zondag 24 mei 2026
Home Blog Pagina 985

Honda VFR400R NC30 en Honda CBR400RR NC29 test

0
Honda VFR400R NC30 en CBR400RR NC29

Een vloedgolf aan Japanse 400cc-sportmotoren uit de jaren tachtig en negentig spoelde via de grijze import over het Europese continent. Elk merk had minstens één zo’n voor ons uiterst exclusieve en sportieve 400. Honda niet, want dat merk had er zelfs twee: de VFR400R en de CBR400RR.

Vanuit de Japanse binnenlandse politiek verrees een compleet nieuw segment. De motoren voor het lichte rijbewijs moesten voldoen aan beperkingen ten aanzien van het motorblok, de motorprestaties en de topsnelheid, maar de fabrikanten hadden wel vrij spel bij het rijwielgedeelte. Dergelijke motorfietsen stonden niet zo ver van die in de huidige Moto2-klasse in de Grands Prix, alleen was dit voor op straat. Voor beginners…

Honda zette zwaar in op het 400cc-supersportsegment. Nadat de fabrikant met de CB400F in 1975 al aan de eerste vier-in-lijn-400 begon, kwam met de CBR400F uit 1983 de eerste CBR400. Overigens had die zelfs een voorloper van het VTEC-systeem aan boord, dus kun je nagaan. Honda zou de al snel volgende CBR400RR ook voorzien van de nodige innovatieve techniek, net als zijn sowieso al baanbrekende halfbroer, de VFR400R. Snel doorspoelend passeren we even het gruwelijke tijdperk van de CBR400R Aero, waarin het kuipwerk plotseling alles moest omvatten. Overigens was dat wel het debuut van het vloeistofgekoelde 399cc-zestienklepsblok met tandwielaangedreven nokkenassen. Dat had net geen 60 paardenkrachten en dat werden er ook nooit meer. Eén van die gestelde Japanse beperkingen was een motorvermogen van maximaal 60 pk. Logischerwijs was een cilinderinhoud van maximaal 399 cc een andere regel. Beide regels zorgden ervoor dat de fabrikanten alle focus op het rijwielgedeelte legden. In Japan was er voor motoren boven de 250 cc inmiddels ook een soort uit de klauwen gelopen apk. Elke twee jaar moest de motor worden gekeurd. De keuring was enorm strikt en binnen een jaar of vijf onhaalbaar. Het motorenbestand werd dus ook nog eens snel ververst en de fabrikanten wilden de jonge Japanse rijder aan zich binden. Zodoende was elke 400-supersport het beste wat het kon zijn. De strijd ging niet om pk’s, maar om de best sturende motorfiets.

Honda VFR400R NC30
Honda VFR400R NC30

Vingers aflikken

Het is dus niet heel gek dat in lijstjes van best sturende motoren niet zelden één van deze twee opduikt, soms zelfs allebei. Honda zat eind jaren tachtig en begin jaren negentig goed in zijn vel. De motorsport ging goed, de verkopen liepen door en de zaken gingen lekker. Honda wierp zich dan ook vol op de binnenlandse markt en de jonge motorrijder. Het lichte rijbewijs was enorm beperkt, maar door deze samenloop van omstandigheden waren er vele sportieve beginnersmotoren om je vingers bij af te likken. Zo maken ze ze helaas niet meer.

