Toen Cees van Dongen op 4 mei 1969 op het kletsnatte Spaanse Jarama-circuit als winnaar van de 125cc-klasse werd afgevlagd, had hij er al een imposante motorsportcarrière op zitten.
Cees was al vroeg met motoren bezig en ging als 12-jarige als leerling aan de gang bij een motordealer waar zijn vader ook werkte. Vader Jan was bovendien motorcoureur, dus het kon niet uitblijven dat Cees in navolging van zijn vader ook een poging ondernam. In 1953 eerst nog bij bromfietsraces, maar niet veel later op zwaardere motoren. In 1958 reed Cees voor het eerst naar een nationale titel, in de 250cc-klasse. Vanaf begin jaren ’60 werd Cees de Nederlandse topcoureur in de 50cc, 125cc en 250cc. Hij behaalde een reeks van nationale titels met onder andere zijn 125cc Honda-productieracer. En de KNMV had hem in 1966 al voor zijn bijzondere prestaties beloond met de Hans de Beaufort-beker.

Ex-fabrieksracers
Voor het seizoen 1969 zou dat gaan veranderen. De Almelose motorenthousiast en eigenaar van een bloeiend autobedrijf, Henk Viscaal, had zijn al imposante renstal van ex-fabrieksracers uitgebreid met een 125cc ex-fabrieks-Suzuki. Deze was van de voormalige Suzuki-fabriekscoureur Hans Georg Anscheidt voor flink wat geld overgenomen. Naast deze exclusieve racemotor had Viscaal zich ook nog van voldoende reservemateriaal verzekerd en het GP-seizoen werd daarom vol vertrouwen tegemoetgezien. Cees ging fulltime bij Viscaal werken en kreeg de beschikking over een ruime Opel Blitz-bestelauto die als caravan en mobiele werkplaats was ingericht.
De verwachtingen waren hooggespannen en aan Cees werden titelkansen toegedicht. Vooral Henk Viscaal was erg optimistisch. Dat Dieter Braun onverwacht ook met een ex-fabrieks-Suzuki verscheen en Dave Simmonds met zijn Kawasaki een enorm snelle en betrouwbare tegenstander zou zijn, werd pas tijdens het seizoen duidelijk.
De eerste GP van 1969 werd op zondag 4 mei op het 3.400 meter korte en bochtige Jarama-circuit bij Madrid verreden. Dit circuit lag bij sommige reporters van de Nederlandse pers niet erg goed. Jan Heese noemde het circuit, met nauwelijks rechte stukken en hoogteverschillen van wel 50 meter, geknipt voor Spaanse heethoofden. Karel Kersten had het zelfs over een kartbaan en verlangde terug naar het Montjuïc-stratencircuit van Barcelona!
Zo’n 90 Nederlandse supporters waren midden in de nacht met een MRTN-chartervlucht afgereisd om de vaderlandse 50cc-toppers Aalt Toersen, Jan de Vries en Paul Lodewijkx en 125cc-titelkandidaat Cees van Dongen mentaal te ondersteunen. Zij waren op tijd en dat moest ook wel, want de 50cc stond al om 09.00 uur aan de start! Aalt Toersen won de natte openingsrace vóór Ángel Nieto en teamgenoot Jan de Vries. Dit met amper toeschouwers op de tribune.
De laatste kans van Ben van den Bogaart #terugblik
De volle buit
In de training was het helaas niet zo goed gegaan met de Suzuki van Cees. De versnellingsbak gaf problemen en er moest tot diep in de nacht gesleuteld worden om dat te herstellen. Gelukkig stond Cees nog wel op de eerste rij. Bij de start brak er een onweersbui met hagel los, maar dat weerhield Cees er niet van om als eerste van start te gaan. Die eerste plaats werd al vlug overgenomen door Salvador Cañellas, dit vóór Dieter Braun en Cees op de tweede en derde plaats. Na het uitvallen van Cañellas en Braun reed Kent Andersson nog even aan de leiding. Cees wist hem echter te passeren en naar een ruime voorsprong te rijden. Viscaal maande Cees aan het maar kalm aan te doen, terwijl hij op een wankel muurtje had plaatsgenomen. Deze overwinning mocht Cees niet meer laten glippen!
Vader Van Dongen begon wel zeven ronden voor het einde de LR van ‘laatste ronde’ op het helpersbord te kalken. En moeder Van Dongen was de wijn voor het komende feest al klaar aan het zetten. Niets, zelfs donder en bliksem, weerhield Cees ervan om als 37-jarige naar een mooie GP-overwinning te rijden. Zijn eerste, en naar later helaas zou blijken, ook zijn laatste. Hij reed Kent Andersson op een achterstand van 1 minuut en 22 seconden en Walter Villa – derde – moest aan de meet 1 minuut en 31 seconden toegeven. Het natte weer had zijn tol geëist met wel twintig uitvallers en maar negen renners aan de finish!
Cees was verkleumd van de kou toen hij door Henk Viscaal en Jan Dekker van zijn Suzuki werd gehesen. En uit zijn kletsnatte laarzen kwam een paar liter water gestroomd, meldde een landelijk dagblad. Dat maakte allemaal niets uit, de eerste volle buit was binnen. Het duurde even voordat Cees zijn eerste commentaar kon geven: ‘Wat een verrassing, daar heb ik 14 jaar op gewacht.’ Cees was echter niet te spreken over de behandeling van de Spaanse organisatie: ‘Je kon aan alles merken, er moest een Spaanse renner winnen. Daar hadden ze alles op ingericht. Wij werden als buitenlanders gewoon te pakken genomen. En nou zitten ze er nog naast.’ En zo was het inderdaad: in de twee kleinste klassen waren het de Nederlanders die er met de volle buit vandoor gingen. En Cees was er één van.
Na het succes in Spanje volgden drie GP’s met weinig succes. Het was uitvallen geblazen in de GP’s van West-Duitsland, Frankrijk en ook tijdens de TT van Assen. Vanaf de GP van België ging het weer beter en Cees eindigde, met een andere afstelling, drie keer als derde en eenmaal als vijfde. Dat was uiteindelijk goed genoeg voor een mooie derde plaats in het eindklassement. Er was hoop op een hogere klassering geweest, want nog vóór het einde van het seizoen kwam de samenwerking tussen Viscaal en Cees helaas ten einde. Cees moest noodgedwongen de laatste twee GP’s missen. Hierdoor eindigde Cees dus uiteindelijk achter Dave Simmonds en Dieter Braun op de derde plaats in de WK-eindstand. En een derde plaats voor een Nederlander in een WK-eindstand was en is nog steeds een bijzondere prestatie!

