Stelvio: de pas die alles heeft op 2.758 meter

‘Bratwurst! Salcisse! Sauerkraut!’ zingen de twee Italiaanse worstverkopers de voorbijgangers toe. ‘Wo kommen Sie her?’ vraagt een van hen als ik belangstelling toon. ‘Ah, Holland! Lekker broodje worst?’ laat hij er bijna accentloos op volgen.

‘You speak Dutch?’ vraag ik.

‘No, I speak Bratwurst! In acht talen!’

Geen wonder, bovenop de Stelvio komen ze half Europa tegen. Zelfs nu de pas even in de wolken ligt, rijden motorrijders af en aan. Duitsers, Italianen, Zwitsers, Oostenrijkers natuurlijk, maar ook Engelsen, Fransen, Scandinaviërs, Belgen en Nederlanders. De Stelvio heeft dan ook alles. Het is niet alleen een van de allerhoogste passen (2758 m), maar hij heeft ook de grandeur, de reputatie, de omgeving en de historie van een absolute topper. En niet te vergeten: de hoogst gelegen geldautomaat van Europa.

De Stelvio werd van 1822 tot 1825 aangelegd in opdracht van de Oostenrijkse keizer Ferdinand I om Wenen met Milaan te verbinden. De geniale ingenieur Carlo Danegani maakte er een ongekend groots bouwwerk van dat nog altijd imponeert. Het beroemdste deel, het noordoostelijke, telt 48 mooie haarspeldbochten, die – vaak steunend op hoge muren – een hoogte van 1972 m overbruggen. Het minder bekende zuidwestelijke deel, dat naar Bormio loopt, doet er niet zo heel veel voor onder: 39 haarspeldbochten en een verval van anderhalve kilometer. Aan de ingenieur is bovenop de Stelvio een museum gewijd.

Luier om

Vlakbij dit museum kom ik de Nederlanderse Paul, Kevin en Sandra tegen. Voor Paul is het de eerste keer dat hij in de Alpen rijdt en vooral de haarspeldbochten vallen hem niet mee. En dan zit je op de Stelvio niet lekker. We proberen het uit te leggen: Kijken, terug naar 2, soms zelfs 1, ruim erin, krap eruit, gas erop, klein beetje doseren met de achterrem, en vooral: niet te veel nadenken. Paul wordt er niet wijs uit. Maar later mailt hij dat hij de slag na een aantal passen te pakken kreeg. Zijn advies: luier om en gewoon gaan.

De Stelvio biedt nog meer uitdagingen dan de 87 haarspeldbochten. Vanaf de top kun je bijvoorbeeld naar hotel-restaurant Tibet rijden, dat tegen de achtergrond de vergletsjerde Ortler (3905 m) op een verdwaald stukje Himalaya lijkt. Voor degenen met hoogtevrees is het asfaltweggetje van 200 m enger dan de hele pas. Maar je hebt er een fantastisch uitzicht over de haarspeldbochten en het ligt op een hoogte van 2800 m – volgens de eigenaar. Om misverstanden te voorkomen: restaurant Tibet is geen Chinees.

Verduivelde crosser

Het kan nog gekker. Achter de grote parkeerplaats van de hotels loopt een onverhard weggetje van 2 km naar het Ortlerhaus (3030 m). Het zou goed te doen zijn, behalve het eerste stukje. Direct na een haakse bocht ligt namelijk een onverhard hellinkje van 35 % voor je neus. Naar boven zal nog lukken, maar zie maar eens terug te rijden over het losse gesteente zonder uitloop. Met de nattigheid waag ik het er niet op. Het schijnt trouwens ook niet meer toegestaan te zijn.

Aan de andere kant van de top loopt een steil wandelpad omhoog naar de Dreisprachenspitze (2843 m). Tot na WO I was dit een drielandenpunt – Italië, Zwitserland, Oostenrijk – nu is het een drietalenpunt: Italiaans, Duits en Retoromaans. Hier mag en kan je absoluut komen met de motor. En toch zie ik er ‘s avonds weer zo’n verduivelde crosser tegenop ploeteren. Twee keer slaat zijn motor af en vrees ik dat hij van de berg zal glijden. Toch bereikt hij de top en keert ongeschonden terug.

Umbrailpas

Veel haalbaarder, legaler en eigenlijk ook interessanter is een uitstapje naar de Zwitsers Umbrailpas, die een paar kilometer ten westen van de Stelviotop begint. Met zijn 2503 m mag de Umbrail zich de hoogte asfaltpas van Zwitserland noemen. Toch heeft de weg dwars door het woeste en onbewoonde Braulio-dal ook een aantal onverharde kilometers. Maar die zullen geen probleem opleveren – fantastische uitzichten des te meer. Lastiger is de scherpe afdaling tegen een beboste helling. Hier liggen de haarspeldbochten zo dicht op elkaar, dat sommige automobilisten moeten steken om er doorheen te komen. Door de steilheid en de bomen zie je zo ook niet aankomen.

Dus hoe je de Stelvio ook bekijkt en berijdt: van alle kanten wacht een avontuur.