In India heeft Suzuki Motorcycles al zijn zware motoren uit de verkoop gehaald. Dit als gevolg van de introductie van de nieuwe Indiase Bharat Stage 6-emissie-eisen (BS6). Wel wordt de nieuwe V-Strom 650 aangepast voor deze nieuwe eisen, maar voor het zover is zal de zwaarste Suzuki op de Indiase markt een 250 cc of lager zijn. Modellen uit de huidige Suzuki line-up die niet aan de strengere eisen kunnen voldoen, zijn het vlaggenschip GSX-R1000R en RR, Hayabusa, GSX-S1000F, GSX-S750, V-Strom 650 en de nieuwe V-Strom 1000 en V-Strom 1000 XT.
Is dit het einde van
Suzuki in India?
Nee, niet echt. Zou zoiets Suzuki overkomen in een Europees
land, hadden ze echt een probleem. Een verbod op de verkoop van de V-Strom 1000
zou hetzelfde zijn wanneer we KFC verbieden kipnuggets te verkopen. Maar de
motorfietsenmarkt in India heeft een heel andere dynamiek. Daar zijn motoren nog
echt een vervoersmiddel van het type licht, praktisch en goedkoop. De verkoop
van deze goedkope motoren maken een verkoopjaar al of niet succesvol. De verkoop
van zware sportmotoren, supernakeds en adventures dragen nauwelijks bij aan de
totale verkoopcijfers.
Hoe kwam het zover?
Het probleem voor Suzuki ontstond in 2017, toen de toenmalige BS4-emissienorm werd ingevoerd. Het grootste deel van het Suzuki gamma voldeed aan die regelgeving. Om te voldoen aan de nieuwe regelgeving, BS6, moest Suzuki of het hele assortiment aanpakken of de motoren die het betreft uit de verkoop nemen. Het aanpassen van de volledige serie zware motoren naar BS6 zou een dure en tijdrovende bezigheid zijn geweest. Daarom werd besloten deze modellen uit de verkoop te nemen.
Je moet het verleden kennen om de toekomst te begrijpen. Als dit momenteel ergens op van toepassing is, dan wel op Yamaha in de MotoGP. Hoewel enkele uitschieters van Maverick Viñales en het sensationele debuut van Fabio Quartararo – op notabene een ‘mindere’ M1 – de achterstand nog enigszins kon verbloemen, is het gat naar Ducati en Marc Marquez (te) groot. Het doet denken aan de beginjaren van deze eeuw. Of beter gezegd, aan de jaren dat Valentino Rossi nog heel tevreden was bij die andere grote Japanse fabrikant: Honda. In de winter van 2003 veranderde echter alles. Terugblik op de beroemdste transfer uit MotoGP’s geschiedenis.
Toen alle velletjes van de 2001-scheurkalender in de
papierbak waren beland en 2002 begon, ging de hele Grand Prix-motorracerij op
zijn kop. De MotoGP nam het stokje over van de 500cc-klasse en de fabrieken
hadden plots heel andere uitdagingen. Uitdagingen die niet alle merken even
goed hadden ingeschat, met Yamaha als exponent van de ultieme onderschatting.
Honda ging er bovendien met gestrekt been in. De 990cc-V5
was een elegante doch brute doorontwikkeling van de V4-krachtbron waarmee het
met de RV750 RC45 in het WK Superbike deelgenomen had. De overdaad aan vermogen
die het V5-blok op het achterwiel losliet, bood wielspin op commando, waardoor
de RC211V zich op afroep dwars liet zetten in een zoektocht naar grip.
Yamaha koos een andere weg en besloot, een poging elk
aanwezig beetje kracht te beteugelen, voor een bandenvriendelijke machine te
gaan. De vier-in-lijn van Yamaha was geënt op tractie en afgestemd om spin
tegen te gaan naar mate de toerentallen klommen. De keuze voor carburateurs en
een ietwat beperkte cilinderinhoud van 942 cc zorgden daarvoor. Het
rijwielgedeelte volgde ook een totaal ander plan dan wat Honda ter tafel
bracht.
Het YZR-frame was een evolutie van het 500cc-chassis en
had bovenal het doel wendbaarheid te bieden. Alleen leerden we in de jaren die
volgden al snel dat MotoGP toch echt iets anders was dan de 500cc-klasse en
grip vooral aanwezig was als de rijder de motor desgewenst dwars kon zetten. Die
eigenschap was door de jaren heen vakkundig uit het ontwerp van de Yamaha
gepoetst. En dat deed pijn: Yamaha had sinds 1992 de kampioenschampagne niet
meer geproefd. Daar moest met het oog op de nabije toekomst hoognodig
verandering in komen, het is min of meer een vergelijkbare situatie waarin
Yamaha anno 2020 zit.
Vergeten
Yamaha’s eerste jaar in de nieuwe viertakt-MotoGP-klasse
was ondanks het lang uitblijven van een wereldtitel desondanks niet zonder
succes. Tegelijkertijd gaf men bij Yamaha zelf als eerste toe dat beide
overwinningen in 2002 meer met geluk dan technisch succes van doen hadden. Zo
lag het circuit van Brno, waar Yamaha voor het eerst won, fabrieksrijder Max Biaggi
sowieso altijd al. Daarnaast hielp toenmalig Honda-rijder Rossi zijn
toekomstige werkgever door de achterband van zijn Honda vroeg in de race
compleet op te branden. De tweede overwinning, in Maleisië op het circuit van
Sepang, was nog fortuinlijker. De drie snelste Honda-mannen reden vooral elkaar
in de weg, waardoor Biaggi met de M1 aan de horizon kon verdwijnen. Een
overwinning is en blijft altijd een overwinning, maar Yamaha was zich ervan
bewust dat het zo niet langer kon. Honda had de lat hoog gelegd en het merk van
de gekruiste stemvorken kon zich simpelweg niet met de concurrent meten.
Hoe hoop soms kan omslaan in uitgestelde teleurstelling,
bleek in 2003. Yamaha gooide het ontwerp van de YZR-M1 voor dat seizoen compleet
overhoop en de nieuwe machine leek een gigantische stap voorwaarts. Hoe groot
die stap toen al had kunnen zijn, zullen we nooit weten. Toprijder binnen het
Yamaha-kamp was Alex Barros en juist de Braziliaan werd geplaagd door
blessureleed, waarna 2003 al snel werd opgegeven. Niet eens zo zeer vanwege
Barros, maar meer met het oog op 2005. Yamaha had namelijk alle intentie in dat
jaar met een volwaardig pakket aan de start te komen; een pakket waarmee men
een gerede kans op de titel zou hebben. In 2005 zou Yamaha immers haar 50ste
verjaardag vieren, een jubileum dat met een wereldtitel in de MotoGP beklonken moest
worden. Het project mocht dan ook wat centen kosten. Zodoende plaatste Yamaha
top-monteur Masao Furasawa over naar het GP-project. Yamaha’s wonderkind kreeg voor
zijn opdracht een blanco canvas en dito cheque. Die titel moest er in 2005
komen, zo veel was wel duidelijk.
Stroomversnelling
Al in het voorseizoen van 2003 begon Furusawa achter de
schermen met het samenstellen van een ontwikkelingsteam en werd contact gelegd
met Yamaha’s zakenpartners. Denk hierbij aan Toyota, als een van Japans
grootste technologiereuzen, maar zeker ook Öhlins, waar Yamaha indertijd
eigenaar van was. Tussen februari van 2003 en de seizoenstart twee jaar later zit
weinig tijd om een compleet nieuwe machine te ontwerpen, dus haast was geboden.
Om tijdwinst te boeken werd kennis verzameld uit Yamaha’s betrokkenheid bij de
Formule 1 in de jaren daarvoor. De Japanse fabrikant was actief betrokken
bij de ontwikkeling van raceblokken voor de Formule 1, samen met toenmalig
partner Judd – ook wel Engine Developments Limited – in Groot-Brittannië. Een van
de slimme koppen die zich had doen gelden was Kouichi Tsuji. Na het afronden
van zijn werkzaamheden bij Judd werd Tsuji per ommegaande naar Japan geroepen
om zich aan te sluiten bij de nieuwe raceafdeling. Medio 2003 kregen de eerste
nieuwe motorblokdelen en het vernieuwde chassis vorm. De basis was gelegd.
Bepaald geen groentje in de racerij, wist Yamaha maar al
te goed dat zelfs de beste motorfiets geen garantie voor succes is als je er
niet de juiste man op zet. Achter de schermen bewoog Yamaha hemel en aarde met
als doel superster Valentino Rossi, inclusief zijn complete team, bij Honda los
te weken. Tijdens de GP van Japan op Motegi werd de overeenkomst bezegeld, al
zou de bekendmaking op zich laten wachten.
Tegen de tijd dat de MotoGP in 2003 Valencia aan deed,
stonden er twee nieuwe machines klaar in de Fortuna Yamaha-garage: een voor
Carlos Checa en een voor Norick Abe. Opvallendste wijzigingen zaten hem in de
voorste frame-ophangpunten van het blok – van bovenop de cilinderkop naar de
zijkant van de cilinders – en de ondersteboven gekeerde achterbrug. Beide
bieden de ontwerpers meer ruimte het rijwielgedeelte gecontroleerd te laten
buigen. Die flex, zoals dat heet, compenseert dat de vering zijn werk amper of
zelfs helemaal niet kan doen onder hellingshoek. De langere ‘armen’ omhelzen
het blok vervolgens ook meer, waardoor de krachten onder hard remmen beter verdeeld
worden. Alsof je jongleert, alleen doet men dat in dezen niet enkel met een
veelvoud aan voorwerpen, maar ook nog met voorwerpen in verschillende groottes
en met stuk voor stuk andere vormen. Kleine aanpassingen hebben zodoende grote
invloed. Desondanks was zowel Checa als Abe niet meer van de nieuwe motoren af
te slaan, zo content waren ze. En toch zagen we die twee machines nadien nooit
meer. Niet omdat ze slecht waren, maar omdat er nog iets beters in de pijplijn
zat.
De ommekeer
Toen het seizoen 2003 voorbij was, kwam Rossi in beeld.
Ware het niet dat de Italiaan van Honda geen seconde in de buurt van Yamaha’s
nieuwe wapen mocht komen tot er daadwerkelijk 2004 op de kalender stond. Honda
liet Rossi elke seconde van zijn contract uitdienen in een poging Yamaha te
beroven van kostbare ontwikkelingstijd die hij in het voorseizoen in de nieuwe
YZR-M1 kon steken. Zo ontmoette Rossi pas in januari zijn nieuwste racemachine.
Op de menukaart hadden Furusawa en Tsuji vier keuzemenu’s klaargemaakt voor de
Italiaan: hij kon uit vier verschillende motorblokconfiguraties kiezen. Stuk
voor stuk vier-in-lijn-motorblokken, maar elk met een eigen specificatie. Twee
blokken hadden een conventionele 180-graden-krukas, waarbij de ene een
vierklepskop had en de andere een vijfkleps-exemplaar. Hetzelfde gold voor de
andere twee testblokken, alleen hadden die een crossplane-krukas. Rossi’s keuze
viel uiteindelijk op het blok met crossplane-krukas en de vierklepskop. Het was
het perfecte uitgangspunt met een goede balans tussen zo veel mogelijk vermogen
zonder onderhandelbaar te worden. Hoe het vermogen geproduceerd werd was
belangrijker dan hoe veel er geproduceerd werd. Je moet je ook vooral even indenken
hoe ingrijpend Rossi’s keuze alleen uit marketingoogpunt al was. De creatieve marketeers
die Yamaha’s technische innovaties tot een verkooppunt moesten maken, hadden
decennia lang gewerkt om de vijfkleppers te pushen. Die strategie kon met de
keuze van de toen vijfvoudig wereldkampioen het raam uit: alles werd na zijn
komst anders.
Conform Rossi’s wensen was de nieuwe YZR-M1 een totaal
andere machine dan die toch al radicale machines die een paar jaar eerder
alleen in Valencia even van de partij waren. Vooruit, de ondersteboven gekeerde
achterbrug bleef, maar de vooraan om het blok gedrapeerde frame-armen reikten
inmiddels zo laag als de krukas. Op het eerste gezicht veranderde het frame
zelf dus al flink. Maar de verhoudingen die uiteindelijk de geometrie van een
motorfiets vormen, gingen eveneens volledig op de schop. De motor was langer
geworden, hoger ook. Vergelijk je foto’s van de 2003-specificatie YZR-M1 met de
motor uit 2004, dan is niet te missen dat de nieuwe M1 zeker 25 millimeter hoger
staat en de achterbrug een vergelijkbare groeispurt had gemaakt. Om over de
specifiek voor de Yamaha MotoGP-machine gefabriceerde Öhlins-veringsdelen nog
maar te zwijgen. Öhlins kon haar waarde bewijzen aan de Japanse eigenaar door
te helpen met het bewerkstelligen van een kampioensmachine.
De voortekenen
Bij de slotdag van de wintertest op het circuit van
Barcelona had Yamaha inmiddels ook de eerste complete 2004-machine klaar voor
Checa. Rossi toonde de concurrentie even vakkundig zijn natuurlijke snelheid. Hij
klokte de beste tijd van de test, al was Rossi’s van Honda mee overgekomen
crewchief Jerry Burgess daarover opvallend open. Hij gaf zonder schroom toe dat
de motor afgesteld was om een enkele bloedsnelle ronde te klokken, racepace was
het volgens de Australiër bepaald niet.
Stel het je even zo voor: Yamaha overhandigde een
bouwpakket, waarna Rossi en Burgess het samen in elkaar zetten. ‘We hadden al
snel door waar het knelpunt zat. Yamaha had bij de ontwikkeling van de machine sterk
geleund op twee zeer getalenteerde 250cc-coureurs. Geen kwaad woord over beide,
maar de input die een zware machine nodig heeft is anders’, aldus Burgess. ‘Dat
gold al voor de 500cc’s, maar voor de nieuwe viertakten nog veel meer. Elke
motor bevindt zich ergens op een cirkelvormig spectrum en bij de Yamaha was de
cirkel niet eens in beeld. Rossi is het soort rijder waarop je kunt bouwen,
aangezien informatievoorziening van cruciaal belang is. Zelfs dan hadden we
dergelijke rigoureuze aanpassingen bij Honda nooit van de grond gekregen –
Honda had te veel geïnvesteerd in hun machine. Bij Yamaha kregen we carte
blanche. Dan is het niet langer een kwestie van willen of kunnen, maar van
moeten. Dit soort motoren heeft gevoel nodig, zodat je de motor aan het glijden
kunt krijgen en de wielen vervolgens ook weer veilig in lijn kunt krijgen.
Alleen als je dat gevoel kunt losmaken in de motor, kun je echt hard gaan met
machines van dit kaliber.’
Een langere machine heeft meer input van de rijder nodig
om grip te creëren en om de motor te sturen. Tegelijkertijd maakt een fabriek
de motor juist langer om de hoeveelheid grip en controle meer bij de rijder te
leggen. Het is dan een kwestie van het lichaamsgewicht meer naar voren of achteren
te verplaatsen, daar waar het nodig is. Door de motor ook hoger te maken kun je
het chassis meer op stabiliteit ontwerpen, terwijl het hogere zwaartepunt zorgt
dat de wendbaarheid gewaarborgd blijft. Furusawa: ‘Toegegeven, de motor die we
bouwden vroeg meer fysieke input van Valentino, maar gaandeweg zou het door
moeten ontwikkelen naar een motor die juist met elk beetje input goed werkt.’
Wat er vervolgens gebeurde
Die zoektocht naar universeel bruikbare input heeft Rossi
altijd volgehouden. Er viel immers veel te winnen wat betreft grip en tractie.
De basis, noem het even de lange wielbasis-versie, deed het goed genoeg voor de
winst in Zuid-Afrika, maar toch liet het te wensen over als het gaat om
maximale tractie. Die opmerkingen werden meegenomen en later aangepast en
verder toegepast. Hetzelfde gold voor Jerez, waar Rossi in de kletsnatte race
moeite had met de YZR-M1. Nadien werd de ketting ingekort en de motor
geëvalueerd om bij een volgende natte race beter voor de dag te komen.
Yamaha was gebrand op de winst. Nergens anders werd dat
duidelijker dan op Le Mans. Die technische omloop vraagt om een machine die zich
hard rechtuit laat afremmen, maar acceleratie is van even groot belang. Je kunt
natuurlijk een motorblok specificeren per circuit, maar het is bepaald niet de
norm – prijzig als die aanpak is. De compressie opschroeven is daarentegen een
relatief niet heel ingrijpende manier om een motorblok meer op acceleratie te
richten. Nadeel is dat motoren met een heel hoge compressie moeilijker te
starten zijn – zoals alle Yamaha’s moeite hadden met starten op Le Mans. In dat
weekend dook de brandstofinjectie van Weber-Marelli, waar Melandri en Abe kort
daarvoor mee testten, plots ook op bij de motoren van Checa en Rossi: een grote
stap voorwaarts wat betreft bruikbare gasreactie.
