maandag 25 mei 2026
Home Blog Pagina 995

MotoGP: De kunst van het keuren

0
Keuring MotoGP

Nog maar een paar jaar geleden stond je met een seconde achterstand vaak nog gemakkelijk in de top-10 van een willekeurige MotoGP-kwalificatie. In 2020 sta je met precies diezelfde achterstand zomaar helemaal achteraan te koekeloeren. Dan mag je blij zijn dat je de startlichten op de grid nog een beetje kunt zien. Elk detail, hoe klein ook, telt. Dat verplicht fabrikanten en teams altijd om de grens op te zoeken. Zonder technische controle zou die zoektocht volledig uit de hand lopen. Juist daarom is die controle belangrijker dan ooit. Maar wat wordt er eigenlijk gecontroleerd? Willem de Raadt, Hoofd technische controle van de KNMV, legt het uit.

Vertel Willem, wat valt er allemaal te keuren? Bijvoorbeeld in een weekeinde tijdens de MotoGP of het WorldSBK?

‘Heel veel kan ik je vertellen. Voorop staat bij ons altijd de veiligheid. Daarbij moet je denken aan oliepluggen, de borging van het oliefilter, speling op lagers, speling op het balhoofd en ga maar door.’

Gaan er bijvoorbeeld ook motorblokken open bij jullie?

‘In de MotoGP-klassen niet, al is het wel zo dat na de kwalificatie van Moto3 de versnellingsbakverhoudingen gecontroleerd worden. In het WorldSBK is dat een heel ander verhaal. Na afloop van de kwalificaties en de tweede wedstrijd gaan bij de eerste tien plus een random gekozen motor alle airboxen eraf zodat we de gasklephuizen kunnen nameten. Als er een protest is, gaat een blok na de tweede wedstrijd zelfs open om te controleren.’

In de reglementen staat dat het controleren van geluid en gewicht op vrijwillige basis gaat. Dat is opvallend, want vooral met gewicht kun je flink valsspelen.

‘Het is tegenwoordig vrijwillig. Vroeger niet en dus kon je soms wel 200 motoren controleren en dat was veel te veel werk. Helemaal vrijwillig is het trouwens niet, want na de kwalificatie en na de wedstrijd(en) worden de eerste drie plus een random gekozen motorfiets gekeurd. Als er dan iets aan de hand is, heb je een groot probleem. Daarom laten veel teams de motoren vrijwillig controleren. Vlak voor de MotoGP-kwalificatie komen bijvoorbeeld bijna alle teams langs om de motorfiets te laten wegen. Ze proberen dan namelijk zo dicht mogelijk bij het minimumgewicht te zitten. Je hebt het dan echt over de laatste grammen verschil. Daarom zijn wij tijdens het volledige evenement voor teams en rijders beschikbaar om te meten.’

Wat gebeurt er als jullie een overtreding constateren?

‘Bij een afwijking kan het team bij een vrijwillige controle het altijd herstellen en laten herkeuren. Bij de verplichte controle na de kwalificatie of de wedstrijd, is dat anders. Dan wordt er direct een rapport opgemaakt en gaat dat via de Technical Director naar de wedstrijdleiding. Die beslissen wat er vervolgens gaat gebeuren, dat is niet aan ons. Dat geldt bijvoorbeeld ook als een team meer motorblokken gebruikt dan reglementair is toegestaan.’

Wat moet een controleur doen als er een overtreding geconstateerd wordt? Ik neem aan in ieder geval alles blijven controleren en vooral niet weggaan.

‘Klopt helemaal, weggaan is echt niet aan de orde. Hij noteert het probleem en dit wordt doorgegeven aan de vaste staf van de organisatie die maatregelen neemt.’

Wat kom je het meest tegen?

‘Te weinig explosafe in de benzinetank. Die explosafe voorkomt een explosie als het mis gaat. Maar zelfs dat komt weinig voor en is met bijvullen zo opgelost.’

Wie plaatst eigenlijk de bloknummers en de framenummers?

Dat wordt gedaan door de vaste staf van de Technical Director.

In de MotoGP is Danny Aldridge de Technical Director, in het WorldSBK Scott Smart. Zijn team zorgt ook voor de verzegeling van de blokken.’

Dat checken van banden en blokken moet ook tijdens de trainingen. Soms in alle hectiek.

‘Dat valt wel mee hoor. Voor iedere training en wedstrijd worden door ons de bloknummers gecontroleerd. Als er een nieuw blok gemonteerd is, wordt dat op de sheet genoteerd. De banden worden gescand gedurende de trainingen als de rijder binnenkomt en het dus relatief rustig is. Bij de Moto2 en Moto3 zijn daar vijf man voor aangesteld en voor de MotoGP staat bij ieder team één bandencontroleur die alle dagen tijdens trainingen en wedstrijd aanwezig moet zijn.’

Bij Valentino Rossi controleren lijkt mij best wel iets als vrijwilliger, liefhebber en wellicht ook wel fan.

‘Bij Rossi staan is hetzelfde als bij een ander team. Hier moet je ongevoelig voor zijn.’

Wie kiest wie waar staat?

‘Dat doet het Hoofd Techniek voorafgaand aan de wedstrijd, ik dus. Dit staat allemaal keurig in het draaiboek dat ik altijd maak.’

Krijg je bij het draaiboek hulp bij van het TT Circuit Assen, Dorna, IRTA en FIM?

‘Uiteraard. Er is een algemeen draaiboek waarin alle facetten staan over het evenement.

En voor de TT komt er van de Technical Director een bericht met alle technische details waarop gelet moet worden. Die vermeld ik in het draaiboek en neem ik mee naar de besprekingen en briefings tijdens het evenement zelf.’

Hoeveel man zijn hier druk mee tijdens een Grand Prix-weekeinde?

‘Bij de Dutch TT is dat een team van 22, 23 man. Dat is inclusief de mensen voor de bandencontrole.’

Zijn dat vrijwilligers?

‘Wij zijn allemaal vrijwilligers!’

Die vrijwilligers komen soms wel heel dichtbij de geheimen van een team.

‘Discretie is inderdaad erg belangrijk maar dat weet iedereen en ik heb daar nog nooit een probleem mee gehad.’

Hebben jullie ook protocollen voor niet-meewerkende monteurs?

‘De teams zijn professionals en om eerlijk te zijn, heb ik nog nooit tegenwerking meegemaakt op dit niveau.’

Ik neem aan dat er behoorlijk wat papierwerk bij zit.

‘Alle motoren hebben een eigen logboek en hierin staan alle technische gegevens. Per klasse zitten de logboeken in een box. Als er iets veranderd is, wordt dat direct in het logboek vermeld. Tevens worden de brandstofgegevens per evenement genoteerd en de frame- en blokstickers gecontroleerd. Aan het eind van de keuring wordt het stickernummer in het logboek genoteerd en afgetekend door de betreffende technisch official.’

Wat gebeurd er als jullie er naast zitten bij het constateren van een overtreding?

‘Natuurlijk kunnen wij er wel eens naast zitten. Het is dan zaak sportief te zijn, je excuses aan te bieden en het eventuele probleem direct recht te zetten.’

Wat is je raarste overtreding die je geconstateerd hebt?

‘Dat was enige jaren geleden. Er moest van een Moto2-motorfiets een beetje versnellingsbakolie afgetapt worden. Dit werd, net als de brandstof, opgestuurd.

En wat bleek? Er zat een verkeerd merk olie in! Dat bedenk je toch niet dat er door teams zulke risico’s genomen worden. Het oliemerk en het olietype is namelijk vastgesteld…’

Moet je het hele reglement uit je hoofd kennen?

