Ik reed eens met de motor. De aandachtige lezer zal zich nu al afvragen: ‘Meneer Brusselmans, als gepensioneerde heeft U zeker niet veel anders te doen dan eens met de motor te rijden?’ Nou, integendeel. M’n dagelijkse agenda zit ongeveer vol, sterker nog, die puilt uit, of anders gezegd: daar blijft geen blad van onbeschreven. Druk dat ik het heb! Vooreerst ben ik natuurlijk de spil van m’n huisgezin, en dat brengt verplichtingen met zich mee, onder andere m’n vrouw met respect behandelen, m’n zoontje leuke tijden bezorgen, en met de hond gaan wandelen, vaak zes à zeven kilometer aan een stuk, waardoor de hond heel vermoeid raakt, en ik nog veel vermoeider, soms zo vermoeid dat ik een uurtje of twee op de bank moet slapen, met een dekentje over me heen, en dan dromen, bij voorbeeld over een hoop zand die ergens ligt, en ik moet met een schepje dat zand transporteren naar een andere plaats, en meestal is dat in m’n droom het marktplein van Zaandam, waar ik ooit slechts één keer geweest ben, voor een literaire lezing, en het publiek was zo enthousiast dat er bloemen naar mij gegooid werden, alsmede rotte tomaten en eieren die al een week over de houdbaarheidsdatum zijn. Over lezingen gesproken: naast m’n gezin slokken die een boel van m’n tijd op. Ik rijd nagenoeg continu door Vlaanderen en Nederland. Dat doe ik sinds kort aan het stuur van m’n nieuwe auto, een Alfa Romeo. Ik ben er zeer tevreden over, en om ‘m uit te testen heb ik gisteren op de snelweg tussen Utrecht de topsnelheid van de Alfa gecheckt, en dat bleek 218 kilometer per uur, niet ongelooflijk snel, maar toch behoorlijk snel.
Vanzelfsprekend werk ik ook verder aan m’n monumentale oeuvre, en thans ben ik bezig aan de autobiografische roman De Lamzak, waarin ik heel m’n ziel bloot leg, waarin ik ontelbare naalden uit de hooiberg haal, en waarin ik niks verzwijg dat niet per se hoeft verzwegen te worden. Daarnaast is er tevens de arbeid in m’n moestuin. Ik ben gespecialiseerd in prei, en derhalve plant ik veel prei. Wat we zelf qua gekookte prei niet op kunnen, schenken we voor een kleine som geld aan de buren, die wel eens tegen me zeggen: ‘Zulke lekkere prei hebben we verduiveld nog nooit gegeten!’ Tussen al deze bezigheden door rijd ik inderdaad wel eens met de motor. Dat is de onklopbare Triumph Speed Twin 1200 Breitling, die overigens inmiddels ook al vier jaar oud is, zodat verandering zich lijkt op te dringen. Wel, ik heb m’n oog laten vallen op een nieuw model van Triumph, de Trident 800. Je had tevoren al de Trident 660, maar zo’n licht machientje, dat is, stoere kerel als ik ben, niks voor mij. Een 800 cc lijkt er al meer op. De kwestie is echter dat ik aan de Breitling zeer verknocht ben, en slechts met heel veel moeite en spijt afscheid zou nemen van deze door mij zo geliefde motor. Plus, m’n vrouw zegt: ‘Je hebt net een nieuwe Alfa Romeo gekocht, je gaat nu zeker toch ook niet nog een nieuwe motor kopen!’ Omdat m’n vrouw hier de broek draagt, zal de nieuwe motor er niet komen, en zal ik het uitzingen met de Breitling. En vandaar: ik reeds eens met de motor. Van noord naar zuid en van hier naar daar, de wind in m’n gezicht, de blijdschap in m’n hart. Als je zo druk bezig bent als ik, is een motorrit een ware verademing. Laten we hopen dat ik nog jaren en jaren aan verademing kan doen.


