maandag 27 mei 2024

zuiderwaterlinie website

Op zaterdag 17 juni 2023 rijden we de Zomertocht. Een spetterende toertocht langs de Brabantse Zuiderwaterlinie. Net als altijd bevat deze toertocht weer uitstekende horecapunten met goed eten. We rijden een mooie en bijzondere route, dus schrijf je in en rij mee! Je kunt je hier inschrijven.

Datum: zaterdag 17 juni 2023
Startpunt: omgeving Bergen op Zoom
Eindpunt: omgeving Grave
Afstand: ca. 250 km
Prijs: € 59,50
Inclusief: ontvangst met koffie en gebak, uitgebreide lunch, volledig verzorgd diner (Riders clubleden krijgen daarnaast een cadeautje bij de start)
Thema: Zuiderwaterlinie (zie tekst onderaan)

Inschrijven: ticketpoint.nl/zomertocht

Route: deelnemers die zich vóór 9 juni hebben ingeschreven, ontvangen op vrijdag 9 juni de route (GPX-bestanden) via de e-mail. Deelnemers die zich na deze datum hebben ingeschreven, ontvangen de route z.s.m. na inschrijving. Vragen over de route kunnen gesteld worden aan ridersclub@motor.nl.

Van oudsher wordt er in Nederland niet alleen gestreden tegen water, maar ook mét water. Al tijdens de Tachtigjarige oorlog werd water ingezet als verdedigingsmiddel. De Zuiderwaterlinie doorkruist de hele provincie Noord-Brabant, van Bergen op Zoom in het westen tot Grave in het oosten. Hij weerstond Spanjaarden, Fransen en Belgen, en moest ook Engelsen afschrikken. Vandaag de dag vormt de linie een aaneenschakeling van historische plaatsen, met elkaar verbonden door fraaie landschappen. Geknipt dus voor een Zomertocht.


 

zuiderwaterlinie kaartjekopie

Thema Zomertocht 2023

‘Zuiderwaterlinie’

Catacomben in Nederland? Het moet niet gekker worden. Toch dalen we af in een onderaards gewelf onder een nieuwbouwcomplex in Bergen op Zoom. De gidsen Peter van Tilburg en Mike Mulder leggen uit: Bergen op Zoom is gebouwd op de Brabantse Wal, een langgerekte zandbank op de grens met Zeeland en Vlaanderen. Niet alleen een stevige bodem dus, maar ook een verhoging in het landschap die strategisch kon worden benut.

Oude vesting
En werd benut. Want die catacomben, dat blijken dus de fundamenten te zijn van een oude vesting die ooit Bergen op Zoom beschermde. De gidsen vertellen uitgebreid over die Verborgen Vesting. Zo’n 300 jaar had het door vestingbouwkundige Menno van Coehoorn ontworpen bouwwerk onopgemerkt ondergronds gelegen. Maar met de bouw van een parkeergarage kwamen de stenen aan het licht. Een deel is met gidsen toegankelijk, zoals de grote ‘catacombe’ Galerie Majeure, van waaruit gangen meer dan twee kilometer lang onder de vestingmuren zigzagden en zijgangen naar de stellingen van de belegeraars liepen, om die op te blazen.

Tijdens het beleg van 1747 groeven de Fransen loopgraven om hun kanonnen zo dicht mogelijk bij de verdedigingswerken van Bergen op Zoom te krijgen. Om die loopgraven aan te vallen groeven de verdedigers onderaardse tunnels om hun loopgraven op te blazen.

La Pucelle werd de vesting genoemd. De Maagd. Zij weerstond succesvol de snode plannen van Spanjaarden en Fransen. Maar in september 1747 werd ze toch onteerd. De Fransen namen de stad in na een maandenlang beleg, inclusief ondergrondse strijd met tunnels. Het einde kwam voor de Maagd met de Vestingwet van 1874. De vesting werd afgebroken. De bakstenen werden gebruikt om huizen mee te bouwen. Jammer, denken we nu. Handig, zeiden ze toen.

Fort de Roovere
Als door een lont in het kruitvat gestoken springt de Guzzi tot leven. De Maagd uit Mandello davert langs het meest intact gebleven bouwwerk van de Zuiderwaterlinie. Ook het Ravelijn had ondergrondse gangen, die kazematten heetten. Verder noordwaarts over de Brabantse Wal. Bij Fort de Roovere in Halsteren hebben we opnieuw afgesproken met Mike Mulder. De man die vroeger graag blootshoofds op zijn Harley reed weet ook van alles over deze vesting te vertellen, die in 2010 helemaal is opgeknapt. Bergen op Zoom en De Roovere waren deel van de Brabantse Waterlinie, het oudste deel van de Zuiderwaterlinie. Fort de Roovere hield niet alleen de Spanjaarden tegen, maar later ook de Fransen en de Belgen.

Al die forten, wat hebben die in Brabant te zoeken? Bij toeval ontdekten we op een vorige motortocht in deze provincie het bestaan van de Zuiderwaterlinie. Weer een project waarin Nederlanders een pact met de waterwolf maakten? We hebben al gereden langs de Stelling van Amsterdam, Groningse schansen en Hollandse Waterlinie. Maar de Zuiderwaterlinie? Die is nieuw voor ons. ’n Mooie reden dus voor ’n tocht-met-een-thema door Noord-Brabant.

Uitbundig gevierd
Steenbergen, een verzameling dorpen waar turf en zout werd gewonnen, beheerste de landweg tussen de Zeeuwse en de Hollandse eilanden. In de Tachtigjarige Oorlog werd de stad steeds weer veroverd en geplunderd door de Spanjaarden. In 1622 veroverden de Spanjaarden de vestingstad voor een laatste keer. Enkele maanden later kon Prins Maurits Steenbergen innemen. De herovering van Steenbergen werd in het hele land uitbundig gevierd. Na 1626, dankzij de aanleg van Fort Henricus, werd Steenbergen een echte, onneembare vesting.

In 1809 zette Napoleon er zijn kanonnen klaar, uit angst voor een Engelse invasie. Na zijn verlies bij Waterloo werd Fort Henricus afgebroken. Waterlinie, Lunet, Redoute, Fort, Bastion, Citadel. Deze historische namen op de kaart zijn duidelijk geïnspireerd door de Zuiderwaterlinie, maar dwingen de Guzzi tot een stapvoets tempo in een nieuwbouwwijk. Ook Fort Henricus oogt op de kaart imposant, maar is vanuit het motorzadel niet meer dan een groene verhoging in het weiland.

Naar wie zou Willemstad toch genoemd zijn? In 1584 werd Willem de Zwijger, Vader des Vaderlands vermoord. Willem van Oranje maakte van Ruigenhil in 1583 een versterking. Want gelegen aan het Hollandsch Diep was dit een uitstekende plek om de scheepvaart tussen Holland, Zeeland en Antwerpen te beheersen. Bij sommige vestingsteden moet je goed kijken om de historische vorm te herkennen, maar Vesting Willemstad is nog grotendeels intact en goed zichtbaar gebleven, en nodigt uit tot een ererondje door de stervormig aangelegde vestingwallen met grachten en bastions.

Buiten Willemstad staat in het gras van de Oostdijk een groene toren achter de schaapjes. Een kunstwerk! Van gras en klei gemaakt, ‘met de sfeer van water, hoewel gestold toch voortdurend in beweging’, zoals de kunstartiest Marius Boender ons op een informatief informatiebordje informeert. ‘Een beeld als een wachter die uitkijkt over het landschap en toeziet op de nukken van het water van de rivier’. Je moet er maar op komen.

Frisse rijwind
Verder maar weer, we hebben even behoefte aan wat frisse rijwind. Die is richting Klundert gelukkig ruimschoots voorhanden. De vestingstad lag in de Tachtigjarige Oorlog op een strategische plek: precies op de grens van Holland en Brabant. Daarom verbouwde Willem van Oranje het stadje in 1583 tot een vesting in de Zuiderwaterlinie. Uiteindelijk bleef het vestingstadje gespaard: de Spanjaarden belegerden het nooit. Later, in 1793, was Klundert een lastige hindernis voor de oprukkende Franse troepen.

De Italiaanse boxeresse heeft er zin in. We groeten nog even de Stenen Poppen, verdedigingswerken op de dammen in de vestinggracht, gemetseld in 1583. En dan mag ze weer draven, La Pucelle, Greetje uit Mandello.

Geertruidenberg is genoemd naar de heilige Gertrudis van Nijvel. Het vestingstadje trakteert ons op goed bewaarde monumenten, zoals vestinggrachten, bolwerken en ravelijnen. Holland’s oudste stad, heet ze te zijn. Ze kreeg al in 1213 als eerste stadsrechten van het Graafschap Holland. Vestingbouwer Menno van Coehoorn maakte van deze ‘Sleutel van Holland’ een strategische plaats in de Zuiderwaterlinie om de Fransen te weren.

Belgische Opstand
We wippen even een brug over en zitten meteen in Raamsdonksveer. Linksaf, linksaf en daar ligt Fort Lunet al op de oever van de Donge. Lunet werd gebouwd na de Belgische Opstand van 1830 om de bestaande linie te versterken. Koning Willem I liet toen het Noord-Brabantse deel van de Zuiderwaterlinie weer in staat van paraatheid brengen. Tegenwoordig kun je er chillen in een strandsfeer op de binnenplaats.

Heusden, strategisch gelegen aan de Bergsche Maas en schakel tussen de Biesbosch en ’s-Hertogenbosch, kreeg als een van de eerste Hollandse steden een stadsmuur. Haar oude bijnaam ‘Tlands Sterckte’ kun je ook zo opvatten: dankzij uitgebreide restauraties is de sfeer van het oude vestingstadje goed bewaard gebleven. Het lijkt wel of ik op mijn Italiaanse klassieker in een prentenboek van Anton Pieck rondrijd. En dat uit het zadel van een Euro 5-genormeerde motorfiets, dat is toch best wel bijzonder.
’s Avonds is het helemaal een plaatje op de Vismarkt, waar de Italiaanse bella donna en ik, gescheiden van tafel en bed, in Den Verwaalde Koogel een hedendaagse maaltijd geniet op het überromantische plein.

Heusden had vroeger vier stadspoorten. Daar zijn er met de grondige renovatie slechts twee van teruggekomen, maar dat is meer dan niks. Het glas is half vol, zullen we maar zeggen. Dankzij oude afbeeldingen konden de Wijkse Poort en de Veerpoort in oude luister worden herbouwd. In de achteruitkijkspiegels zie ik de wallen en de historische skyline van Heusden kleiner worden, als ik het stadje via de verbindingsweg naar het oosten verlaat.

Aarden wallen
Wat ‘n heerlijk stukje sturen is het hier, dwars door de Brabantse binnenlanden. Op een aardig stukje afstand van de huidige rivierdijk ligt Fort Hedikhuizen. Gebouwd in 1862 om de inundatiesluis te beschermen waarmee op gecontroleerde manier water uit de Maas over het land kon stromen. Het fort is zo goed als in originele staat. Veelbelovende aarden wallen, rode dakpandaken erachter, een toegangsweg…, maar we kunnen er vanwege een solide staaltje hang- en sluitwerk niet op. Wel op het sluiswerk ernaast, dat bestaat uit drie bakstenen kokers, met van die lekker ouderwetse metalen stangen om de hefschuiven mee te bedienen. We slaan de Zuiderwaterlinieforten van Den Bosch en Breda over. Te mooi is de dijkweg langs de Maas richting Megen. Groene weiden, bonte koeien, witte schaapjes en wolken. En daartussen flitst de Motor Guzzi door de bochten hoog boven water en land. Kasteel Lelienhuyze, op een eilandje op de kaart, blijkt in het echt een wonderlijk gevormd nieuwbouwcomplex te zijn, met wat spitse torenpuntjes die de historische illusie moeten vergroten.

Maar de toren onder de dijk bij Megen is authentiek ouderwets. Achter de Gevangentoren ligt nog een origineel middeleeuws stratenpatroon. Lekker overzichtelijk, want Megen is de kleinste van alle Zuiderlinie-vestingsteden. Eeuwenlang was vestingstad Megen een zelfstandig graafschap. Pas in 1800 werd Megen onderdeel van Brabant en in 1814 ook van het Koninkrijk der Nederlanden.

Op een stil pleintje begroeten we het standbeeld van Carolus de Brimeu. Een ridderhelm met een hondenkop erop en een schild met een kikker met vleugels en een pluimstaart, of zoiets. Puik spul in ieder geval. En een tekst in de sokkel gebeiteld:
marescalis brabantia
gubernator lucenburgia
hanomaf gelria frisiae groningae
cives de megen
Als je het hardop uitspreekt is dat plaatselijke potjeslatijn niet zo moeilijk te ontcijferen, op dat hanomaf na dan. Ook zonder eindexamen in Latijn en geschiedenis kan je er iets van bakken.

Heerlijke dijkweggetjes
Zouden Willem van Oranje en Menno van Coehoorn bewust het lekkerste voor het laatste hebben bewaard? Of ligt het aan onszelf, dat we het laatste stuk van de Zuiderwaterlinie zo mooi vinden? We slingeren over heerlijke dijkweggetjes, bij Ravenstein zelfs met bomen erlangs.
Die vestingstad ontstond in de veertiende eeuw in het grensgebied tussen Brabant, Gelre en Kleef. Het stadje Ravenstein was lange tijd niet Hollands, maar ook niet Brabants: het hoorde bij Hertogdom Kleef. In 1814 kwam het bij het Koninkrijk der Nederlanden. Aan de muur van de eetzaal hangt een schild met tekst.

Het Brabantse stadje Ravenstein dat van 1629 tot aan de Franse revolutie toebehoorde aan de graven en keurvorsten van de Pfalz-Neuberg, vertoont nog veel kenmerken uit die tijd. De door de landheer in 1735 gebouwde vierkante koepelkerk ‘de Hofse kerk’ met boven de ingang het wapenschild van de laatste keurvorst: Karel Philip. Tegenover de kerk hangt boven de deur van het naar hem genoemde Hotel nog het wapen van de Duitse Keurvorst.
En zo heet het hotel dan ook, waar de motor achter in de tuin mag en voor de berijder is een bedje boven en een tafel beneden in de eetzaal. Ravenstein mag dan een oud stadje zijn, de gerechten die de chef op tafel tovert zijn allerminst oude hap. Hier geen rauwe knollenprak met hachée van wat de kat uit de stal naar binnen sleepte.

Ook in Ravenstein is een onderaardse schatkamer gevonden. Professor van Mourik ontdekte toevallig een oude vestingwal onder het gras van zijn tuin. Er bleek een compleet bouwwerk uit begin zestiende eeuw onder de grond te zitten. Dit Philips van Kleefbolwerck kun je bezoeken, maar de prof stelt nadrukkelijk géén prijs op motoren op zijn gazon.

Raam in de Maas
Allemaal opstappen naar Grave, het eindstation van onze Zuiderwaterlinie. Geen vestingstad is zó vaak veroverd en belegerd als vestingstad Grave. Wel zeven keer werd het belegerd, Spanjaarden en Fransen verwoestten de stad. Soms waren er wel vijf keer zoveel soldaten als inwoners. Het is dus een wonder dat er nog zoveel moois van over is. Waar de Raam in de Maas komt, bouwden de Heren van Cuijk in de twaalfde eeuw een kasteel. Grave werd een belangrijk handels- en vestingstadje. In het oude centrum getuigen daarvan nog veel monumenten. Waaronder de Hampoort uit 1688, deel van de Zuiderwaterlinie. Met opnieuw, ook aan het einde van onze toer, een onderaardse verdedigingstunnel.

Als extra verdediging van Grave lag aan de overkant van de Maas nog een bouwwerk van Menno van Coehoorn. Kroonwerk Coehoorn was de kroon op het werk van deze ‘Vorst der Ingenieurs’. Ook dat was onderdeel van de zuidelijke verdedigingslinie. Er lag een gracht om het kroonwerk heen, er was een pontonbrug over de Maas. Van het kroonwerk zijn nu alleen vanuit de lucht nog contouren te zien, dankzij heggen die op de plaats van de oude vestingwallen staan. Maar op de zuidoever van de Maas, in Noord-Brabant, is er ruimschoots van de Zuiderwaterlinie overgebleven. Meer dan genoeg reden om er een dijk van een toertocht van te maken.

Zin om mee te rijden? Schrijf je dan hier in!

Wat is een Clubtocht en wat krijg ik voor mijn inschrijfgeld?

De clubtochten zijn all-inclusive toertochten waarbij doorgewinterde routemakers je iedere keer weer verrassen. Je leert altijd nieuwe wegen kennen, ook in gebieden waar je zelf al bekend bent. Stuk voor stuk hebben ze een bijzonder thema.

Na inschrijving ontvang je een week voor de toertocht de route, zodat je goed voorbereidt aan de start kunt verschijnen. Je rijdt de route alleen, of in je eigen groepje. Uiteraard kun je ook bij een ander aansluiten. Kortom, het gaat er heel gemoedelijk aan toe en we rijden niet in grote groepen. Bij de tussenstops is het daarentegen weer een gezellig samenzijn van motorrijders. Iedereen is welkom, van jong tot oud, ongeacht de motor waarop je rijdt.

Met het inschrijfgeld zorgen we voor goede horecalocaties. De start begint doorgaans met lekkere koffie en luxe gebak. Vervolgens krijg je een uitgebreide lunch en volledig verzorgd diner. Ons motto is dat iedere motorrijder na een clubtocht een kilo zwaarder huiswaarts moet keren.