In het bijzijn van de VFR400R dreigde de CBR400RR onder te sneeuwen. De directe verwantschap van de kleine V4 met de legendarische VFR750R RC30 tilt hem in elk gezelschap boven de rest uit. Desondanks zijn het hier halfbroers onder elkaar. Uiteraard is de ene uitgerust met een 90-graden-V4 en de andere met een vier-in-lijn. Ze hebben ook alle twee een waanzinnig knap aluminium frame. Het strakke brugframe van de VFR is net zo netjes afgewerkt als het gewelfde aluminium kader van de CBR, maar verder hebben ze in de uitvoering weinig gemeen. Een bijzondere achterbrug, want het is een VFR. Of andersom? Nee, dan de CBR. Net als de NC23-voorganger van de CBR400RR, kreeg deze NC29 ook een bijnaam mee die refereert aan de achterbrug. Bij de voorganger was dit Tri-Arm en dit model heet de Gull-Arm. Die naam verwijst naar de achterbrug die omhoog trekt om de uitlaat dichter bij het zwaartepunt te houden en de grondspeling te vergroten. In de praktijk vergroot het niets van die grondspeling en over welk zwaartepunt hebben ze het bij Honda? Zowel de vier-in-lijn als de V4 weegt droog respectievelijk 165 en 163 kilo, dus is er feitelijk geen zwaarte. Een prachtig doelbewuste swingarm is het desondanks wel. Afijn, de NC30 krijgt vleugels van zijn banden met de RC30, maar het maakt de CBR400RR niet minder bijzonder. Om je een idee te geven van hoe veel aandacht er naar alle twee ging: beide hebben een boring- en slagverhouding van 55 x 42 millimeter, maar toch delen ze niet eens de zuigerveren, laat staan de zuigers. Voor de kleppen geldt hetzelfde. Toch ontkom je niet aan het stemgeluid dat ze delen, dat op het conto komt van de aansturing van de genoemde minuscule kleppen.

Houten balkje

Omdat het blok toch maar 60 pk mocht produceren, wilde Honda het maximale uit de 399cc-viertaktblokken halen. Zoals vaker zocht Honda de oplossing in het verhogen van het toerental. Zowel de VFR als de CBR draait tot maar liefst 14.500 toeren per minuut. Honda was erop uit om die 59,9 toegestane pk’s in te vullen met enkel volbloedpaarden. Volbloedpaarden met haast, dat wel. Beide machines ademen door Keihin-carburateurs. De CV-valstroomcarburateurs op de CBR zijn met 26 millimeter beduidend kleiner dan die op de VFR. Dat is een voordeel van de V4-configuratie en de 360-gradenkrukas: meer ademruimte op tempo zonder verlies van koppel onderin. Toch zal het complete inlaattraject van de VFR400 voor de ontwerpers geen pretje zijn geweest. Vier 34-millimeter-Keihins tussen de twee cilinderrijen proppen en die ook nog werkend krijgen, is best een prestatie. De Honda V4-sleutelaar is een houten balkje als carburateur-demontagegereedschap sowieso niet vreemd.

Hoewel onderdelen zeldzaam zijn, zijn de Honda VFR400R en de CBR400RR het waard om serieus op zoek te gaan. Officieel leverde Honda deze 400’tjes nooit in Nederland, dus voor hulp ben je bij onze importeur aan het verkeerde adres. Gelukkig zorgt de cultstatus van dit soort motoren ervoor dat aan bijna alles wel te komen is. Deze motoren waren het toppunt van hoe een sportmotorfiets kon zijn als er eens even niet aan paardenkrachten werd gedacht. De hese huil van de tandwielen die de nokkenassen aandrijven en de vier met haastige spoed gevulde cilinders is fantastisch. Dat er evenwel gang genoeg in zit, is van minder belang dan de zalige wendbaarheid.

Honda CBR400RR NC29
Honda CBR400RR NC29

Mee gekrompen zit

De jaren-tachtig-racezit met de voetsteunen hoog en de clip-ons ver weg is evenredig gekrompen met de hele motorfiets. De NC30 is nog krapper dan de CBR, maar desondanks voel ik me met mijn lichaamslengte van 1,86 meter niet eens echt onhandig groot voor de motor. Geënt op enkel en alleen de jonge Japanse motorrijder is er geen moment gedacht aan hoe een gewone Hollandse jongen zich hierop zou moeten opvouwen. Zoals gezegd kan zelfs de krappere van de twee bekoren. Het voelt alsof het zo hoort, net als het lange slepen van de koppeling bij het wegrijden: met gepaste spoed van de plek en met veel gas ook. Je krijgt de indruk dat alles zo klopt. Zodra je mentaal op sportief rijden bent ingesteld door de racer-achtige zithouding gaat het verder vanzelf. De iets ruimere CBR400RR bewijst waarom dit NC29-type CBR de laatste en de beste was. Elke generatie was op het blok na totaal anders, maar zo scherp en lichtvoetig als de CBR400RR NC29 zich laat leiden, is er maar weinig. Dan snap je dat het nooit beter zal worden dan dit. Koppel van onderuit is er weinig tot niets, maar zodra de motorfiets rolt en de toerentallen verder oplopen, wordt de CBR alleen maar beter. Het koude asfalt vervloek ik, evenals de vrij gedateerde banden. De remmen zijn wat sponziger dan je wellicht zou verwachten. Ze helpen toch met veel gevoel het maximale uit het belegen rubber te halen. Uiteindelijk moet je sowieso iets harder werken op de CBR dan op de VFR. Het klein beetje koppel van de V4 maakt meer dan een klein beetje verschil. Toch maakt dat het zo mogelijk nog bevredigender om de CBR door te trekken; nog net wat meer toeren en de des Honda’s boterzachte versnellingsbak aanspreken voor het volgende verzet. De underdog nog altijd, deze CBR400RR, maar wat voor een underdog!

Iets luier

De Honda VFR400R NC30 stal natuurlijk altijd de show. Iedereen met een hart voor oude sportmotoren linkt de 400 meteen aan de RC30, terwijl juist de NC30 stiekem de betere stuurfiets blijkt. Het gemak waarmee je de 59 pk van de VFR400R uitmelkt, doet je afvragen waarom je ooit dacht dat je de 100 pk van de VFR750R nodig had. De remmen zijn van een ander niveau dan die op de CBR en voor de vering geldt hetzelfde. Toch zit een groot deel van het nog gemakkelijker sturen van de VFR hem in het V4-blok en de samenstelling van het rijwielgedeelte. Het enkelzijdig gemonteerde achterwiel was bedoeld als uitkomst voor wielwissels in de 400cc-races van de Isle of Man TT, maar het ziet er vooral gaaf uit, terwijl de ophanging niet het interessantst is. Net zoals de grote 750-broer heeft deze VFR400 een 18-inch-achterwiel. De CBR400RR had met de komst van de NC29 al 17-inch-wielen voor en achter. De CBR is qua geometrie iets luier, maar heeft wel weer een kortere naloop. Het is echt niet dezelfde machine in een andere uitvoering, een verschil dat je merkt. De VFR400R staat behoorlijk op de neus, zonder dat het voorwiel voor het gevoel te veel te verduren krijgt of zou moeten krijgen. Helaas waren de banden onder de VFR zo mogelijk nog ouder dan die onder de CBR.

Toch toont het de potentie wel. Verhalen over dat je met een VFR400R in de sneeuw nog met je knie aan de grond komt, zijn er genoeg. Het voelt echter vooral speciaal door die beroemde bloedlijn, door de gigantische aandacht voor details en door de kennis en ervaring die er in de NC30 zijn gaan zitten. Zeker voor ‘maar een beginnersmotor’ is het waanzinnig. Dat geldt overigens eveneens voor de prijzen van knappe exemplaren zoals de CBR400RR en de VFR400R waaraan ik me mocht vergrijpen. Met de waardevastheid zit het wel goed. Voor minder dan € 5.000,- koop je tegenwoordig enkel exemplaren waarop veel motorrijders hebben leren rijden, als je snapt wat ik bedoel. Een voorganger van de CBR400RR NC29 vind je wellicht wel voor minder. Een VFR400R NC24 hoeft ook niet idioot duur te zijn, maar ontbeert de looks, al is er wel een officiële Rothmans-uitvoering geweest in 1987. Die blijft iets speciaals. De VFR werd trouwens in 1994 opgevolgd door de RVF400R – codenaam NC35 – en met een upsidedownvork en een uiterlijk dat duidelijk is gerelateerd aan de RVF750R RC45 is het absoluut een knapperd. Daardoor leveren ze ook serieus geld op. Qua rijden schijnt de NC30 toch nog steeds de beste keuze te zijn.

