2020-wereldkampioen Daniil Ivanov in Togliatti (Rusland). Foto: Good-Shoot
Met nog twee ronden te gaan, is de Rus Daniil Ivanov Wereldkampioen IJsspeedway geworden, voor zijn landgenoten Dmitry Khomitsevich en Dinar Valeev. Normaal gesproken is het geen nieuws dat drie Russen bovenaan staan, maar in dit geval wel. De WK-eindstand was namelijk eigenlijk de WK-tussenstand met Inzell en Heerenveen nog op het programma. Alleen nadat Inzell al niet doorging, geldt dat nu ook voor Heerenveen vanwege het coronavirus… Jasper Iwema heeft hierdoor het seizoen afgesloten op plek 17 terwijl Bart Schaap 18e is geworden.
De organisatie van Heerenveen laat in een reactie het volgende weten:
‘Na consultering van verschillende experts en overheidsinstanties hebben de Stichting IJsspeedway Assen en het Thialf stadion moeten besluiten het evenement te cancelen. De verantwoordelijke instanties verwachten niet dat de situatie in Nederland op korte termijn zal normaliseren en dat de genomen maatregelen zullen worden ingetrokken. Het spijt ons dat wij na 48 jaar ijsspeedway onze fans moeten teleurstellen maar de omstandigheden nopen ons tot dit besluit. Wij hopen jullie in 2021 weer te mogen begroeten!’
De mensen die al kaarten hebben gekocht, krijgen hun geld terug. Deze week volgt informatie over de wijze waarop, aldus de organisatie.
Het valt allemaal niet mee om zelfs maar een beetje internationale motorsport te zien op dit moment en dus gaan wij terug naar vorige week zondag. Terug naar de MXGP van Valkenswaard. Oké, het regende wel een beetje maar er werd tenminste wel gecrosst. En hoe! Geniet er van.
Ook wij vinden het ontbreken van een APK voor motoren logisch.
Als motorrijders onderhouden wij onze trots immers uitstekend. Toch leert een
kleine steekproef op MOTORbeurs Utrecht ons dat bijna de helft van de
motorrijders niet genoeg lucht in z’n banden heeft. Oppompen, dus!
Geen zorgen, wij pretenderen met ons beperkt gevulde gereedschapskistje zeker geen goede, diepgaande technische keuring uitgevoerd te hebben. Nee, we keken oppervlakkig naar de staat van de motoren op gemakkelijk meetbare punten van de banden en de rempartij. Met een goed gesprek over de staat van de motor als doel: ‘Zeg, hoe staat het eigenlijk met het onderhoud aan je motor?’
Eén opvallend resultaat: nog niet de helft van de
ondervraagden wist de bandenspanning van hun banden te benoemen. Niet de door
de fabrikant voorgeschreven spanning, maar ook niet de spanning waarbij ze ’s ochtends
van huis vertrokken. Nogal logisch dus dat ook bij meer dan de helft van de
ondervraagden, de bandenspanning ondermaats was. Vooral de voorbanden bevatten
vaak niet meer dan 2 bar. Dat heeft niet alleen slechte invloed op het
stuur- en remgedrag, maar ook zeker op de slijtage. Echt zonde, want het meten
van de spanning is een klusje van niets, net zoals het oppompen. De personen
die wij spraken bezitten geen bandenspanningsmeter en daar gaat het eigenlijk
al mis.
Het is alleen de druk…
Het goede nieuws? Na een speurtocht in de parkeergarage
van de MOTORbeurs vonden we pas na 38 motoren één voorband, waarbij de
DOT-code op de band en de lichte uitdrogingsscheurtjes verraden dat de band z’n
eigenlijke gebruiksduur heeft overschreden. Maar, om in APK-termen te blijven,
er bestaat geen maximale leeftijd voor een band. Het gaat dus vooral om
slijtage en uitdroging. Een kwestie van goed kijken.
Bij meer dan de helft was de bandenspanning ondermaats.
De profieldiepte is wél wettelijk vastgesteld en die
moet bij motoren 1 millimeter zijn. Let wel, het gaat om het profiel bij
de profieldiepte-indicator. Je-weet-wel, dat gekke blokje in een profielstreep.
Toch is 1 millimeter in onze ogen al veel te laag, en dus deelden we pas
bij 2 millimeter of meer een groen vinkje uit in de steekproef. Overigens
is de profieldiepte-indicator meestal geen 1 millimeter maar 1,6 millimeter
diep, omdat dat in het buitenland de wettelijke grens is. In de Verenigde
Staten is de grens 0,8 millimeter, net zoals dus sommige indicatoren.
Oftewel: met een eigen profieldieptemeter weet je het eigenlijk pas echt zeker.
En het anker?
