Serious about fun is de slogan van Suzuki. De Zeeuws-Vlaamse Suzuki-fanaat Levien heeft die boodschap kennelijk ook ter harte genomen om een kasseienroute in zijn territorium samen te stellen, met grensoverschrijdende afstekers naar België. Geen half werk voor Levien, nooit. Dat weten ook de leden van de Zeeuws-Vlaamse motorclub waarvoor Levien al jarenlang de mooiste motorroutes samenstelt.
Bij het benzinestation in Zaamslag doen we een bakkie. Maar tanken doen we hier niet. Dat komt straks wel in België, zegt Levien. Over de Spuikreek rijden we de Sint Jansdijkweg van Schapenbout op. Die geeft een mooi uitzicht over de dakpannen. Vanaf de Fortweg West bij fort Sint Joseph schakelen we terug. We rammelen over de kasseien van de Waterhuisstraat en over de Hazelarenstraat verder over de Bontekoe. Da’s even wennen. Het wegdek trekt vreemd aan het stuur, een ervaring die we op asfalt zelden of nooit beleven. Het asfalt van de Provinciale Weg brengt ons naar de Ronduitweg, die overgaat in de Koninkjesdijk. In het open land voelen we ons inderdaad als ‘n koning te rijk.
Toertocht België: op kastelenjacht in de Ardennen
Na de smalle Rode Sluisweg piepen we bij Overslag ongemerkt een stukje door België, ontdekken we als we bij grenspaal 294 Moerbeke achter ons laten. Moerbeke was het centrum van de Vlaamse suikerbietteelt, maar sinds de fabriek is gesloten hoeven we volgens Levien geen pulp meer op het wegdek te vrezen.
We zullen vandaag nog vaker de grens overgaan, maar er zijn zo veel overgangetjes dat het voor de overheden geen doen is om overal borden neer te zetten. Alleen tijdens corona hadden de Vlamingen alle grensovergangen afgesloten met hopen aarde. Geen probleem voor Levien, want ook in Zeeuw-Vlaanderen liggen heerlijke stuurweggetjes.
Mythische status
Leviens Zeeuws-Vlaanderen blijft verbazen. Midden in het polderland liggen ineens oeroude duinen. De zandheuveltjes tussen Koewacht en Heikant hoopten hier op aan het einde van de laatste IJstijd, zo’n twaalfduizend jaar geleden. En ze liggen er nog steeds! Dat kan niet van alle kasseiwegen gezegd worden. Vanaf de jaren ‘20 van de vorige eeuw werden in heel Nederland de kasseiwegen bedekt met of vervangen door asfalt. De overgebleven stroken werken als een magneet op motorrijders en vooral wielrenners.
Na Heikant piepen we over de grens en de Belgische A11. Aha! Hier gaan we tanken! Want in Drieschouwen is de benzine maar liefst tientallen centen per liter goedkoper, vertelt Levien met een brede grijns. Na benzine is het tijd voor koffie. Café Middelkamp in het Vlaamse plaatsje Kieldrecht is genoemd naar wielrenner Theofiel Middelkamp, die het café in de jaren ‘50 opende. Nu staat zijn zoon achter de toog, die graag vertelt over de legende die zijn vader was. In 1936 won de polderjongen, die nog nooit eerder een berg had gezien, de Koninginnerit van de Tour de France over de Alpenpassen Lauteret, Télégraphe en Galibier. In 1947 pakte papa Theo de hoofdprijs van het Wereldkampioenschap Wielrennen in het Franse Reims. Wielrenners hebben heilig ontzag voor kasseistroken. De wedstrijd Paris-Roubaix heeft mythische status, maar ook kasseistroken in België en Nederland zijn bij de coureurs geliefd. En gehaat tegelijkertijd.
Gelukkig liggen er tussen Leviens kasseistroken ook gladde asfaltwegen, waarover we zonder gerammel de koning te rijk kunnen voortzoeven.
De Koninginneweg brengt ons naar Emmahaven aan de rand van het Verdronken Land van Saeftinge. Aangezien we daar op de motor niets te zoeken hebben, dirigeert Levien ons over de Zeedijk via Paal naar Walsoorden. Dit is een van de twee overgebleven getijdehavens aan de Westerschelde, zo vertelt Levien tijdens een rook- en fotopauze op de kade. Bij hoogtij komen hier enorme containerschepen voorbij. Als flatgebouwen zo hoog steken die dan boven de dijk uit.
Prehistorisch
In Terneuzen steken we via de sluizen het Kanaal Gent-Terneuzen over dat Zeeuws-Vlaanderen in tweeën deelt. Aan het einde van de Binnenpolderweg staat er ‘Scheurhoek’ op een bordje. Maar de Scheurhoekweg nodigt niet uit tot doldriest gasgeven. De smalle betonstrook tussen dijk en bomen gaat over in kasseien en daar rammelen ook tractoren met aanhangwagens overheen. Veel uitwijkmogelijkheid is er niet, maar de boerenchauffeurs zijn ons welgezind en gaan netjes om ons heen. Links blikkert het water van het Hollandse Gat tussen de boomstammetjes door om ons eraan te herinneren dat de polder Braakman ooit water was.