Onderdelensituatie

Een nadeel aan de import buiten de merkvertegenwoordiging om blijft de onderdelensituatie. Gelukkig is er wel een kleine cultscene ontstaan rondom Honda’s 400-supersports. Via online fora en groepen op social media kom je gemakkelijk in contact met liefhebbers van over de hele wereld. De prijzen zijn wel even slikken, maar wie goed zoekt… Sowieso is ’s lands eigen cmsnl.com een ideale bron van OEM-delen. Het Brits-Thaise Tyga Performance, met het Europese hoofdkwartier in Staphorst, biedt ook een enorme selectie aftermarket-delen, tot en met uitlaten aan toe. Een uitdaging dus, maar wel een leuke uitdaging.

Zwakke punten

Zowel de CBR als de VFR heeft het imago onverwoestbaar te zijn en dat is ook zo. Beide zijn gemaakt om enorme toerentallen te draaien zonder overbelasting. Motorisch is er dus niets aan de hand. Afwerking en montage-kwaliteit waren af-fabriek al van een heel hoog niveau. Toch is het klein en fijn spul allemaal. Lang stilstaan vinden ze niet leuk. Bougies zijn eng smalle acht-millimeter-pitjes. Een origineel type NGK-bougie kost je zomaar ruim € 20,- per stuk. Omdat ze zo iel zijn – en je er bij de VFR vooraan onmogelijk bij kunt – riskeer je ze af te breken. Voorzichtigheid is dus geboden. Verder zijn er de gebruikelijke Honda-spanningsregelaar-perikelen. Dat onderdeel vervangen door een exemplaar met koelvinnen van bijvoorbeeld Carmo Electronics uit Helmond doet wonderen. Als de stekker zichtbaar heet is geworden, weet je genoeg. Kijk ook zeker even naar de accu en de dynamo, want die volgen vaak snel.

Aprilia MotoGP-rijders met RS 660 op circuit van Misano

0

Aleix Espargaró, Bradley Smith en Lorenzo Savadori zijn de coureurs die de nieuwe Aprilia RS 660 over het circuit van Misano jagen. De Aprilia is gaat over enkele weken in productie.

Slechts een paar dagen voor de tweede MotoGP-race op Misano, jagen de Aprilia Racing-coureurs de middelgrote sportmotor over het circuit. De productie gaat in oktober van start. Aleix Espargarό, Bradley Smith en Lorenzo Savadori lieten deze buitenkans niet lopen.

Onze test van de Aprilia RS 660

Aleix Espargarò: ‘Eerste indruk: de Aprilia RS 660 is zeer stabiel en met de motor kun je ongenadig pushen. Wat ik echt waardeer is de quickshifter werkt.’ Bradley Smith: ‘Na de eerste twee bochten had ik al vertrouwen in de motor. Het is verbazingwekkend hoe je meteen heel hard kunt pushen.’ Lorenzo Savadori: ‘Ik was vooral verbaasd over de handelbaarheid. En ontdekte een onverwacht comfortabele sportfiets.’

De RS 660 markeert het begin van een nieuw tijdperk voor Aprilia. Het is het eerste model van een nieuwe generatie middelzware motoren uit Noale. De motor wordt ondersteund door de elektronica en technologie van Aprilia Racing’s race-afdeling.

‘270 km/u motorrijders’ opgepakt

0

De politie heeft twee motorrijders aangehouden. Het tweetal wordt ervan verdacht achter deze beelden te zitten, waarin ze een snelheid van 270 kilometer per uur halen in het zuidwesten van Nederland.

Piotr Biesiekirski valt in bij NTS RW Racing GP

0
Piotr Biesiekirski en NTS RW Racing GP-teammanager Jarno Janssen

Piotr wie? Ja, grote kans dat je Piotr Biesiekirski niet kent of zelfs nog nooit van hem gehoord hebt. NTS RW Racing GP kent ‘m in ieder geval wel, want ze hebben de 18-jarige Pool aangetrokken om de herstellende Jesko Raffin te vervangen. Biesiekirski zal tijdens de Grand Prix van Emilia-Romagna op het Misano World Circuit Marco Simoncelli dit weekend zijn GP-debuut maken in de Moto2. Als jongste rijder op de grid.

Biesiekirski, momenteel zesde in het Europees Moto2-kampioenschap, begon in 2015 op pas 13-jarige leeftijd zijn carrière als motorcoureur. Al het jaar erna won hij het Poolse Moto3-kampioenschap. In 2018, toen hij nog maar 16 was, eindigde hij als derde overall in het Spaanse Open 600-kampioenschap en maakte hij zijn Europese Moto2-debuut, als eerste en enige Pool en de jongste rijder op de grid.

“Het is altijd het doel van het team geweest om jonge en getalenteerde rijders te scouten, die het potentieel hebben om te groeien. Dit is precies wat we zien in Piotr: een jonge en getalenteerde rijder die een veelbelovende leercurve heeft gemaakt in het Moto2 EK”, legt NTS RW Racing GP-teammanager Jarno Janssen uit.

“Bovendien zijn we actief op zoek geweest naar een coureur van buiten de GP’s om botsende belangen te vermijden, zoals verplichtingen in een klasse als MotoE, die dit weekend ook in Misano actief is. We beseffen dat het een grote uitdaging voor Piotr zal zijn om halverwege het seizoen in te stappen, op een circuit waarop hij nog nooit heeft gereden, en op deze jonge leeftijd. Het doel van dit weekend is dan ook om elkaar te leren kennen, zodat Piotr bekend raakt met de NTS en het team en hoe het is om in de Grand Prixs te rijden.”

Honda Forza 750: Dikke motorscooter

0

Honda staat op het punt om in oktober een nieuwe Forza-motorscooter aan te kondigen. De plaagvideo verwijst naar een mogelijke sportscooter met veel inhoud. De video laat je wat close-ups zien van wat de stroomlijn en frame-delen van de motorscooter lijkt te zijn.

Honda Forza 750 teaser video

Het meest interessante deel van de video is de test die tegen het eind wordt uitgevoerd. Die luidt ‘Forza – De Forza-familie wordt groter’. Bij de titel van de video hoort een datum, 14.10.2020. Wij gaan ervan uit dat dit de datum is waarop de nieuwe motorscooter in zijn geheel wordt onthuld.

https://youtu.be/msl-bKi3UnI

Met de tekst aan het einde van de video kun je twee kanten op. Of de familie wordt uitgebreid met een paar lichte motorscooters. Of Honda staat op het punt een nieuwe en dikke motorscooter aan het assortiment toe te voegen. Wij gokken op de dikke. De clip toont de stroomlijn van een motorscooter die opmerkelijk veel lijkt op die van de Integra en X-ADV.

Met dit in gedachten kunnen we beginnen met het in elkaar zetten van hoe de nieuwe machine eruit zou kunnen zien. Allereerst is de Forza-serie een sportieve line-up met een moderne styling en een premium motorscootergevoel. En gezien het feit dat de krachtbron uit de X-ADV lijkt te komen, gaat de nieuweling vast met DCT uit de startblokken. Als dit inderdaad een nieuwe Forza 750 is, is het een gegeven dat de styling van de huidige reeks de styling van de nieuwe machine zal beïnvloeden. Verwacht sportieve lijnen, agressieve details en een full-size maxi-scooterprofiel zoals we dat sinds de Silverwing niet meer hebben gezien van Honda.

