Voltooid leven

De Ducati SS1000R van Rob van Iperen. Ze stond charmant, verleidelijk en toch venijnig te lonken in Utrecht als deelneemster aan de Custom Bike Show. Maar pas echt opzienbarend was het tragische lot dat ze met zich meedroeg. De zoons van Ducati-fanaat Rob van Iperen, Werner en Bart, over de Ducati SS1000R die net op tijd af kwam, maar nooit echt bereden werd: ‘Toen we zijn computer opschoonden, kwamen we wel honderdduizend foto’s van details tegen’.

Tekst Joost Overzee, foto’s Andrew Walkinshaw

‘Om makkelijker te sleutelen had ons vader een ijzeren steun gelast waar hij het blok in kon zetten. Dat maakte hij gewoon. Bijna al zijn gereedschap bouwde hij zelf, hoezo kopen? Een kit om een voorvork uit mekaar te halen, die soldeerde en laste hij zelf. Een bandenlichtermachine was natuurlijk te kostbaar, dus had hij zelf een voet gemaakt met een hele constructie om de band op te wippen. Lagers vervangen en balanceren gebeurde ook in de schuur. Alleen als hij er echt niet meer uitkwam, ging hij naar een professional, maar dat deed ‘ie heel, heel zelden. Al die zelfgemaakte gereedschappen gebruiken we nog steeds voor onze motoren.’

Eten koud

‘Hij was een geboren motorfanaat. Wij waren nauwelijks geboren toen hij zijn eerste machine kocht, een Moto Guzzi Le Mans, in het krat. Heeft hij toen heel veel mee gereden, maar toen wij ouder werden, kreeg ‘ie daar minder tijd voor en reed hij een aantal jaren niet. Toen hij ging werken bij uitzendbureau Otter-Westelaken als regiomanager Zuid, kwam hij in contact met Peter van Teeffelen, ook zo’n Ducati-coureur. Op dat moment nam het Ducati-virus bezit van ons vader. In de loop der jaren had hij twee 749’s, een 998 en een nieuw gekochte 848 verzameld, tot hij op een 1000 SuperSport met schade aan beide zijden stuitte. Belangrijkste was natuurlijk of het frame nog recht was, maar hij durfde het aan. Van het schademateriaal van die fiets heb ik nog het een en ander liggen; ik ben nu dus drukdoende om de bruikbare onderdelen op mijn eigen 900SS te zetten.’

‘Direct stond al vast dat de motor compleet gestript en verbouwd zou worden. Eigenlijk deed hij op zijn motoren altijd al aanpassingen, vooral om ze circuitklaar te maken. Maakte hij kuipsets, gooide alle verlichting eraf, borgde alle boutjes en verwijderde de fans van de radiateurs, want “op het circuit hebben ze geen verkeerslichten”, zei hij altijd. De schade-1000SS en zijn 998 kwamen tijdelijk op een zijspoor te staan omdat al zijn aandacht naar de rest ging. Het kostte des te meer tijd omdat alles tot in perfectie moest kloppen. Als hij nog ergens een origineel rubbertje van had, moest en zou het gemonteerd worden, hoe veel hij er ook voor moest aanpassen. Je kent het wel, ons moeder riep hem altijd tien keer dat het eten koud stond te worden. Moest hij eerst weer een moertje, boutje, weet ik veel afmaken. En altijd zat hij research te doen op andere motoren tijdens clubmeetings en hield allerlei plakboeken met foto’s bij. Toen we later thuis zijn computer gingen opschonen, kwamen we wel honderdduizend detailfoto’s tegen’.

Voltooid Leven

Hooguit tijdrekken

‘In augustus 2010 voelde hij zich opeens niet lekker. Was niks voor hem. Toch maar onderzoeken laten doen, bleek de diagnose darmkanker. Natuurlijk schrik je, maar zijn eerste reactie was er een van vechtlust: “Die gaan we tackelen, die ga ik verslaan! Komt allemaal goed.” Vandaar ook dat hij toen ook niet tegen de klippen op begon te sleutelen, want haast had hij niet in de wetenschap dat hij snel boven Jan zou zijn.’

‘Nu is darmkanker doorgaans goed te behandelen; je hebt elf meter van dat spul in je lichaam, haal er een stuk uit en je kunt weer verder, simpel gezegd. Die plannen werden toen ook gemaakt. Ook gingen we op zoek naar alternatieve behandelmethoden in Duitsland. Maar ziek of patiënt voelde hij zich allerminst.’

‘Maar een PET-scan leerde dat hij een plek op zijn lever had zitten. Maar ja, omdat de lever het enige regeneratieve orgaan is in een mensenlichaam, dachten we nog dat hij na het wegsnijden van het betreffende stuk nog gewoon verder met zijn leven kon. Die operatie stond ingepland voor drie maanden later, maar een nieuwe voorafgaande PET-scan bracht uitzaaiingen naar drie plekken op zijn lever. En toen werd in januari het oordeel geveld: “We kunnen u niet meer genezen, hooguit tijdrekken.” Ineens bleek ons vader verworden tot terminaal patiënt.’

