. Niet alleen bood de CB750 veel meer, hij kostte ook nog eens beduidend minder dan de op een ongezond hoog prijsniveau gehouden Britse singles en twins. De inmiddels wat minder vaderlandslievende Brit kon niet ontkennen dat de 750 Four wel erg veel waar voor zijn pond sterling gaf.

Toen de viercilinder-CB uitkwam, was het de eerste productiemotorfiets met schijfrem, maar de introductie maakte ook het vier-in-lijn-motorblok in één klap gemeengoed. Dat wil niet zeggen dat er geen viercilinder-motorfietsen waren voordat de CB750 Four uitkwam, want die waren er wel degelijk. Het Belgische FN verkocht in 1905 al de FN Four, die was voorzien van een in lengterichting geplaatste viercilinderkrachtbron. En nadat Indian zijn Amerikaanse concurrent Ace overnam, kwam dat merk ook met een vierpitter, de Indian Four. Tel er dan nog  legendarische viercilinders bij op van merken als Gilera – dat al in de jaren dertig furore maakte met viercilinders – en MV Agusta, dat in 1965 eveneens met een viercilinder was  gekomen. Er was alleen één ding dat al die viercilinders gemeen hadden en wel dat ze niet alleen enorm duur, maar ook heel exclusief waren. Met de CB750 Four maakte Honda de vier-in-lijn bereikbaar voor het grote publiek. Voor een prijs van 6.500 gulden kreeg je een beduidend modernere machine dan alles wat er toen voor dergelijk geld op de markt was. Een Triumph T150-driecilinder kostte je al snel 6.650 gulden, maar dan had je geen bovenliggende nokkenassen, geen elektrische starter en had je ook nog 9 pk minder. De aanvankelijke terughoudendheid jegens de Aziatische afkomst – ‘Wat de boer niet kent…’ – maakte al snel plaats voor acceptatie. Niemand kon simpelweg meer om de Four heen.

Horizontaal gesplitst carter, met de versnellingsbak en het motorblok in eenheid, maar wel met een losse olietank.

Kleine stap, immense sprong

Dat wil overigens niet zeggen dat de Honda CB750 foutloos was, want bepaald niet alles was rozengeur en maneschijn, al was het maar omdat juist de grootste kracht tegelijkertijd zijn grootste zwakte was. Zijn kracht zat hem in het motorblok, de innovatie van een schijfrem in het voorwiel en het horizontaal gesplitste carter, maar technisch was er meer interessant (zie kader). In het rijden bouwde de CB Four met name op het SOHC-viercilindermotorblok, want dat liep zo feilloos dat het de concurrentie buitenspel zette, zoals Neil Armstrong als eerste man op de maan (ook in 1969; toeval of niet?) Columbus’ ontdekking van Amerika tot een uit de hand gelopen boottochtje maakte.

CONCURRENTIE ANNO 1969

In 1969 doorbrak de Honda CB750 Four de Europese hegemonie wat grote motoren betreft. Tot dan toe waren compacte singles en twins alles wat Azië voortbracht. Plots moest de gevestigde orde het stellen met fikse concurrentie uit het land van de rijzende zon. Met name het gebrek aan goedkopere alternatieven had de prijzen van motoren inmiddels onnatuurlijk hoog gehouden. Nu stonden de Britse en Italiaanse merken plots in het hemd. De CB750 Four was echt niet de goedkoopste, maar ook niet de duurste in het segment. Hoewel je meer guldens achter diende te laten, kreeg je met de CB veelal veel meer waar voor het geld dat je uitgaf. Zeker toen de Honda meer en meer werd geaccepteerd, werd duidelijk dat zijn aanschafprijs van 6.500 gulden hoog was, maar geenszins onverantwoord.

MerkTypeHerkomstCCCilindersVermogenStartPrijs
HondaCB750 FourJapan736 ccvier67 pk @ 8.000 tpmOHCelektrischƒ 6.500,-
BSARocket 3Engeland750 ccdrie60 pk @ 7.250 tpmOHVkickƒ 6.350,-
Laverda750SSItalië 743 cctwee50 pk @ 6.500 tpmOHCelektrischƒ 5.995,-
MatchlessG15CSREngeland745 cctwee52 pk @ 6.200 tpmOHVkickƒ 4.995,-
Moto GuzziV7Italië 703 cctwee50 pk @ 6.000 tpmOHVkickƒ 4.995,-
NortonCommandoEngeland745 cctwee52 pk @ 6.200 tpmOHVkickƒ 5.395,-
TriumphTrident T150Engeland740 ccdrie58 pk @ 7.500 tpmOHVkickƒ 6.650,-

Als je de concurrenten tegen elkaar afzet, krijg je een idee van de keuzes waar de motorkoper anno 1969 voor stond.

Het frame was vervolgens juist een vrij conventioneel dubbelwieg-ontwerp en ook de vering voldeed aan de toenmalige standaarden, met relatief basaal een tweetal schokdempers achter en een 35 millimeter dikke telescoopvork aan de voorzijde. Zelfs de roestvrijstalen remschijf was meer een gimmick dan echt een stap in de evolutie; trommelremmen waren toentertijd simpelweg nog de betere keuze wat remvertraging betreft. Hoewel de CB750 al snel als de eerste superbike de geschiedenisboeken in ging – een titel waar overigens ook de Vincent Black Shadow uit 1948 aanspraak op maakt – was hij dat op veel manieren ook gewoon niet. Dat brengt ons terug bij hoe de grootste kracht ook meteen zijn grootste zwakte was. Het bovenstaande in ogenschouw nemend, was de Honda CB750 Four in nagenoeg elk opzicht een revelatie, oftewel een kleine stap voor de motorrijder en een immense sprong voor de motorfiets. Hoe goed de CB750 Four ook was, het ontbrak de Honda in veel opzichten wat het motorrijden van toen zo heldhaftig maakte: er ging niets mis.

Toerentellers trof je toentertijd enkel aan op heel sportieve motoren. Waarvan akte, aldus de CB.

Te goed?