Vier decennia
Omdat Cees zijn eigen betrouwbare en snelle 125cc-Honda had verkocht, ging hij zich hierna toeleggen op het zo snel mogelijk maken van de Yamaha 125cc-twin. Dat lukte en Cees was opnieuw een van de snelste 125cc-privéracers. In 1971, 1972 en 1978 werd hij Nederlands kampioen in de 125cc. Ook sprak hij in de 50cc nog steeds een woordje mee en veroverde hij de nationale titel 50cc in 1976.
Toen Cees in 1980 vanwege zijn leeftijd met wegracen moest stoppen, kon hij terugzien op een unieke racecarrière van wel 26 jaar. Die strekte zich uit over vier decennia (1954-1980). Cees had vanaf 1957 tot en met 1980 aan 23 TT’s van Assen deelgenomen en had er noodgedwongen slechts één gemist. Cees staat in de periode van 1964 tot en met 1979 maar liefst 25 keer vermeld in WK-klassementen van de 50cc, 125cc en 250cc. Hieronder natuurlijk ook zijn derde plaats in de 125cc in het jaar 1969. In totaal behaalde Cees 214 WK-punten. Hij scoorde deze punten natuurlijk in de TT van Assen, maar ook op buitenlandse circuits. Meestal op zijn eigen motoren, maar Cees kreeg als vooraanstaande coureur ook diverse keren snelle motoren aangeboden. Daarnaast veroverde Cees ook nog in totaal veertien Nederlandse titels in dezelfde klassen.
Al met al een imposante, nooit geëvenaarde staat van dienst, waarmee Cees van Dongen zich tot de absolute top van de Nederlandse wegracecoureurs mag rekenen. De grote naam en faam van Cees van Dongen als Nederlandse wegracetopper werd helaas ingehaald door de tijd en verdrongen door de grote successen van andere Nederlandse wegracecoureurs. Maar voor wie hem heeft zien rijden, blijft Cees van Dongen zeker een van de grootste Nederlandse wegracecoureurs aller tijden!
Tekst en foto’s: Mari van Kasteren



Fantastisch artikel over Cees van Dongen.
Voor de liefhebber kijk het YouTube filmpje over het leven van Cees door Cees.
https://www.youtube.com/watch?v=V3EZWmPAF1c