Toch zag het er allemaal niet zo soepel en bruikbaar uit
zoals Rossi beweerde. Zijn M1 leek in de baan enorm zenuwachtig op het gas te
reageren. Bij de volgende race op Mugello kwam er dan ook een nieuwe achterbrug
met nog een andere testversie na de race op het circuit van Catalunya. Met elk
van die stappen leek het rijwielgedeelte gehoorzamer te worden. Het frame zelf
ging ook onder de loep, waarna er in Assen een compleet nieuw hoofdframe naar buiten
werd gereden. Het waren niet zozeer grote aanpassingen, maar wel veel, waardoor
de wijzigingen van versie tot versie moeilijk te onderscheiden waren. Toch kun
je er vanuit gaan dat elk nieuw deel een wijziging in frame flex – meer of
minder, afhankelijk van rijder-input – teweeg bracht.
Wat vanaf de zijlijn duidelijk werd
Als je de 2004 YZR-M1-saga vanaf de zijlijn volgt,
veranderde de machine van Rossi op het oog niet zo veel. Tot later in het
seizoen niet alleen onzichtbare, maar ook duidelijk zichtbare wijzigingen werden
doorgevoerd. Wat aan het oog onttrokken bleef, waren reacties op de kleine
aanpassingen waar Rossi op aangedrongen had: verzoekjes die hij Burgess telkens
ingefluisterd had. Alle wijzigingen waren gericht op het vinden van een balans
waarin grip en tractie als twee topprioriteiten golden. Het extra duwtje in de
rug dat die tractie gaf, maakte dat Rossi zich als aan een elastiek de bocht
uit kon lanceren, met genoeg extra gang om Gibernau op Mugello en Catalunya het
nakijken te geven – circuits die de veel sterkere Honda op papier in de kaarten
hadden moeten spelen.
Zo pragmatisch als Yamaha het seizoen naar het
sleuteljaar van 2005 aanvloog, zo lastig was de opening in Qatar. De eerste Grand
Prix in temperaturen van ruim vijftig graden trok een wissel op alle fabrieken,
maar vooral Yamaha leek er niet op voorbereid. De YZR-M1 kreeg plots een soort
lip om de opening voorin de kuip. Hoewel het op amateuristisch gepruts leek, zeker
afgezet tegen de concurrentie, was het bewust ingecalculeerd. De YZR-M1 zou in
de hitte nooit excelleren, maar diezelfde hitte zou ook enkel en alleen in
Qatar een probleem zijn. Dus had men besloten de consequenties van die ene bloedhete
race op een totaal van zestien GP’s te incasseren. Je zou het bijna een
houtje-touwtje-oplossing noemen, maar anders hadden ze het hele seizoen met die
frontaal oppervlak vergrotende aerodynamische lip moeten rijden en had ook de
dikke radiateur het gewicht en de gewichtsverdeling beïnvloed.
Het is een uitdaging inherent aan de beduidend bredere
vier-in-lijns. Ondanks dat op voorhand zowat opgegeven raceweekend in Qatar,
streken Rossi, Burgess en Furusawa uiteindelijk toch de 2004 MotoGP-wereldtitel
op. En dan te bedenken dat 2004 slechts een aanloopjaar moest zijn, met als
einddoel het kampioenschap winnen in Yamaha’s jubileumjaar 2005. Zo werd het
seizoen van 2004 een cadeautje, gewonnen door een rijder die precies deed wat
een rijder hoort te doen: hard rijden. Mede mogelijk ook gemaakt door technisch
geniale monteurs die volledig in dienst van de coureur stonden. Die 2004 Yamaha
YZR-M1 zou gedurende dat inmiddels historische seizoen nooit echt af zijn en
nog minder af aanvoelen. Het was objectief bekeken niet de beste MotoGP-machine
van het hele veld, maar in Rossi’s handen was een motor die af was geen
noodzaak. De 2004 YZR-M1 had genoeg potentie. Elke technische aanpassing, elk
volgeklad notitieblokje en elk gesprek tussen Rossi en Burgess zouden de
puzzelstukjes vormen die op hun juiste plek Yamaha’s MotoGP-machine van
sleuteljaar 2005 maakten. Tot Yamaha’s grote genoegen had Furusawa voldaan aan
de opdracht. De wereldtitel moest er komen in 2005. Daar was hij voor aangesteld
en dat is precies wat Furusawa ook deed.
Wat we nog niet weten
Of de geschiedenis zich gaat herhalen voor Yamaha? Niemand
die het weet. Maar de Japanse fabrikant heeft prachtige hoofdstukken
geschreven, zoals in 2005. Met dank aan de beroemdste coureur ooit.
Meer over
MotoGP-techniek lezen?
Neil Spalding
loopt al jaren mee in het MotoGP-circus. Hij heeft de technische ontwikkelingen
in deze klasse nauwlettend gevolgd met als resultaat een standaardwerk dat nu
aan zijn derde editie toe is: MotoGP Technology. Het geeft een fascinerende
kijk in de keuken in de GP-wereld, meer specifiek op technisch gebied.
Titel: MotoGP Technology Third Edition. Auteur: Neil Spalding. Details: 304 pagina’s, 650 full colour foto’s en illustraties. Formaat: 210 x 270 mm. Uitgeverij: Phoebus Apollo Publishing. Prijs: £ 39,95. Meer informatie: www.motogptechnology.com.
Een vleugje Valentino Rossi? Evel Knievel dan? Of het geel van Ayrton Senna? Als je altijd al hebt willen rondrijden met je zelf ontworpen helm, is je kans! Arai-importeur Hoco Parts nodigt je namelijk uit je droomhelm te ontwerpen en misschien krijg jij dan je eigen helm wel cadeau. De wedstrijd is open voor zowel straat- als crosshelmen en elke categorie krijgt een eigen winnaar.
