Dat Nicolò Bulega driemaal wist te winnen tijdens de openingsronde van het World Superbike-kampioenschap op Phillip Island, was voor niemand een verrassing. Opmerkelijker was welke rijders daarnaast het podium wisten te halen, met Ducati en Bimota als veruit de sterkste fabrikanten. In de World Supersport behaalde Albert Arenas de meeste WK-punten, terwijl Jaume Masia zich als snelste coureur liet gelden. Voor het eerst in lange tijd stonden er geen Nederlandse coureurs aan de start van de WorldSBK-seizoensopener.
Vorig jaar staken Toprak Razgatlıoğlu (BMW) en Nicolò Bulega (Ducati) al ver boven de rest van het World Superbike (WorldSBK)-veld uit. Na het vertrek van wereldkampioen Razgatlıoğlu naar de MotoGP bleef nummer twee Bulega over. Zijn Ducati Panigale V4 R was al de beste motor van het veld en het nieuwe model lijkt het verschil met de overige fabrikanten alleen maar groter te hebben gemaakt. De combinatie van Bulega en Ducati zorgt ervoor dat de beste rijder op de beste motor zit. Dat werd ook tijdens de WorldSBK-openingsronde op Phillip Island overduidelijk. Tijdens de testdagen aan het begin van de week in Australië was de Italiaan constant ruim een halve seconde sneller dan de rest. In de trainingen tijdens het raceweekend werd dat verschil teruggebracht tot ongeveer een halve seconde. Toch schreef Bulega met speels gemak de eerste race van het seizoen op zijn naam. In de Superpole Race viel de Ducati-rijder bij de start even terug naar de vierde plaats, maar al snel werkte hij zich weer naar voren en won opnieuw met overmacht. Voor de tweede race was het nog even spannend, omdat er ditmaal op een natte baan werd gereden. Maar ook toen stond er geen maat op Bulega, waardoor hij net als vorig jaar met een hattrick aan het seizoen begon. Achter hem stonden verschillende rijders op het podium, waardoor Bulega direct al een ruime voorsprong heeft genomen in het wereldkampioenschap. De vraag is wie Bulega in 2026 kan stoppen en kan voorkomen dat het in de strijd om de overwinning een voorspelbaar seizoen wordt. Het enige waar de concurrentie zich aan vast kan houden, is dat Phillip Island meestal geen realistisch beeld geeft van de onderlinge verhoudingen voor de rest van het seizoen. Maar het gat tussen Bulega en de rest in Australië was wel erg groot en lijkt niet zomaar te worden overbrugd.

Italianen verrassen
Achter Bulega was het wel interessant in de strijd om de overige podiumplaatsen met een aantal verrassende gezichten. Het was duidelijk dat Ducati en Bimota over het beste pakket beschikten op Phillip Island. Ook Garrett Gerloff zat er met Kawasaki goed bij en reed ruim binnen de top tien. In de eerste race waren Yari Montella en Lorenzo Baldassarri de verrassingen op het podium. Voor beide Italianen was het hun eerste keer in de WorldSBK. Bimota-rijders Axel Bassani en Alex Lowes eindigden in die eerste race als vierde en zesde, maar een dag later deden ze het nog beter. In de Superpole Race finishten beide Bimota-rijders in de top drie: Bassani werd tweede en Alex Lowes won de strijd om de derde plaats van Montella en zijn broer Sam Lowes. In de tweede, natte race gingen beide Lowes-broers onderuit, waarbij Sam zijn pols brak. Ook deze keer kwam Montella weer verrassend sterk voor de dag. De Ducati-rijder was op weg naar een tweede plaats toen hij zes ronden voor het einde onderuit schoof. Bassani profiteerde en eindigde opnieuw als tweede. Vorig jaar moest Bassani het nog duidelijk afleggen tegen zijn teamgenoot Alex Lowes, maar op Phillip Island was hij over het hele weekend net iets sterker dan de Brit. Álvaro Bautista – die vanaf dit jaar uitkomt voor het Barni Spark Racing Team op een Ducati – werd derde. Opvallend: de top vier in het wereldkampioenschap na de eerste ronde wordt met Bulega, Bassani, Montella en Baldassarri volledig bezet door Italianen rijdend met Italiaanse fabrikanten, drie keer een Ducati en één keer een Bimota.