‘Gelukkig niet! Er is altijd een reglement in boekvorm beschikbaar en ook digitaal natuurlijk. Wel is het zaak dat je zoveel kennis hebt en dat je het snel op kan zoeken. Dit trainen we ook op de instructiedag.’

Na een ongeval moet een motor altijd naar het Technocenter. Waarom is dat?

‘Er dient altijd een technisch rapport gemaakt te worden voor de veiligheid. Bij een klein schuivertje kun je dat wel direct afhandelen, maar bij grote schade moet de motor opnieuw gecontroleerd worden na reparatie. Al deze rapporten krijgt de Technical Director na afloop van het evenement.’

De helmenkeuring, ook jullie pakkie-an, is wel een dingetje tegenwoordig.

‘Dat valt wel mee, de FIM heeft een eigen keurmerk waaraan de helmen moeten voldoen. De fabrikant moet een helm dus laten homologeren bij de FIM waarna op de wedstrijden het goedkeurmerk door ons gescand wordt. Als er een nieuwe helm aangeboden wordt, controleren wij de homologatie en brengen het keurmerk aan en scannen de helm voor de betreffende rijder. Dit geldt overigens alleen voor alle WK-evenementen.’

En hoe zit het met kleding?

‘Ook de kleding heeft een FIM-homologatie en dus gaat de controle net als bij de helm.’

Het meten van temperatuur van benzine voor de MotoGP-wedstrijd is ook erg belangrijk. Hoe gaat dat in z’n werk?

‘De officiële omgevingstemperatuur wordt weergegeven op de monitoren van de tijdwaarneming, een uur en 15 minuten voor de start. Het is de teams toegestaan de temperatuur van de brandstof te verlagen tot 15 graden onder de genoteerde omgevingstemperatuur. Zodra de temperatuur is vastgesteld, moet het op het officiële formulier genoteerd en door het team getekend worden met de bevestiging dat het juist afgelezen is.’

Na afloop wordt de benzine opgestuurd voor controle, iets dat een week in beslag neemt. Zo lang is dus een einduitslag onder voorbehoud.

‘Klopt, de uitslag moet voor het volgende evenement bekend zijn zodat de stewards indien nodig een straf kunnen uitdelen.’

Het is duidelijk niet zomaar een taak die jullie hebben…

Nee, het is niet zomaar iets, je moet een behoorlijke dosis verantwoordelijkheidsgevoel hebben en natuurlijk word je door de jaren heen bijgestaan door een geweldig team.’

Als een motor na de race afgekeurd wordt, is dat dan jullie ‘werk’ geweest?

‘Wanneer het om een technisch iets gaat, ja.’

En welke rol spelen jullie bij protesten?

‘Technische protesten worden door ons gecontroleerd. Het team moet dan de delen waar het protest tegen is ingediend demonteren, waarop wij het controleren. Dat doen we door te meten of met behulp van homologatie-onderdelen. Daarmee kunnen we vaststellen of er iets misgaat. De afhandeling gaat in dit geval ook weer via de Technical Director.’

Ik kan mij voorstellen dat jullie dan ook aandacht geven aan omkoping dan wel intimidatie.

‘Uiteraard, we voeren altijd met twee man een controle uit en je moet zeer sterk in je schoenen staan en zeker zeer vol vertrouwen te werk gaan. Nee, het inderdaad echt niet zomaar iets wat we doen, maar wel iets verschrikkelijk moois!’  

Motorleven: Sylvia van der Meijden

0
Motorrijder Sylvia van der Meijden

‘Ik was eigenlijk al jong verknocht aan motorfietsen. Toen ik vijf was, hielp ik mijn opa al met sleutelen! Hij was motorfietsmonteur en als hij dan aan het werk was gaf ik het gereedschap aan. Meestal natuurlijk precies het verkeerde, maar ik leerde er wel van. Zelfs met vijf jaar oud. De liefde zat er al vanaf jongs af aan in, zei ik toch al! Waarom ik voor de Honda koos? Niet echt een keuze, niet mijn keuze dan. Ik ben in 2017 met mijn vriend gaan samenwonen. Hij is… motorfietsmonteur, dus dat zit goed. Een jaar later heb ik mijn rijbewijs gehaald. Dat kost toch allemaal wel wat.

Paspoort

Leeftijd            26 jaar
Woonplaats    Venray
Rijbewijs sinds           juli 2018
Motorfiets        Honda CB600F Hornet
Kilometerstand           28.000
In bezit sinds  april 2018
Aantal gekochte motoren       1
Aantal verkochte motoren      0

En ja, een Hornet is gewoon een heerlijke motor om het op te leren. Maar als ik kon kiezen: een Ducati blijft de droom. Een helemaal matzwarte sowieso, maar ik ben er nog niet over uit wat voor een. Van de nakeds vind ik de Monster 1100 Evo echt heel gaaf. Of een Streetfighter, maar dan wel de 848! Dit jaar vermaak ik me nog wel met de Hornet hoor, weegt niks en stuurt zo gemakkelijk. Het is gewoon echt wel een leuke motor. Voorlopig houd ik hem nog wel even. Of ja, voorlopig? Dit jaar zeker. Maar volgend jaar komt die Ducati er echt!’

Motoren in mijn leven

Honda CB600F Hornet

Zondagmorgenfilm: Dovizioso onverschrokken

0

Andrea Dovizioso. Sinds bekend is dat hij eind dit jaar weggaat bij Ducati, is hij één van de meest besproken coureurs in de MotoGP. Niet in de laatste plaats omdat totaal niet duidelijk is wat hij gaat doen in 2021. Het haast geheimzinnige past wel bij Dovizioso, die van alle recente Grand Prix-winnaars wellicht de meest gesloten coureur is. Tot je onderstaande reportage gezien hebt. Het kost je bijna een uur, maar we beloven plechtig dat het meer dan de moeite is om ‘m helemaal af te kijken!

Glenn Coldenhoff spoedcursus trial: met de billen bloot

0
Trial-Glen-Coldenhoff

Winnaar van de Motocross of Nations 2019, vijf Grand Prix-zeges (vier in de MXGP en één in de MX2) en afgelopen jaar derde in de eindstand van de MXGP. Zelfs zonder enige motorsportkennis is het kraakhelder dat Glenn Coldenhoff op dit moment één van de beste crossers ter wereld is. Maar trial is een heel ander verhaal, zelfs voor zo’n kanon als Glenn. Gelukkig is regerend Nederlands kampioen trial Randy Kerstjens altijd bereid zijn kennis over te dragen en al helemaal als het gaat om een GasGas-collega. En zo kwamen de twee Nederlandse toppers samen op het trialterrein van Motor Trial Club Oost-Brabant in Schijndel voor een bijzondere spoedcursus. MOTO73 was erbij!

Wat hebben Stefan Everts, Jurgen van den Goorbergh en Jorge Prado gemeen? Het lijkt een wat vergezochte en wellicht zelfs flauwe vraag, maar alle drie zijn ze verrekte handig met een trialmotor. Bij Glenn Coldenhoff ligt dat nét ietsje anders. Zet hem op een dikke GasGas MC450F en je zult je ogen niet geloven hoe hard het gaat. Precies hetzelfde gebeurt als je ‘m op een BMX-fiets of een jetski zet. Dat hij in de trial nog niet zover is, heeft een goede reden. Voordat hij de spoedcursus van Randy Kerstjens kreeg, reed hij slechts twee keer een aantal rondjes over een trialterrein.

Zonder basis en zonder kennis. Het contrast met de motocross – een sport die voor hem geen enkel geheim meer heeft – kan niet groter. Maar als een echte sportman wil hij ook goed, liefst heel goed, worden in trial en daarbij is de hulp van Randy Kerstjens, drievoudig Nederlands kampioen bij de Inters, meer dan welkom.

Serieus gevaarlijk

Want vergis je niet, trial mag er uit zien als een vrij ongevaarlijke, vriendelijke sport alleen zonder goede basis kom je nergens en wordt het eerder serieus gevaarlijk dan dat het je verder brengt. Gevaarlijk? Zeker weten! Vraag het Toni Bou maar eens. Hoewel hij sinds 2007 regerend trialwereldkampioen is, zowel indoor als outdoor, raakte hij een aantal keer ernstig geblesseerd. Twee jaar geleden blesseerde hij in België bijvoorbeeld zijn rechterknie en brak bij een demo in Motegi twee ribben. Relatief kleine blessures, maar aan het begin van 2018 ging het echt mis tijdens een X-Trial-wedstrijd in Le Mans. Na een mislukte sprong klapte hij vol met zijn rug op een betonnen blok en brak daarbij drie rugwervels.

Bou liet daar eerder in MOTO73 het volgende over weten: ‘Ik heb echt angst voor blessures. Ik neem vaak veel risico, omdat dit binnen mijn stijl past en soms heb ik mijzelf dan niet in de hand.’ Net als zovelen geniet Glenn Coldenhoff van de vele waanzinnige filmpjes die Bou post op Instagram: ‘Ik denk dat de meesten daar nog niet eens over nadenken wat hij doet. Ik zag ‘m laatst een bos inspringen, een meter of vijf omhoog, en dan precies landen op een steen. Niet te geloven.’

Omdat Coldenhoff eveneens weet wat serieuze blessures zijn, denk alleen al aan de verschrikkelijke klap tijdens een training op Lommel eind 2018, stemt hij maar wat graag in om voorzichtig te beginnen met het draaien van een achtje en de slalom.

Meester Randy geeft het voorbeeld

Bij motorrijlessen staan de pionnetjes bij die slalom op drie meter van elkaar, maar omdat we het hier wel over onder andere de winnaar van de Motocross of Nations op Assen hebben, zet Randy ze op één meter en, vooruit, tien centimeter. Da’s zelfs op een trialmotor aan de zeer krappe kant. Behalve wanneer Randy even laat zien hoe het moet. Dan lijkt alles ineens zo verschrikkelijk eenvoudig, iets dat Glenn direct opvalt: ‘Dan moet het wel ingewikkeld zijn”, klinkt het in fantastisch Brabants.

Niets vast te knellen

De speciale cursus vindt plaats een dag nadat Coldenhoff op Motorsportpark Gelderland Midden in Arnhem de eerste grote internationale motocrosswedstrijd sinds de coronastop won. Het rijden met zijn GasGas-crosser zit er dus nog heel vers in en dat zorgt voor een ingewikkelde omschakeling: ‘Het is echt enorm wennen. Toen ik voor het eerst op mijn trialmotor zat, vond ik dat het stuur bijvoorbeeld veel te ver weg stond. Dat zette ik daarom eerst zoals ik dat gewend was, maar dat bleek helemaal niet te zo werken… Gelukkig was er iemand bij met kennis van zaken; trial is echt iets heel anders dan crossen. Dat had ik om eerlijk te zijn niet verwacht.

Neem alleen de rijtechniek al… Wij staan op een crosser bijna altijd op de tenen en hangen naar achteren en proberen daarnaast met alles wat we kunnen de motor ‘vast te knellen’ tussen je benen. Op een trialmotor kan dat laatste al helemaal niet en moet je ook nog eens met je voeten en benen een beetje naar buiten zitten, zodat je kunt rijden vanuit de heup. Daardoor heb je geen enkele houvast aan de motor en dat is echt vreemd.’ Het toeval wil dat Randy een week of twee eerder voor het eerst op een crosser zat en het verhaal van Glenn herkent als geen ander: ‘De positie op de motor is inderdaad precies andersom. Jullie hangen in een bocht terwijl wij juist meer de motor van ons afduwen.’

Zweten als een malle

Tijdens het door veel motorrijders vervloekte achtje draaien, blijkt er nog een geweldig verschil te zijn tussen cross en trial: de koppeling en dan met name het gebruik daarvan. ‘Wij zijn gewend heel agressief met die koppeling te werken’, legt Glenn inmiddels aardig bezweet uit. ‘In een bocht help ik soms de motor een beetje mee en laat ik de koppeling zo nu en dan een beetje schieten, terwijl je bij trial juist vaak met een slippende koppeling rijdt. Dat zal voor mij altijd wel lastig blijven…’ Bescheidenheid siert de mens, of in ieder geval Glenn, want al snel wordt duidelijk dat hij een zeer snelle leerling is.

Dat de slalom bij Randy gemakkelijker gaat, komt vooral door de lichaamshouding en de gekozen versnelling. Glenn doet het eerst in z’n één, Randy in z’n twee en dat is als je een slippende koppeling nodig hebt duidelijk een betere keuze. Iets dat Coldenhoff direct bevestigd als hij een versnelling opschakelt en ineens niet meer klem komt te zitten tussen die beruchte, oranje pionnen. Het maakt hem hoor- en zichtbaar per gereden meter enthousiaster. ‘Een dag na een crosswedstrijd is dit super om te doen. Je zou zeggen dat het niet zo inspannend is, maar je gaat er toch wel echt goed van zweten kan ik je garanderen.’

Het is de verklaring waarom Randy zéér regelmatig in de sportschool te vinden is. Trial is een namelijk een echte intervalsport en daar vergissen trial-leken zich regelmatig in, aldus de Nederlands kampioen. ‘Wij gooien en smijten met de motor, bijvoorbeeld bij het omspringen, omzetten van de motor en het oprijden van het obstakels waar weinig ruimte is. Dat maakt het zwaar en daar heb je explosieve kracht voor nodig.’

Enzovoorts, enzovoorts 

Hoewel Coldenhoff inmiddels de smaak meer dan te pakken heeft, blijft het nog altijd zoeken voor hem naar de juiste trial-handleiding. Een trialrijder doet veel vanuit de vering, naast de eerder uitgelegde koppeling. Iets dat je prachtig kunt zien bij het maken van een wheelie op hele lage snelheid, wandelpas zelfs. Glenn snelt bij het rijden op z’n achterwiel direct weg, terwijl Randy op amper een paar meter afstand elke keer z’n voorwiel iets laten zaken om het vervolgens weer keurig op te vangen en weer bijna volledig rechtopstaand z’n voorwiel iets laat zakken. Enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts. Het doet ergens haast denken aan het huppen van een konijntje, zonder daarbij de sport en Randy belachelijk te maken. Dat ‘huppen’ speelt ook een grote rol bij het nemen van lastigere obstakels, zoals een dubbele buis waarvan de tweede een stuk groter is dan de eerste. Ieder normaal mensen rijdt daar overheen, in de hoop nergens te blijven hangen en vooral in de hoop er niet heel hard vooraf af te gaan bij de tweede buis. Randy doet het anders, wat inmiddels het centrale thema van deze dag is geworden. Hij trekt de motor al voor de grote buis op zijn achterwiel, waardoor het voorwiel precies langs die buis scheert en net voldoende omhoog gaat zodat het achterwiel keurig volgt.

Onheilspellende tips

Als laatste staat er een echte proef gepland, een ‘non-stop’, waarbij uiteraard eerst een rondje gelopen wordt om de exacte route te bepalen. De tips die Glenn daarbij krijgt, zijn behoorlijk onheilspellend. ‘Hier moet je rechtop rijden, anders gaat-ie zoeken en lig je om. En hier moet je echt naar buiten hangen, anders lig je beneden.’ Dat werk. Glenn is niet onder de indruk en rijdt de proef na drie keer oefenen bijna foutloos en als het even niet lukt blijft hij oefenen, proberen en vooral vragen aan Randy waarom het niet lukt.

We hebben inderdaad duidelijk te maken met een echte topsporter. Iets dat ook Randy opvalt: ‘Het probleem van Glenn is zeker niet de beheersing, meer de houding en de andere techniek. Als hij dat onder de knie heeft, wordt het voor hem echt leuk.’ Om nog even te laten zien hoe het moet, pakt Randy aan het einde nog even de grote opstap. Zonder helper, wat laat zien dat het voor hem niet echt iets voorstelt. Glenn weet echter genoeg: ‘Dat is denk ik niet voor vandaag. En ook niet voor volgende week…. Ik ga iets drinken, man het zweet gutst van mijn rug!’

Terug naar toen: 1920 #4

0

Na de Eerste Wereldoorlog veert Duitsland weer snel op. Het laat zien dat het land voor de oorlog op industrieel gebied een wereldmacht was. Een voorbeeld van deze daadkracht is het nieuwe model van Mars, een fabriek uit Nürnberg. Het betreft de A20. De motorfiets valt vooral op door de bovenkant van het frame. Die bestaat namelijk uit een ‘doos’ van geperst staal die van het balhoofd doorloopt tot aan de naaf van het achterwiel. In die koker is de benzinetank geplaatst: ‘Het gevaar van beschadiging door indeuken en butsen en vooral van lek stoten is daardoor vrijwel denkbeeldig’.

Het Motorrijwiel 37, 10 september 1920

Maar de dikke framebalk bevat nog veel meer. Ook de tweeversnellingsbak en de aandrijving naar het achterwiel zijn erin ondergebracht. Een ingenieuze constructie, die kwetsbare onderdelen beschermt tegen vuil en vocht: ‘De daardoor verkregen bedrijfszekerheid zal op haar beurt weer een gunstige invloed uitoefenen op de gemoedsrust van de berijder’.

Lekker, een Mars

De krachtbron van de Mars is een in de lenterichting geplaatste boxertwin, 956 cc zwaar en goed voor 7 pk. Apart is dat een kickstarter ontbreekt. De motor heeft een handstarter: ‘Wil men de motor doen aanslaan, dan moet met de linkerhand de zwengel worden aangedraaid, terwijl met de rechter de kleplichter wordt bediend’. Ja, dan is een knopje voor de startmotor een stuk gemakkelijker…

Wachten op de AA

Op de Nederlandse wegen zijn de gele auto’s van de Wegenwacht nu een vertrouwd gezicht. De plannen voor de hulpdienst ontstaan kort voor de Tweede Wereldoorlog, maar door de Duitse bezetting gaat dat niet door. Gestart wordt met 25 Harley-Davidsons, van het model Liberator. Die zijn achtergelaten door het Canadese leger. Voor de zijspannen met gereedschapskist zorgt Jan Bon, de eigenaar van zijspanfabriek Hollandia in De Meern. In april 1946 gaan de eerste ‘wegenwachters’ op pad.

Voor de structuur van de organisatie is door de ANWB goed gekeken naar de Engelse Automobile Association (AA). Die bestaan al sinds 1905. Ook zij sturen hun hulpverleners lange tijd met een motorfiets met zijspan op pad. Op de foto is dat te zien.

HET MOTORRIJWIEL 48, 26 november 1920

De in uniform gestoken mecanicien helpt een gestrande motorrijder. Op de voorgrond zijn combinatie. Die is van het merk James, een fabrikant uit Birmingham.

Buitenboordmotoren

In Amsterdam huist de firma P. Meyer. Die is de importeur van het Johnson Motor Wheel, gemaakt door de Johnson Brothers Motor Company in Indiana. Het Motor Wheel is een wonderlijke constructie die in een normale fiets past. Je verwijdert achterwiel en bagagedrager en monteert daarvoor in de plaats de Johnson-constructie van wiel, motorblok en aandrijving. Het benzine/olietankje krijgt vervolgens een plaats op de horizontale framebuis en de gas- en luchthendel komen op het stuur.

De Johnson heeft enkele bijzonderheden. Je zou een eencilindertje verwachten, maar het is een heuse twin. Wonderlijk is ook het achterwiel. Daarin zijn namelijk schokbrekers aangebracht: ‘Op de naaf zijn drie klauwen gemonteerd, die verbonden zijn met verende versterkingen in het wiel zelf’.

HET MOTORRIJWIEL 50, 10 december 1920

Het Motor Wheel mag dan historie zijn, de naam Johnson is dat zeker niet. In de jaren twintig bouwt de firma het blokje ook in boten in. Het is het begin van de beroemde Johnson-buitenboordmotoren.

204.300 km op een Suzuki GSF1200 Bandit : Marathonmotor

0
Suzuki GSF1200 Bandit Marathonmotor

Bijna 25 jaar geleden werd Bert de Vries eigenaar van een nieuwe Suzuki GSF1200 Bandit. Met ruim twee ton op de teller is het nieuwe er bij de Suzuki inmiddels wel af, maar het rijplezier blijft onverminderd groot. Het gros van de kilometers werd bijeen gereden tijdens vakantiereizen door Europa. Slechts één keer waren er onderweg problemen, maar die konden in een Italiaanse motorzaak worden opgelost.

Motorrijden

Zijn vader en een broer reden motor en het stond bij Bert (58) ook al vroeg vast dat hij motor zou gaan rijden. Bromfiets rijden had hij ook wel gewild, maar daar stak zijn moeder een stokje voor. Bert: ‘Die had gezegd dat als ik geen brommer ging rijden, ik op kosten van mijn ouders mijn autorijbewijs mocht gaan halen. En dat was natuurlijk ook wel wat waard. De kosten van het motorrijbewijs, een paar lessen en examengeld, kon ik zelf wel bekostigen. Het aanschaffen van mijn eerste motor niet, dat duurde nog drie jaar.

Suzuki GSF1200 Bandit rijplezier

Nadat school en militaire dienst er bijna op zaten ging ik eindelijk wat verdienen. Genoeg in ieder geval om in 1983 mijn eerste motor te kopen, een Honda CB500. Daarmee ben ik nog regelmatig van Leens (Gr) naar Utrecht gereden waar ik gelegerd was. Na twee jaar heb ik de Honda ingeruild voor een Kawasaki Z650 omdat ik die motor zo mooi vond. Maar helaas, de Kawasaki bleek een miskoop. Ik weet niet wat de vorige eigenaar ermee heeft gedaan maar alle stekkers waren verrot, wat om de haverklap voor storingen zorgde. Ondertussen was ik wat meer gaan verdienen en kon ik een duurdere motor aanschaffen.

Dat werd een goudkleurige BMW R90S met 50.000 km op de teller. Na daar zelf 100.000 mee gereden te hebben is de motor verkocht. Later kwam ik deze motor tegen op een motorbeurs en die werd daar aangeboden met 50.000 km op de teller. Stelletje boeven. De BMW maakte plaats voor een Yamaha TDM850, een demomodel. Achteraf bleek dat de motor bij het inrijden totaal verkeerd was behandeld. De eerste TDM’s stonden er al niet om bekend dat ze weinig olie verbruikten, maar de mijne spande de kroon met 1:500.

Man en Motor

NaamBert de Vries
WoonplaatsLeens
Leeftijd58 jaar
BeroepAutomonteur
Rijdt sinds 1983
Aangeschaft1996
Nieuwprijscirca 8.200 euro
DagwaardeNihil
RijstijlSportief/toer
GebruikToer, vakantie
Brandstofverbruik1:16
Olieverbruik1:8.000
OnderhoudZelf
Bouwjaar1996
Kilometerstand204.300 km
Suzuki GSF1200 Bandit Bert de Vries

De verkoper had met me te doen en voerde een revisie uit waarbij ik de onderdelen moest betalen en hij opdraaide voor de werkuren. Maar toen ik de TDM later bij hem wilde inruilen op een nieuwe Suzuki Bandit gaf hij niet thuis. Mijn TDM had hem al genoeg ellende bezorgd. Gelukkig toonde een andere motorzaak wel interesse. Toen ik de eerste Bandit zag, een 600, was ik direct weg van het model. Maar ik vond 600 cc te weinig en hoopte dat Suzuki later met een zwaardere 900 cc ging komen. Toen het geen 900 maar een 1200 werd, was ik helemaal in mijn nopjes. Dat was in maart 1996.’

Suzuki GSF1200 Bandit vakantie

Vakantiemotor

Bert de Vries, automonteur van beroep, heeft zijn Suzuki slechts sporadisch gebruikt voor woon-werkverkeer (dat ging met de fiets of de auto), maar des te meer voor toertochten, plezierritjes en vooral vakantiereizen door diverse Europese landen. Bert: ‘Met de BMW die ik eerst had heb ik ook al diverse reizen gemaakt zoals naar Portugal en Griekenland. Mijn eerste reis met de Suzuki ging naar Tsjechië. Later volgden de Britse eilanden en een door de KNMV georganiseerde reis door een groot aantal West- en Oost-Europese landen. Ook Scandinavië heb ik doorkruist. Soms samen met vrienden of alleen met mijn vrouw achterop. In het begin was dat nog met een tentje, later toch liever een B&B of hotelletje.’

Merkenclub

Als liefhebber van een Suzuki Bandit (maakt niet uit welk type) ben je welkom bij de Suzuki Bandit Club Nederland (www.suzukibanditclub.nl). Omdat er geen nieuwe Bandits worden gemaakt is de club ook toegankelijk voor andere motorrijders dan Bandit-rijders.

Benzinekraan

Tijdens al die reizen heeft Bert onderweg maar één keer een hulpdienst moeten inroepen, in dit geval een motorzaak in Italië. Bert: ‘Toen we ’s morgens bij ons hotel wilden vertrekken, stond er een plas benzine onder de motor en was starten niet mogelijk. Op de Bandit zit een vacuüm benzinekraan. Ik had het kraantje ’s avonds niet dicht gezet (is normaal gesproken ook niet nodig), maar omdat het membraam lek was geraakt was alle benzine via de carburateurs in het blok gelopen. En wat niet meer in het blok paste was op de grond gestroomd. Een monteur heeft me op zijn scooter naar de motorzaak geduwd (letterlijk, voet tegen de uitlaat) waar olie en benzine zijn afgetapt. Nieuwe bougies, nieuwe olie, nieuwe filters en de motor liep weer. Nog niet als vanouds, maar goed genoeg om onze vakantie te kunnen vervolgen.’

Vol in de wind

Als automonteur is het niet zo verwonderlijk dat Bert het onderhoud aan zijn Suzuki GSF1200 Bandit zelf doet. Bert: ‘Buiten het halen van onderdelen, meestal bij MotoPort Leek, kom ik met mijn Suzuki nooit in een motorzaak. Ik doe het onderhoud altijd zelf. Op tijd olie en filters vervangen. In het begin dat ik de motor had regelde ik voor iedere vakantie een set nieuwe banden.

Dat doe ik niet meer, ik koop ze gewoon onderweg als het nodig is. Er is altijd wel een motorzaak te vinden. Onderweg (afgezien van problemen met de benzinekraan) ben ik nooit gestrand met grote technische problemen. Ik denk mede dankzij preventief onderhoud. Met 128.000 km op de teller ontdekte ik tijdens het kleppen stellen dat de nokkenassen waren ingelopen. Dat was een paar weken voor we op vakantie zouden gaan. Reparatie had gekund, maar de optie om het blok te vervangen door een verser blok leek me een beter idee. In een dag werk moet zoiets te doen zijn, alleen in mijn geval zat het wat tegen. Om het blok er uit te kunnen halen moet het frame worden gedeeld. De framebouten zaten echter zo vast dat ik van mijn werk een zware brander heb moeten meenemen om de bouten los te stoken. Uiteindelijk is het wel gelukt.’

De uitlaat van een Suzuki GSF1200 Bandit is niet het sterkste punt. Bert: ‘Bij 90.000 km was de collector doorgeroest. Dat betekende nieuwe uitlaatbochten en een nieuwe demper wat me toen het lieve sommetje van 1900 gulden kostte. De schokdemper was al bij 68.000 km lek en is vervangen. Dat exemplaar zit er nu nog steeds op.

De buddyseat had na 150.000 km zijn beste tijd gehad. Het overtrek was gescheurd en door vocht was het schuim ook niet meer wat het was. Op de originele bodemplaat zijn nieuw schuim en bekleding geplaatst.

De voorkant van de motor heb ik veranderd door een klein schermpje met andere lampen te monteren. Gewoon omdat ik dat mooier vond. Ik heb nooit getwijfeld over de aanschaf van een scherm of kuipje. Ik zit het liefst vol in de wind.’

Reparaties en problemen

68.000 km                lekke schokdemper vervangen
80.000 km                uitlaat vervangen vanwege rotte collector
90.000 km                remschijven voor vervangen
128.000 km              motorblok vervangen – versleten nokkenassen
140.000 km              gaskabels en voorvork vervangen
150.000 km              overtrek en vulling zadel vervangen
175.000 km              vacuümbenzinekraan stuk
180.000 km              voorvork vervangen
190.000 km              revisie carburateurs en remschijven voor

Op de brug

Van alle Marathonmotoren, en dat zijn er inmiddels bijna 400, die in Brabant op bezoek zijn geweest gaat de vermelding van de verst komende naar Bert de Vries uit Leens (even afgezien van de man die helemaal uit Noorwegen kwam, maar dat combineerde met een vakantie in Nederland). Ruim 250 km had Bert er voor over om zijn Suzuki bij Van Sleeuwen Motoren op de brug te zetten. Chapeau.

Aan de 24 jaar oude Suzuki GSF1200 Bandit is duidelijk te zien dat de motor een lang en relatief zwaar motorleven achter de rug heeft. Ook al zijn er weinig woon-werkverkeer kilometers in de winter mee gereden, de Suzuki ziet er wel een beetje zo uit. Mooi is anders, nu nog de vraag hoe de technische staat is. Na de proefrit komt Van Sleeuwen met de opmerking dat de voorkant niet helemaal in orde is. Dit keer geen versleten balhoofdlager, maar een balhoofd dat te los is afgesteld. Van Sleeuwen: ‘Dat voelde ik al na de eerste de beste keer dat ik de voorrem aanraakte. Dat vraagt even om aandacht. Verder heb ik tijdens het rijden niets verdachts opgemerkt.’

De remschijven voor zijn al twee keer vervangen, maar ze kunnen nog een tijdje mee. De schijf achter, nog de originele, zit op het randje. De remklauwen zijn prima gangbaar. Op de wiellagers (nog nooit vervangen) en de lagers van het linksysteem valt niets aan te merken. Het complete linksysteem is wel bedekt onder een dikke laag vet en troep. Het ziet er niet uit, maar op deze manier is wel een natuurlijke beschermlaag voor de lagers gecreëerd. Vocht kan er niet meer bij.

Het olieverbruik van de Bandit valt mee, tussen twee beurten in moet de eigenaar een half litertje bijvullen. Het blok lekt ook een beetje olie vanwege een scheurtje links voor in het carter. Bert: ‘Dat was al vanaf het begin dat ik dit blok monteerde. Een beetje vettig, maar de hoeveelheid olie die ik hier verlies is minimaal.’

Het lijkt of er met de Suzuki GSF1200 Bandit veel door de pekel is gereden, maar volgens de eigenaar valt dat wel mee. Omdat de vorkpoten dusdanig waren gecorrodeerd zijn deze al een keer vervangen. De bovenkant van de binnenpoten zit weer vol roestpuntjes, maar ze vormen net geen bedreiging voor de keerringen. De meeste aluminium delen, vooral ook het blok, zijn er door de jaren heen niet mooier op geworden. Hierdoor lijkt de Suzuki een pekelfiets, maar is dat toch niet.

Kleine beschadigingen herinneren aan een paar onschuldige valpartijtjes. Een gedeukte tank is hierdoor wel een keer vervangen. Mooi is de Bandit al lang niet meer, maar nog wel steeds technisch in orde. Bert: ‘Zolang de motor blijft lopen blijf ik ermee rijden. De inruilwaarde is inmiddels toch nihil. Maar ik ga er zo weer mee op vakantie, dat vertrouwen heb ik nog steeds.’

Harley-Davidson LiveWire test: Welkom in de Stiltedome

0
Harley-Davidson LiveWire Test

Ik ben geen Zeloot. Niet iemand die stijfkoppig blijft hameren op al die voordelen van een elektrische motor. Die met een rode kop wegloopt wanneer het grootste nadeel ter sprake komen: range anxiety, oftewel laadangst. Voor velen is dat toch de Achilleshiel. Zet je je daar overheen, dan heb je een motor die bol staat van pure pret, actie en snelheid. Dollen in stilte: Welkom in de Stiltedome. In dit geval met de Harley-Davidson LiveWire.

Potverdikke, ik rij nog maar net op de snelweg naar Arnhem en ben al vier kilometer van mijn actieradius kwijt. Dat gaat hard. Té hard, want zo haal ik mijn woonstede nooit. De Harley-Davidson-dealer beloofde dat er genoeg pep in de accu van de LiveWire zat om de afstand van 129 kilometer te kunnen overbruggen. Met 104 km/u op de klok rij ik halsstarrig verder. Ik zal het toch wel halen? Mijn vertrouwen in de dealer is groot.

Gebiologeerd

Al kilometers staar ik gebiologeerd naar het display, waarvan je de hoek kunt verdraaien. Dat herbergt veel functies die je met een joystick op deze LiveWire rechts op het stuur kunt inschakelen. Je kunt kijken hoeveel energie je regenereert wanneer je afremt. Je kunt je smartphone pairen om te bellen en te navigeren. Voor het navigeren heb je overigens de H-D app nodig en die werkt simpel en goed.

Harley-Davidson LiveWire in de polder

Op het beeldscherm kun je ook de accucapaciteit gekoppeld aan de actieradius zien. Daar zit ik dus naar te staren: de accucapaciteit garandeert nog 68 kilometer. Dat wordt heel krap, want ik heb nog een kleine 60 te gaan. En op de snelweg verdwijnen de kilometers op het beeldscherm sneller dan de daadwerkelijk afgelegde afstand. En dat bij een snelheid van krap 100 km/u! Ter hoogte van de afslag Heerde heb ik het niet meer. Koortsachtig denk ik na. Ik moet wat verzinnen… accu’s sparen… langzamer rijden. Ik ga binnendoor!

Slaapverwekkend

Op de snelweg is het dus snel gedaan met de Harley-Davidson LiveWire. Dat eindeloze rijden in een slaapverwekkend tempo voelt hoe dan ook slecht op een motor. Gelukkig zit er een cruise control op, maar dan nog: 100 km/u….pffft.. Op een motor als de LiveWire wil je de adrenaline voelen bruisen, de rebel uithangen, je jong voelen en gekke dingen doen. Dat doe je niet op de snelweg, dat doe je op de binnendoorwegen! Daar ontpopt de LiveWire zich als de betere botoxbehandeling voor de 60+ motorrijder. Draai aan het gas en laat de riemaandrijving er tot knappen toe aan trekken. Je gaat er als de gesmeerde bliksem vandoor, zo hard dat de rimpels in je voorhoofd vanzelf gladtrekken. Op het beeldscherm vliegt de snelheid voorbij als de tienden van een seconde op een stopwatch. Maar pas op voor insecten en houd het vizier gesloten. De LiveWire is een naked, waarvan het ‘kuipje’ alleen je torso uit de wind houdt.

Gulzige achtcilinder

De Harley-Davidson LiveWire is in alles ook wel een Amerikaanse motor. Bruut, eerlijk en ontiegelijk lekker. Net zo schaamteloos mooi als de centerfold die zonder reserve haar lichaam toont. Dat zwarte accupakket in het aluminium vakwerkframe met die kloeke koelribben. De in aluminium gegoten aandrijving eronder doet vermoeden dat er een gulzige achtcilinder gasguzzler staat te gorgelen in plaats van een klimaatsparende elektromotor. De LiveWire is een musclebike, een powercruiser waar ze alleen in Amerika patent op hebben. Brede schouders, smalle heupen. Een fitboy van Venice Beach. De LiveWire is strak en glad en weet ook z’n rauwe randjes goed te verbergen. Zoals de voeding naar de richtingaanwijzer. Zitten netjes in een kabelhoes. Alleen het laatste stukje ontbreekt waardoor de draadjes open en bloot liggen. Wat doet dat na drie winters? Of is de LiveWire vooral een zomermotor?

Stukjes rubber

Als je gaat spelen, kun je kiezen uit vier standaard blokinstellingen: leaf, rain, road en sport. De eerste is het zuinigst, de laatste het snelst. En die kies je natuurlijk, want dan gebeurt het. Wat een acceleratie! Met je kin op de tank als in je jongste jaren naar 184 km/u. Harder gaat niet, maar dat vertellen we natuurlijk niet verder. De Michelin Scorcher Sport op de achtervelg is niet zo blij met dat voortdurend accelereren. Die laat stukjes gevulkaniseerd rubber achter op de Hesselterweg… De band is in opdracht van Harley-Davidson door Michelin op maat zijn gemaakt. Overigens kun je een duopassagier meenemen, maar langdurig lekker zit ‘ie niet achterop. En ook dan gaat het niet harder dan 184 km/u.

Harley-Davison LiveWire Test

Contact verloren

De LiveWire is een gewichtige klant. In het begin stuntel je nog wat met die 251 kilo. De elektrische Harley lijkt wat topzwaar door het hoog opgestapelde accupakket onder de tank. Het is dan ook een motor waarop je moet werken. Met je benen druk uitoefenen op de steps en met je knieën duwen tegen de tank. Heb je de Harley-Davidson LiveWire door wil ‘ie in een bocht niet meer naar buiten lopen. Dan leg je ‘m op z’n kant en volgt ‘ie gewillig het door jou gekozen spoor.

Soms lijkt het wel of de slanke achterzijde van de LiveWire niet thuis geeft. Alsof het voorwiel dat het meeste gewicht lijkt te dragen, het contact met het achterwiel kwijt is. Dan is het net of je op een wiel rijdt. Zeker is dat je met de Harley enthousiast kunt sturen. Misschien is de LiveWire wel de best sturende Harley ooit! En als het te hard gaat, heb je de beschikking over een set uitstekende Brembo Monoblocks.

Wie nu nog durft te beweren dat een Harley niet remt…

Zadelpijn

Het opladen van de accu’s is wel een dingetje. Het vullen van leeg naar vol duurt met de stekker in het stopcontact minstens een uur of tien. Prima als je de LiveWire pas de volgende dag weer nodig hebt. Moet je op en neer naar een afspraak en is de afstand meer dan 130 kilometer, dan moet je langs het snellaadstation. Da’s niet zo goedkoop als thuis. Een lege ‘tank’ vullen bij Fastned kost je zo’n negen euro, thuis vier. Snelladen mag je overigens maar eens in de drie keer laden doen. En vergeet na het laden niet de oplaadkabel keurig in de krappe ruimte onder het zadel op te rollen. Ter overweging en om meer begrip te krijgen voor de LiveWire en de actieradius te krijgen. De LiveWire gedraagt zich als de kleinste Sportster. Die komt op een volle tank van acht en nog wat liter niet zo heel veel verder. En daar hoor je niemand over klagen… De eerlijkheid gebied te zeggen dat je na zo’n 100 kilometer rijden op de LiveWire ook wel zin hebt in een pauze. Dan laat het harde zadel zich voelen als een brandmerk, waarvan de randen ook nog eens in je dijbenen snijden.

Conclusie

Actieradius, hard zadel, oplaadtijden… het zal allemaal wat. Bedenk dat conventionele motoren behoorlijk aan kritiek onderhevig zijn. Meer en meer mensen ergeren zich aan de herrie. Wat is er dan mooier dan dollen en spelen in bijna volslagen stilte? Ben je niet zo’n speels type maar meer een toerrijder. Dat kan de LiveWire ook heel goed. In de schemering door een Nationaal Park. Bijzondere ervaring. Hou het tempo laag, dan neemt de actieradius toe. Eenmaal uitgespeeld of uitgetoerd steek je de stekker in het stopcontact en zo’n tien uur later is het weer feest. Toegang tot dat feestje kost je zo’n vier euro stroom. Dat is een prettige bijkomstigheid waar het natuurlijk niet om gaat. De techniek, de kracht maar ook de rauwe schoonheid. Dat alles maakt de LiveWire onbetaalbaar. In figuurlijke zin, maar ook letterlijk: slechts weinigen zullen 34.000 euro aftikken voor een LiveWire. Daar kun je je druk over maken, maar weet ook dat slechts weinigen zich een Ford Mustang Shelby GT 500 kunnen veroorloven. Of de LiveWire de wereld een stukje schoner maakt? Z’n carbo-footprint zal ongetwijfeld enorm zijn. Maar de LiveWire is wel de stilste Harley-Davidson ooit gebouwd. Welkom in de Stiltedome

Meer op de site van Harley-Davidson

MV Agusta Turismo Veloce Rosso 2020: Eerste Test

0
MV Agusta Veloce Rosso 2020

MV’s heeft dit jaar van diverse modellen een Rosso-variant gepresenteerd. Hiermee wordt de basisvariant van een model betiteld, zoals ook bij deze MV Agusta Turismo Veloce Rosso het geval is. En dus rossen wij die Rosso door zuidelijk Nederland.

Nee, een Turismo Veloce in ‘gewone’ smaak bestaat dus niet meer. De Rosso- en Lusso vullen nu de line-up, waardoor je deze Rosso dus gerust mag zien als een ‘gewone’. Maar, de prijs is wel zeker gezakt. De details die daarvoor worden ingeleverd, zijn summier: afwerkingsdetails in de wielen en de verplichte keuze-hulp in kleur. Rood-zwart is je enige keuze. En als ik zo oog in oog sta met die rood-zwarte MV, kan ik niet anders concluderen dan dat het geheel er nog altijd chique en sportief uitziet.

En je mag me gerust komen vertellen dat smaak persoonlijk is. Maar vertel dat dan ook tegen al die mensen die me tijdens deze testweek komen complimenteren met ‘mijn’ motor. Meestal in het Nederlands, maar soms ook in het Engels vanwege de Italiaanse kentekenplaat. Vooral m’n buurmannen die ooit wel iets met motoren hadden, maar nu door huisje-boompje-beestje andere prioriteiten hebben, zijn enorm onder de indruk van zo’n super-de-super-exclusieve MV.

Natuurlijk vragen ze naar de prijs die wel ‘extreem’ zal zijn. En natuurlijk antwoord ik dat veertig- á vijftigduizend euro een mooi bedrag is om mee naar de MV-dealer te gaan. De buurmannen knikkend, duidelijk het afgelopen decennium gemist waarin MV een knieval naar de gewone man heeft gemaakt.

Prijs en comfort

Maar jij en ik weten natuurlijk wel beter. € 16.189,- is wat een MV Agusta Turismo Veloce Rosso kost. En dat is een koopje als je ‘m vergelijkt met de duurste Turismo Veloce: de € 28.289,- kostende Lusso RC SCS. Al zal de ‘gewone man’ ook best even een vergelijk maken met pak ‘m beet een Yamaha Tracer 900. Die kost maar nipt meer dan twaalfduizend euro en in de basis natuurlijk een vergelijkbare driecilinder-hoogpoot is.

Afwerking

Om te begrijpen waarom ze in Varese zullen gruwelen van die vergelijking, zet je de MV even op z’n zijstandaard en jezelf op een krukje er naast. In elke hoekje van de motor vind je wel iets bijzonders en nergens laat de afwerking een steekje vallen. Het fraaie achterwiel, open opgehangen aan de enkelzijdige achterbrug met daarvoor de zo kenmerkende uitlaatpartij met één pijpje per cilinder als in het oog springend voorbeeld.

Het zadel is mooi gestikt en zit ook nog eens heel behoorlijk. Maar, zittend in dat zadel merk ik wel dat de zo prachtige ranke opbouw voor een uit de kluiten gewassen Nederlander niet optimaal is. De zithouding is redelijk beperkt en om in de spiegels te zien of de witte auto achter me er eentje is vol platpetten, moet ik m’n ellebogen flink intrekken. Verwacht kortom geen typische ruime allroad-zithouding, maar een meer Italiaans gesneden maatpak dat her en der een beetje knelt. Althans, als je zoals mij 1.90 meet.

Het met gemak te verstellen windscherm is overigens wel een pluspunt, net zoals de ruime benzinetank van 21,5 liter je aanspoort om gauw door te rijden naar Zuid-Duitsland. Zeker met de optionele koffers lijkt het een prima reisgezel.

Wel een typisch Italiaanse, want de kofferophanging blijft typische Zuid-Europees met veiligheidsclipjes die ik anno 2020 toch niet meer nodig acht voor een veilige bevestiging van de koffers. Afijn.

Geklungel

Mezelf door de slagregens van juli verplaatsend richting de fotoshoot in Brabant, ben ik op de lange, lange A2 redelijk aan het klungelen. En die schuld ligt niet alleen bij mezelf. De aan-knop voor de cruisecontrole zit onhandig naast het gashendel, en niet links zoals het merendeel van de fabrikanten ‘m tegenwoordig monteert. Eenmaal lekker 120 cruisend blijkt de cruisecontrole niet uit te kunnen door het gashendel naar voren te draaien, zoals bij andere motoren. Het is een kwestie van de koppeling intrekken of de rem aanraken en ook dat vind ik anno 2020 toch onhandig.

Ook onhandig is het dat je direct na het inschakelen van de cruisecontrole wél met de menu-knop op je linkerstuurhelft de snelheid kunt regelen, maar na enkele seconden springt het dashboard uit die modus en moet je met de menu-knop weer terugscrollen naar de modus van cruisecontrole. Daarbij helpt het niet dat het dashboard weliswaar zeer veel informatie biedt, maar qua ordening en duidelijke weergave te wensen over laat.

Ach ja, het is de enige reden voor gemopper in m’n helm. Het motorblok is een heerlijkheid. Nagenoeg trillingsvrij en precies wat je van een driecilinder verwacht: elasticiteit door het gehele toerenbereik. Een eindschot heeft -ie, maar vanzelfsprekend wel beduidend minder dan een Brutale 800 heeft. De goed werkende quickshifter, die op- en terugschakelt, maakt dat ik mezelf toch op redelijk puberaal rijgedrag betrap, zelfs op de snelweg. Het samenspel van in- en uitlaatgeluid tempert dat gedrag niet; ‘even doortrekken’ is beduidend aanlokkelijker dan op de cruisecontrole de rit naar Brabant uit te zitten.