MXGP-kalender 2020 is rond

0
Glenn Coldenhoff in actie op de GasGas MC450F (foto: GasGas)

Het blijft raar om dit te zeggen midden september, wanneer normaal de MXGP er zo’n beetje op zit. Vorig jaar rond deze tijd moest enkel nog de Motocross of Nations op Assen verreden worden. Hoe anders is dat nu! Hieronder zie je namelijk de volledige 2020-kalender. De oplettende lezer zal direct de wedstrijd in Argentinië missen.

Klopt helemaal, die gaat in 2020 niet door (in 2021 en 2022 wel). Geen verrassing, toch jammer… Aan de andere kant, deze wedstrijd zou pas 21/22 november verreden worden, waardoor het MXGP-seizoen wel extreem intensief zou zijn en bovendien bijzonder laat klaar zou zijn.

Of er op Lommel publiek mag komen, is nog niet duidelijk.

MXGP-kalender 2020
27 september – Mantova – Italië
30 september – Mantova – Italië
4 oktober – Mantova – Italië

11 oktober – intu Xanadú-Arroyomolinos – Spanje

18 oktober – Lommel – België
21 oktober – Lommel -België
25 oktober – Lommel – België

1 November – Pietramurata – Italië
4 November – Pietramurata – Italië
8 November – Pietramurata – Italië

Komt Honda met Royal Enfield-concurrent?

0

Royal Enfield is de King op de Indiase markt voor motoren onder 500cc. Maar Honda heeft het op zich genomen Royal Enfield op de thuismarkt naar de stoon te steken. Volgens het Indiase AutoBlog zijn ‘de media’ uitgenodigd voor de onthulling van een nieuwe Honda die de strijd aangaat met Royal Enfield.

Het evenement vindt plaats op 30 september om 11:55 uur. Op de Honda-uitnodiging staat een kroon en de woorden ‘Block your date. Rol de rode loper uit. Maak je klaar voor een majestueuze lancering’. Ook staat er: ‘Uwe Hoogheid komt aan op 30 september 2020.’

Er zijn geen officiële details over deze nieuwe machine bekend op dit moment. Maar het is duidelijk dat Honda Royal Enfield in het vizier heeft. Meerdere media merkten op dat de nieuwe motor waarschijnlijk een premium motorfiets zal zijn in de 300 tot 500cc categorie. En die zou zich inderdaad kunnen meten met Royal Enfield.

Het is onduidelijk of deze motorfiets bestemd is voor markten buiten India, waarschijnlijk niet. Maar je weet nooit.

Benelli: nieuwe supersport of supernaked viercilinder?

0

De China International Motorcycle Trade Expo (CIMA) opent dit weekend haar deuren. Dat is voor Azië een zeer belangrijke motorbeurs. En die is nog belangrijker omdat we in Europa dit jaar zeker geen motorbeurs meer zullen zien.

CIMA is dan ook de locatie die door Benelli is gekozen voor twee zeer belangrijke primeurs, die beide de hoofdrolspelers zijn van plaagstootjes op de Chinese site van het merk uit Pesaro.

Er zijn veel ideeën met betrekking tot het model. Een aantal daarvan pakken we beet. Het zou de SRB 750 kunnen zijn waarover begin deze zomer geruchten over het internet gingen. Het is ook niet uitgesloten dat het een motor is die gereserveerd is voor Azië of meer specifiek voor China. Die is dan minder interessant voor Europa. Maar het zou ook heel goed de door Benelli zelf bevestigde TRK 800 kunnen zijn. En dat is natuurlijk wel een motor die we graag in Nederland zien verschijnen.

Interessanter is het nieuwe blok. Met een slag om de arm: het beeld kan volledig willekeurig zijn en geen relatie hebben met de echte motor. Maar het lijkt een viercilinder.