BMW valt tegen
BMW heeft dit jaar een compleet nieuwe rijdersline-up met Miguel Oliveira en Danilo Petrucci. Oliveira maakte in de kwalificatie direct kennis met het feit dat het WorldSBK-format anders is dan de MotoGP, waar hij vandaan komt. Vroeg in de kwalificatie kwam de Portugees ten val zonder dat hij een geklokte ronde had staan. Aangezien er in de WorldSBK niet direct een tweede motor klaarstaat, kon hij niet verder en moest hij achteraan op de grid starten. Oliveira reed wel een keurige inhaalrace in de eerste wedstrijd en finishte als achtste, nog vóór zijn teamgenoot Petrucci. Die was vanaf een zesde startplaats teruggevallen naar de tiende positie. In de Superpole Race was Oliveira in de laatste ronde opgeklommen naar de negende plaats, wat hem een startplek op de derde startrij voor de tweede race had opgeleverd. Maar opnieuw zat het de BMW-coureur niet mee. In de slotronde kreeg hij te maken met een technisch probleem, waardoor hij ver terugviel. Voor de tweede race moest hij daardoor opnieuw als laatste starten. Oliveira en Petrucci staan te boek als uitstekende regenrijders, maar het zegt veel over hun huidige gevoel met de motor dat ze, ondanks vele uitvallers, niet verder kwamen dan een zesde en zevende plaats in de tweede race.
De afgelopen jaren was het verschil tussen Razgatlıoğlu en Michael van der Mark behoorlijk groot, wat er mede toe heeft geleid dat de Nederlander vanaf dit seizoen geen vast zitje meer heeft en nu als testrijder aan het BMW-team is verbonden. De eerste ronde van het seizoen onderstreepte nog maar eens dat Razgatlıoğlu een buitengewoon talent is, want ook toprijders als Oliveira en Petrucci hebben het voorlopig niet gemakkelijk op de BMW M1000RR. Daaruit mag voorzichtig worden geconcludeerd dat Van der Mark het de afgelopen jaren zeker niet slecht heeft gedaan op deze motor.

Niet alleen BMW had het lastig, ook Yamaha viel tegen. Xavi Vierge kwam nog het best voor de dag en was de enige Yamaha-rijder die zich op een droge baan binnen de top tien wist te rijden. Honda heeft met Jake Dixon en Somkiat Chantra twee nieuwe coureurs uit de Grand Prix, maar zij waren vanwege blessures beiden afwezig tijdens het raceweekend in Australië.
Masia en Arenas winnen in WorldSSP
Na de tests aan het begin van de week op Phillip Island was er ook in de WorldSSP één duidelijke favoriet. Jaume Masia was met zijn Ducati veruit het snelst en demonstreerde dat opnieuw in de trainingen, wat hem de eerste poleposition van het seizoen opleverde. Ook in de eerste race stond er geen maat op Masia en wist hij zich al snel los te rijden. De Spanjaard – die in 2024 nog Moto3-wereldkampioen werd – pakte daarmee zijn derde zege in de WorldSSP. In het gevecht om de tweede plaats profiteerde Philipp Öttl, die eveneens kon ontsnappen en zijn beste resultaat in deze klasse behaalde. De strijd om de derde plaats bleef lang spannend, maar ging uiteindelijk naar thuisrijder Oli Bayliss, die zijn eerste podiumplek in de WorldSSP behaalde. Pata Yamaha Ten Kate Racing heeft na de wereldtitel van vorig jaar met Stefano Manzi een nieuwe sterke troef in Can Öncü, die vorig seizoen als tweede eindigde in het kampioenschap. Maar de Yamaha’s waren op een droge baan op Phillip Island niet in staat om bij Masia in de buurt te blijven. Öncü leek lange tijd de beste Yamaha-rijder te worden met een vierde plaats, maar werd op de finish nog gepasseerd door debutant Albert Arenas, die is overgekomen uit het Moto2-wereldkampioenschap.