Zo kun je winnen
Ga naar het Facebook-bericht op de pagina van Hoco Parts, download de tekening en ga aan de slag. Klaar? Upload je ontwerp in de comments van het Facebook-bericht en tag #hocoparts en je lokale Arai-dealer.
Je hebt gelukkig nog even om na te denken, want deze bijzondere wedstrijd loopt tot en met 22 mei.
We zijn thans in april en het coronavirus moet maar eens ophoepelen. Alles ter wereld is afgelast of verschoven en die verschuiving zal neerkomen op afgelasting. Let op, misschien is het virus morgen ineens verdwenen, en roepen de dokters: ‘Het is weg! Het is weg! O God, wij danken U!’ Want ja, op sommige momenten zou je nog gelovig worden ook en redeneren: God heeft ons gestraft omdat we zulke slechte mensen zijn, maar toen dacht hij diep na, en vond Hij de mensen toch niet zó slecht, en maakte Hij de straf ongedaan, en mogen we weer shoppen, dansen, meubelen kopen, naar voetbalwedstrijden gaan, een bezoek brengen aan het Jules Verne-museum, gaan zwemmen zonder dat we anderhalve meter afstand moeten houden, en voor en na het smeren van een boterham tien minuten lang onze handen moeten wassen. Gedurende de crisis zeiden de specialisten: je mag wel wandelen, de hond uitlaten en in het bos lopen, maar doe het alleen en vermijd de nabijheid van andere recreanten. Andere specialisten zeiden dan weer: nee hoor, al die dingen mag je zeker niet doen, het enige wat je wel mag doen is in je huis blijven en zelfs daar kun je maar beter uit de buurt blijven van degenen die in datzelfde huis wonen.
Het is een ramp om, zeker aan het begin van de lente, de motoren op stal te moeten laten.
Zelf woon ik in m’n huis met m’n vriendin Lena en m’n
hond Aquí. Dat gaat behoorlijk goed, ofschoon pyschiaters voorspeld hebben dat
mensen die, hoeveel ze ook van elkaar mogen houden, in een kleine ruimte
gedurende lange tijd dienen samen te blijven, op den duur elkaars kop zouden
inslaan van de stress, de spanning en de verveling. Lena en ik en Aquí houden
het nochtans goed uit. We hebben zelfs minder ruzie dan anders, omdat we
bezorgd zijn omtrent elkaar, beseffen dat we de ander steun moeten bieden, en
ons best doen om de angst van de partner te verminderen. We komen alleen buiten
om ondanks alles Aquí uit te laten en voedsel te kopen. We hebben het geluk dat
we boven een voedingswinkel wonen en eigenlijk het pand niet hoeven te verlaten
om aan eten te raken. Dus ja, binnenblijven is de boodschap.
Niettemin kriebelt het elke dag om met de motor te gaan
rijden. Op het eerste gezicht is dat ongevaarlijk. Je zit alleen op je motor,
je hebt geen direct contact met andere verkeersdeelnemers, die trouwens toch al
heel schaars zijn, en het schenkt je ontspanning en een hoofd dat ietwat wordt
leeg gewaaid. De vraag is echter: waar moet je heen? In normale tijden neem ik
geregeld de motor om naar de bossen van Lembeke te rijden, of naar het centrum
van Sint-Martens-Latem, of naar andere uitkanten van Gent, om daar in een sober
doch gezellig établissement een kop koffie en een pannenkoek te degusteren. Dat
kan niet, want alle établissementen, hoe sober en gezellig ook, zijn dicht. Dus
het enige wat je kunt doen is simpelweg ergens heen rijden, en dan weer terug
naar huis. Ik heb echter, gedurende de crisis, geen meter gereden, noch met de
Street Triple noch met de Street Twin, omdat ze allebei een praktisch lege tank
hebben en ik durf niet te gaan tanken, omdat alles wat je daarbij aanraakt
eerder door andere mensen is aangeraakt en die waren misschien ziek. Het is een
ramp om, zeker aan het begin van de lente, de motoren op stal te moeten laten.
Zoals iedereen kijk ik dusdoende uit naar het definitieve einde van de
viruscrisis, niet alleen om het simpele dagelijkse leven te hernemen, maar
zeker ook om de motor te bestijgen en gevaarloos in- en uitademend te rijden
naar waar ik ook wil. Hoop doet leven, net als het verlangen naar het brullende
geluid van onze machines.
Op een goed moment heb je in Nederland alles wel een keer
gezien. Amsterdam, Rotterdam, Maastricht, Groningen en alles wat daar tussenin
ligt. Wat heeft het land je dan nog te bieden? Niks.
Flauwekul natuurlijk. Dat blijkt maar weer eens tijdens deze derde TankTasTocht. Hij voert door West-Friesland, min of meer onze achtertuin. Bekend terrein en toch zijn we blij er weer te hebben rondgereden. Neem nu Hoorn, de Veermanskade. Natuurlijk hebben we die al eens gezien maar het blijft een adembenemende gevelwand, tegenover het water van de binnenhaven. En de Westfriese Omringdijk, die blijft zelfs bij gierende wind en regen koninklijk rijden, zo hoog boven het polderland. Om van het tochtje over het voormalige eiland Wieringen maar te zwijgen. Houd even halt op de Gemeenelandsweg en verbaas je over dat golvende en weidse landschap.