We hebben niet de brutaliteit genomen om
remvloeistofpotjes open te schroeven, en hielden het bij onze meting
oppervlakkig: remblokken en remschijven werden geïnspecteerd. Waarbij we lang
niet de foutjes konden ontdekken die we wel bij de banden vonden. Vrijwel alle
remblokken waren nog niet voor de helft versleten en logischerwijs was het qua
dikte van de remschijven al helemaal in orde. Eigenlijk zag de gehele
verzameling aan remvloeistof er op het oog ook gewoon vers, helder uit. Droge
kettingen zagen we genoeg, maar exemplaren die aan onmiddellijke vervanging toe
waren niet.
Al met al stonden alle motoren er prima bij, op de te zachte banden na. En dus zullen wij ons volgend jaar niet alleen maar met meettemperatuur opstellen in de parkeergarage van de MOTORbeurs; we beloven een compressor mee te nemen om de terugreis geheel volgens de voorgeschreven spanning te laten verlopen. En dan zul je merken dat je motor stuurt alsof je nieuwe banden hebt!
Welke spanning?
Ook bij stilstand verliezen je banden aan spanning. Heb
je geen idee welke spanning jouw motorbanden moeten hebben? Wij houden meestal
2,4 bar in de voorband en 2,9 bar in de achterband aan als we het
even niet weten, al is dat een beetje afhankelijk van het type band. Máár,
eigenlijk moet je het gewoon even opzoeken op de website van de fabrikant. Het
is belangrijk dat je deze druk koud meet, en dus niet vlak na het rijden. Een
keer investeren in een goede bandenspanningsmeter is goud waard en een kleine compressor
voor in de garage kost ook de wereld niet.
Internet is je vriend, maar ga wel voor de officiële opgave.
Hoe oud is jouw motorband?
Nou, die vraag kun je gemakkelijk beantwoorden. Op de wang van de band vind je een DOT-code die eindigt met vier cijfers. De laatste twee cijfers staan voor het jaar van productie, de eerste twee voor de week. Code 5219? Dan is de band in week 52 van 2019 geproduceerd. In principe mag een band best een paar jaar oud zijn. Tot vijf jaar oud betekende bij onze steekproef bij de MOTORbeurs een groen vinkje. Toch blijven banden die goed zijn opgeslagen (droog, koel en donker) met gemak vier, vijf jaar goed. Zitten ze eenmaal onder je motor, dan gaat het natuurlijk een stuk harder. Overigens, als je een drie-cijferige DOT-code op je band vindt, dan is-ie van voor het jaar 2000. Ofwel: die is al een paar jaar aan vervanging toe.
Arthur van den Berg – Yamaha Super Ténéré
Arthur heeft alle vertrouwen in z’n Ténéré. Hij mist dan ook alleen een paar tiende bar in z’n achterband.
Bouwjaar
Niet bekend
Banden
Bridgestone Battlax
Bandenspanning
Matig
Profieldiepte
Goed
Ouderdom banden
Goed
Remblokken
Goed
Remschrijven
Goed
Dennis Kuis – Triumph Tiger 800
‘Waarom zit ik hier een spliksplinternieuwe Tiger te
checken?’
Bouwjaar
2019
Banden
Mitas E-07 Trail
Bandenspanning
Goed
Profieldiepte
Goed
Ouderdom banden
Goed
Remblokken
Goed
Remschijven
Goed
Manon Plug – Honda CB500
Manons voorband is een goed voorbeeld van het belang van een goede inspectie, hetgeen ze zelf ook al had gedaan.
‘Ja, van die gecupte voorband zijn we ons bewust en daar gaan we dan ook zeker wat aan doen.’
Bouwjaar
1994
Banden
Battlax BT45
Bandenspanning
Goed
Profieldiepte
Matig
Ouderdom banden
Goed
Remblokken
Goed
Remschijven
Goed
Loek Lankhorst – Suzuki GS500
De GS van Loek is een typische motor die op het oog wat ouder is, maar dankzij goed onderhoud onberispelijk blijkt.
‘Mijn monteur heeft ’m in december nog een grote beurt gegeven, dus ik heb alle vertrouwen!’
Bouwjaar
1992
Banden
Battlax BT45
Bandenspanning
Goed
Profieldiepte
Goed
Ouderdom banden
Goed
Remblokken
Goed
Remschijven
Goed
Jordy de Vuyst – Kawasaki Z800
De Z800 van Jordy is in optimale staat. En gelukkig voor hem hadden we geen dB-meter bij ons…
‘Het onderhoud doe ik zelf.’
Bouwjaar
2013
Banden
Dunlop Sportsmart TT
Bandenspanning
Goed
Profieldiepte
Goed
Ouderdom banden
Goed
Remblokken
Goed
Remschijven
Goed
Claudia Lippmann – Kawasaki Z750
Wettelijk gezien staat de Z750 van Claudia er top bij, maar gedurende het seizoen zal er wat nieuw spul nodig zijn.
‘Het onderhoud besteed ik uit. In de afgelopen twee jaar heeft de Z zowel een kleine als een grote beurt gekregen.’
Bouwjaar
2006
Banden
Michelin Pilot Power 3
Bandenspanning
Matig
Profieldiepte
Matig
Ouderdom banden
Goed
Remblokken
Matig
Remschijven
Goed
Lucien Korver – Suzuki GSX1250FA
Geheel standaard en in tip-top-staat: de GSX van Lucien.
‘Eind 2018 heb ik ’m nog voor goed onderhoud naar de
dealer gebracht.’
Bouwjaar
2013
Banden
Bridgestone BT023
Bandenspanning
Matig
Profieldiepte
Goed
Ouderdom banden
Goed
Remblokken
Goed
Remschijven
Goed
Erik van der Hoeven – Yamaha FJ1100
Dat motorrijden niet duur hoeft te zijn, bewijst deze
FJ1100 van Erik, hier met z’n zoon als duopassagier.
‘Ik heb deze FJ gekocht voor € 400,- en ben er al
driemaal mee op en neer naar de Alpen geweest. Het onderhoud doe ik zelf, maar
ik moet zeggen dat ik deze winter de banden nog niet heb opgepompt.’
Bouwjaar
1983
Banden
Bridgestone BT045
Bandenspanning
Slecht
Profieldiepte
Goed
Ouderdom banden
Goed
Remblokken
Goed
Remschijven
Goed
Stefan Laarman – Yamaha XT660X
Is deze op? Ja en nee. Gemeten bij de slijt-indicator mag
deze wettelijk gezien nog gewoon de weg op.
‘Is mijn achterband op? Nee, dat wist ik niet. En
trouwens, ik ben er niet mee gevallen, de schade komt door een aanrijding met
een eend.’
De KTM 390 Adventure 2020 lijkt op het eerste gezicht een 390 Duke met enkel wat meer veerweg en een typisch KTM allroadsnuitje. De kleinste Oostenrijkse allroad is echter meer dan dat, verrassend veel meer.
Waarom rijden wij hem?
De potige KTM 1290 Adventure geeft ons kriebels. Van de
geestdriftige 790 Adventure gaan we spontaan glimlachen. Is de 390 uit
hetzelfde Oostenrijkse hout gesneden als zijn grote broers?
De meeste reclameboodschappen slaan in de praktijk als een drol op een drumstel, maar de 390 Adventure maakt zowaar waar wat KTM belooft. De Oostenrijkers noemen het een avontuurlijke motorfiets voor elke dag. Dat wekt verbazing. Een eencilindertje van nog geen 400 cc met 44 pk dat goed genoeg is voor het dagelijkse verkeer? Het zijn waarden die je verwacht bij een scootertje dat je huurt op een zonnige vakantiebestemming. En met zo’n waggelend ding heb je weinig te zoeken op een overvolle A2 of op een provinciale weg met een achttientonner beeldvullend in de spiegels. De 390 Adventure voelt zich op beide terreinen wel thuis. Zelfs offroad speelt hij nog iets klaar.
Blijft verrassen
De basis van de nieuwkomer is de 390 Duke, met zijn
stalen frame en monoblok een ogenschijnlijk eenvoudig machientje. Toch is de
kleinste loot van de Adventure-tak verbazingwekkend compleet, met een mooi tft-dashboard,
een 12V-aansluiting, uitschakelbare traction control, bochten- en offroad-ABS, een
vet aluminium stuur en instelbare voor- en achtervering. Het is een complete
motor voor € 7.300,-. Daarmee is hij marginaal duurder dan concurrent BMW
G310GS, maar die heeft slechts 34 pk. Aan de andere kant kost een Kawasaki Z650
– om het in perspectief te plaatsen – slechts € 600,- meer dan de KTM.
De eerste verrassing dient zich op de parkeerplaats aan. Met mijn 1,80 meter vind ik een prima plek. Het zadel staat op een respectabele 855 millimeter en ondersteunt je achterste goed. De benen hebben volop ruimte, de kniehoek is riant en de voetsteunen zijn breed, zodat je in offroadgedeeltes lang kunt staan. De benen sluiten prachtig aan op de smalle tank. Als dan ook het stuur nog eens precies daar staat waar je het verwacht, is het feest compleet. Natuurlijk houdt het minimale windscherm amper wind weg, maar de windstroom is turbulentieloos. Lange afstanden hoeven geen probleem te zijn.
De verrassing houdt aan als we over perfect asfalt koers zetten naar de vulkaan Teide. Natuurlijk stuurt de 390 Adventure licht, maar ook voorspelbaar en neutraal. Waar je met lichte motoren de eerste bochten meestal in de binnenbocht eindigt, stuurt de KTM direct daarheen waar je hem heen dirigeert. Ook in snellere bochten blijft hij mooi op koers. Een heupbeweging is voldoende om hem de bocht in te leggen, maar verder laat hij zich niet snel van de wijs brengen.
Testlocatie
Tenerife
Omstandigheden
Zonnig en Droog
Temperatuur
20 graden
Testkilometers
160 (25 offroad)
Bijzonderheden
Geen
#DOESLIEF
Ook op het rechte eind houdt de KTM zijn koers, al vliegt hij wel van links naar rechts tijdens de harde windvlagen die de kust teisteren. Het pluimgewicht van 172 kilo heeft er schuld aan. Versnellen in zes op vals plat en met de stormachtige tegenwind is grappig en tegelijk ontluisterend. Het toerental kruipt net zo traag omhoog als de snelheid. Om vooruit te komen, moet het blok toeren maken. Het maximumkoppel van 37 Nm bevindt zich bij 7.000 toeren en het is zaak om daarbij in de buurt te blijven. Hou de naald tussen de 6.000 en 10.000 voor het beste resultaat. Rood begint bij tien en dan mag het blok nog tweeduizend toeren maken, maar je kunt beter eerder overschakelen. Mag ik een verzoek doen aan alle KTM-dealers? Trakteer elke 390 Adventure-koper in het kader van #doeslief op de quickshifter. Die werkt goed en maakt het rijden nog leuker.
Over leuk gesproken: hoe geinig is het in dagelijkse Nederlandse verkeer om altijd aan het gas te moeten hangen? Het is leuk om samen met de KTM overenthousiast te dansen op een vulkaan, maar in Nederland is daar niet altijd de gelegenheid voor. Wees gerust: ook bij lagere toerentallen gedraagt de kleine Adventure zich netjes. Dorpjes hoef je niet te doorkruisen met een loeiende eencilinder, want dat kan ook laagtoerig zonder bokkend blok. Dat is het voordeel van het kleine zuigertje. Daardoor blijven ook de trillingen tijdens het rijden beperkt. Natuurlijk voel je ze bovenin, maar alleen in de voetsteunen en niet storend.
Knallen als in Dakar
De voorvork en monoschokdemper zijn van WP, maar uit de categorie budget. Toch leveren ze puik werk. Ze bieden een mooie combinatie tussen comfort en strak genoeg voor een stukje sturen. Het rijwielgedeelte is in balans, zeker na het opschroeven van de veervoorspanning achteraan. Daarna had ik iets minder ‘momentjes’. Die schrijf ik overigens ook toe aan de bandenspanning van 2,0 bar. Volgens KTM de voorgeschreven druk voor de Conti’s, maar het voelt als te weinig.
De remmen van Bybre doen het – het wordt voorspelbaar –
goed. Ze leveren meer gevoel dan je van een Indiaas product verwacht. Met de
stopkracht zit het wel snor, maar dit laat zich ook nog eens fijn doseren.
De 390 Adventure lijkt inderdaad uit hetzelfde hout gesneden als zijn grote broers. Het design is messcherp, het rijwielgedeelte uitgekiend, het rijgedrag speels en ook deze KTM nodigt je uit om te vlammen, al blijft dat door het geringe vermogen binnen de perken.
Alleen offroad blijft de 390 achter bij zijn broers. Plotseling is de motor wel aan de kleine kant waardoor je wat gebocheld staat. Het weerhoudt de KTM-voorrijders er niet van om te knallen. Niet verrassend bij ex-Dakar, -Romaniacs en -Erzberg-rijders. Wie zich zorgen maakt om gietwielen op onverharde wegen moet de promo-video’s eens bekijken. Die gasten rossen er genadeloos overheen. Dat is ook de manier om de 390 te rijden. Ook in het terrein vraagt hij om toeren en dat vergt gewenning. Zelf rij ik technische passages graag als ’trialist’ op koppel. Dat gaat echter niet met deze KTM, die vraagt om laagvliegen.
Conclusie
De 390 Adventure is een volwassener motorfiets dan je op basis van zijn cilinderinhoud verwacht. Dit is niet de zoveelste lichtgewicht met hoogst twijfelachtige rijeigenschappen, dit ding heeft daadwerkelijk wat in zijn mars. Het begint er al mee dat hij meer dan voldoende plaats biedt aan een volwassen Nederlander. Bovendien is het blok krachtig genoeg om diezelfde Nederlander vlot door het verkeer te laten bewegen, al vraagt dat wel om toeren draaien. Sturen gaat vanzelfsprekend licht, maar het rijwielgedeelte biedt wel vertrouwen. Ook in langere bochten blijft het geheel strak, zeker als je een vloeiende rijstijl aanhoudt. De uitrusting staat op een hoog niveau, het comfort ook, plezier is verzekerd en de aanschaf- en onderhoudskosten zijn te overzien. Deze 390 Adventure slaat een brug tussen twee lastig te verenigen werelden, die van emotie en die van ratio. Dit is een motorfiets die een zuinige/rationele motorrijder puur – volledig terecht – met het hoofd koopt, maar hij krijgt er gratis en voor niets een hele dosis pret bij. Al moet je wel van gas geven houden.
Vroeger zat ik prinsheerlijk achterop de Kawasaki ZZR600 van mijn man. Toen hij echter een gele Yamaha R6 zag en die moest en zou hebben, ben ik zelf gaan lessen. Op die R6 wilde ik echt niet achterop, dat was te eng. Ooit eerder had ik één proefles en daarin ging ik direct onderuit. Ik wist niks, had nooit brommer gereden, maar die instructeur liet me toch van alles doen. Toen hij vertelde dat hij in de tweede les al het dagelijks verkeer in wilde gaan, ben ik nooit meer komen opdagen.
Paspoort
Leeftijd
56
Woonplaats
Hilversum
Rijbewijs sinds
2012
Motorfiets
Yamaha Fazer 600
Kilometerstand
31.000
In bezit sinds
2012
Aantal gekochte motoren
2
Aantal verkochte motoren
0
Mijn tweede instructeur deed het veel beter en hij praatte uit mijn hoofd dat ik een chopper moest hebben. Ik zag mezelf wel zitten met zo’n stoer jack en stoere laarzen, maar hij wilde me op iets dat wel stuurt. Het is deze Fazer geworden. Mijn man en ik hebben hem gepimpt met een gelzadel, onderkuip, kuipruitje en nog meer moois. Alles moet qua kleur wel matchen, dat moet een vrouwendingetje zijn. Deze motor doe ik nooit meer weg, ik hou van dit ding. Ik hou ook van Superbike, BSB en MotoGP, sterker nog: ik ben er leip van. Ik ben weg van racemotoren, maar door een geopereerde schouder kan ik er niet op rijden. Toch ben ik ook happy met dit “oudje”. Ik ben een luxe-poes, vandaar de handvatverwarming, maar deze motor is het ook. Hij staat droog en warm in de schuur en na elke rit poetsen we hem.
Motoren in mijn leven
Yamaha Fazer 600 (eerste motor) Yamaha R6 (als cadeau) Yamaha Fazer 600
Welke van deze retro-modellen biedt met inachtneming van betaalbaarheid het meeste kijk- en rijplezier?
Triump Speed Twin
Als het om het scoren van opgestoken duimpjes gaat, is de Triumph geen winnaar in deze test. Een ware retro-purist zal zich hieraan storen. Immers, deze Speed Twin is de échte retro. Vink maar mee: stereoschokdempers, ogenschijnlijk geen katalysator, twee laaghangende uitlaten en koelribben zoals ze ze vroeger maakten. De Brit is ‘clean’ en biedt een mooi doorkijkje langs het blok. Zowel heel erg retro als ontegenzeggelijk mooi. Mooi genoeg om in je woonkamer te parkeren, maar dat gaan we voor deze test dus lekker niet doen. We gaan rijden, op deze Speed Twin die door Triumph is gepresenteerd als ideaal compromis tussen de Thruxton en de T120. Het hoge, brede stuur van de laatste, gecombineerd met het romige, rappe blok van de Thruxton, die ten opzichte van de T120 beschikt over een lichtere krukas en een gewijzigde ECU. Ofwel: dit blok voelt wat levendiger en meer alert. En als ik je dan ook nog vertel dat de Speed Twin zo’n tien kilo lichter is dan de Thruxton, vooral dankzij de lichtere wielen, heb je wellicht al een beetje een idee van de karaktertrekken.
Triumph Speed Twin
Deze Brit, met twee staande cilinders van 600 cc per stuk, oogt oprecht klassiek. Maar, zal de Triumph zich onderhuids net zo goed en modern gedragen als de BMW?
Bakkes in de wind
Zo op het eerste gezicht staat de Speed Twin lekker op z’n neus, alsof-ie je persoonlijk wil uitnodigen die bocht iets harder dan gewoonlijk aan te vallen. De zit is laag, met 807 mm, en de 270graden-krukas zorgt al na omdraaien van de sleutel voor een aangename, diepe roffel. Die heeft er zin in! Met de zon aan de hemel en de rap opwarmende twin tussen de benen is het tijd om wat verkoelende rijwind op te zoeken. Even bladeren door de aanwezige rijmodi: Rain, Road en Sport. We selecteren de middelste om wat B-wegen onveilig te maken. Die twee grote, klassiek ogende klokken voor je neus, bakkes in de wind en genieten maar van dat alom vertegenwoordigde koppel, dat zich in bijna ieder toerengebied boven de 100 Nm bevindt. Lekker comfortabel, en dat geldt ook voor het veergedrag van de Speed Twin. Oneffenheden worden bijna relaxed weggewerkt en in soepele doordraaiers gedraagt de Speed zich eerder goedmoedig en tevreden dan op-het-randje sportief. Het Kayaba-veerwerk is relatief vriendelijk, zeker in vergelijking tot de BMW, waardoor de feedback wat minder duidelijk wordt als je echt tot het gaatje in de aanval gaat. Let wel, dan ben je de boel aan het uitwringen, want bij normaal sportief gedrag is er geen vuiltje aan de lucht en kun je genieten van het feit dat je achterwerk op de comfortabele zitbank gewoon keurig op z’n plek blijft, hoewel het zadel glad oogt.