Binnendoor sturend

Wanneer alle plichtplegingen er op zitten en de buien zijn verdwenen, merk ik dat ik echt ontdooi. Ik rij de dag vol over secundaire wegen en er is van ergernis over cruisecontrole en dashboard geen enkele sprake. Slingerend, meanderend en sturend door de provincie schat ik de Turismo beter op waarde. Hier merk ik pas de lichtvoetigheid. Het is simpelweg heerlijk sturen en dat gaat ook heel behoorlijk met het mes tussen de tanden. De redelijk straffe vering doet het hier goed, net zoals de rempartij. Hobbel ik door een dorpje met drempels, klinkers en andere oneffenheden, ook dan toont de MV zich best straf. Het mag duidelijk zijn: een MV Agusta Turismo Veloce is nog altijd meer een sportieve hoogpoot dan een allroad. De Scorpion Trail 2-banden zou ik persoonlijk dan ook graag inruilen voor puur op asfalt geënt rubber.

Plus

Motorblok, sturen, schoonheid, 21,5 liter benzine,

Min

Werking cruisecontrole, bevestiging koffers

Conclusie

Een zeikende Hollander weet op deze Turismo Veloce wel wat af te dingen. Zo is de prijs ondanks de Rosso-uitvoering nog altijd fors en wanneer je spijkers op laag water zoekt, valt er wel wat te bekritiseren. En dan heb ik het vooral over triviale zaken: cruisecontrole, dashboard en de borgclipjes van de koffers. Een passionele Italiaan zal dat een zorg zijn. En de MV is zo’n passionele Italiaan. Schoonheid en stuurmanskunsten zijn belangrijker en daarin doet de motor meer dan behoorlijk mee. Man, wat is en blijft dit lijnenspel prachtig. En wat zijn de details om van te likkebaarden. Maar bovenal is de basis gewoon heel erg goed. Het blok verdient een acht en met de koffers vol rij je maar al te graag die dikke 21,5-liter benzinetank leeg. Ik kan niet anders concluderen dan dat er met deze Turismo Veloce weinig mis is.

RAI Vereniging start campagne #unlockyourfreedom

0

Door de uitbraak van corona is ons dagelijkse patroon ruw doorbroken. We stapten in die volle bus, tram, trein of metro of sloten aan in de file. Een patroon waar we meestal niet eens over na dachten, kwam abrupt tot stilstand. Nu de samenleving langzaam weer op gang komt, is dit een uitgelezen moment om mensen te prikkelen om met een andere bril naar hun dagelijkse vervoer te kijken. Het moment is er nu, de tijd is er nu, de kans is er nu.

Tweewieler als antwoord

“Dit is hét moment om voor een tweewieler te kiezen.” Dat is de boodschap die RAI Vereniging wil overbrengen met de campagne. De tweewieler biedt bewegingsvrijheid om te gaan en staan waar je wilt en het contact met anderen beperkt is. Daarnaast sta je bijna nooit meer in de file en heb je altijd een parkeerplek. Zeker nu het najaar er weer aankomt en de files gaan toenemen. Op een tweewieler heb je het dus slim bekeken. Door te kiezen voor de motor, scooter, speed pedelec, e-bike of fiets, beweeg je jezelf vrij in het nieuwe normaal. Op de website www.unlockyourfreedom.nl ontdek je in een paar klikken welke tweewieler het beste bij je past.

#unlockyourfreedom

De claim #unlockyourfreedom benadrukt de vrijheid die je hebt op een tweewieler. In de campagne wordt de ontvanger uitgedaagd om na te denken over verschillende stellingen: reis je met een mondkapje in het OV en sta je straks weer in de file? Of kies je voor de vrijheid van een tweewieler? De stellingen worden ondersteund door beelden die de doelgroep prikkelen om hier goed over na te denken.

Inzet communicatiemiddelen

De campagne wordt online verspreid. Hiervoor wordt ingezet op een videoadvertentie op YouTube en diverse social media advertenties voor Facebook, Instagram en LinkedIn. In deze advertenties worden de prikkelende stellingen weergegeven en wordt geleid naar de landingspagina. Hier ontdek je in slechts een aantal klikken welke tweewieler bij je past en vindt daarnaast een verdiepingsslag plaats. Naast de voordelen van een tweewieler en praktische tips van andere rijders, is er bijvoorbeeld ook informatie te vinden over het behalen van de verschillende rijbewijzen.

Harley-Davidson Bronx: Komt deze streetfighter nog wel?

0
Harley Davidson Bronx MY2021

Harley-Davidson had zich op geheel nieuw terrein gewaagd en presenteerde op de EICMA 2019 de Bronx Streetfighter, die totaal de lijn brak met de bekende Harley-Davidson modellen. Maar een jaar later lijkt het erop dat deze streetfighter toch niet zal komen.

Begin 2019 rolde Harley-Davidson een roadmap voor de toekomst uit, die voorzag in een uitbreiding naar volledig nieuwe segmenten om nieuwe en vooral jongere klanten voor zich te kunnen winnen. Persoonlijk vond ik het een heel dappere stap van dit toch van de cruisers en choppers bekende merk en iedereen mag er zelf wat van vinden, maar ik vond – en vind – de aangekondigde modellen als motorliefhebber echt aansprekend. Uniek is ook dat van alle merken juist Harley-Davidson met de LifeWire de eerste massaproducent is die een elektrische motorfiets aanbiedt. Op de EICMA 2019 werd de volgende revolutionaire stap gepresenteerd.

Harley Davidson Bronx MY2021

Een 115 pk sterke Streetfighter

Met de Bronx duwden de Amerikanen een echte streetfighter de straat op die vanaf eind 2020 de concurrentie met zijn Europese rivalen aan zou gaan. Visueel gezien bleef het op de EICMA gepresenteerde Bronx-model zeer dicht bij de studie die begin 2019 werd getoond. Het ontwerp van de Bronx was gebaseerd rondom een nieuw V2 motorblok. Een vloeistofgekoelde 60° V-Twin met de naam ‘Revolution Max’. Harley gaf geen exacte prestatiegegevens, maar in de Bronx mikte hij op meer dan 115 pk vanaf 975 cc en een maximum koppel van meer dan 95 Nm. Dit zou de Bronx op het niveau van een Yamaha MT-09 brengen.

Toekomst Bronx onzeker, focus op de Pan America?

In augustus 2020 lijken de toekomstperspectieven van de Bronx helaas echter enorm somber te zijn geworden. De nieuwe baas bij Harley-Davidson Jochen Zeitz had al aangekondigd de toekomstige modelroadmap drastisch in te korten zonder daarbij concrete modellen te noemen. Aandachtige waarnemers hebben echter gemerkt dat de Bronx begin augustus is verdwenen van de lijst met toekomstige Harley-modellen op de officiële Harley-site. Ook in de persruimte is er niets meer te lezen over de Streetfighter. Harley-Davidson becommentarieert dit officieel met een focus op het touring adventure segment – dat wil zeggen, de grote enduro Pan America, die al een jaar is uitgesteld tot 2021. Let wel, dat betekent noodzakelijkerwijs niet dat de Bronx helemaal niet komt – maar hij komt zeker niet in 2021. We kunnen dus nog steeds hopen, op de Nederlandse Harley-Davidson site staat de Bronx nog wel aangekondigd als toekomstig model.

Harley Davidson Bronx MY2021

Harley-Davidson heeft het helaas zwaar te verduren op het moment. Met de klassiekers in de modellenreeks valt steeds moeilijker geld te verdienen, maar nieuwe modellen vereisen hoge investeringen. En het betreden van nieuwe segmenten brengt ook bepaalde risico’s met zich mee. Een echt dilemma.