Waar de Britse twins en eencilinders – de Italiaanse viertakten en tweetakten van de oostzijde van de Muur idem dito – je regelmatig onderdompelden in avontuur, met de vraag of hij het ooit weer ging doen en of je ooit nog thuiskwam, bleef de Honda starten en bleef hij lopen. De bereikbaarheid van kilometerstanden van wel 100.000 kilometer zonder serieuze ingrepen had de CB750 zo goed gemaakt dat hij saai was. Tegenwoordig doen we de nukken van Europese motoren graag af als karakter, maar toen was je met een Honda CB750 maar gewoon een braverik en zeker geen lefgozer. Al was het maar omdat de kunst van het kickstarten – let wel, de 750 Four hád wel een kickstarter, maar waarom zou je je eraan wagen als een druk op de knop volstaat? – spoedig met uitsterven zou worden bedreigd.

De Honda VB750 Four was een prestigeproject, een uithangbord.

In lijn met dat brave, in lijn met dat te goede, leek Honda te verzanden in eenzelfde situatie van de remmende voorsprong als eerder de Britten. De CB750 Four was de nieuwe maatstaf geworden, maar omdat hij zo goed was, zag Honda niet per se de noodzaak de CB750 aan te pakken of te verbeteren. Zo bleef die viercilinder-CB tien jaar lang nagenoeg ongewijzigd. Zelfs toen Kawasaki in 1972 de veel sterkere, net zo betrouwbare en qua rijwielgedeelte superieure 900cc-Z1 uitbracht, ging er geen lampje branden.

Startschot

Je kunt Honda de haast lakse kijk op de levensloop van waarschijnlijk de belangrijkste motorfiets van de twintigste eeuw absoluut kwalijk nemen, maar ergens is het wel begrijpelijk. Honda had gedaan wat niemand deed. Soichiro Honda en de zijnen keken naar een markt die volledig was geënt op het in stand houden van motoren die qua ontwerp voortborduurden op inmiddels haast archaïsche principes en deed wat geen enkele andere fabrikant durfde. Met het uitbrengen van de CB750 Four had Honda de regels niet gebroken, maar simpelweg een compleet nieuw reglement opgesteld. Als er ooit een motorfiets is gebouwd onder het motto ‘omdat het kan’, dan is het de Honda CB750 Four wel. Meer nog was het echter een statement naar landgenoten Kawasaki, Yamaha en Suzuki. Zoals later de CBX1000-zescilinder deed en het NR-ovale-zuiger-motorproject was de CB750 Four een prestigeproject, een uithangbord. Honda zag potentie in een wereld waarin multicilinders de motorfiets als entiteit naar een hoger plan konden tillen, maar in plaats van die monstertaak volledig zelf op zich te nemen, gaf het enkel het startschot voor een nieuw tijdperk, waarin alle Japanse merken een rol zouden moeten spelen. Al werd het startschot van die viercilinder-CB750 in 1969 niet met zo’n laf klapperpistooltje als op de atletiekbaan gegeven. Het was eerder een kanon. Een joekel van een kanon ook nog.

Abnormaal normaal

Vijftig jaar geleden was nog niet duidelijk hoer belangrijk de Honda CB750 Four in de motorwereld zou worden. Honda was zelf terughoudend, met een initiële geplande productierun van slechts 1.500 motoren per jaar. Dat werd al snel opgeschroefd naar 3.000 per maand, met als eindresultaat meer dan 400.000 geproduceerde exemplaren van de CB750 Four.

Het eerste wat opvalt wanneer je plaatsneemt in het zadel is hoe dik en zacht het is. De voetsteunen staan voor het gevoel erg laag en breed en het verchroomde stuur slingert haast komisch ver in de richting van de rijder. Ondanks de bescheiden kilometerstand van 9.884 is de CB toch echt vijftig jaar oud. Desondanks laat de 750 zich met plezier wekken met de elektrische startmotor. De met olie bespoten koppelingskorf was voor die tijd enorm compact en binnenboord gehouden, wat ontkoppelen eenvoudiger maakte. Zo eenvoudig zelfs dat ik de motor door de lichte bediening meermalen laat afslaan. Het maakt de aanwezigheid van de kickstarter tot een dankbare toevoeging. Als het viertal 28-millimeter Keihin-carburateurs eindelijk vakkundig voor vulling van de 738cc-viercilinder kan zorgen, klinkt de Honda Four-symfonie over de smalle straatjes van het Franse kustplaatsje Biarritz. Met beleid en een streepje gas komt de oude dame van zijn plek. Wat vooral bijzonder is, is hoe zelfs deze vijftig jaar oude CB al over het ‘thuiskomen’-gevoel beschikt, waar Honda patent op heeft. Eenmaal met de wielen in gang lijkt alles precies te zitten waar het hoort te zitten. Door Honda’s onorthodoxe keuze om voor een lange slag te gaan, klinkt de CB wel zoals een Japanse vier-in-lijn hoort te klinken, maar trekt hij van onderuit nog opvallend krachtig weg. Het blok verdient verder een pluim voor het gemak waarmee het in toeren klimt, zij het wat luidruchtig, maar dat is luchtkoelers eigen. Schakelen gaat naar moderne maatstaven niet soepel, maar stroef is het ook geenszins.

Indertijd werd de zit van de CB geroemd om het comfort en anno nu gaat die vlieger nog steeds op. Het dikke zadel voelt als een dik kussen en ook de vering – ten tijde van de introductie als wat straf omschreven – absorbeert veel van de oneffenheden in het Zuid-Franse wegdek. Ook verkeersdrempels veren moeiteloos onder de CB’s wielen door. En dat terwijl Europa’s eerste verkeersdrempel pas een jaar na het uitkomen van de CB750 – in ons eigen Delft nog wel – werd geplaatst.

Als het met verkeersdrempels en slecht wegdek bezaaide dorpje achter me ligt, komt de CB750 pas echt tot zijn recht. De wegen langs de Atlantische kust worden weidser en bieden de mogelijkheid een vleugje van zijn bijnaam superbike te inhaleren. In de derde versnelling, met het gas tegen de stuit, verslikt het blok zich heel even, om vervolgens met een donkere versie van een onmiskenbare Japanse viercilinderbrul door te pakken. Met het blok vrij ademend laat hij zich met speelse eenvoud naar het vierde en vijfde verzet voeren. Toeren maken biedt daarin absoluut soelaas.