De remmen, vierzuigerknijpers van Brembo, vertragen desgewenst met oerkracht, maar zijn voor normaal gebruik mooi te doseren en passen zo naadloos in het Britse, beschaafde karakter van de Speed Twin. Het gemonteerde, nogal sportieve rubber zorgt wel voor een kleine spagaat. Dat past niet persé bij het iets meer goedmoedige karakter van de Triumph. Maar ach, die bravoure past dan ook wel weer bij het tijdperk dat de Speed Twin voor ogen heeft.
En de prijs?
Bij Triumph is de Speed Twin weliswaar geenszins goedkoop, maar vergeleken met de BMW is het een aanbieding, die vanaf-prijs van € 15.200,-. Maar voordat we ons daar blind op staren, moeten we toch ook benoemen waarom de Brit niet de duurste is. Neem de nauwelijks instelbare vering, die weliswaar klassiek oogt, maar met de stereoschokdempers nou eenmaal ook een betaalbare oplossing kiest. Datzelfde geldt voor de simpele voorvering met klassieke stofhoezen, die schril afsteken tegen de modernere gouden upsidedownvork van de BMW. Maar, dit zijn slechts opmerkingen en geen aanmerkingen. Want juist als het gaat om een oprecht klassiek voorkomen, dan is de Triumph simpelweg troef. De vraag is ook maar in hoeverre je een upsidedownvork nodig hebt op een retro. Of zelfs een radiaal gemonteerde rempartij? De BMW heeft het, maar bij de Speed Twin mis je het niet. Nee, aan boord van de Triumph weet je het eigenlijk wel: het is goed zo, laat maar gaan, die BMW…
Plus
Details, comfortabel, koppelbeest, elektronica
MIN
Tankinhoud, banden te sportief voor motor
BMW R nineT Option 719
Sorry hoor, maar ik begin toch weer even over de opgestoken duimpjes, die ik voor het gemak beschouw als graadmeter van oppervlakkige schoonheid. Nou, dan wint de BMW de strijd. Mede dankzij het ‘vol in je smoelwerk’-verfwerk van het ‘Option 719 stijlpakket Classic’, dat de R NineT eruit doet zien alsof-ie uit staat te hijgen van een stoffige 24-uursrace in de buurt van Daytona. Of iets in die trant. Toch zou je zeggen dat de R dit pakket helemaal niet nodig heeft om ervandoor te gaan met de schoonheidsprijs. Hij staat natuurlijk alweer vijf jaar in de schappen van BMW en hoewel er in die jaren is uitgebreid van een eenling naar een compleet segment; nog steeds is die originele R NineT een prachtverschijning. Wat minder Retro, wat meer ‘modern classic’ dan de Triumph overigens en dat blijkt alleen al uit de moderne monoshock, die de cardan-aangedreven achterpartij in toom houdt. Die gouden, volledig instelbare upsidedownvork doet trouwens aardig mee in de moderne gedachte, zeker in vergelijking met de traditionele configuratie, voorzien van harmonicarubbers, aan de voorzijde van de Triumph.
BMW R nineT Option 719
In deze opvallende ‘Option 719’-kleurstelling schreeuwt de BMW het retro-zijn van de daken. Toch heeft BMW de nodige in het oog springende concessies gedaan om ’m aan de huidige maatstaven te laten voldoen.
Maar als je wat langer kijkt naar de BMW, valt toch op dat het ronde frame en motorblok visueel wat rommelig zijn, zeker in vergelijking met de strak afgewerkte Triumph. Het beroemde boxerblok komt visueel net even wat minder lekker uit de verf dan de Britse twin, maar de uitlaatloze rechterkant biedt dan vervolgens wél weer een fraai uitzicht op de enkelvoudige achterwielophanging van de BMW. Goed, wellicht wat veel tekst over de looks, maar dat is tenslotte een heel belangrijke reden om een aanschaf uit het segment der moderne retro’s te overwegen en dus loont het de moeite naar beide machines uitgebreid te staren.