Wat ook blijft, zijn al die Dik-Trom-achtige lintdorpen
onderweg, essenlaantjes met sloten links en rechts waarachter zich de
stolpboerderijen aaneenrijgen, met daaronder ware schoonheden zoals boerderij
Welgelegen, hartje Wognum. En daarbuiten, buiten de dorpen, wacht het
ongenaakbare land, open en leeg en uitgestrekt, waarover de wind vrij spel
heeft. Het enige wat je moet doen, is je goed vasthouden en voldoende
tegenstuur bieden; er waren momenten waarop de wind ons bijna in een heupzwaai
nam.
Kussen kussen kussen
We beginnen deze tocht in het Museum van de Twintigste Eeuw, op een fantastische plek, in de voormalige gevangenis van Hoorn, omgeven door het water van het IJsselmeer. Prachtig natuurlijk, om de eerste tv te zien, en de eerste pick-up, en de eerste pc, maar het is de stem van Truus Koopmans die voor mij echt telt. Truus Koopmans, die voor de radio zong van ‘Tsja tsja tsja, Tsja, wat zullen we eten?’ en ‘Onthou het goed, onthou het goed, ’t is de groente die ’t ’m doet’. Mijn eerste verliefdheid, besef ik nu. In 1956 schijnt ze nog een hit te hebben gehad, samen met De Windmolens: ‘Ik wil je kussen kussen kussen, ik wil je kussen, ik ben verliefd’. God bewaar me, Truus, na al die jaren…
Na nog een saluut aan de Bierkade, de Oude Doelenkade en
Nieuwendam is het tijd om Hoorn te verlaten, om de strijdbijl op te graven en
het gevecht met wind en regen aan te gaan. Al snel krijgen we de volle laag,
aan de Bobeldijk en de Zuidermeerweg en vooral de Lagehoek; het water huivert,
het riet schrikt, zo gaat het tekeer. We bevinden ons hier hartje
Scheringa-country, de man die West-Friesland meenam in zijn grootse dromen én
in zijn ondergang. De trieste getuigenis daarvan staat in het nederige Opmeer,
net buiten het centrum, nota bene naast de brandweerkazerne. Daar wacht wat het
Scheringa Museum voor Realisme had moeten worden, maar een enorme klomp stenen
is gebleven, een ietwat obees gebouw. Treurig.
Blij met je zusje?
Wieringen is ook zo’n plek waar ik graag terugkom. Je weet meteen wanneer je er bent, als de lange rechte polderwegen van de Wieringermeer plaatsmaken voor smalle kronkelaars bergje op. Oud landschap – de keileembult ontstond tijdens de voorlaatste ijstijd – dat zich als eiland wist te handhaven toen de woedende zee de lager gelegen gronden eromheen wegsloeg. Nu kun je er over stille weggetjes rondtoeren en je verbazen hoe een paar meter reliëf een totaal ander landschap kan veroorzaken. Onderweg zie ik nog een wulp, wat mij zeer verheugde. Of was het een tüüt zoals ze hier zeggen, een regenwulp?
Dat het op Wieringen nog om een echte gemeenschap gaat,
merken we als we in Hippolytushoef (Hippo, voor intimi) bij Teetjes Vis en Dis
aanschuiven. Bij alle drukte vindt Teetje de tijd om achter haar toonbank
vandaan te komen en neer te hurken bij een klein meisje op een roze loopfiets.
‘Ben je blij met je zusje?’, vraagt ze. Haar vader, de handen in de zakken van
zijn blauwe overall, kijkt rustig toe.
Bij Den Oever duiken we weer de Wieringermeer in. Kilometers
buffelen over kaarsrechte wegen met namen die getuigen van een ijzingwekkende
nuchterheid. De Sluitgatweg, de Oosterkwelweg, de Oom Keesweg. Het toppunt van
deze uitgebeende werkelijkheid vormt wel Kreileroord, met zijn Korenstraat en
zijn Vlasstraat en zijn Landbouwstraat; rijtjeshuizen met voortuintjes, waarin
zwarte kliko’s met blauwe respectievelijk oranje deksels het beeld bepalen. Nog
meer vervreemdend: uitgerekend hier tref je nogal wat auto’s met een Hongaars
nummerbord. Hongaren? Hier? Ja, seizoensarbeid, ik begrijp het wel, maar toch.
Vliegwiel en poelie
Na enige omzwervingen belanden we uiteindelijk
moegestreden in het Nederlands Stoommachine Museum, aan de Oosterdijk, onder
Medemblik. En laat dat nou een fijne plek zijn om bij te komen, onder het gesis
en gestamp van de diverse stoommachines, terwijl buiten de wind over de daken
rolt. Dit type museum kan altijd op mijn onverdeelde sympathie rekenen, niet in
de laatste plaats vanwege het type mannen dat daar onbezoldigd de machines
onderhoudt en de bezoekers bijpraat. Deze keer is het Robert Gisolf, die me
bijpraat over vliegwiel en poelie, excentriek en de ballen van wat.
Pardon? De ballen van wat? Robert corrigeert: ‘Van
Watt’, en legt uit. ‘Zie je die twee stalen kogels rond een verticale as,
bovenop de stoommachine? Die draaien met een bepaalde snelheid rond. Als het
toerental stijgt, wijken die ballen door de middelpuntvliedende kracht naar
buiten. Daarbij gaat ergens anders een klep in de stoomtoevoer ietsje dicht,
waardoor het toerental daalt. En je snapt wel wat er dan gebeurt. Als het
aantal toeren afneemt, draaien de ballen minder snel rond en zakken ze door de
zwaartekracht weer ietsje naar beneden, naar binnen. Waardoor die klep in de
stoomtoevoer weer wat opengaat en het toerental toeneemt. Zo regelt de machine
zijn eigen snelheid.’
Dat je met dit soort simpele middelen zulke oerkrachten kunt temmen! Geheel tevreden hernemen wij de tocht huiswaarts. Wat kan techniek toch mooi zijn!
Inmiddels hebben onze premium-abonnees al alles kunnen lezen over de eerste test met de Yamaha FJR1300AS Ultimate Edition. Maar de beroemdste FJR is dit zeker niet. Er is er eentje die iedereen kent, zelfs mensen die nog niet eens weten wat Yamaha is. Het is zelfs de motor die het tot in De Wereld Draait Door schopte.
Iedereen kent de beelden van de Franse journalist die voor het oog van de camera met motor en al de kade afrijdt en meters dieper in een zeilboot belandt. Wil je het filmpje, dat meer dan vijf miljoen keer werd bekeken, nog eens zien?
De Fransman Sylvain Guintoli maalt niet om de lockdown als
gevolg van het coronavirus. In de intimiteit van zijn achtertuin werkt hij aan een
serie leerzame YouTube-tutorials. Die geven inzicht in de trucs en vaardigheden
die nodig zijn om elk circuitrondje steeds een beetje sneller af te raffelen.
Sylvain legt kort en logisch uit waarom sommige rijders een been laten bungelen tijdens het remmen. In de video vertelt hij ook hoe racers de achterrem gebruiken en hoe deze in de loop der jaren is geëvolueerd om aan bepaalde rijders tegemoet te komen.
We zullen niet al te veel verklappen, mede omdat het een veelzijdig onderwerp is dat Sylvain beter kan uitleggen dan wie dan ook. De tutorials maken ook duidelijk waarom de 2014 WorldSBK-kampioen zo’n aanwinst is voor Suzuki’s MotoGP-team. De man legt helder uit en gemakkelijk te begrijpen hoe complexe onderwerpen werken.
Anno 2020 gaan veel zaken in het leven draadloos. Of het nu
gaat om het streamen van je Netflix-film naar je tv of het op Facebook plaatsen
van die prachtige foto die je onderweg maakte; er komt geen draadje aan te pas.
Wat dat betreft lijken de meeste GPS-toestellen hopeloos verouderd. Je moet ze
vaak nog steeds met een usb-kabeltje aan de computer koppelen om er een route
in te zetten.
Toch zie je ook in het routes laden dat er veranderingen gaande zijn. Je kunt met de nieuwste TomTom- en Garmin-modellen ook zonder draadje routes laden. In dit verhaal zetten we de mogelijkheden op een rij. Maar we beginnen eerst met het benoemen van het grote voordeel van het routes kunnen laden zonder draadje. Natuurlijk dient gemak de mens en is het prettig dat je niet telkens je toestel hoeft te koppelen om vervolgens gespannen af te wachten of je toestel door de pc herkend wordt.
Tip: vooral bij de Zümo kan het vrij lang duren voor je
toestel herkend wordt. Dit kan komen doordat het apparaat boordevol oude tracks
zit (google op ‘Zümo grote beurt’), het kan ook zijn dat het toestel
onvoldoende accuspanning heeft. Maar met een beetje geduld is dat allemaal wel
oplosbaar.
Een veel groter voordeel is dat je, als het draadloos gaat, ook niet per se op je computer hoeft te werken. Het kán zelfs op de telefoon, maar vanwege het grotere scherm ligt een tablet meer voor de hand. En die is op reis dan weer een stuk gemakkelijker mee te nemen dan je laptop.
Bovendien maak je in websites als MyDrive, MyRoute-app, Kurviger en RouteYou veel gemakkelijker mooiere routes met minder fouten. ‘Routeplannen 2.0’ noem ik dat en ik voorspel dat we het binnen korte tijd amper anders meer gaan doen. In alle gevallen kun je die routes vervolgens gewoon als track opslaan in een gpx-bestand. Maar hoe krijg je dat bestand dan vervolgens in je GPS?
Mogelijkheden Garmin
Eigenlijk moeten we onderscheid maken tussen drie vormen
van routes overzetten: routes via ‘de cloud’, routes vanuit een gpx-bestand en
routes van toestel naar toestel.
Laten we eens kijken wat de (on)mogelijkheden zijn.
Bij Garmin waren de mogelijkheden tot dusverre vrij beperkt. Vanaf de Zümo 590 kun je weliswaar via Bluetooth routes overzetten van toestel naar toestel, maar daar blijft het dan ook bij. Wel kun je natuurlijk een gpx-bestand op een geheugenkaartje zetten, maar dat is vanuit een tablet (zeker bij een iPad) een behoorlijk ‘gedoe’. Niet het gemak dat we eigenlijk zoeken. (Tip: in een dergelijk geval kan een zogenaamd OTG-usb-kabeltje handiger zijn). Ook met de TomTom Rider kun je routes laden via een geheugenkaartje, met de Rider 4xx kun je ook via Bluetooth van toestel naar toestel. De Rider 5xx maakt gebruik van een meer geavanceerde Bluetooth-techniek (met Google Now en SIRI), maar daardoor is, vreemd genoeg, het overzetten van routes via Bluetooth niet meer mogelijk.
Heb je een Zümo 396 of de nieuwe XT dan ben je beter
bedeeld, want dan kun je bovendien via de ‘smartphone link’ of de Garmin Drive-app
een gpx-bestand van en naar je toestel sturen. Dat gpx-bestand kan overal
vandaan komen: via mail, WhatsApp, Facebook of rechtstreeks van een website.
Als het maar in je telefoon staat, zet je het in seconden over naar je Zümo.
Deze optie heeft een jaar geleden ook even bestaan voor de Zümo 595, maar daar
waren dusdanig problemen mee dat Garmin die update weer heeft ingetrokken (gaat
ook niet meer terugkomen, helaas).
Tip: gebruik een dienst als OneDrive of Google Drive en
zet daar je gpx-bestanden in. Open ze met de corresponderende app op je
telefoon. Supergemakkelijk!
Op deze manier werken is bij de TomTom (nog) niet
mogelijk.
Mogelijkheden TomTom
Een andere benadering is werken via ‘de cloud’. Dit komt
er op neer dat je ergens op internet een bak met routes hebt staan en dat jouw
toestel continu kijkt of er iets nieuws is. Zo ja, dan wordt die route vanzelf
toegevoegd aan je toestel. Synchroniseren noemen we dat. Maar dan moet je
natuurlijk wel zorgen dat je route eerst in die ‘routebak’ staat.
Bij TomTom is dat het aller gemakkelijkst. Je maakt een route in MyDrive en je zet de schakelaar ‘synchroniseer deze route’ op groen. Zo eenvoudig is het, echt ideaal. Ook vanuit MyRoute-app kun je op deze manier een route naar je TomTom sturen.
Bovendien kun je op deze manier ook een gpx-bestand naar
MyDrive uploaden en dat laten synchroniseren. Dat lukt overigens niet met de MyDrive-app.
Zorg er daarom voor dat je, ook op de tablet, werkt in de volgende webomgeving:
mydrive.tomtom.com.
Sinds kort bestaat een dergelijke mogelijkheid ook bij Garmin, via de website explore.garmin.com. Alleen: dat werkt uitsluitend met de nieuwe Zümo XT. Het is wat minder gebruiksvriendelijk dan bij TomTom, maar het functioneert verder prima. Bovendien is het via dat programma ook mogelijk om een gereden track automatisch up te loaden naar de cloud.
Zoals gezegd: routeplannen 2.0 zal in een vogelvlucht
komen. Vanaf de Rider400 en de Zümo550 kan iedereen er mee werken. Het gemakkelijkst
is om het draadloos te kunnen doen en daarvoor heb je minimaal een Rider
4xx/5xx of een Zümo 396/XT nodig.
Verzoek aan fabrikanten
Wel nog een verzoekje aan de fabrikanten:
Garmin, graag het laden via de cloud wat gemakkelijker maken. TomTom, graag het laden van een gpx-bestand via de app mogelijk maken.
Sinds Fabio Quartararo tekende voor het fabrieksteam van
Monster Yamaha MotoGP begin dit jaar is er veel discussie geweest over de
toekomst van Valentino Rossi.
Voor de uitbraak van het coronavirus was de verwachting dat
Rossi nog tijdens het prille raceseizoen 2020 een beslissing zou nemen over
zijn toekomst in de MotoGP. Als de Doctor vond dat hij concurrerend kon zijn,
wilde hij verder race. In dat geval zou Yamaha hem steunen met een plek in het
Petronas Yamaha-satellietteam.
Natuurlijk, omdat Rossi dit jaar nog niet heeft geracet, kon
hij zijn plannen aangaande zijn pensionering in de ijskast zetten. Maar in een
gesprek met MotoGP’s Matthew Birt zei Rossi dat zijn nieuwe plan niet is om aan
het eind van dit seizoen met pensioen te gaan, maar om ook in 2021 te blijven acen.
‘Het probleem is dat dat we met het virus niet kunnen racen.
Ik zal dus nu een beslissing moeten nemen, terwijl we nog geen race hebben
gereden. Want in het meest optimistische scenario kunnen we in de tweede helft
van het seizoen weer gaan racen. Dus ergens in augustus of september mogen we hopen’,
legde Rossi uit tijdens een videogesprek met MotoGP-host Matthew Birt en zijn teamgenoot
Maverick Vinales.
‘Nu moet ik dus mijn beslissing eerder nemen. Maar hoe dan
ook, ik wil doorgaan, maar ik heb deze beslissing moeten nemen zonder enige
vorm van wedstrijd. Het is niet de beste manier om te stoppen, want de situatie
is dat we misschien helemaal niet racen in 2020. Dus het is eerlijker voor mij
om nog een kampioenschap te doen en te stoppen aan het einde van de volgende.
Dus ik hoop door te gaan in 2021.’ Dit nieuws zal goed vallen bij het legioen Rossi-fans,
die het vreselijk zouden vinden wanneer de negenvoudig wereldkampioen niet meer
aantreedt op de MotoGP-grid.
Jawa Motorcycles heeft van eigenaar Mahindra* – ook eigenaar van BSA, Yezdi en Peugeot – groen licht gekregen om te beginnen met de verkoop van motoren in Europa.
Het historische motormerk Jawa bevestigt dat de verkoop van motorfietsen
in Europa nog in 2020 wordt opgestart.
Voorlopig is de keuze beperkt tot drie modellen: de Perak, Forty Two, en de Classic.
De Classic en Forty Two worden beide aangedreven door een
293 cc, vloeistofgekoelde eencilinder, die 27 pk en 28 Nm koppel levert. De
Perak (op de foto) wordt aangedreven door een 334 cc tweecilinder en levert
ongeveer 30 pk en 30 Nm aan koppel. De Perak is wat ons betreft de
aantrekkelijkste van de drie. Vanaf de zijkant gezien, verschilt-ie maar weinig
van de succesvolle Triumph Bobber.
Alle drie de motoren moeten een plekje bevechten in het ontluikende en concurrerende modern classic segment. We geven het Jawa te doen. Vaak zal de prijs de doorslag geven. In India kost de Jawa Perak 164.000 Indiase roepie – ruwweg net geen 2000 euro. We verwachten niet dat de modellen in Nederland zo laag geprijsd zijn.
*Het merk Jawa is tot leven gebracht door Classic Legends Pvt. Ltd., een dochteronderneming van de Mahindra Group. Ze hebben een aandeel van 60% in de onderneming. De overige participaties zijn in handen van ondernemer Anupam Thareja en Boman Irani, zoon van Rustom Irani, de oprichter van het bedrijf Ideal Jawa.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.