Laatste werkstuk

‘Dacht hij vooraf nog de ziekte moeiteloos te overwinnen en tijd zat te hebben om de 1000SS op zijn gemakkie af te maken, nu begon heel langzaam het besef te dagen dat hij zijn klus vlot moest afmaken. Dat het überhaupt zijn laatste werkstuk zou zijn dat hij absoluut moest afronden. In het begin stond hij tussen de chemo’s door nog gewoon driemaal per week te spinnen in de sportschool, maar langzaamaan werden hem steeds meer dingen afgepakt. Het sporten, fietsen, lekker eten, dat soort dingen. Met de langzaam doordringende wetenschap: “Shit, ik ga eraan, ik ga dood”.’

‘Zijn 1000SS werd zijn steun en toeverlaat. Vier maanden lang zou hij zestig uur per week eraan werken om nog maar die ene rit te kunnen maken op zijn voltooide machine. Zijn doelstelling was nog eenmaal op het circuit te rijden en daar werkte hij ook echt naar. Avondenlang waren we samen in de garage aan de motoren aan het werk om dan nog tot diep in de nacht na te praten met een biertje uit de koelkast. Het mooie daarvan is: op dat moment is niemand ziek, niemand patiënt door de gezamenlijke passie met de motor als bliksemafleider. Vergeet niet, het is loodzwaar werk om ziek te zijn dus waren die momenten het dierbaarst voor ons drieën.’

‘Alles moest natuurlijk weer tot in perfectie. Discussieerden we weer urenlang of dat ene plaatje nou bol moest zijn of plat, of hij een paar millimeter naar voren moest of naar achteren. Ander voorbeeld: die kont had hij uit drie andere gemaakt, maar steeds klopte de verhouding niet. Dus na tijdenlang versnijden, plamuren, slijpen, passen en steeds opnieuw kijken, ging dan resoluut de slijptol er weer in. Op een gegeven moment leek die kont wel een banaan, zo’n wipkont van een Duitse GSX-R, weet je wel? Heeft ons een week gekost om hem te overtuigen dat die er niet uitzag en opnieuw gedaan moest worden.’

Het knakte

‘Eind juni, begin juli was de machine helemaal af, klaar voor de rit. Maar door de dexamethason en andere medicijnen had hij zoveel vocht in zijn benen dat zijn raceoverall niet meer paste. Hij zou nog een kwartier rijden in spijkerbroek, maar na twee kilometer zagen we al dat het niet ging. Nog niet eens door concentratiegebrek, maar door de pijn als gevolg van die vervelende zithouding. Hij kon gewoon niet zitten.’

‘En toen knakte het bij hem. Ieder sprankje hoop de strijd met de ziekte aan te gaan was ineens vervlogen. ‘Knak!’ was het. Het was de eerste keer in ons leven dat we ons vader als gebroken man zagen.’

‘Die zomer hebben we in de tuin een bedje voor hem gemaakt met een matrasje. Kon hij mooi uitkijken over zijn geliefde tuintje, de vijver met zijn karpers en zijn voltooide motor. Zodat hij kon zien dat alles goed gekomen was, ook met zijn gezin. Hij had er vrede mee gesloten, geen wensen meer, alles goed achtergelaten. Er hoefde niets meer verteld te worden. Hij was pas vijftig toen hij stierf op 15 september.’

‘Een aantal dagen na de crematie hebben we nog een symbolische rit gemaakt, Werner op de 1000 en ik op de 749. Als een soort eerbetoon een beetje door de regio gereden op plekken die hij vroeger, toen we nog kind waren, al aanwees als bijzondere plaatsen om te motorrijden. De Boxtelseweg, de weg van Schijndel naar Heeswijk-Dinther, van Sint-Oedenrode naar Best… Ja, ook op de A50, haha, daar reed hij graag vanwege de op- en afritten zonder vangrails. Kan me nog herinneren dat ‘ie een keer grasgroen thuiskwam met zijn beschadigde 749.’

Eerbetoon

‘Na die rit heeft Werner drie jaar niet op de motor gezeten. Het vader-zoon-idee was verdwenen. Als het samen niet kon, dan liever helemaal niet. Ikzelf had inmiddels een GSX-R voor woonwerk gekocht en de 749 weliswaar geërfd, maar kon daar niet op rijden. Ik beschouwde hem teveel als de motor van mijn vader. Maar acht maanden na zijn overlijden heb ik in een opwelling mijn vaders raceoverall aangetrokken en ben hetzelfde rondje gaan rijden met hem in gedachten en als stille getuige. De garage echter, dat is nog altijd zijn domein, ons domein waar we gedrieën bloed, zweet en tranen hebben gedeeld. Nog altijd kost het ons moeite de garage te betreden…’

Na jaren wikken en wegen heeft Werner van Iperen uiteindelijk het besluit genomen de Ducati SS1000R te verkopen aan de bevriende, bevlogen Sjoerd Veenstra van Motolifestyle.nl in Lieshout. Ons vader zei altijd: “Uiteindelijk zijn motoren maar bedoeld voor een ding en dat is rijden”. Misschien heb ik er tussentijds drie-vier keer mee gereden en dan nog als een krant. En Sjoerd houdt met hart en ziel van die machine, dus is het goed besteed. Hij daarboven zou het goedkeuren.’

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.

Ik meld me hierbij aan voor de volgende mailinglijsten:




Vul een geldig emailadres in
Dat adres bestaat al in ons bestand
The security code entered was incorrect
Dank voor je aanmelding

Gerelateerd

REAGEER OP DIT ARTIKEL