‘Ik wil MotoGP-rijder worden’ – het is een begrijpelijke ambitie van jonge coureurs die hun eerste stappen zetten in de wegracewereld. Maar hoe kom je daar eigenlijk? Op die vraag hebben veel kinderen logischerwijs nog geen antwoord. En vaak geldt dat ook voor hun ouders en begeleiders. In elk geval ontbreekt het vaak aan een realistisch plan. Bij Luuk de Vries (14 jaar) en zijn vader Thijs ligt dat anders. Zij bieden samen een inkijkje in hun vijfjarenplan, dat in 2022 van start ging en moet leiden tot deelname aan de Red Bull Rookies Cup in 2027.
De tijd dat je vanuit de Nederlandse wegrace rechtstreeks kon doorgroeien naar Grand Prix-niveau ligt ver achter ons. Wie het serieus meent, moet al snel de concurrentie opzoeken waar die het sterkst is: in Spanje of Italië. Omdat jonge rijders zich daar kunnen meten met de besten, dreigen talenten die te lang in Nederland blijven hangen een achterstand op te lopen die bijna niet meer in te halen is. Hoe lang ‘te lang’ precies is, daar bestaat geen eenduidig antwoord op. Maar vader Thijs had met Luuk in elk geval een plan – en dacht verder dan de meesten. Want naast talent, dat je tijdig moet blijven ontwikkelen, vraagt de wegracerij nog veel meer om de top te bereiken. Denk aan tijd van familie en betrokkenen, talloze reizen naar het buitenland en bovenal: een flink budget. En daaraan moet je al op jonge leeftijd werken.
Interview Louis Vosters: van blauw via zwart naar rood
Natuurlijk dromen Luuk en Thijs ook van een toekomst in de MotoGP. Maar dat is voor slechts een enkeling weggelegd en hangt af van talloze factoren. Daarom kozen zij voor een realistisch tussenstation: de Red Bull Rookies Cup. Een competitie waarvan al gebleken is dat die voor Nederlandse rijders bereikbaar kan zijn. Dat Luuk het talent heeft, is inmiddels wel duidelijk. In 2022 werd hij kampioen in de Molenaar NSF100 Cup. In 2025 volgde een historische prestatie: Luuk werd de eerste Nederlander ooit die kampioen werd in een Spaanse wegracecompetitie. Hij deed dat in de Promo3-klasse van de MIR Racing Cup – dé opleidingsklasse van Spanje, en misschien wel van de wereld.

Thijs, hoe komen jullie aan zo’n vijfjarenplan?
‘In 2022 was Luuk op zijn elfde op weg naar de Molenaar NSF100 Cup-titel. We hebben gekeken naar Nederland, maar na Molenaar is er voor rijders met Grand Prix-ambities eigenlijk niets meer. Luuk zag de Red Bull Rookies Cup als stipje aan de horizon. Alain (Carree) had ik een jaar eerder bij het team gehaald, omdat ik vond dat er iemand tussen mij en Luuk moest komen als we écht verder wilden komen. Met Alain was het liefde op het eerste gezicht, als het ware. Tijdens de voorjaarstest van 2022 in Pomposa zagen we Luuk zich op een bepaalde manier ontwikkelen op de motor, waardoor we eigenlijk al wisten: hij wordt dit jaar kampioen. En dat gebeurde ook. We noemen dat moment nog altijd het “Pomposa-gevoel”. Alain en ik zijn toen lijstjes gaan maken van alle rijders in de Moto3 en de Red Bull Rookies Cup, en keken naar hun achtergrond. Uit ons onderzoek bleek al snel dat we naar dé talentencompetitie in Spanje moesten: Cuna de Campeones.’
En dat was het begin van het vijfjarenplan?
‘Klopt. Alleen toen we contact zochten, bleek Cuna de Campeones te stoppen. Dat was eerst wel even een domper, maar het werd overgenomen door de MIR Racing Cup. Zij hebben competities met kleine (minibikes) en grote wielen; de Moto5- en Promo3-klasse. We wilden niet blijven hangen in de kleine wielen. De stip op de horizon was de Red Bull Rookies Cup in 2027, omdat Luuk dan qua leeftijd gerechtigd is om daar te rijden. Om daar te komen, heb je minimaal één jaar Moto4 European Cup (voorheen European Talent Cup) nodig in 2026. En daarvoor dus drie jaar opleiding in de MIR Racing Cup. We hebben dit traject nu afgesloten met een titel in de Promo3-klasse.’
Hoe zit de MIR Racing Cup in elkaar?
‘Je hebt allemaal je eigen motor, maar chassis en motorblok zijn verzegeld. Tijdens de kwalificaties en races ben je verplicht om in de ingerichte tent van de cup te staan. Daar zijn ook monteurs – dus er is altijd technische ondersteuning. Wat ik graag wilde, was een klasse opzoeken met een groot en sterk deelnemersveld, en met een standaard motorblok. Dan heb je gevechten overal op de baan. Je wordt alleen beter als je rijdt met coureurs die sneller zijn of minstens op jouw niveau zitten. We hebben twee jaar Moto5 gereden en afgelopen jaar Promo3.’
Luuk, hoe was het voor jou om op zo’n jonge leeftijd naar Spanje te gaan?
‘Ik kon toen al vrij goed Engels, en in het begin was er ook nog een Nederlandse rijder met wie ik kon optrekken en samen trainen. Later ben ik op school Spaanse les gaan volgen, zodat ik daar nog makkelijker kan communiceren.’
Afgelopen jaar ben je kampioen geworden in de hoofdklasse van de MIR Racing Cup. Waar ben je dit jaar beter in geworden?
‘Vooral in het vechten in de kopgroep en in het gebruik van de achterrem, dat is nu standaard onderdeel van mijn rijstijl geworden. En qua vechten: in Nederland is iedereen gewend dat je elkaar niet mag raken en vooral voorzichtig moet zijn. In Spanje drukt iedereen overal de motor ertussen en daar moest ik echt aan wennen. In het begin kostte dat me nog weleens een paar plekken, omdat ik te lief reed. Maar dat is nu wel voorbij.’
Thijs, hoe ziet jullie werkwijze op het circuit eruit?
‘We zijn eigenlijk altijd met z’n drieën: Alain, Luuk en ik. We staan het liefst lekker rustig aan de rand van de paddock, gewoon ons eigen ding doen. Dat deden we in Nederland ook al. We zijn er niet om te socializen. Ik sta veel langs de baan. Voordat Luuk binnenkomt, heb ik vaak al met Alain besproken aan welke details Luuk nog kan werken. Daarna ga ik aan de slag met de motor en gaat Alain met Luuk in gesprek — tenminste, zo gaat het meestal. We rijden bijna altijd met een camera. Door een combinatie van beelden en data werken we samen met Luuk aan verbeterpunten.’
Terug naar het vijfjarenplan. Waarom was dit plan zo belangrijk voor jou?
‘Ik heb zelf zo’n dertien jaar op niveau mogen sleutelen. Wat mij opviel, is dat er in Nederland heel veel talent verloren is gegaan door verkeerde beslissingen. Te snel door willen gaan, klassen overslaan, maar één jaar in een klasse racen — dat soort dingen. Het ontbrak vaak gewoon aan een plan. En een plan geeft ook rust. Je weet dan al vroeg waar je aan moet werken voor het jaar erop. Zo wisten we dat we in 2025 een goed team in de Moto4 European Cup moesten vinden, en daar zijn we eigenlijk eind 2024 al mee begonnen. Want een team draaien in deze klasse kun je in onze ogen niet meer zelf doen. Dan word je als ouder of begeleider een beperkende factor voor Luuk en dat moet je juist voorkomen.’
Interview Glenn van Straalen: ‘Eenmaal weg, ben je snel vergeten’
Hoe ben je bij een goed team in de Moto4 European Cup terechtgekomen?
‘Ik maak mijzelf geen illusies: als ik als Thijs de Vries uit Lunteren een Spaans paddock oploop met een zoon die leuk kan racen, dan betaal je al snel een halve ton te veel en word je niet serieus genomen. Daar had ik een vertegenwoordiger voor nodig. Toen het nieuws kwam dat Wilco Zeelenberg eind 2024 zou stoppen als MotoGP-teammanager, wist ik: hij is de juiste persoon. We moesten hem alleen nog overtuigen. Dat is gelukt en sindsdien is hij als adviseur toegetreden tot ons team. Wilco kan met mensen en teams in contact komen waar wij zelf nooit aan tafel zouden zijn gekomen. Daardoor konden we onze beste opties verder uitwerken, en uiteindelijk hebben we een contract getekend bij onze eerste keus: Artbox 72 Motorsport van Emilio Alzamora en Guillem Alonso. Na een diskwalificatie in de laatste race van 2024 besloten Alzamora en Alonso echter uit elkaar te gaan, waardoor ons contract ontbonden werd. Zo zaten we — buiten onze schuld — ineens zonder zitje. Gelukkig hadden we nog meerdere opties van teams die graag met Luuk wilden samenwerken, en we zijn dan ook erg blij dat we met het AGR Team tot een overeenkomst zijn gekomen. Een zeer professioneel team uit Spanje, dat al vele internationale rijders heeft opgeleid.’

Hoe heb je teams weten te overtuigen van Luuk?
‘Natuurlijk waren de prestaties in de MIR Racing Cup er al. Begin dit jaar hebben we ook een test gedaan op een European Talent Cup-motor, zodat we aan teams via rondetijden konden laten zien dat Luuk er klaar voor was. Daarnaast hebben we geprobeerd om een goed plan te presenteren en professioneel over te komen. Dat doe ik niet alleen, want het team van Luuk de Vries Motorsport bestaat inmiddels uit zo’n acht mensen. Een voorbeeld: we nemen altijd een videograaf mee naar de races in Spanje. Zo kunnen we professionele content maken voor sponsoren en social media. Dat is belangrijk, omdat Luuk niet in Nederland racet en de zichtbaarheid anders snel verdwijnt.’
Maar goed, aan zo’n vijfjarenplan hangt natuurlijk ook een flink prijskaartje.
‘In de zomer van 2022 — Luuk moest toen nog kampioen worden in de Molenaar NSF100 Cup — heb ik een kroegavond georganiseerd in Lunteren. Daar hebben we verteld: we worden dit jaar kampioen, maar daarna lopen we vast. Toen hebben we het vijfjarenplan gepresenteerd. We hebben een trouwe groep sponsoren en dat zijn echte ambassadeurs geworden. Zij dragen bijvoorbeeld nieuwe sponsoren aan, onder andere tijdens de circuitdag die we jaarlijks organiseren. Vanaf 2022 is het ook elk jaar gelukt om ons budget met zo’n 40 tot 50 procent te laten groeien. En we kijken al verder dan 2027. We zijn inmiddels bezig met een plan dat ons financiële zekerheid moet geven tot en met 2031. Dat zou betekenen dat het budget voor de eerste jaren in de Grand Prix al rond is. Het is momenteel nog in ontwikkeling en we hopen het volgend jaar te kunnen uitrollen.’
Zo’n plan brengt ook druk met zich mee. Wat als het allemaal niet lukt?
‘Natuurlijk is dat soms spannend, maar het gaat erom dat je de voorwaarden creëert om het wél te kunnen halen. We hebben ons financieel ingedekt, bijvoorbeeld voor het geval Luuk een blessure oploopt. En ook als de prestaties zouden tegenvallen of als Luuk tegen een plafond aan zou lopen, dan moeten we het plan kunnen bijstellen. Daar zijn we altijd heel eerlijk tegen elkaar over geweest.’
Luuk, hoe ervaar jij die druk?
‘Ik stap gewoon op de motor en probeer het maximale uit mezelf te halen. Eigenlijk ben ik zelden zenuwachtig voor een wedstrijd. Sommige rijders starten bijvoorbeeld vanaf poleposition, maar verliezen dan acht plekken in de eerste bocht omdat ze de rust niet bewaren. Daar heb ik geen last van. Natuurlijk moet ik ook nog veel leren en op bepaalde punten beter worden. Daar werken we continu aan.’
Thijs, jullie liggen nog volledig op schema in het vijfjarenplan. Wat is het doel voor 2026?
‘Zoveel mogelijk leren en ervaring opdoen in de Moto4 European Cup. Daarnaast is het allerbelangrijkste dat Luuk zich aan het einde van het jaar plaatst voor de Red Bull Rookies Cup 2027. Daar komt, naast snelheid, ook politiek en netwerken bij kijken. En daar bereiden we ons nu al op voor.’
Even vooruitkijken Luuk: stel dat jij je in 2027 plaatst voor de Red Bull Rookies Cup. Wanneer zou je dan in de Grand Prix kunnen rijden?
‘Dan zouden we het liefst twee of drie jaar Red Bull Rookies rijden, in combinatie met de Moto4 European Cup of JuniorGP. Als ik in 2028 al in de top drie eindig van de Red Bull Rookies Cup of JuniorGP, zou ik qua leeftijd in 2029 al in de Moto3 kunnen rijden. En als dat niet lukt, dan wordt het 2030 — dan ben ik oud genoeg, achttien jaar.’
Thijs, het volgende vijfjarenplan ligt eigenlijk al klaar.
‘We hebben ons financiële en strategische plan in de basis klaar, maar je moet dat continu kunnen bijstellen en finetunen. Het is nu aan Luuk om zich de komende jaren te bewijzen; eerst in de Moto4 European Cup en hopelijk vanaf 2027 in de Red Bull Rookies Cup. Maar het draait niet alleen om racen. Alles eromheen — trainen, zelfstandig worden, snel volwassen worden — hoort er ook bij. Wij worden soms voor gek verklaard dat we Luuk, op zijn veertiende, alleen op het vliegtuig naar Spanje zetten, zodat hij daar onder begeleiding kan trainen. Maar dat is een ontwikkeling die hij móét doormaken. En wij, als ouders, moeten leren hem los te laten. Want anders word je als ouder al snel een belemmering in plaats van een toegevoegde waarde.’
Foto’s: Archief Luuk de Vries Motorsport