Bij grenspaal 322 raken twee soorten kasseien elkaar. Hier staan de Vlaamse Leeuw en de Vlaamse Zeeuw tegenover elkaar. Voor wie het dan nog niet snapt, hebben de Vlamingen aan hun kant een rits borden neergezet die melden dat we hier in België zijn, in Vlaanderen, Boekhoute, gemeente Assenede, en dat de provincie Oost-Vlaanderen ons welkom heet. Dat is pas een welkom.
Na Isabella haven slaan we linksaf op de Dunneweg. Het wegdek is prehistorisch. Maar na de kruising met de Patiëntieweg komen de kasseien weer onder de banden. De combinatie Smokkelweg en Timmermansweg is het non plus ultra van kasseienwerk in Zeeuws-Vlaanderen. Meer dan tweeënhalve kilometer aaneengesloten rammelpret. Omgeven door leegte is de Smokkelweg een eenzame rechte strook op het vlakke land onder de hemel.

Gespleten mannetje
Halt! T-kruising! Zowel naar rechts als naar links strekt zich de met kasseien beslagen Timmermansweg uit in de polder Clara. Linksaf, knippert Levien. Op de horizon staat een rij hoge bomen te wenken onder de wolken. Hou vol! Het asfalt is niet ver meer! In het tegenlicht glimmen de kasseien op. De Smokkel-Timmermanscombi is de Via Appia van de Lage Landen. En dat is helemaal niet zo’n gekke vergelijking. Want het woord kassei komt van het Latijnse calceata en de Romeinen legden daarmee als eersten in Europa verharde wegen aan.
Hoera, gehaald! De banden glijden als door boter over de betonnen Vrijedijk. Op de viersprong aan het einde daarvan staat grenspaal 326. Waarheen gaat de weg die wij moeten gaan, op naar de volgende kasseienbaan? Rechtdoor over Veldzigt en dan rammelen we alweer over de Kasseiweg en even later over de Casteleynstraat. De afwisseling in het wegdek maakt Leviens toer extra speciaal.
Verderop staat langs de weg een beeld van een gespleten mannetje. We zien er een symbool in van een fietser die over kasseien heeft gestoempt. Op de motor hebben lange veerwegen een voordeel, wielrenners moeten het met heel wat minder comfort doen.
De geplande koffiestop bij Café Zeelandia (‘bij Greetje’) in Sint Kruis gaat niet door. Want Greetje doet niet open. Bij Jupiler! Dan rijden we maar door, Vlaanderen weer in. Omgeven door bieten- en aardappelvelden krijgen de kasseien van de Kerkweg over de volle zevenhonderdvijftig meter alle aandacht die ze verdienen.
Toertocht Franse Ardennen: een fijne motorbestemming
Stomende mosselpan
Juist in de centra van steden en dorpen liggen vaak nog, of wéér, kasseien. Ook het Slijkstraatje van Groede is ermee bedekt. Het is een soort openluchtmuseum: een hele straat vol nostalgische pandjes. In de Erfgoedwinkel kopen we een kaartje dat toegang geeft tot alle museale winkeltjes en werkplaatsen in de straat. En daarna doen we alsnog een bakkie in herberg De Natte Pij.
Binnen de bebouwde kom hobbelen we wel vaker over kinderkopjes. Maar de mooiste kasseistroken liggen in het midden van niets in het lege land. In de verte ligt het eeuwenoude stadje IJzendijke, langs de weg zorgen lage, witgepleisterde huisjes voor een extra nostalgisch effect. De kasseien van de Schorerweg zitten tot de Nieuwedijk in de dijkweg geramd, zo strak als kasseien maar strak gelegd kunnen zijn. De Noordstraat boven Biervliet is deels kassei-, deels klinkerweg. Dat mag voor de verandering ook best.
Tussen de Paulinaweg en de Scheldedijk is de Paviljoensweg ook weer van kasseiwerk voorzien. Om kramp in de benen en armen te beteugelen strekken we onze ledematen op de dijk met uitzicht op de Westerschelde, de haven van Terneuzen en het polderland. Terug maar weer. In het zadel. We steken de N61 over om over de Driesprongweg op de Bolderweg te komen. Terugschakelen, holderdebolder langs een waarschuwingsbord ‘slecht wegdek’. Nee, echt? Twee brokkelige grijze streepjes met groen in het midden en in de bermen leiden ons naar de Spuikomweg van Koninginnehaven. Zevenhonderd meter gerammel. Wie het kleine niet eert…
Hoe kun je beter een toer door Zeeland eindigen dan rond een stomende mosselpan? Ook daarvoor weet Levien de weg. In Philippine komt het typische Zeeuwse streekgerecht op tafel bij restaurant De Oude Haven. Buiten de toertips in onze Rammelrit krijgen we van Levien ook nog het geheim ingefluisterd hoe we mosselen het beste moeten koken. Serious about fun, van begin tot eind.
Foto’s: Michiel van Dam
Download de route Parijs – Roubaix in Nederland