Ten Kate twee keer vijfde
De tweede race gaf een compleet ander beeld, omdat het voor de start had geregend. De baan was niet extreem nat, waardoor de rijders voor een lastige bandenkeuze stonden. Een handvol rijders koos voor slicks en dat bleek de juiste beslissing. De overige coureurs op regenbanden moesten tijdens de race naar binnen voor een bandenwissel. Arenas was een van de rijders die voor slicks koos en hij won de chaotische race voor zijn teamgenoot Aldi Mahendra, die nota bene vanaf de laatste startpositie was vertrokken. Öncü hield de schade beperkt. Hij was de enige rijder die, ondanks een pitstop, binnen een ronde van winnaar Arenas finishte. Öncü werd vijfde. Zijn Pata Yamaha Ten Kate Racing-teamgenoot Yuki Okamoto stelde teleur en finishte tweemaal buiten de WK-punten. De top drie van de eerste race – Masia, Öttl en Bayliss – eindigden respectievelijk als tiende, elfde en twaalfde in de tweede race.
Door deze wisselende resultaten is Arenas na de eerste ronde de leider in het WorldSSP-kampioenschap. Een competitie die het in 2026 helaas moet doen zonder Nederlandse coureurs, nadat er vorig jaar met Bo Bendsneyder, Glenn van Straalen en Loris Veneman nog drie landgenoten aan het seizoen begonnen. Wel is er met het EAB Racing Team – uitkomend met een Ducati – een tweede Nederlands team in de WorldSSP. De Deen Simon Jespersen is hun coureur. In de eerste race deed Jespersen het goed in een veld dat in de breedte sterk bezet is in 2026. De EAB Racing Team-rijder streed mee om een top-tienklassering en werd twaalfde. In de hectische tweede race eindigde hij als zestiende.
UITSLAGEN EN TUSSENSTANDEN
WORLD SUPERBIKE
Race 1: 1. Bulega; 2. Montella; 3. Baldassarri; 4. Bassani; 5. S. Lowes; 6. Lecuona; 7. A. Lowes; 8. Oliveira; 9. Surra; 10. Petrucci; 11. Gerloff; 12. Mackenzie; 13. Locatelli; 14. Nagashima; 15. Vickers.
Superpole Race: 1. Bulega; 2. Bassani; 3. A. Lowes; 4. Montella; 5. S. Lowes; 6. Gerloff; 7. Bautista; 8. Baldassarri; 9. Lecuona.
Race 2: 1. Bulega; 2. Bassani; 3. Bautista; 4. Mackenzie; 5. Locatelli; 6. Petrucci; 7. Oliveira; 8. Lecuona; 9. Baldassarri; 10. Gerloff; 11. Nagashima; 12. Surra; 13. Gardner; 14. Manzi; 15. Sofuoglu.
WK-tussenstand na 3 races: 1. Nicolò Bulega (I), Ducati, 62; 2. Axel Bassani (I), Bimota, 42; 3. Yari Montella (I), Ducati, 26; 4. Lorenzo Baldassarri (I), Ducati, 25; 5. Alvaro Bautista (E), Ducati, 19; 6. Iker Lecuona (E), Ducati, 19; 7. Tarran Mackenzie (GB), Ducati, 17; 8. Miguel Oliveira (PT), BMW, 17; 9. Sam Lowes (GB), Ducati, 16; 10. Danilo Petrucci (I), BMW, 16.
WORLD SUPERSPORT
Race 1: 1. Masia; 2. Öttl; 3. Bayliss; 4. Arenas; 5. Öncü; 6. Ferrari; 7. Vostatek; 8. Zaccone; 9. Garcia; 10. Alcoba; 11. Whatley; 12. Jespersen; 13. Mahendra; 14. Caricasulo; 15. Farioli.
Race 2: 1. Arenas; 2. Mahendra; 3. Ferrari; 4. Giombini; 5. Öncü; 6. Garcia; 7. Zaccone; 8. Mahias; 9. Alcoba; 10. Masia; 11. Öttl; 12. Bayliss; 13. Farioli; 14. Cardelus; 15. Booth-Amos.
WK-tussenstand na 2 races: 1. Albert Arenas (E), Yamaha, 38; 2. Jaume Masia (E), Ducati, 31; 3. Matteo Ferrari (I), Ducati, 678; 4. Philipp Öttl (DE), Ducati, 25; 5. Aldi Mahendra (ID), Yamaha, 23; 6. Can Öncü (TR), Yamaha, 22; 7. Oli Bayliss (AU), Triumph, 20; 8. Roberto Garcia (E), Yamaha, 518; 9. Alessandro Zaccone (I), Ducati, 17; 10. Andrea Giombini (I), MV Agusta, 13.


