Test Honda CMX 500 Rebel 2017

Onder de ‘A-tweeërs’ is de Honda CMX 500 Rebel het gulst als het om het uitdelen van paarden gaat. Waar de concurrentie het starthek na doorgaans zo’n 34 paarden sluit, draaft (de) Honda door. Een hardloper en dus een doodloper?

In ieder geval is de cirkel rond. Na de Crossover CB 500X, de SuperSport CBR 500R een de naakte CB 500F gooit Honda sinds dit jaar ook een heuse Bobber in de strijd om ‘de jeugd op de motor te krijgen’. Daarmee is de Honda 500cc cirkel rond en er ‘voor elck wat wils’. Avontuur, sport, fair en easy. Een slimme zet van Honda, want wat de concurrentie niet of nauwelijks doet in het lichte segment, doen zij wel: op basis van één en hetzelfde motorblok en daarnaast het gebruik van veel dezelfde onderdelen, meerdere segmenten bedienen om de verkoopprijs voor de doorgaans niet rijkelijk verdienende jongeren in toom te houden.

Waarbij aangetekend dat de Rebel wel het meest afwijkt van de andere drie Honda’s, dus de meeste unieke onderdelen heeft en van de hier aan bod komende lichte motoren ook de duurste is. Maar daar krijg je dus ook ‘de zwaarste’ motor voor. Of zich dat uitbetaald in meer motorplezier?

Zwart als de nacht

Laten we beginnen bij wát je krijgt. En dat is de zowel de enige chopper, cruiser, custom bobber of hoe je hem ook wilt noemen die Honda nog in het programma heeft, als voor de A2 rijbewijs bezitter verkrijgbaar is. De basis is het vloeistofgekoelde 471 cc tweecilinderblok met ongelijk op en neer gaande zuigers. Standaard levert dat blok 48 pk, maar bij de Rebel blijft er één paard op stal om ruimte te geven aan meer koppel bij lagere toeren en dus een motorkarakter dat veel beter bij een Bobber past. Wat ook past, is een totaal ander frame en (als enige 500 Honda), stereo achtervering. De peanut tank van slechts 11,2 liter staat dusdanig omhoog dat je niet bang hoeft te zijn dat er ook nog maar één druppel benzine in zit als de motor afslaat… Staat nog bijzonder stoer ook. Verder heeft de Rebel om er als een echte Bobber uit te zien, zowel voor als achter 16 inch wielen met dikke ballonbanden, een dragstyle stuur en een uiterst laag mono zadel (slechts 690 mm boven het asfalt zwevend). De voetsteunen staan ‘ergens halverwege’ wat een nog enigszins actieve zitpositie oplevert, een positie die later best goed blijkt te zijn. Wat de Rebel moet ontberen is chroom: alleen de binnenvorkpoten glimmen. En ook dat is goed zo, want een rebel hoort niet te blinken en te stralen. Wat chroom hád kunnen zijn is zwart en zo niet dan mat grijs. Zeker in de gereden versie oogt de CMX 500 zoals hij hoort te ogen: duister, stoer, een beetje dreigend zelfs.

On Rebels

Het rijden zelf staat haaks op dat uiterlijk en dat had je kunnen weten. Er staat namelijk Honda op de tank. En dat is een levenslange garantie op rijgemak, opstappen en wegwezen. Ook al staat er Rebel op het zijkapje. De zit is lang niet zo erg als de buitenkant (en de compacte maten!) doet vermoeden. Het stuur ligt heel goed in de hand, de voeten staan niet oncomfortabel ver naar voren en op één of andere manier is of lijkt de driehoek stuur-zadel-voetsteunen ook voor de al lang uitgegroeide jongere te kloppen. Ja; zelfs voor de oudere, langzaam krimpende jongere…

Alle bedieningsorganen staan op de juiste plek, hoewel het na 35 jaar motorrijden altijd weer even wennen is dat de knop voor de clignoteurs ónder die van de claxon zit. Alleen vastgeroeste en inflexibele testrijders hebben er ‘last’ van, want uiteindelijk is dit een betere positionering dan ‘we’ al 35 jaar en meer gewend zijn. Het enige wat je op de ergonomie aan zou kunnen merken is dat het rechter carterdeksel wat in de weg zit waardoor je het rechterbeen niet tegen de tank kunt aanleggen. Maar dat discomfort hoort ook wel een beetje bij de Bobber stijl.

Toch blinken

Naast goede ergonomische eigenschappen blinkt de Rebel ook uit in rijgemak. Het blok is werkelijk waar op geen enkele wijze te betrappen op onbehoorlijk gedrag: de twin loopt vlekkeloos, kan zelf nog wel wat karakter aangemeten worden door een licht pulserende loop. Trillingen zijn nauwelijks waarneembaar en de gasrespons is mooi zacht. Op deellast loopt hij perfect rond, koppelen en schakelen: het gaat allemaal vanzelf. Alleen terugschakelen bij ultra lage snelheden wil nog wel eens stroef gaan, maar verder is de bak prima, trefzeker, licht te bedienen, kraak en kreukvrij. Dankzij de aanpassingen aan het blok is het sportieve, hoogtoerige ‘CBR-karakter’ als het ware omgetoverd naar een ‘low with the flow’ karakter, waarbij de Rebel je voor een 500-tje bij gas afsluiten ondanks Euro4 en maximaal 80 dB trakteert op een lekker vette roffel. Ook verassend veel trekkracht onderin trouwens, zeker als je hem met G310 R, Mash 400, MT-03 en consorten vergelijkt. Wat die toerentallen allemaal zijn, blijft overigens geheim vanwege het ontbreken van een teller. Het dashboard is sowieso karig in de informatievoorziening, maar (alweer) dat past bij de eenvoud van een Bobber. In tegenstelling dus tot de CBR heeft doortrekken naar hoge toerentallen geen enkele zin. Past ook op geen enkele wijze met de Bobber: lekker rondblubberen, goed voor het behoud van je rijbewijs wat je tegenwoordig als jongere al bij het minste of geringste kwijt bent en voordat je het weet.

En glimmen…

In deze euforie passen ook de rij-eigenschappen die de rebel zelf op de Rebel zal doen laten glimmen. Het gaat allemaal als vanzelf, maar zonder saai te zijn. Ondanks de ‘vreemde’ geometrische waarden en ballonbanden stuurt de Rebel verrassend neutraal, zeker en vanzelfsprekend. Jawel: ook op natte wegen. Natuurlijk wordt hij daarbij geholpen door het (relatief) lage gewicht wat hem een makkelijk hanteerbare en flitsende cruiser maakt, zeer geschikt voor de jongere met weinig ervaring. De voorvork voelt strak en stabiel aan met aangename vering. Zelfs achter zit geheel tegen de gewoontes en gebruiken van het cruiserleven in, een aangenaam comfortabel stelletje stereodempers gemonteerd met relatief veel veerweg, die echter wel af en toe door willen slaan. Maar beter af en toe een ‘klonk’ in je rug dan bij elke hobbel.

Het is makkelijker om de motor zelf vuil te maken dan de woorden die je er aan besteed. Op een paar kleine dingetjes na als zicht in de spiegels, die af en toe doorslaande achtervering en een iets torderende voorvork bij ABS waardig remmen, valt er heel weinig aan te merken op de Rebel. Daarbij is het de enige Bobber/Cruiser voor A2 rijbewijsbezitters en als die stijl je niet aan staat heeft Honda dus nog drie andere soorten. Alles bij elkaar krijg je voor het meeste geld ook het meeste motor van de hier gereden motoren.

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.

Ik meld me hierbij aan voor de volgende mailinglijsten:




Vul een geldig emailadres in
Dat adres bestaat al in ons bestand
The security code entered was incorrect
Dank voor je aanmelding

Gerelateerd

REAGEER OP DIT ARTIKEL