Als het enthousiasme van een tweewielige legende als deze de berijder de baas is geworden, wordt het tijd de aandacht van de SOHC-viercilinder te verleggen naar die eerste schijfremmen op een productiemotorfiets. De illusie die je dan rijker wordt, blijft je bij. De opdoemende bocht blijft zelfs met hard knijpen sneller opdoemen dan ik zou willen, waarna twee verzetten terugtrappen en de ouderwetse trommelrem in het achterwiel aanspreken deze jubilerende klassieker van een onfortuinlijk Joe Bar-momentje weet te redden.

Terug de heuvel af rijdend, weet ik nu dat die zelfcentrerende remklauw en schijf niet de overdaad is die mensen er toen in zagen. Ook kan ik ontkrachten dat de eens blijkbaar straffe vering opvallend comfortabel is en het blok, met de tijdsgeest in ogenschouw genomen, inderdaad de naam superbike verdient. Meer nog dan al het bovenstaande bewijst deze kortstondige proeverij dat de Honda CB750 Four – zo speciaal als hij is – eigenlijk zo speciaal niet aanvoelt. Feitelijk vinkt de Four alle hokjes af die een motorfiets tegenwoordig moet afvinken, met zijn twee spiegels, standaard richtingaanwijzers, elektrische starter, killswitch en betrouwbare krachtbron; zaken die we tegenwoordig als gewoon beschouwen. Zelfs al kun je niet om zijn nalatenschap heen, je kunt de CB750 op geen enkele manier anders bestempelen dan als angstvallig normaal. En laat hem daar nu juist de crux zitten; hij voelt zo abnormaal normaal, omdat de Honda CB750 Four toen die in 1969 op de markt kwam plots het nieuwe normaal werd.

Honda CB-viercilinders anno nu

Dat Honda raak schoot met de CB750 Four weten we ondertussen wel. Dat die vier-in-lijn de weg bestraatte waar anno nu nog altijd de ene na de andere CB-viercilinder overheen dendert, kan ook niet missen. Na de CB750 volgde tien jaar later de CB900F Bol d’Or, waar in de jaren tachtig ook een 1100 van kwam. Rond die tijd begon Honda de aandacht te verleggen naar V4-modellen – eerst de VF-reeks, later de VFR’s – maar de vier-in-lijn bleef altijd. Ook in compactere vormen, met onder meer een CB350F- en CB400F-tweeling in de jaren zeventig. De 500 en 550 waren zelfs waarlijke CB750s in het klein.

Met de huidige retrotrend in volle gang zal het niet verbazen dat Honda momenteel niet één, maar zelfs twee CB-modellen in het gamma heeft die direct verwijzen naar het model waarmee Honda volwassen werd. Met name de CB1100EX – met zijn blok vol historisch correcte koelvinnen en stereo-achtervering – lijkt in alles een modernere interpretatie van de CB750 Four. De CB1000R is nog een slag moderner en vertegenwoordigt wat Honda de Neo Sport Café-stijl heeft gedoopt. Desondanks valt er nog altijd zonder veel moeite een vergelijking te trekken met de jarige CB750.

MOTORbeurs-winnaar Michel ontvangt Kawasaki Z650

0
Kawasaki z650

De MOTORbeurs Utrecht; het lijkt door alle toestanden waar we midden in zitten al haast een half jaar geleden, maar voor de 31-jarige Michel van der Gouw voelt het nog altijd aan als gisteren. Hij won namelijk de gloednieuwe Kawasaki Z650 door op de MotorNL-stand het juiste aantal ballen te raden in de speciale Kawasaki Z650-ballenbak. Dinsdag 26 mei – ietsje later vanwege corona – kreeg Michel in Garage 29 op het MotorNL-hoofdkwartier in Hilversum de nog maagdelijk nieuwe Kawasaki Z650 officieel overhandigd uit handen van Bart Verhoeven. Hoewel Michel inmiddels al flink heeft kunnen wennen aan het feit dat hij de gelukkige winnaar is, kon je duidelijk van zijn gezicht aflezen dat hij het nog steeds amper kan bevatten. Niet zo gek als je weet dat hij nooit eerder zoiets gaafs won. De timing om een keertje wél te winnen, kan dus niet beter!

Dit vindt MotorNL van de 2020 Kawasaki Z650

Eddie de Vries, hoofdredacteur MotorNL: ‘Het topvermogen is gehandhaafd, het middengebied ietwat versterkt en het maximale koppel minimaal afgeroomd. Dat houdt het herkenbare karakter overeind. Een karakter dat zich kenmerkt door de alerte gasreactie en de motivatie om toeren te draaien. Het nieuwe fonkelende tft-scherm tilt ’m moeiteloos het nieuwe decennium binnen. Het verbaast me dit op een motor van € 7.999,- aan te treffen. Prima vering, een 140-achterslof en 183 rijklare kilogrammen zijn de drie belangrijkste veroorzakers van een meer dan prettig stuurgedrag. Het klopt gewoon. De rempartij ontstijgt dit segment en in het verlengde daarvan krijgt de versnellingsbak een compliment: net zo trefzeker en soepel als voorheen. De lage zit, ranke taille en het smalle stuur zijn er om iedereen de mogelijkheid van een Kawasaki Z650 te bieden, waardoor de langere Nederlander vanzelfsprekend krap zit. Daarom is het des te fijner dat Kawasaki een hoger zadel aanbiedt dat de zitpositie duidelijk verbetert.

Zo gaat het verder

We gaan Michel de komende maanden intensief volgen tijdens zijn kilometers met de Kawasaki Z650. Dat doen we via onze website MOTOR.nl, via YouTube, Facebook, Instagram, in onze wekelijkse nieuwsbrief en natuurlijk via MOTO73 en Promotor magazine. Kortom, je gaat hier nog veel meer van horen!

Terug naar toen – 1995 – Deel 1

0

Fileren

Brabander Jan Lemmers is een volbloed Gold Wing-fan, maar hij houdt er een eigen visie op het slagschip van Honda op na. Hij ‘fileert’ ze namelijk het liefst tot naked bike. Al eerder deed hij dat met een GL1000, maar nu ook met een 1500, de kolossale zescilinder. Ter geruststelling: hij gebruikte daarvoor wel een schade-exemplaar. Lemmers ontdoet die GL1500 van alle technische en elektronische snufjes en luxe. Enkele voorbeelden: kuip, koffers, plaatwerk, radio, achteruitversnelling, elektronische regeling van vering en demping en cruisecontrol. Geen simpel klusje trouwens. De demontage kost hem twee maanden, vooral het ontmantelen en inkrimpen van de draadboom is een heidens karwei. Ook de ingewikkelde carburateurs verdwijnen: ‘Inclusief de achttien vacuümslangen die allemaal verbonden zijn met klepjes in het plaatwerk en de elektronica’. Simpele exemplaren van een gewone custom nemen hun plaats in. Al met al verdwijnt er zeventig kilo ‘overbodig materiaal’ van de Gold Wing.

Terug naar toen – 1995 – Deel 2

Lemmers verlaagt ook het rijwielgedeelte en verlengt juist de voorvork. De dummytank maakt plaats voor een verzaagde boiler. Het zadel – het misstaat niet in de hippische sport – is grotendeels zelfbouw. De lange flappen maskeren de afwezigheid van zijpanelen. Vampire-uitlaten vervangen de originele dempers. Geen blèrpijpen trouwens. Grappig is de aanpak van de massieve voorkant en het uitgebreide instrumentarium: die maken plaats voor de koplamp van een Suzuki en een simpel mijlentellertje van een Kawasaki-tweetakt.

Verbouwde Gold Wing – MOTOR 27, 6 juli 1995

Raad een blok

Kijk eens naar de foto. Herken je het blok? Het is duidelijk een eencilinder en gezien de forse carterplaat is er sprake van een crosser of een allroad. Maar ja, daar zijn er nogal wat van. Nou, het is de krachtbron van de Cagiva Canyon 600. Een 601cc-eenpitter met een vermogen van 34 pk bij 6.000 tpm. De Canyon wordt gepresenteerd als funduro. Dus voornamelijk voor gebruik op normale wegen en soms misschien een stukje gras. Crossen door rul zand of over rotsachtige paden zou trouwens echt onverstandig zijn. Want de Cagiva heeft dan wel een dikke metalen plaat ter bescherming van het blok, de kwetsbare oliekoeler daar net boven ligt er open en bloot bij.

Cagiva-blok – MOTOR 46, 16 november 1995

Krijsende remmen

Het merk Münch staat voor exclusiviteit. Grondlegger Friedel Münch begon in 1966 met de inbouw van een 1000cc-blok van een NSU Prinz in een door hem ontworpen rijwielgedeelte. In de loop der jaren groeide de cilinderinhoud naar 1177 en 1370 cc, vervolgens naar 1527 en 1786 cc om te eindigen bij de Titan, die 1996 cc telt. In totaal heeft Münch een kleine vijfhonderd straatmotoren gebouwd.

MOTOR-correspondent Alan Cathcart krijgt de gelegenheid om kennis te maken met de 1600 TTS-E. De E staat voor ‘Einsitzer’. Aan alles zie je het hoge gewicht van de motorfiets af. Die weegt 277 kg, droog welteverstaan. Het blok neemt daarvan honderd kilo voor zijn rekening. De ‘machtige’ motor levert 120 pk bij 7.500 tpm en heeft vier versnellingen. Misschien overbodig om te vertellen: de TTS-E kan zeer schakellui bereden worden.

Alles is indrukwekkend aan de viercilinder. Het blok natuurlijk, maar ook de hoge tank, dubbele stabilisatornokken aan de voorvork en de dubbele trommelrem met luchthappers in het voorwiel. Maar hoe indrukwekkend ook, als haarspeldbochten elkaar snel afwisselen krijgen de remmen het heel moeilijk: ‘De voorste stopper begint te krijsen, daarna valt de achterrem in, en nog enkele bochten verder weigeren beide gewoon alle dienst… in een dikke, stinkende rookwalm!’.

Tekst: Marcus Roggeveen

MOTOR 30/31, 27 juli 1995

Prijsuitreiking Kawasaki Z650 bij MotorNL

0

Michel won de gloednieuwe Kawasaki Z650 door op de MotorNL-stand tijdens MOTORbeurs Utrecht het juiste aantal ballen te raden in de speciale Kawasaki Z650-ballenbak. Afgelopen dinsdag nam hij zijn prijs in ontvangst!

Sportfoto: Max Verstappen en Jeffrey Herlings

0
Maxx Verstappen en Jeffrey Herlings

Met Max Verstappen en Jeffrey Herlings hebben we twee absolute wereldtoppers ‘in huis’. De gelijkenissen tussen de twee kanonnen zijn groot. Beiden volgenden hun vader in dezelfde sport veel succesvoller op, beiden waren van jongs af aan bloedsnel en beiden hebben de potentie om nog veel groter te worden dan ze nu al zijn. Maar er is één groot verschil en dat is de ondergrond waarop ze rijden. Normaal gesproken zouden we de twee dus nooit in één actiefoto zien, maar normaal gesproken geldt gelukkig niet voor Red Bull. En dus zien we ze hier samen rijden op het strand van de Noordzee. Max en Jeffrey, waar een heel klein land verschrikkelijk groot in kan zijn.

Waar een heel klein land verschrikkelijk groot in kan zijn.

British Motorcycle Federation roept op tot minder lawaai

2

De BMF heeft een verklaring uitgegeven waarin ze alle motorrijders vraagt zich te onthouden van wat voor motoroverlast dan ook. Lawaai kan veroorzaakt worden door het moedwillig opjagen van toerentallen, het maken van wheelies, gebruiken van ongedempte uitlaten, bedenk het maar. BMF beweert ook dat niet iedereen houdt van motorlawaai, wat een enorme understatement is.

Duitsland gaat herriemotoren verbieden

De verklaring is uitgegeven nadat de BMF ‘klachten heeft ontvangen van publiek uit het hele land over luidruchtige motoren’.

De BMF raadt motorrijders af de motor van bepaalde aanpassingen te voorzien die het geluid van de motor kunnen verhogen. Ook vragen ze af te zien van het op hoge toerentallen door woonwijken rijden.

Bimota KB4 gespot met mysterieuze inlaat op zijkant

0

De Bimota Tesi H2 is een motor waarvan menig motorhart op hol slaat. De supercharged sportmotor bevat techniek om je vingers bij af te likken, waarvan vooral het naafbestuurde voorwiel opvalt. Die dure manier om je motor de bocht in te sturen was altijd al een dingetje van Bimota. De andere motor waaraan Bimota de laatste hand legt, is de KB4. Deze volledig bekuipte Bimota is meer een modern-classic.

Hoe ze het voor elkaar krijgen, is ons een raadsel. Maar het Japanse Young Machine wist de Bimota KB4 te betrappen bij een benzinestation in Rimini. Opvallend op deze foto’s is de lange luchtinlaat, die van voor naar achter loopt, aan de linkerzijde van de motor.

Je zou denken dat het de inlaat is voor de Kawasaki supercharger, wat nogal een verrassing zou zijn. Immers verwachten we dat Bimota KB4 gebaseerd is op de Ninja 1000 SX. Maar omdat de luchtinlaat tot aan het einde van de achterzijde loopt, is de meest redelijke gok dat de Bimota KB4 de radiator/oliekoeler in de kont heeft geplaatst. Denk daarbij aan de Benelli Tornado Tre 900. We verwachten niet dat de KB4 net als de Benelli ook is voorzien van ventilatoren.

Honda CBX1000 (1979) – De Transformatie

0
Honda CBX1000

Stephan van Walraven had eigenlijk vooral iets met sportieve motoren. ‘Maar je wordt ouder, je, smaak verandert en ik bouwde zelf een motor op basis van een Suzuki T500’, vertelt hij. ‘Toen ik de Honda CBX1000 in handen had – eindelijk! – was één ding van meet af duidelijk: de vormtaal van mijn T500 zou meereizen naar die waanzinnige zescilinder.’ Stephans baas kreeg te horen dat hij twee weken CBX-vakantie nam en een werkruimte vulde zich met klanken van gezwoeg en industriële geluiden. Twee weken later was de motor in de basis klaar en twee maanden later kon hij de weg op. 

Honda CBX1000

‘Mijn eerste zelfbouw was een Suzuki T500, maar eigenlijk had ik altijd al mijn oog op de Honda CBX1000 waarop iemand in mijn kennissenkring rondreed’, vertelt Stephan van Walraven. Op een bepaald moment werd hij verkocht, maar hij ontglipte me. Totdat degene die hem had gekocht er toch geen tijd voor bleek te hebben en hem alsnog aanbood. Eindelijk dan toch: verkocht. Aan mij! Dat de achterbrug in stukken lag, was met de plannen die ik met de motor had geen enkel probleem. De eerdere eigenaar van de CBX die nu de mijne is, had er twee, maar ging weg uit Nederland. Puur toeval: mijn buurman liep de eigenaar van de CBX weer tegen het lijf in de lobby van een buitenlands hotel en kocht de gehavende CBX. De vorige eigenaar was al begonnen met een ombouw, de vork lag eraf en er zat een CBR600-achterbrug op. Ik was er verliefd op geworden toen ik hem voor het eerst zag rijden. Een jaar later bood mijn buurman hem alsnog te koop aan: geen tijd. Ik was de eerste die hem aangeboden kreeg. Hij kwam nu toch op mijn pad en ik vond dat er geen moment te verliezen was. We hebben hem dan ook direct overgesleept.’

De motormaker: Daan Borsje, Moto Adonis

Overslepen en beginnen

Stephan pakte de zaken voortvarend aan. ‘Ik had uren over van mijn werk, nam meteen twee weken op en ben direct begonnen. In die twee weken wilde ik een grote klap maken. Ik heb de achterbrug van een Ducati 999 erop geschoven. Het was een enorm gedoe om de achterbrug met monoshock goed te krijgen. Er kwam heel veel laswerk aan te pas. Letterlijk veel passen en meten was het, alles ter plekke erbij houden en dan pas lassen. Toch had ik hem twee weken later al ver klaar. Als ik wat heb, moet er gelijk wat gebeuren. Het rijwielgedeelte was af, wat nog restte waren de uitlaten en stepjes plus het spuiten. Binnen twee maanden na de komst van de CBX kon ik rijden, maar vergis je niet: uiteindelijk heeft het allemaal echt heel veel tijd gekost…’

Honda CBX1000

Het ging zeker niet allemaal vanzelf, zo vertelt Stephan. ‘Het bleek een behoorlijke uitdaging om de wielen eronder te krijgen. Ik heb hem zo goed weten uit te lijnen als het kon. De vertanding was een probleem vanwege een afwijkende maat bij de CBX. Ik heb de maat van de Duc overgenomen en zelf een tandwiel gemaakt. Het is vanaf het begin de bedoeling geweest een motor neer te zetten die zich qua rijden niet hoeft te schamen naast een moderne. Geen modepopje dus, maar een motor om mee naar Zuid-Frankrijk te rijden. De voorvork komt van een Honda CBR600RR, dus dat stuurt goed. Wel wil ik nu een wat langere, want de zithouding die ik nu heb, is dan weer niet erg geschikt voor een rit naar Frankrijk. Door de andere voor- en achterkant rijdt hij strak! De bescheiden voorvork en de dunne bandjes van het origineel zijn juist de beperking qua rijden. Nu heeft hij ook goede remmen en dan staat eigenlijk niets je meer in de weg. Je rijdt door de Ardèche en qua sturen voelt het alsof je op een vrij moderne GSX-R1000 zit.’

Zingende zes en AliExpress

De stepjes heb ik zelf gemaakt en ik monteerde een zes-in-twee-uitlaat. Die komt in de basis uit China, gewoon van Ali Express. Zelf heb ik hem mooi en mooi passend gemaakt. Toen kwam de volgende uitdaging, deze keer bij dat waar het bij een CBX toch om draait: de zescilinder. Al heb ik het blok wel helemaal gepolijst, er hoefde vanwege een kilometerstand van net 30.000 amper wat te gebeuren. Een uitzondering was het afstellen van de vacuümcarburateurs. Om niet al mijn tijd te verliezen met iets wat je mogelijk toch niet goed krijgt, heb ik dit uitbesteed aan Six Center in Nieuwleusen. Bert daar is een echte expert en toen hij eenmaal revisiecarburateurs had gemonteerd, liep hij geweldig. Sindsdien levert het blok alles wat je van een Honda CBX1000 verwacht: kracht en op toeren ‘zingt’ hij met een F1-achtige huil die je als motorfan tot in je beenmerg raakt.’  

Toen de motor zowat klaar was, was het tijd voor het spuitwerk. ‘Tot overmaat van ramp had ik net de tank van anderhalve meter hoog laten vallen en hij zag er niet uit. Het was zo erg dat ik op zoek ging naar een andere, maar dat lukt niet zomaar. Dus heb ik toch de huidige tank weer helemaal opgelapt. Daarna heeft mijn overbuurman de motor Harley-zwart gespoten en ben ik gaan proefrijden. Er moesten toen nog wat dingetjes worden veranderd, waaronder de schakelpook. Laatste fase: afmonteren, alles erop en anderhalve week later ging ik voor het eerst met hem op reis. Naar Frankrijk, maar dat zal nu wel geen verrassing meer zijn…’

Digitale teller met analoge looks
Honda CBX1000
De wielen achter zijn van een Ducati 999, die zijn voorzien van banden met een relatief geringe bandhoogte
Honda CBX1000
Alternatief gebruik: de koplampbeugels zijn gemaakt van de originele bloksteunen.
Ledstrookje aan de achterkant, verder zie je helemaal niks

Om de magie terug te krijgen

Iets minder dan tien jaar nadat Honda de motorwereld ademloos (en de Britse motorbouwers kansloos) had achtergelaten met de viercilinder-CB750 dreigde het merk, of in elk geval het imago van het merk, wat in te zakken. De Honda CBX1000 met zijn zescilinder onder de tank was in 1978 de fiets die hier iets aan moest gaan doen. Honda promootte hem bij de Isle of Man TT, maar je zou kunnen zeggen dat het toch vooral die zescilinder was die de pr in goede banen moest leiden. Het blok klonk geweldig, stuwde de CBX naar 210 km/u en oogde stoer en breed, al is het in de praktijk maar een klein beetje wijder dan dat van een CB750. De eerste oplage van de snelle Honda werd zonder opsmuk opgedist: de eerste jaren kwam hij ‘kaal’ aan bij de dealer, met zilverkleurige bloklak (‘Dat is het mooist’, volgens Stephan). Daarna werd dit  antraciet. In zijn latere jaren (vanaf de CBX-B uit 1981) groeide de CBX uit tot toerbuffel: met kuip en een set koffers kon je met zes pitten (en een paar pk minder) de wereld rond.

Honda CBX1000
Honda CBX1000 1978

De transformatie

Hoe een rommelige klassieker een consistent en goed rijdend origineel werd. Zeker niet (alleen) voor de show:  deze stoere zwarte Honda CBX1000 is ontworpen en gebouwd om mee te rijden. Liefst ver.

De originele tankkleur moet je ding zijn
Met de lijn van de Suzuki T500 graag
Hoofdpijn en rijgenot in een element: de achterbrug
Met een moderne voorvork stuurt hij ook modern
Eén, twee, drie, vier… vijf en zes!
Mooi gepolijst komt het blok volgens Stephan het best tot zijn recht
En nu… op reis!

Test Ducati Indiana

0
Ducati Indiana

Geen succes voor voorganger van Diavel

Tijdens de Eicma van 2010 verraste Ducati vriend en vijand met de Diavel. De mannen uit Bologna, bekend om hun sportmotoren, presenteerden een cruiser… Verrassend genoeg was het niet de eerste maal dat ze de wereld lieten opschrikken met zo’n afwijkend model. Eind jaren tachtig probeerden ze tevergeefs succes te oogsten met de Indiana. Inderdaad, een echte chopper.

Heel veel kilometers heeft eigenaar Jack van Gompel nog niet toegevoegd aan de kilometerstand waarmee hij de Ducati 750 Indiana kocht. Hoewel hij de Italiaanse chopper inmiddels zo’n twaalf jaar bezit, staat de teller net iets boven de 14.000 kilometer. ‘Ik kocht hem met ongeveer 12.000 kilometer, dus ik heb hem niet heel vaak aangeraakt’, geeft Jack eerlijk toe. ‘Ik heb er echter weinig omkijken naar, moet ik zeggen. Toen ik hem kocht, heb ik een uitgebreide servicebeurt laten doen en daarna is alleen de accu nog een keer vervangen. Ik heb echt nooit problemen. Met geen enkele Ducati heb ik die trouwens gehad’, voegt hij eraan toe. Inmiddels stonden er toch redelijk wat Italiaanse exoten in huize Van Gompel. ‘Ik ben begonnen met een 748, die uiteindelijk plaats moest maken voor een 848. De laatste jaren was ik in het bezit van een Monster 1100.’

Ducati Indiana

De komst van de Indiana was best opmerkelijk te noemen, aangezien de 53-jarige Jack in het verleden voornamelijk sportmotoren in zijn garage had staan. Na een GS550 van Suzuki als eerste motor passeerden er nog een Kawasaki ZZR600, een Yamaha YZF600R Thundercat, een Aprilia RS250 en een Honda CBR600F de revue, gevolgd door zijn Ducati’s. Gezien het sportieve rijtje maakte Jack in 2007 dus een ietwat vreemde keuze met de aankoop van de 750 Indiana. Daarvoor heeft hij echter een goede verklaring. ‘Ik heb hem eigenlijk gekocht voor mijn vrouw’, geeft hij aan. ‘We hebben allebei ons rijbewijs gehaald toen we 23 jaar waren. Destijds reed ze op een licht choppertje van Yamaha, maar toen eenmaal ons eerste kind werd geboren, is ze gestopt.’

Nadat Caroline een ritje met de Indiana had gemaakt, was echter gelijk duidelijk dat Jack voorlopig de enige rijder zou zijn die in het zadel van de Duc kwam te zitten. ‘Toen Jack die motor had gekocht, heb ik even gereden, maar ik merkte dat ik te voorzichtig ben geworden’, vertelt ze daarover. ‘Te lang niet meer gereden en natuurlijk wat ouder geworden… Het nemen van bochten liep allemaal niet zo soepel meer.’