Ter vergelijking: het oude MV Agusta-blok.

Hoewel er geen indicatie is van de motorcapaciteit, lijkt het blok wel wat op een oude vier-in-lijn van MV Agusta. Maar eerlijk gezegd is dat merkwaardig, gezien de relatie MV/Loncin en Benelli/QJ. Maar goed: het beeld suggereert een blok voor een supersport of grote naked. Dat zou Benelli definitief opstuwen richting het inhoudsniveau van de grote fabrikanten. Het zou het eerste Chinese merk zijn dat met een supersprot/naked en de BJ 1200 het viercilinderdomein zou betreden. En als het nu niet gebeurt, gebeurt het volgend jaar wel. Of het jaar daarop.

BMW Motorrad Days vanaf 2021 in Berlijn

0

De BMW Motorrad Days verhuist naar Berlijn, de stad waar BMW al 50 jaar motorfietsen produceert. De beslissing ‘BMW Motorrad Days goes Berlin’ werd genomen om in de toekomst nieuwe wegen in te slaan in de ontwikkeling van het merk, nieuwe concepten te ontwikkelen en zo de BMW Motorrad Days nog meer sterke impulsen te geven. Tegelijkertijd vormt Berlijn een ideaal platform voor moderne stedelijke mobiliteitsconcepten, ook op twee wielen.

Meer diversiteit op BMW Motorrad Days

‘Vanuit ons oogpunt is de Berlijnse locatie perfect voor de BMW Motorrad Days 2021. Als internationale metropool met een rijk cultureel aanbod, een verscheidenheid aan excursies in de omgeving en een unieke levensstijl biedt de Duitse hoofdstad alle mogelijkheden om de BMW Motorrad Days volgend jaar nog diverser en dus nog aantrekkelijker te maken’, zegt Markus Schramm, hoofd van BMW Motorrad.

De Ducati Panigale V4 R van Scott Redding is te koop

0

Als je een unieke motor mee naar huis wilt nemen, en je hebt wat euro’s, liefst dollars gespaard, dan hebben we een buitenkansje voor je. De Ducati Panigale V4 R waarmee Scott Redding in 2019 het Britse Superbike-kampioenschap won is te koop!

Kampioen in debuutjaar

Op deze Ducati domineerde Scott de BSB bij zijn debuut in het kampioenschap. Hij scoorde in 2019 8 pole positions en 6 overwinningen (Donington Park, Snetterton, Knockhill, Oulton Park, Assen en opnieuw Donington Park). Daarmee liet hij genoeg punten noteren om het Brits-kampioenschap[ te winnen. Dat deed hij op het historische circuit van Brands Hatch.

Na het kampioenschap deed het Britse team Paul Bird Motorsport/Be Wiser Ducati de motor in de verkoop. De Ducati Panigale V4 R werd aangekocht door een particulier, die ‘m nu te koop aanbied op eBay. De motor is een van de twee Panigale V4 R’s van het PBM-team en is naar verluidt de motor waarmee Scott de zes BSB-races heeft gewonnen.

Snel beslissen

Het startbedrag is €85.000,- ($100.000,-), maar als je €123.000,- ($145.000,-) betaalt kun je Redding’s Panigale V4 R direct mee naar huis nemen. De prijs omvat een nieuwe set Pirelli SC2-banden, maar niet de verzending van de fiets, die op €3.000,- ($3.500,-) wordt geschat (momenteel bevindt de motor zich in New York). Klik op de blauwe knop hieronder als je een bod wilt plaatsen. Maar schiet een beetje op, de veiling eindigt op 20 september.

Naast Scott’s motor zijn er ook andere items van de voormalige MotoGP-rijder en Davies’ huidige Ducati SBK-partner te koop: een gebruikte en gesigneerde helm en racepakken, handschoenen en laarzen die nooit door de Britse kampioen zijn gebruikt.