Boxer op leeftijd
Waar ik de Britse twin omschrijf als een beschaafd blok, tapt deze BMW uit een ander vaatje. De boxer, inmiddels al aardig op leeftijd, draait als vanouds wat rommeliger, meer nukkig rond dan de soepele twin van de Triumph. Dit blok zou keurig passen in het plaatje Retro en Emotie, ware het niet dat we door BMW inmiddels verwend zijn met een opgewaardeerd boxerblok. En dan gaat het natuurlijk over die heerlijke ShiftCam-variant, die het oude lucht- en vloeistofgekoelde blok in alle andere boxermodellen naar grote tevredenheid heeft opgevolgd. Hadden we in jaren nauwelijks iets aan te merken op de R NineT, inmiddels weten we hoeveel beter dat ‘boxeren’ kan en dat leidt toch wat af. Daarbij is hij een flink portie zwaarder dan de Speed Twin, zo’n 222 kilo tegen een kleine 200 stuks, en ontbeert de ‘R’ moderniteiten als verschillende rijmodi en uitschakelbare traction control. De vering is dan weer wel volledig instelbaar, zij het handmatig. En als je wilt weten wat er nog in de tank zit: dat wordt gissen, want afgezien van je actuele verbruik in het display en een brandend lampje als je leeg dreigt te raken, blijft de inhoud van je tank een compleet raadsel.
De zitpositie is duidelijk minder op comfort ingericht dan zijn Britse tegenhanger, vooral de kniehoek is scherper, maar eenmaal in het zadel is het prima uit te houden. En genieten. Want zeker in verhouding tot de Speed Twin is de BMW wat lomper, wat meer onbehouwen, het blok wat nukkiger en dat is eigenlijk precies wat je verwacht van deze machine. Die boxer lekker laten knorren en liefst onuitputtelijk lekkere doordraaiers pakken. De remmen zijn voortreffelijk wat mij betreft; niet te bijterig, maar juist heel fraai te doseren. Daarbij kun je voor nog wat draaien aan vering en demping, zodat hij stevig genoeg wordt om lekker aanvallend te rijden. Kont tegen het fraaie kapje over de duozit en gáán. Dan valt dat karakter van het ‘oude’ blok ineens weer op z’n plek en is het genieten van de R NineT zoals we hem alweer jaren kennen. En ja, dat sleuren gaat wat minder ‘smooth’ dan bij de Triumph. Ook fijn: altijd weer even dat momentje dat je bij het afstappen je schenen blauw trapt tegen de cilinderkop… Zo’n BMW mag soms een beetje pijn doen, zullen we maar zeggen.
Ook pijn in de portemonnee
En die pijn is ook financieel. Want duiken we even in de prijslijst, dan wordt al gauw duidelijk dat BMW in deze test aan kop gaat. Helemaal standaard op de lijst vind je de R nineT voor een forse € 18.350,-, en dat is dan nog zonder ‘Optie 719’. Voor zo’n kek lakwerkje dien je er nog eens € 1.157,- bij op te tellen. Bijna twintig mille voor een relatief eenvoudige naked bike. Het wordt er blijkbaar voor betaald. Wel moeten we opmerken dat je als koper ook voor de ‘Pure’-variant kunt gaan: zonder spaakwielen, instelbare vering en dikke rempartij. Tsja, misschien was dat wel een betere uitdager van de zo pure Speed Twin geweest, al blijft het prijsverschil fors.
Plus
Boxerbeleving, high-end onderdelen, duimpjes
Min
Zwaarder, duurder, toch nukkig zo’n boxer
Meten is weten
Ja, beide blokken zijn sterk. Maar de Speed Twin spant toch wel de kroon, zoals we dat bij zowel de drie- als de tweecilinders van Triumph gewend zijn. De koppelkromme is ronduit indrukwekkend, zowel qua vlakheid als qua topwaarde: 123,3 newtonmeter is wat de paralleltwin produceert. Veelzeggend is dat-ie vanaf 2.500 toeren per minuut tot bijna 7.000 boven de 110 newtonmeter piekt.
Rood = Triumph | Blauw = BMW
Tsja, dan kan een boxerblok nog zo bullig aanvoelen, de vlakheid van de rode lijn is simpelweg onaantastbaar. Zoals je ziet, tekent de BMW een iets meer levendige lijn, om het maar even positief te benaderen. Een boxer is natuurlijk sterk van onderuit, maar niet persé de meest vlakke qua vermogensopbouw. En toch verdient dit blok ook gewoon complimenten. Eveneens vanaf 2.500 toeren per minuut beresterk, met nog net een beetje meer ademruimte bij hele hoge toeren, wanneer de Triumph al de handdoek in de ring gooit.
Conclusie
Gastrijder Remco weet het gevoel dat deze beide motoren
opwekken goed te omschrijven: ‘Weet je, ik word best hebberig van beide
machines!’ Tsja, het zijn simpelweg beide prachtige machines. De Triumph op
ingetogen klassieke wijze, de BMW in deze lak-optie een stuk uitbundiger. ‘Maar
als ik dan moet kiezen, dan zou ik toch voor de Triumph gaan. Die rijdt
makkelijker en het blok is een stuk soepeler, terwijl dat blok toch juist zo
sterk is’, zo vervolgt Remco zijn persoonlijke, maar veelzeggende conclusie.
Dat hadden we vooraf toch een beetje anders ingeschat. Want de BMW R nineT Option 719 imponeert met z’n instelbare upsidedownvork, radiaal gemonteerde remklauwen en andere, meer exotische onderdelen. Toch is dat ook de spagaat die de R NineT maakt; een spagaat die in dit retro-segment wat overdreven sportief op z’n poten staat. En prijzig is, ook dat. Nou moeten we opmerken dat de NineT Option 719 er ook in een kalere uitvoering is, maar bepaalde minpunten blijven dan wel overeind. En daar is het nukkige blok er toch zeker een van.
De Triumph Speed Twin staat in eerste instantie ook sportief op z’n hoeven, maar na het rubber houdt dat ook direct op. Klassieke stereoschokdempers, een simpele telescoopvork en axiaal gemonteerde remklauwen houden het budget klein, maar zijn al met al prima in balans. De Triumph is simpelweg gemakkelijk te berijden en legt een deken van ontspanning over je rit. Maar saai, dát wordt het geen moment. Dat heeft weer te maken met het zo dikke motorblok dat bij de meest lage toerentallen als een beest sleurt. Al met al is de Speed Twin simpelweg de meest gemakkelijk, ontspannen en uitgebalanceerde retro van het stel. En nog relatief betaalbaar ook.
Testredacteur: Jaap van der Sar | Foto’s: Andrew Walkinshaw
Met de annulering van de zesde rondes en het winnen van alle vijf voorgaande gereden rondes, is de Catalaan Toni Bou cijfermatig al kampioen van de X-Trial 2020. Sinds 2007 domineert Bou in zowel indoor als outdoor trial.
Het coronavirus heeft ook z’n effect op de sport. Met de annulering van de Oostenrijkse ronde van het Wereldkampioenschap X-Trial 2020, gepland voor 21 maart, is Toni Bou nu al zeker van de titel. Het is zijn veertiende indoortitel en met dertien outdoortitels, verstevigt de Catalaanse coureur zijn eigen record: 27 wereldtitels!
Het Wereldkampioenschap X-Trial heeft nu vijf rondes achter de rug. Het WK eindigt op 25 april in Andorra. Ervan uitgaande dat het coronavirus dan nog niet z’n biezen heeft gepakt, zal deze ronde ok geen doorgang vinden. Toni heeft alle rondes gewonnen en leidt het voorlopige klassement met 100 punten en is onbereikbaar voor nummer twee Adam Raga. Die heeft 75 punten.
Redacteur Jan Kruithof over de Zero SR/S 2020: “Zero Motorcycles is volwassen geworden. Zo’n zeven jaar gereden reed ik een Zero waarop het rijden fantastisch was, sensationeel zelfs want zonder noemenswaardig geluid. Maar als motor kon de Zero me niet overtuigen. Dat was zeven jaar geleden en nu kan ik met gerust hart stellen dat Zero volwassen is geworden. Een bijzondere, 130 km-lange rit met de Zero SR/S langs de middellandse zee maakte mij wel duidelijk.”
De KNMV laat weten dat alle KNMV-motorsportevenementen worden afgelast. Tot 1 april – geen grap – is het stil op de crossbanen, omgeploegde maisakkers en circuits. De beslissing is genomen in samenspraak met de MON.
Hiermee volgen KNMV en MON de adviezen van het RIVM en de maatregelen van het kabinet.
De Britse regering onderzoekt de mogelijkheid om oude/vervuilende motorfietsen een hogere wegenbelasting te laten betalen. Nu bepaalt de cilinderinhoud nog de hoogte van het bedrag.
CO2 kost geld
De Engelse belastingdienst heeft al voldoende ervaring met het systeem waarbij vervuilers de portemonnee moeten trekken. De wegenbelasting voor auto’s is op die manier ingericht. Wagens die veel CO2 uitstoten kosten hun eigenaar een fikse som duiten.
Hard onderuit gaan
Tot nu toe kunnen Engelse motorfietsen desnoods puur vergif via hun uitlaatdempers uitstoten, maar het is dus onduidelijk of dat in de toekomst zo blijft. Het zwaarder belasten van vieze motoren moet de verkoop van schone/moderne motoren stimuleren. Tegelijk kan het een klap voor de tweedehands markt zijn. De prijzen van zware en oude modellen kunnen hard onderuit gaan.
BMW en HD de klos
De CO2-uitstoot van moderne motoren is bekend, maar niet van veel oudere modellen. In dat geval moet de Britse belastingdienst ze indelen op basis van cilinderinhoud. Eigenaren van klassieke zware BMW’s en Harley’s moeten daarom hoge wegenbelastingen vrezen.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.