Zeg, ken jij de motorman?

Het had allemaal heel anders kunnen lopen, maar het thuisfront verlangde dat hij het zeeliedenbestaan achter zich liet. Frans Vermeirssen heeft er maar het beste van gemaakt.

Tekst: Olivier Visser
Fotografie: Chris Pennarts

Een land van zwoegers – in de haven, op het land en op zee – is Zeeland van origine. En een protestantenland van zondags deemoedig ter kerke gaan. Maar ook een land met een feestelijker randje: Zeeuws-Vlaanderen. Grotendeels katholiek, dus bourgondischer. Tot diep in de jaren negentig een wat ondeugend rafelrandje aan Zeeland, waar Belgen in het weekend hun frankskes stukslaan in seksshops. En waar Frans Vermeirssen 63 jaar geleden het levenslicht ziet. Het dorp Philippine, ‘de hoofdstad van de mossel’, zal hij niet meer verlaten. Hooguit tijdelijk, als machinist op de grote vaart. Maar als zijn vader sterft, wordt Frans geacht het roer over te nemen in diens mosselrestaurant en begint een nieuw bestaan aan de wal.

Jaloers op Jawa-mannen

Het is de tijd dat hij Triumph rijdt en BSA en alle geld dat hij eerst in brommers stak, stukslaat op Brits ijzer. Het jaar 1981 wordt een mijlpaal met de komst van een Vincent Rapide. Frans heeft het zo druk met de mossels, dat hij een Britse motormaat opdracht geeft er een voor hem naar het vasteland te brengen. ‘Ik kende hem al jaren van treffens en wist dat het goed zat.’
Deze Engelse gentlemen’s bike is bloedsnel en was zijn tijd mijlenver vóór met constructies als monoshock en een zelfdragend frame, waar motorbouwers zich tegenwoordig – bijna tachtig jaar na dato – nóg voor op de borst kloppen. ‘Een hobbelpaard’, volgens Frans, ’maar wel een die je van Jetje geeft. Bij Triumph en BSA voelt het vanaf 120 km/u alsof je hele geraamte rammelt. De Vincent loopt heel mooi trillingvrij.’
Er komen nog meer Vincents, BSA’s, Matchlesses, Velocettes, Triumphs, Sunbeams, noem maar op, vele tientallen. Dat hij fietsen in de collectie heeft die op veilingen voor grote sommen onder de hamer gaan, zal Frans worst wezen. ‘Daar gaan bedragen om die niets te maken hebben met liefde voor de motorfiets’ En die liefde zit diep bij deze mosselman. ‘Er zal ook iets meespelen van verzamelwoede, maar in het begin was het gewoon noodzaak. Engels spul gaat nu eenmaal stuk. Ik ben verknocht aan Vincent, maar als ik op een treffen ‘s ochtends vertrek en werk moet leveren om de Vincent aan te trappen, dan ben ik jaloers op Jawa-mannen: één lichte trap en renge-denge-deng en gaan ze er vandoor.’

Aardig zijn voor elkaar

Frans is niet van de eenkennige merkenvoorkeur, met het soms zo kenmerkende zure ondertoontje. ‘Als liefhebbers van klassieke motoren zijn we al met zo weinig, dus laten we een beetje aardig zijn voor elkaar. Ik vind alles op twee wielen vind prachtig. Ducati, Honda en BMW, ik heb er met plezier op gereden. Prachtspul.’
Frans’ reisseizoen komt er weer aan, in mei en juni, vlak voordat het mosselseizoen losbarst. Hij heeft motormaten van Zweden tot Italië, van Polen tot Engeland en kent hun mores. ‘De Hollander leeft op de klok: hij als om zes uur ’s avonds wil aankomen, gaat de blik op oneindig en het gas erop. De Belg en Fransman stappen af voor een lekkere maaltijd met een goed glas. Dat spreekt mij wel aan.’

Puike dekkingsgraad

Levensgeluk is zeldzaam, broos en het koesteren waard. Dus heeft Frans maatregelen genomen voor de oude dag. Toen een jaar geleden de laatste leerling op de plaatselijke basisschool de deur achter zich dichtsloeg en het pand leek voorbestemd voor eeuwig durende leegstand, welde er een mooi plan op: een motormuseum. ‘Ik zinde op uitbreiding, want sleutelen en stallen in één ruimte, het ging niet meer. Als ik een boutje uit mijn handen liet vallen, vond ik het nooit meer terug. De lijntjes kwamen mooi bij elkaar. De school moest een bestemming krijgen van maatschappelijk nut, dus de gemeente had wel oren naar een museum. Zo is het gekomen.’

Een lullig museumpje zal het niet worden: het joekel van een pand krijgt behalve vier zalen vol motoren, een caféetje, een werkplaats en een filmzaaltje.
Frans wrijft zich al in de handen. ‘Het spul staat nu in een loods, verborgen voor de wereld. Toch mooi als meer mensen er van kunnen genieten? Mijn broer en een maat zijn ook motorgek. Straks zijn we met zijn drieën op de leeftijd om met werken te stoppen. Met dat motormuseum hebben we iets aardigs om handen.’
Een oudedagsvoorziening met een puike dekkingsgraad. Kan geen pensioenfonds tegenop.

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.

Ik meld me hierbij aan voor de volgende mailinglijsten:




Vul een geldig emailadres in
Dat adres bestaat al in ons bestand
The security code entered was incorrect
Dank voor je aanmelding

REAGEER OP DIT ARTIKEL