De afgelopen jaren reed Jack niet vaak op de Indiana, vooral te danken aan het feit dat hij twee motoren in de schuur had staan. ‘Als ik met een groepje vrienden ging rijden, nam ik toch altijd de Monster 1100 mee. Ik reed sowieso niet zo heel veel meer, dus besloot ik ook om voortaan nog maar één Ducati in de garage te zetten. De Indiana bleef, de Monster mocht gaan. Die chopper kost me nauwelijks iets en ik heb stiekem ook de hoop dat hij zelfs iets meer waard wordt. Dat hoefde ik van die Monster 1100 niet te verwachten.’

Geboorte van vreemd eendje

Tijdens zijn digitale zoektocht naar een leuke chopper voor zijn vrouw kwam Jack van Gompel via Google uit bij de Ducati 750 Indiana. Hoewel sites als Marktplaats uitpuilden van de Japanse choppers koos de Brabantse interieurbouwer ervoor om te speuren naar dit minder bekende model uit Italië. ‘Om eerlijk te zijn, wist ik ook niet van het bestaan af. Pas tijdens mijn zoektocht stuitte ik op de Indiana, die bij een particulier te koop stond.’

Toen Jack eenmaal in het bezit is van de Ducati kwam hij langzaam aan meer te weten over deze toch wel opmerkelijke chopper. ‘Een collega van me had een boek waarin allerlei wetenswaardigheden over Ducati stonden. Zodoende kwam ik erachter dat er niet heel veel Indiana’s rondrijden. En dat kan ook wel kloppen, want ik ben er zelf nog nooit eentje tegengekomen.’

Heel vreemd is het niet dat Van Gompel nooit een ‘bloedverwant’ is tegengekomen, want Ducati’s Indiana is toch een redelijk zeldzaam model met slechts 2.318 gemaakte exemplaren. De chopper werd slechts van 1986 tot en met 1990 geproduceerd, waarbij in het laatste productiejaar enkel een speciale uitvoering voor de politie in Bologna van de band rolde. Hoewel de Indiana geen ongelooflijke verkoopcijfers kon overleggen en vrij snel van het podium verdween, was de geboorte van het vreemde eendje wel te verklaren. Eind jaren tachtig was, vooral in Noord-Amerika, de chopper erg populair en ook Ducati wilde een graantje meepikken van die opmars. Of nou ja, eerder de Cagiva-groep. Via twee verschillende verkoopkanalen trachtte eigenaar Claudio Castiglioni succes te boeken op die specifieke markt. Morini kwam met de Excalibur en de New York, terwijl Ducati het via de Indiana voor elkaar moest zien te krijgen. Kort voor de bouw van deze chopper wist Castiglioni namelijk het merk uit Bologna aan zijn portfolio toe te voegen en dus is het niet vreemd dat er veel invloeden vanuit Cagiva werden doorgevoerd. Het ontwerp werd in Varese uitgewerkt en ook het frame was afkomstig van een Cagiva-model, de Elefant. Zonder blikken of blozen werden veel dezelfde onderdelen gebruikt, iets wat ook gemakkelijk te herkennen is als je de motor onder de loep neemt. De Indiana zit vol met olifantenlogo’s. Op de voorvork, het stuur en het luchtfilterhuis is het bekende beeldmerk van Cagiva te vinden. Hoewel er veel invloeden van Cagiva in de Indiana zitten, is er ook wel degelijk nog een belangrijk Ducati-onderdeel te vinden. Onder leiding van technisch directeur Massimo Bordi werd namelijk de 650cc-Pantah-V-twin met desmodromische klepbediening in deze chopper gelepeld. Het maximaal aantal pk’s werd teruggebracht naar 52 stuks, de nokkenastiming werd gewijzigd en de oorspronkelijke Dell’Orto-carburateurs moesten wijken voor een setje van Bing om de gasreactie zo soepel mogelijk te maken.

Stuk succesvoller

Hoewel Ducati met de Indiana helemaal geen verkeerde chopper neerzette, kwam de verkoop van dit model vooral in Amerika maar moeilijk op gang. Ook in ons land lijkt er nauwelijks interesse te zijn voor de Indiana, in de vorm van een 750. Mede door een flinke daling van de stevige introductieprijs van ƒ 14.990,- naar ƒ 11.500,- wist de Nederlandse importeur uiteindelijk toch de verkoop op gang te krijgen. Er moest zelfs een Amerikaanse partij 650’s (met mijlenaanduiding op de klokken) aan te pas komen, die met een gunstig prijskaartje van € 10.500,- bij de dealers kwamen te staan. De derde variant van de Indiana, een 350cc-twin, was enkel bestemd voor de Italiaanse markt vanwege een gunstiger belastingtarief.

Een doorslaand succes werd de Italiaanse chopper uiteindelijk dus niet, terwijl Ducati zeker geen slechte kwaliteit leverde door onder meer producten van bekende toeleveranciers te gebruiken. Brembo leverde de rempartij, terwijl de 40-millimeter-voorvork en de stereoschokdempers uit de fabrieken van Marzocchi kwamen. Ook voldeed de Italiaan aan haast alle choppervoorwaarden van die tijd. Niet enkel het uiterlijk met de traanvormige tank, het lage zadel en het hoge stuur klopte, maar ook op technisch vlak kwam de Ducati Indiana beslagen ten ijs. Met een naloop van 132 millimeter en een balhoofdhoek van 32 graden stond hij op gelijke voet met een concurrent als de Yamaha XV700 Virago. En uit de verschillende rijtesten was ook duidelijk op te maken dat deze Ducati prima stuurde en dat de rijder op pad werd gestuurd met een levendig V-twin-blok, begeleid door twee fraai klinkende Lafranconi-uitlaatdempers.

Ducati Indiana

Het is dan ook moeilijk om de vinger op de wond te leggen waar het precies is misgegaan met de verkoop van de Indiana. Misschien was het koperspubliek niet gewend aan het feit dat Ducati ook met een chopper kon komen? Of hadden de Italianen toch niet echt een goed strategisch plan achter dit ‘graantje meepikken-model’ staan? Feit blijft dat ze al na vier jaar besloten om de stekker eruit te trekken. Ducati’s tweede poging blijkt in elk geval een stuk succesvoller te zijn. Hun huidige cruiser, de Diavel, lijkt hen geen windeieren te leggen. In 2011 kwam dit model op de markt en dat is nog altijd een sterke troef binnen de gevarieerde modellenlijn van Ducati. Knappe prestatie uiteraard, maar misschien ook wel te danken aan de ervaringen die Ducati op dit vlak had met de geflopte Indiana? Wie zal het zeggen?

Rijden met de Ducati Indiana

Eigenaar Jack van Gompel is zo vriendelijk om de sleutels van de Ducati Indiana aan mij te overhandigen, zodat ik een rondje met deze bijzondere Italiaan kan maken. Zonder enig probleem schudt de V-twin zichzelf wakker als de startknop is ingedrukt, maar heel krachtig pompen beide zuigers niet op en neer. Elke seconde heb je het idee dat de Indiana de interne arbeid wil beëindigen. Stationair blijft hij continu op het randje draaien, zoals een Harley dat ook graag doet overkomen. Als ik de dorpskern van het Brabantse Bergeijk achter me heb gelaten, kan ik voor het eerst de gaskleppen aan het werk zetten. Hoewel de Italiaanse chopper niet beschikt over een tsunami aan pk’s voelt de Indiana toch nog verrassend krachtig aan. De gasreactie is spot-on en zorgt ervoor dat deze Italiaan heel controleerbaar te rijden is. Duidelijk is dat het maximale koppel zich in het middengebied heeft verstopt, want daar is de acceleratie het meest pittig. De twin klinkt daarbij heel aangenaam via de standaard Lafranconi-uitlaten. Het gebruiksgemak van de Indiana wordt benadrukt door de koppeling en het bedienen van de vijfbak. Je schakelt heel gemakkelijk over naar een volgende versnelling. Ook bochten afdraaien lijkt de Ducati gemakkelijk af te gaan, maar door een plotselinge regenbui valt daar geen hard oordeel over te vellen. De chopper lijkt vrij gemakkelijk te sturen, maar wil wel wat in de bochten vallen. Tegenvallend is vooral de werking van de remmen. Het ontbreekt hem aan echte stopkracht. Je merkt dat de Brembo’s niet meer van deze tijd zijn en dus behoorlijk slap aanvoelen. Het is zeker niet dramatisch slecht, maar op dit vlak merk je vooral dat je te maken hebt met een motorfiets die eind jaren tachtig is ontstaan. Ondanks het korte proefritje op de Indiana zet ik met enige last aan de onderrug de motor weer voor Jacks garage. Het is een smetje op een chopper die toch vooral een positieve indruk achterlaat, ook dertig jaar na zijn geboorte. En o ja, dan is er nog die übervervelende suicide-jiffy… Continu blijf je dat gevoel houden dat je de jiffy misschien niet ver genoeg hebt uitgeschopt als je de motor in zijn ruststand wilt brengen. Je blijft de eerste paar seconden toch bang dat de kostbare Indiana een diepgravend bodemonderzoek gaat verrichten. En zo is het al eens misgegaan met deze Italiaan, weet Jack van Gompel te vertellen. Tijdens een onderhoudsbeurt ging de Indiana al eens tegen de grond. Jawel, te danken dus aan die suicide-jiffy. 

Bestel nu de nieuwe MOTO73 editie #10

0
MOTO73 10 2020

MOTO73 editie 10 ligt nu in de winkel én is hier online te bestellen. In deze nieuwe editie van MOTO73 o.a. een dubbeltest van de BMW F900R vs Kawasaki Z900. Een ‘Champions League’ duel tussen middenklasse-nakeds. Verder hebben we tourverhalen over Midden-Limburg en West-Friesland, we testen de Suzuki V-Strom 1050XT en bezorgen we eten met Bo Bendsneyder. Dit en nog heel veel meer lees je in MOTO73 #10.

Onze (digitale) abonnees kunnen het magazine lezen via deze link.

Onbekend & Onbemind – Midden-Limburg

Nee, het heeft geen heuvels. Daarvoor moet je in Zuid-Limburg zijn. Maar als je eens wat anders wilt rijden dan in optocht over de Mergellandroute, dan is Midden-Limburg een topbestemming: stil, mooi, gevarieerd en vol onbekend terrein.

Suzuki V-Strom 1050XT

Ruim een jaar geleden doken de eerste berichten op over een Suzuki DR Big-revival op basis van de V-Strom. Qua uiterlijk is de V-Strom 1050XT een rijdend eerbetoon. Dat maakt nieuwsgierig naar zijn rijeigenschappen.

How To – ketting reinigen en smeren

De ketting van je motorfiets vormt een essentiële verbinding tussen je motorblok en je achterwiel. Toch wordt-ie vaak vergeten in het reguliere onderhoud. Nick Enghardt laat stap voor stap zien hoe je het reinigen en smeren van de ketting aanpakt.

Triumph Speed Triple

‘Ongemerkt goed’. Zo omschrijft één van de drie gastrijders de Triumph Speed Triple in de nakedtest uit 2007. Is dat zoveel jaren later nog steeds het geval? Voor de serie Weerzien rijden we opnieuw met een Speed Triple uit die tijd.

Bo Bendsneyder in coronatijd

Zo rijdt je de eerste race van het seizoen in Qatar en zo slaat het coronavirus toe en is het voorlopig gelijk je laatste race. Moto2-coureur Bo Bendsneyder ging niet bij de pakken neerzitten. Hij bood zijn oom en tante aan om te helpen. Overdag traint hij en ’s avonds is hij pizzabakker en -bezorger. We bieden een kijkje in de keuken.

Marathonmotor: Honda Pan-European

Een Honda Pan-European is de motor bij uitstek waar je uitstekend kilometers mee kunt maken. Servé Seijts laat per jaar gemiddeld zo’n 30.000 kilometer asfalt onder de wielen door rollen.

EN VERDER
  • Dubbeltest:      BMW F900R vs Kawasaki Z900
  • Ducati Multistrada 1260S Grand Tour
  • Motorleven van Coen Worst
  • Column Boudewijn Geels
  • Tanktastocht #3 – West-Friesland
  • Toekomst van navigatiesystemen
 SPORT
  • Nicky Hayden en Honda in 2006
  • Flashback – Anne van der Helm
  • De Terugblik – Colin Edwards