dinsdag 31 maart 2026

Toertocht Alentejo, Portugal: The Bright Side of Life

Dit is het plan. Ik pik in Lissabon die huurmotor op en rij naar de zuidkust van Portugal. Daar pak ik de EN2, de mythische Estrada Nacional Dois, die de Route 66 van Portugal wordt genoemd. ’n Iconische weg dwars door het land naar de Spaanse grens in het noorden.

De motorclub van Faro organiseert jaarlijks het grootste motorfestival van Europa. Het clubgebouw staat ook de rest van het jaar open voor motorrijders om wat te eten, te drinken en te overnachten. En ik kan er een startpakket kopen voor de EN2. Met kaarten, folders, stickers, een stempelkaart en een heuse reisgids van 530 pagina’s in de tanktas rij ik noordwaarts.

Kilometerpaal 666

Vanuit de Algarve brengt een brug over de Rio Vascão me in de Alentejo. Deze Portugese provincie trakteert me meteen op een serie woest slingerende bochten. Opschakelen, terugschakelen, bijremmen, gasgeven. Dit is het ware leven. Als adempauze deint de EN2 op en neer door een landschap van geel gras, bruine heuvels, akkers en de ragebolbomen die in het Portugees pinheiros mansos heten. Om de zoveel afstand staat een wegmarkering van de EN2, kilometerpaal 666 werkt als een magneet op motorrijders. ‘Het nummer van het beest,’ lacht een motorrijder die er een selfie maakt.

Portugal is op-en-top een motorland. Elk stipje op de kaart lijkt wel een motorclub te hebben, verkopers van leren vestjes en opnaai-emblemen doen er vast en zeker goede zaken. Deze motard kent de EN2 op z’n duimpje. ‘Het is de ruggengraat van Portugal,’ zegt hij trots. ‘Maar vergeet niet de vertakkingen naar het westen en oosten.’ Op zijn advies maak ik een omweg via de Atlantische kust. Daar gaat m’n plan om in een rechte streep de EN2 af te rijden.

Toerisme Portugal: Met de motor naar de rand van de (oude) wereld

Almodôvar, Castro Verde, slaperige stadjes in eindeloze siësta glijden voorbij in klassieke schoonheid van witte gevels met kleurige accenten en rode dakpannen. Op elke schoorsteen en elektriciteitspaal woont een familie ooievaar. Ó Atlantico! De kust bij Porto Covo stelt niet teleur. Traag rollen de Atlantische golven op het zandstrand, wat een deining zit daarachter, helemaal vanuit Amerika. Ik rij parallel aan de kust naar Alcácer do Sal, beroemd om de zoutpannen en de zeevruchten die vissersvrouwtjes in een tent aan de haven verkopen.

Daarna brengt de bloedmooie N5 me terug naar de EN2. Weer wijzig ik m’n plan. Want bij de lunch in Torrão nodigt een groep Portugese motorrijders me bij ze aan tafel. Uiteraard is de EN2 ook bij hen een favoriete route. Maar ik moet toch vooral niet vergeten om naar het oosten te rijden! Met een kaart vol routesuggesties ga ik eerst nog ’n stukje zuidwaarts over de EN2 en dan langs het stuwmeer Odivelas. Dat water zorgt alleen voor een illusie van verkoeling, de weg slingert als een woeste horzel door het landschap dat trilt in de hitte. Dat het bandenprofiel niet volloopt met gesmolten asfalt is een wonder. In plaats van noordwaarts rij ik nu naar het oosten. Mijn kompasnaald raakt aardig van streek, van m’n oorspronkelijke plan komt zo weinig terecht.

Trotse vestingstad

De Alentejo is qua oppervlakte de grootste Portugese regio en meteen ook de dunbevolkste. Prima motorrevier dus. En daarboven blikkert de zomerzon die alle muizenissen hier op aarde verdampt. Alentejo, da’s the bright side of life. Tussen de golvende heuvels ligt het enorme kunstmatige Alquevameer. En daar mag ik gewoon omheen rossen op asfalt en naar keuze ook over stofpaden en modderpoelen. Wat een feest! Ik rij vervolgens rakelings langs de Spaanse grens naar de vestingstad Elvas.

Volgens beproefd Portugees recept puilt ook dit stadje uit van de geschiedenis en cultuur. Ook de Portugezen hadden last van de wrede Spaanse hertog Alva die van onze geuzen in Den Briel op z’n flikker kreeg. De Portugezen wipten de Spanjolen terug over de grens en bouwden Elvas tot de trotse vesting die nog steeds op de heuvels pronkt met borstweringen, slotgrachten, poorten en ophaalbruggen. Het aquaduct Amoreira voorzag de stad van water en is een van de vele typische symbolen van de stad waarin ik naar hartenlust over de kinderkopjesstraatjes mag rondrijden.

De BMW davert noordwaarts in de schaduw van bomen die speciaal ten behoeve van reizigers als ik langs de weg zijn neergezet. Bezoekers met goede bedoelingen krijgen in Portugal een gastvrij onthaal. Zo staat in de stad Campo Maior de grootste koffiefabriek van Europa, zeggen de trotse Portugezen, zodat de Majoranen hun Spaanse buren een vers kopje Deltakoffie kunnen voorzetten. Bem-vindo! En daar rollen de motorbanden alweer tegen de volgende hellingen aan. Gas erop en voorwaarts naar de bergen van São Mamede. Daar schittert het oude vestingstadje Marvão als een adelaarsnest boven op een rotskam. Hier kun je volgens de Portugezen de vogels van boven bekijken.

‘Vanaf Marvão kun je alles zien,’ schreef José Saramago, de Portugese Nobelprijswinnaar voor literatuur. Hoe waar! ‘Hoe kan een klein land zo groot zijn,’ schreef hij ook. Het oude centrum van Marvão is weer een plaatje met witgekalkte huisjes, kinderkopjes en fraaie tuinen die bij het kasteel horen. ‘Het verleden van deze landerijen is langer dan de wegen die erheen leiden,’ aldus Saramago. Deze zwervende Hollander kan eindeloos dolen over weggetjes tussen bergen en heuvels, die zijn bedekt met steeneiken, olijfbomen en barrocos – die grijsbruine gladde keien in alle vormen en maten die het landschap een extra geheimzinnige aanblik geven. Zo diep in het binnenland zijn hier minder toeristen dan aan de kust en die zijn er al helemaal niet op de smalle bergweggetjes die als spaghettislierten rond Marvão slingeren. De São Mamede is het uitgestrektste en hoogste gebergte van Portugal onder de Taag en biedt een overdosis aan magie. Stenen muurtjes escorteren al eeuwenlang de verlaten kronkelweggetjes met nu eens trage, dan weer snelle bochten.

En witte stadjes op de groene heuvels. In de ‘typisch Portugese’ wijkjes van kleine witte huisjes woonden vroeger Moren die na de kerstening van Portugal in de twaalfde eeuw van geloof wisselden en hier bleven wonen. Net zoals joden, zoals in het stadje Castelo de Vide. Portugal is gastvrij. De route daalt weer af naar de vlaktes van de Alentejo. De uitgestrektheid van het landschap wordt gemarkeerd door menhirs, dolmens en andere magische stenen, olijfbomen, kurkeiken, stenen muurtjes, wegkruisen en hier en daar een wit dorpje, kasteeltoren, kerkje of kapel. En als de zon de aarde opwarmt komen geuren los van stenen, planten, gras, hooi, bloemen, kruiden, olijven en hier en daar een vleugje vee. Dat alles suddert in de zon, waarvan het licht het geheel maar ook elk detail afzonderlijk laat schitteren. Ja, ja: the bright side of life.

De moederrivier

Via Ponte de Sor kom ik weer op de EN2. De bewegwijzering is toch niet overal langs de route adequaat. Welke weg zet nu de EN2 voort in de vaart der volkeren? De oude mannen met petten op die door de Portugese overheid op bankjes langs de route zijn gezet, slaan mijn gesteggel geamuseerd gade. Hoeveel verhitte motorrijders hebben ze de afgelopen honderd jaar al voorbij zien komen? Hun schorre kreten en onduidelijk heen-en-weergewijs zetten me uiteindelijk toch op het juiste spoor. Goed volk.

Bij Montargil komen de rivieren Sor en Raia samen en die reizen gezamenlijk als Rio Sorraia naar Lissabon. Ik reis mee tot aan de Sorraia-monding in de Taag, de moederrivier van Portugal. Slotakkoord in majeur is de majestueuze brug Ponte Vasco da Gama, een eerbetoon aan een van de grootste Portugese ontdekkingsreizigers. Die raakte ook weleens van zijn geplande koers af, maar wat voor ontdekkingen leverde hem dat op! Van de 740 kilometer EN2 heb ik nog niet de helft gereden. En nu is mijn tijd op, moet de motor terug naar Lissabon en ik terug naar huis. De rest van de EN2 moet maar wachten op een volgende keer.

Foto’s: Michiel van Dam

Motorverhuur
Het bedrijf MotoXplorers in Lissabon biedt diverse georganiseerde groepsreizen aan. Maar je kunt er ook gewoon zelf een motorfiets huren om op de bonnefooi The Bright Side of Life in Portugal te ontdekken. www.motoxplorers.com

Download de route

Lengte: 880 km
Rijdagen: 4

Michiel van Dam
Michiel van Dam
Michiel van Dams schrijft als freelance redacteur prachtige reisverslagen voor Motor.NL. Reizen die de fervente motorrijder inspireren om erop uit te trekken. Wordt het Slovenië om die prachtige privé-collectie motoren te bekijken? Een rondje bergpassen in de Dolomieten? Of de Nederlandse herberg in de Vogezen, exclusief voor motorrijders?

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen