woensdag 18 maart 2026

Interview Dion Otten: ‘Ik wil met 66 RaceLab de basis van de Nederlandse racerij versterken’

Enkele jaren was Dion Otten een racebelofte. Hij won in het IDM Supersport 300, reed in het WK Supersport 300 en was actief in het IDM Supersport-kampioenschap. Toch besloot hij al in zijn tienerjaren te stoppen met racen. Geen gebrek aan motivatie, maar de harde realiteit van geld en blessures. Sinds dit jaar heeft hij zijn eigen initiatief op touw gezet: 66 RaceLab, waarmee hij jonge coureurs in het begin van hun carrière in de wegracesport begeleidt. Met de nationale sport in de startblokken voor seizoen 2026, spreekt Motor.NL met de 22-jarige Drent over zijn visie op jeugdopleiding, de financiële drempel van de sport en het belang van plezier.

Je bent nog maar 22 jaar en al enkele jaren gestopt als actief coureur, kun je dit uitleggen?

‘Ik ben begonnen met racen toen ik zeven jaar oud was. Vervolgens kwam ik op mijn twaalfde in de Nederlandse selectie van de KNMV terecht, samen met jongens zoals Jeffrey Buis. Daarna ging het snel: ik reed IDM Supersport 300 met Ten Kate Honda, pakte podiums en werd vicekampioen en ONK Supersport 300-kampioen. Vervolgens maakte ik de overstap richting het WK Supersport 300 met MTM Kawasaki. In 2020 reed ik IDM Supersport 600 — mijn laatste seizoen als actief coureur. Het ging sportief goed, maar financieel werd het steeds zwaarder. Sponsortechnisch kwamen we in zwaar weer, mede door corona. Daarbij had ik wat blessures en het plezier raakte een beetje weg. Mijn vader en ik hadden altijd gezegd: zodra het privé financieel onverantwoord wordt, stoppen we. En dat punt kwam. We zagen gezinnen die alles opofferden voor een raceseizoen, die er financieel onderdoor gingen. Voor ons was dat een grens.’

Je hebt 66 RaceLab opgezet om de jeugd te ondersteunen. Wat houdt dat precies in?

‘66 RaceLab is ontstaan uit de behoefte om de basis terug te brengen in de Nederlandse wegracejeugd. Toen ik in 2024 de Molenaar NSF100 Cup begon te coachen, viel mij op dat het fundament bij veel jonge rijders ontbreekt. Iedereen wil hard rijden, maar we vergeten vaak de basis: motorbeheersing, houding, ritme en techniek. Dat is wat ik met 66 RaceLab wil terugbrengen. Vanuit dit oogpunt ben ik technische trainingen gaan geven om dit niveau weer omhoog te krijgen. Naast technische training bied ik ook coaching aan. Komend voorjaar gaan we met een talentvol clubje jeugd richting Spanje om meer kilometers te maken, omdat het in Nederland simpelweg te koud is. Ook daar doen we verschillende trainingen om dichter bij het niveau in Zuid-Europa te komen.’

Je werkt samen met Roy ten Napel, een bekende naam in de wegracesport. Hoe is die samenwerking ontstaan?

‘Roy was vroeger mijn coach bij de KNMV. We hadden direct een klik. Hij is recht door zee, heeft een bak ervaring en we denken hetzelfde over de sport. Toen ik gestopt was, had ik er even genoeg van. Totdat Roy mij belde: “Dion, ik zoek nog een coach voor de Molenaar NSF100 Cup.” Ik twijfelde, maar dacht: waarom niet? Zo begon het verhaal opnieuw en eerlijk: ik vind het geweldig. Ik ontdekte dat ik goed met jongeren kan werken — misschien omdat ik zelf nog jong ben en hun taal spreek.’

Analyse rondetijden TT Circuit Assen door de jaren heen: van dik 2 minuten naar 1.30

Wat kunnen jonge rijders leren bij 66 RaceLab?

‘Ik sta nog dicht bij de jeugd, ik weet wat ze meemaken, de spanning, de frustratie, de onzekerheid. Dat schept vertrouwen. Ze weten dat ik niet alleen praat, maar het zelf heb ervaren en gevoeld. Daarnaast weet ik dit ook goed te vertalen op de nieuwe generatie. Veel coaches zeggen wat je moet doen, maar niet waarom. Als je uitlegt wat een bepaalde zithouding doet met de geometrie van de motor, of hoe gewichtsverplaatsing invloed heeft op insturen, dan zie je het kwartje vallen. Dat is het moment waarop ze leren. Ik heb een technische achtergrond en dat helpt enorm. Ik kijk naar hoe de motor reageert, wat de vering doet, hoe de coureur feedback geeft. 66 RaceLab draait om begrijpen, niet alleen uitvoeren. En een frisse wind binnen de jeugdopleiding kan ook geen kwaad.’

Veel mensen hebben geen idee wat racen écht kost — kun je dat eens schetsen?

‘De impact is gigantisch. Ik zeg altijd: er zijn vier pijlers om te slagen in de sport — discipline, aanleg, een beetje geluk maar natuurlijk ook geld. Zonder dat laatste red je het simpelweg niet. Als je tot en met bijvoorbeeld de MiniGP alles zelf moet bekostigen, dan wordt het daarna ontzettend lastig om door te groeien. Sponsoren zijn schaars, en het vinden van structurele steun is bijna een fulltimebaan. Vele rijders die de top willen bereiken, hebben elk jaar diezelfde spanning: krijgen we de begroting rond. De financiële druk is enorm, en daar mag best openlijk over gesproken worden.’

Kun je het kostenverschil tussen de kleine en grote baan concreet maken?

‘Dit is grofweg een kostenplaatje wat de bedragen zijn in diverse kampioenschappen.

Klasse/Niveau gemiddelde kosten per seizoen

  • Minibike: €1.000 – €3.000
  • Molenaar NSF100 Cup: €1.000 – €3.000
  • MiniGP 160 / 190: €5.000 – €12.000
  • Northern Talent Cup (NTC): €30.000 – €50.000
  • European Talent Cup (ETC) / WK Supersport 300: €50.000 – €120.000
  • JuniorGP / WK Supersport: €200.000 – €400.000
  • Grand Prix Moto3: €300.000 – €500.000

De bedragen groeien exponentieel — banden, reiskosten, valpartijen, materiaal. Het is waanzinnig duur.’

Dat moet een enorme druk geven bij gezinnen. Is dat besef er wel voldoende?

‘Niet altijd, en dat begrijp ik ook wel. In het begin draait het om plezier en dat moet ook. Maar zodra er ambitie komt, moet de realiteit op tafel. Ik zie vaak dat ouders worden verleid door mooie verhalen die niet meer realistisch zijn. Er worden bedragen genoemd, contracten getekend en pas later beseffen ze wat er echt op het spel staat. Mijn vader is hierin altijd sterk geweest en dat heeft ons gered. Hij hield mij met beide benen op de grond, maar niet iedereen heeft zo iemand naast zich. Daarom wil ik dat ouders via 66 RaceLab meer inzicht krijgen in wat kost het, wat levert het op en vooral: wat is verstandig.’

Wat zijn de grootste misvattingen die je hoort over geld en motorsport?

‘Een van de grootste misvattingen is dat dure teams automatisch beter zijn. Veel mensen denken: hoe hoger de prijs, hoe beter de begeleiding. In werkelijkheid hangt dat sterk af van je niveau, je prestaties en de klasse waarin je rijdt en hebt gereden. Soms betaal je vooral voor een grote naam, terwijl de kwaliteit of persoonlijke aandacht ergens anders juist beter kan zijn. Ook zien we vaak dat ouders contracten ondertekenen zonder precies te weten wat erin staat. Daar kunnen clausules in zitten over crashbudget of borgsommen, met grote financiële gevolgen. Als je dat niet goed begrijpt, laat je dan goed informeren. Anders kan één valpartij zomaar je hele seizoen kosten. In de motorsport worden veel beloftes gedaan die lang niet altijd worden waargemaakt. Dat zeg ik niet negatief, maar eerlijk: het is een prachtige sport, maar ook keiharde business.’

De stap van de kleine naar de grote circuits is dus niet alleen fysiek, maar ook financieel enorm. Is die drempel te groot?

‘Absoluut, dat is altijd al zo geweest, ook toen ik de overstap maakte. Maar het wordt steeds extremer, alles is duurder geworden. En omdat veel circuits in Zuid-Europa liggen en het niveau daar het hoogst is, moet er veel gereisd worden en is dat een grote kostenpost. Er zou iets tussen moeten komen, een klasse of traject dat jonge rijders op grotere circuits laat rijden zonder dat ze meteen tienduizenden euro’s kwijt zijn. Maar dat is lastig. De stap van de Molenaar NSF100 Cup of de MiniGP naar een Moto3-machine is gewoon te groot. Zowel qua snelheid, het afstellen van de motor, data en geld. En dat remt talentontwikkeling. Ik hoop echt dat er weer iets tussenin komt, zoals vroeger de Moriwaki Cup. Zo’n klasse kan de drempel voor jonge rijders weer iets verlagen.’

Wat kan 66 RaceLab doen om die financiële druk inzichtelijk of dragelijker te maken?

‘Ik ben natuurlijk geen financieel adviseur, maar doe dit op basis van mijn ervaring binnen de sport. Het belangrijkste is door transparant te zijn. Ouders en rijders weten vaak niet wat ze kunnen verwachten. Ik probeer dat te doorbreken door open kaart te spelen: dit zijn de kosten, dit is realistisch en dit zijn luchtkastelen. We moeten af van het idee dat alles perfect moet zijn. Het perfecte team, de perfecte motor, de perfecte social media — dat bestaat niet. Blijf nuchter, gebruik je verstand en geniet van de sport.’

Tot slot: als je één advies mocht geven aan ouders die hun kind willen laten doorgroeien in de sport, wat zou dat zijn?

‘Zorg ervoor dat plezier de drijvende factor blijft. Bouw daarnaast aan een goed en hecht team en maak goede financiële overwegingen met gezond verstand. De coureur moet zich alleen focussen op de sport. En het belangrijkste: als ouder moet je ook echt ouder blijven en niet de manager. Zodra het alleen nog om geld en resultaten draait, is het einde zoek. Probeer niet het perfecte plaatje te creëren of je kind te verkopen als de nieuwe Márquez. Jij moet zorgen dat hij of zij mentaal en financieel in balans blijft.’

Redactie
Redactie
De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73 en Promotor. Redacteuren Marien Cahuzak, Jan Kruithof, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen