Slovenië: Kajakken, net motorrijden…

De Soča, da’s een knap wilde rivier, zeker in het voorjaar. Er langs rijden is feest, maar in een plastic bakkie op het water tussen die rotsen door, dat vereist ballen. En toch ben ik zo gek. Mijn instructeur en motormaat Eelco grijnst vriendelijk: ‘Ach joh, het is net motorrijden…’ Niek van der Heijden Maar goed, hij kajakt dan ook al zijn hele leven. Langer nog, geloof ik. Hij speelt met die golven, met de keerwaters, met zijn bootje en de rotsen, en als hij omslaat, blijft hij eerst even ondersteboven hangen, gewoon voor de fun. Om dan ...
De Soča, da’s een knap wilde rivier, zeker in het voorjaar. Er langs rijden is feest, maar in een plastic bakkie op het water tussen die rotsen door, dat vereist ballen. En toch ben ik zo gek. Mijn instructeur en motormaat Eelco grijnst vriendelijk: ‘Ach joh, het is net motorrijden…’ Niek van der Heijden Maar goed, hij kajakt dan ook al zijn hele leven. Langer nog, geloof ik. Hij speelt met die golven, met de keerwaters, met zijn bootje en de rotsen, en als hij omslaat, blijft hij eerst even ondersteboven hangen, gewoon voor de fun. Om dan met een brede grijns weer naar boven te komen, alsof iedereen kan eskimoteren. Enge man, eigenlijk. Maar ook een motorrijder, en een Sloveniëkenner en -liefhebber. Waarmee ik hier de prachtigste rondritten maak, dus enige geloofwaardigheid moet hij toch hebben. Goed idee Het begint allemaal met een goed idee, van Eelco. ‘Het valt me hier elk jaar weer op hoeveel motorrijders er komen kajakken, misschien is dat wel te combineren’, zei hij tegen Erik Wegman van Europagaai, waarbij Eelco als instructeur werkt. ‘Hier’ is in dit verband Camp Soča, aan de rivier nabij het gelijknamige gehucht aan de weg van Bovec naar Kransjka Gora. En als ik daar nu bij vertel dat die weg over de Vršič-pas loopt, met 50 genummerde haarspeldbochten, dan gaan bij de gemiddelde motortoerist allerlei zwaailichten branden. Slovenië is bike heaven. Echt waar, ongerept in vergelijking met buurland Oostenrijk, vol eindeloze stuurweggetjes, doorkijkjes en prachtige landschappen. Erik komt met dat goede idee naar de redactie. Niet veel later zit ik in een kajak, in het Rotterdamse Sportfondsenbad, om te leren eskimoteren. Dat lukt uiteindelijk niet helemaal, maar je doet er wel wat handigheid mee op. Uiteindelijk reis ik echter wel naar Slovenië als Beginner. En die Soča, dat is een Gevorderde rivier in het voorjaar. In de zomer ligt dat anders, dan loopt er minder water doorheen. ‘Minder druk’, zeggen ervaren peddelaars dan, en ze knikken begrijpend. Ik ben er dus in het voorjaar. Meer druk… De reis Mijn ouwe gouwe Pan brengt me naar Slovenië, met een stop na München, vanwege een wolkbreuk. Het hotel blijkt wat aan de dure kant, maar daar geef je niet meer om, na een hele middag plensregen. De volgende ochtend maakt Oostenrijk me blij: regen tot aan de Tauerntunnel, daarna een stralend zonnetje. Zo’n tunnel kan het weer aardig omdraaien. De volgende wat langere tunnel in Oostenrijk herhaalde dat kunstje echter, zodat ik in Italië bij Tarvisio begin aan de beklimming van een zeiknatte Predilpas. En dat is jammer, want deze rijk met historie beladen bergweg hangt van mooie stukken aan elkaar. De douanebeambte – de grens loopt precies over de pas – wil het er nog eens van nemen, zo vlak voor de toetreding tot de EG, die hem werkloos zal maken. Ik moet in de stromende regen mijn pas uit mijn bagage peuteren, en dat deed me terugdenken aan mijn vorige bezoek aan dit land, in 1972. Ik had net eindexamen gedaan, en we waren met de band op vakantie in Oostenrijk. Tijdens een uitstapje naar Bled wilde de toenmalige douanier ons allemaal naar de kapper sturen, en dat maakte ons knap zenuwachtig… Maar ik drijf af. De afdaling van de grens naar Bovec is van de buitencategorie, hoewel je steeds bedacht moet zijn op stenen op de weg. Kennelijk schuift er wel eens wat meer van de bergwand af, want op een gegeven moment kom je over een baileybrug die ‘tijdelijk’ een enorme landslide overspant. De camping blijkt een prachtig natuurlijk terrein, ingesloten door grijze bergwanden. De andere kajakkers slapen in koepeltentjes of kleine campertjes, maar ik heb besloten een blokhut te huren. Een warm dubbel bed, met een eigen plee achter een deur met een hartje, buiten dus. Heerlijk. Sneeuwgrens De volgende ochtend blijkt de sneeuwgrens een paar honderd meter te zijn gezakt. Hoezo, kajakken? Toch gaan we, en eerlijk is eerlijk, ik heb het niet koud gehad. Het weer klaart ook op, gedurende de dag. Maar echt mooi wordt het niet. Zo’n tocht begint met een briefing, met zijn allen onder het afdak midden op het campingveld. Dan ga je met auto’s en een vrachtwagen vol kajaks naar het afgesproken startpunt, en je draagt alles van de weg naar de rivier. Dat is soms best wel een klauterpartij, maar goed, we zijn aan het sporten… Iedereen gaat te water bij een rustig plekje, en dan legt Christ, de instructeur, opnieuw de route uit. Je vaart van keerwater naar keerwater. Keerwaters zijn rustige stukjes achter een rotsblok of een ander obstakel. Als eerste gaat de ‘visser’ naar het eind van de etappe. In ons geval is dat Stijn, een jonge hond die ook al zo makkelijk kan eskimoteren. Zijn taak is het opvangen van doorgeschoten kajakkers, of van mensen die omslaan en niet meer overeind komen. In dat geval laat je je uit de kajak vallen en ga je zwemmen. Als je je peddel maar bij je hebt, de visser grijpt de kajak wel. Jij kunt dan met één arm aan zijn achterschip gaan hangen, en dan peddelt hij je naar veilig water, of naar de kant. Bert, een andere jonge hond van 56, maakt dat even later mee, terwijl ik net door mijn telelens naar hem zit te kijken… Christ geeft de groep, ook vanaf het einde, met armgebaren aan of ze een voor een of allemaal tegelijk kunnen komen. Met zijn tweeën hebben Christ en Stijn het behoorlijk in de klauw. Terugkijkend – ik zit met nog iemand in de kleuterklas, onder de hoede van Eelco - heb ik helemaal niet het risico gelopen om te slaan. Maar goed, ik heb niet zo veel gevaren, er moest ook motor gereden worden… De andere Beginner heeft nog wel gezwommen. Strijd We zitten hier eigenlijk in de Sloveense oksel van het drielandenpunt, dat verder Italië en Oostenrijk behelst. En die laatste twee hebben de afgelopen eeuwen nogal met elkaar geknokt in dit gebied. Dat kun je bijvoorbeeld zien aan de vele forten, maar ook aan de herdenkingsbijeenkomst van WO I op de camping, waar ik na aankomst midden in val. Er lopen onder meer twee mannen rond die zijn verkleed als soldaat uit die tijd: een Italiaan en een Oostenrijker. Dat is dus niet voor de toeristen, maar voor de eigen herdenking. Als ik mijn camera pak, gaan ze helemaal uit zichzelf keurig poserend naast elkaar staan, heel broederlijk. Zo broederlijk ging de strijd vaak niet. De Oostenrijkers hebben het ooit gepresteerd een bergtop met een hoop Italianen er op te ondermijnen en compleet op te blazen… De Slovenen maakten zich als eersten los van Joegoslavië, na het overlijden van Tito. Mogelijk daardoor bleven ze gelukkig buiten de verschrikkelijke oorlog die tijdens de jaren negentig de rest van dit land zo beschadigde. Slovenië is gaaf, en je kunt goed merken dat de bewoners daar trots op zijn. En het is welvarend; het enige nieuwe EU-land dat meteen begon met contributie te betalen, in plaats van subsidie te vragen. Toch gaat deze welvaart niet gepaard met een knieval voor het massatoerisme, en de Slovenen zijn in een diepgaande discussie gewikkeld of dat zo moet blijven. In ieder geval heb je als motorrijder nu nog de kans om in een onbedorven omgeving rond te rijden. Triglavski Narodni Park Zodra je de Predilpas voorbij bent, rijd je het Triglavski Narodni Park binnen, een prachtig natuurpark, dat zich uitstrekt over de Julische alpen. In feite beslaat het de hele noordwest-hoek van Slovenië. De motortochten die je hier maakt, vallen allemaal wel zo’n beetje onder de kop ‘Rondje Triglavski Narodni’. Er dwars doorheen steken gaat namelijk niet… Als je bijvoorbeeld vanaf Kransjka Gora de Vršič op rijdt, dan heb je bovenin het gevoel dat de kale grauwe bergwanden aan de zuidkant bijna tegen je stuur aan komen, dat je ze aan kunt raken. Dat is niet zo, maar het voelt wel zo. En zelfs met een trialfiets kom je daar nog niet tegenop, dus je moet er omheen. Wij rijden het rondje tegen de klok in: van de camping naar Bovec, en dan door het prachtige Soča-dal naar Tolmin. Daar verlaat je de rivier, althans, bij het iets verder gelegen Most na Soči. Als je dat dorp binnenrijdt, zit onmiddellijk na de benzinepomp rechts een ijstent, waar je vanaf het terras een prachtig uitzicht hebt over een breed, meerachtig stuk van deze rivier. Een waardig afscheid: het ijs mag er wezen. Het kost wat moeite om Eelco weer mee te krijgen. Wat kan die man ijs eten, zeg… en dan toch probleemloos in zo’n kajak klimmen, het is niet eerlijk. IJs en vloeibaar staal Je raadt nooit wat we in het mooie oude centrum van Škofja Loka hebben gedaan… De serveerster op het terras van het Homan Huis levert het ijs, maar ik krijg haar niet zo ver dat ze even door zo’n schilderachtig straatje loopt, voor op de foto. Jammer, dan was hij nog mooier geworden. Die Eelco is een man van tegenstellingen. Hij verdient zijn munten bij de hoogovens, en dan heb je het meteen over zijn andere passie: vloeibaar staal. Hoe dat combineert met ijs, daar ben ik maar niet eens over begonnen, maar hij troont ons in Zelezniki mee naar een museale schoorsteen, waar ze hier vroeger staal in maakten. ‘Mijn hoogoventje’, zegt hij, en hij lijkt er oprecht blij mee. Er naast staat een Sloveens vrachtwagentje, dat ongeveer dezelfde lijnen vertoont als de hoogoven. Gewoon, een eerlijk vrachtwagentje zonder toeters of bellen, nou ja, een toeter zal het ding wel gehad hebben. In onze ogen sterk gedateerd, maar wel mooi, op een functionele, heel Sloveense manier. Net of het gemaakt is van het staal uit dat oventje door een plaatselijke smid, met liefde voor zijn werk… Svetnik Primož We rijden door, een fraai open berggebied in, met uitzicht over de hele Gorensjka regio. Langs Dražgoše, een prachtig oud bergdorpje, waar de Slovenen in 1942 voor het eerst vochten tegen de Duitsers. Ondanks hun zeer gebrekkige bewapening konden ze de bezetter drie dagen het hoofd bieden. En daarna knokten ze verder als partizanen. De Duitsers reageerden zich af op de burgerbevolking: ze maakten 41 mensen af, toen ze het dorp eenmaal in handen hadden. Niet ver na deze historische plek – met monument – bij het gehucht Jamnik zien we aan onze rechterhand een wit kerkje op een uitstulping van de berg. Het doet me denken aan het kerkje van Den Hoorn op Texel, maar dan in een iets andere setting… Svetnik Primož, zoals dit kleine godshuis heet, is van een adembenemende schoonheid. Het weer, het licht, alles werkt mee om er ook nog eens een prachtige foto van te krijgen. Door al dat gefotografeer en het maken van aantekeningen begint de dag wat kort te worden. We besluiten gedeeltelijk langs de snelweg door te gaan, om nog bij daglicht over de Vršič te kunnen rijden; daar schijnt (eind mei) nog wat sneeuw op te liggen. De route die op [w] promotor.nl komt te staan, blijft echter langs fraaie wegen voeren. Vršič Direct na Kransjka Gora, dat er uit ziet als een plastic wintersportplaats, wordt het beter: de ruigte neemt het over. De weg over de Mojstrovka, zoals de berg heet, is aangelegd door tienduizend Russische dwangarbeiders, omdat de Oostenrijkers in WO I de aanvoerroute nodig hadden. Bij een lawine kwam een driehondertal van hen om, en hun kameraden bouwden daarom net boven haarspeldbocht 8 een prachtig kapelletje, waaromheen de slachtoffers begraven werden. Op de motor zou je er zo voorbijrijden, want je moet precies ter hoogte van de ingang even naar opzij kijken, terwijl je daar ook net die bocht in of uit gaat… Kijk je niet, dan zie je de kapel niet. De weg die deze Russen aanlegden, is in de bochten voorzien van kinderkopjes. Heel duurzaam, maar ook glad als ze nat zijn, en er wil er nog wel eens eentje losraken. Dat legt een fikse rem op het plezier, maar het is hier ook veel te mooi om hard te rijden. In de winter strooien ze ook nog eens zout met grint, en als de sneeuw weg is, blijft die steenslag dus liggen. De weg ten zuidwesten van de pas is van asfalt, maar ook niet optimaal. Kortom, oppassen is geboden. Maar nogmaals, de omgeving maakt alles goed. Op weg naar beneden kom je nog langs de bron van de rivier de Soča. Dat wil zeggen, je moet dan nog een wandelingetje maken, maar het staat duidelijk aangegeven, ergens bij de laatste vijf haarspeldbochten. Het moet daar mooi zijn. Rondje Oostenrijk Eén dag is Eelco zelfs niet met ijs uit zijn kajak te lokken, dus verken ik het rondje Oostenrijk solo. Ik mag weer over de inmiddels sneeuwvrije Vršič, maar bij Kransjka Gora gaat het de andere kant op, naar een merkwaardig klein pasje: de Würzenpas. Die neem je als je naar Villach wilt, en daar was het ook dat die douanier mijn haar wilde, lang geleden. Je rijdt vanaf Kransjka naar boven, en net als je begint te swingen, ben je al bij de grens, en dat is de pas. Daarna krijg je twee min of meer rechte afdalingen van 18 procent, en dan ben je in het dal bij Villach. Ongetwijfeld een hel voor caravanners, zo’n afdaling, maar op de motor… Je moet alleen oppassen dat je niet te hard beneden aankomt, want remmen op 18% gaat niet van harte. Het is zo’n grijze dag, waar je zelf ook een beetje grijs van wordt. Ik heb zonder echt na te denken de provinciale weg naar het westen genomen, maar in de route die op internet komt, heeft OnRoute een beter alternatief uitgewerkt, waarbij je de flank van het grensgebergte met Slovenië verkent. Het wordt pas weer leuk, als ik linksaf ga, op weg naar de Nassfeldpas, maar niet dan nadat ik in de Tröpolacher Hof in Tröpolach een geweldige lunch van vleeswaren en lekkere broodjes heb weggesmikkeld. Ik zit als enige gast in zo’n grote eikenhouten eetzaal, de serveersters zijn duchtig aan het bijroddelen, en ik vorm maar bijzaak. Daarna naar boven, en de fun begint de overhand te krijgen. De haarspeldbochten zijn zo gelegd dat we daar met de hele redactie naast elkaar op snelheid doorheen zouden kunnen, en dan blijft er voldoende plaats voor tegenliggers. Bovenop de pas ligt nog wat vieze sneeuw en er staan wat van die massatoeristisch rustieke hotels. De grauwheid lijkt het toch te gaan winnen, maar daar is de Italiaanse grens, en die maakt me altijd blij. Achter de slagboom liggen de kleine weggetjes, veel te klein voor de rest van de redactie met tegenliggers, maar ik heb tenminste weer het gevoel dat ik aan het bergrijden ben. Prachtig! Politiebaas Tussen de Passa Pramollo, zoals de pas Italiaans zangerig heet, en de volgende pas (de inmiddels vertrouwde Predil) ligt een provinciale SS-weg (what’s in a name… maar het betekent slechts Strada Statale) en daar vliegt iets tegen mijn laars aan. Ik stop even om mijn motor te checken op afgevallen onderdelen, en naast me stopt Rober Sušanj, op zijn RT. Hij is het afgelopen uur de vaste bewoner van mijn spiegel geweest, en begrijpt waarom ik stop. Robert verzekert me dat het een steentje was dat tegen mijn laars vloog, en we rijden een stukje samen op: hij doet min of meer hetzelfde rondje. In Tarvisio stoppen we voor een espresso. Hij blijkt het hoofd van de verkeerspolitie in Slovenië te zijn, én een enthousiast motorrijder. Uit hoofde van zijn functie zit hij regelmatig in Driebergen, en hij kent zelfs de ANWB. Hij lijkt me wat jong voor zo’n hoge functie. ‘Toen we onafhankelijk werden, verdwenen er veel oude ‘politieke’ ambtenaren uit het openbare leven’, legt hij uit, ‘en daardoor konden veel jongere mensen snel op belangrijke posten terecht komen’. Robert toont zich erg tevreden met de ontwikkeling van zijn land: ‘Het gaat goed met ons, en we kunnen de ontwikkeling tot nog toe goed sturen. Het massatoerisme is tot nog toe aan ons voorbijgegaan, en er zijn nogal wat Slovenen die dat zo willen houden. We hebben vrijwel geen last van immigratie: maar 8 procent van de bevolking komt uit andere landen, en dat zijn voornamelijk Kroaten, Bosniërs en Serven. Andere mensen kennen ons land gewoon niet.’ Na wat nuttige routetips, en wat goede raad over snelheidsfuiken (die zijn er wel degelijk) nemen we afscheid: hij volgt de provinciale weg naar Kransjka Gora, ik pak de Predil. Je ontmoet de interessantste mensen als je alleen reist, dat is maar weer eens gebleken. Sella Nevea Eelco is er weer bij: we maken een rondje Italië. Dat betekent van de camping naar het zuidwesten, geen Vršič vandaag, en in Kobarid rechtsaf, de bergen in naar de Passo Tanamea, en vandaar door naar Tarcento. In Italië komen we eerst door een wat vlak wijngebied, niet echt motorland, maar het ijsje (…)en het broodje van Bar Gelo in het centrum van deze plaats, maken veel goed. Na deze stop komen we zelfs weer op een SS terecht, maar in dit deel van het land – Friulli – betekent dat veel fraaie uitzichten op brede rivierbeddingen vol grintbanken. Da’s even wat anders dan de Oude Rijn. En in Chiusaforte kunnen we de bergen weer in, om te zien waar al die rivieren hun water vandaan krijgen. De weg, toepasselijk Via Friulli geheten, voert van de ene ansichtkaart naar de andere, en komt door het dorpje Sella Nevea, dat er uit ziet als een verzameling sanatoria. Zal wel iets met het toerisme te maken hebben. Want als we bijna boven zijn, komen we langs een meer, met een… windsurfschool. En dat is toch wat onverwacht, zo in de bergen. De school blijkt bovendien nog een eigen kanon te hebben, maar of dat nou een leermiddel was, betwijfel ik. Dat meer ligt vlak bij de Predil, dus de rest kun je raden. Het blijft feest. Net motorrijden Ik zit weer in de kajak. We hebben die dingen een kilometer stroomopwaarts gedragen en ik voel me miserabel. Buiten adem laat ik me op het krukje zakken, en met het nodige gepiel krijg ik het schortje op zijn plek. Naast ons raast de Soča. Nou ja, razen… We volgen Eelco, die achterstevoren vaart. En ons vriendelijk toelacht. En wat blijkt? Het is leuk aan het worden! Dit is werk voor luiaards! De rivier verzorgt de voorstuwing! Aan het eind van die kilometer lukt het me om een brugpijler te missen, en met een fraaie bocht bij een strandje te landen. Eelco heeft niets te veel gezegd. Het lijkt wel motorrijden! [sgpx gpx="/wp-content/uploads/gpx/TRK-Slovenië_kajak.GPX"] [gallery columns="4" favethemes_gallery_title_input="Slovenië" ids="72416,72417,72418,72419,72420,72421,72422,72423,72424,72425,72426,72427,72428,72429,72430,72431,72432,72433,72434,72435,72436,72437"]

Doorgaan met lezen?

Om verder te lezen heb je een abonnement nodig. Heb je die al? Dan kun je hier inloggen.

Wil je graag toegang? Kies dan één van onze abonnementen, dat kan al vanaf €2,99 per maand.

MotorNL Digitaal €2,99 per maand

Maandelijks opzegbaar

Alle artikelen uit MOTO73, Promotor en Classic & Retro lees je iedere dag vers online via onze Premium artikelen of de (downloadbare) bladerbare PDF magazines.

Promotor €67,50 per jaar

Dus nog geen €5,60 per maand

10 Edities + alle opties van MotorNL Digitaal

Proeflezen? Klik hier

Het beste magazine voor toerrijders valt iedere maand weer bij je in de bus. Motortests, leuke routes om zelf te rijden, producten en meer. Inclusief digitale toegang op Motor.nl (Premium artikelen) en bladerbare (en downloadbare) PDF magazines.

MOTO73 €93,50 per jaar

Dus nog geen €7,80 per maand

22 Edities + alle opties van MotorNL Digitaal

Proeflezen? Klik hier

Iedere twee weken krijg je de laatste motortests, achtergrondverhalen, columns en sportnieuws direct op je deurmat. Maar daar houdt het niet op! Inclusief digitale toegang op Motor.nl (Premium artikelen) en bladerbare (en downloadbare) PDF magazines.

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

Rijdt al heel lang motor. Is niet zo geïnteresseerd in de motor zelf, maar wel in wat-ie kan. Sterke voorkeur voor allroads, maar hypernakeds zijn ook niet te versmaden. En natuurlijk classics vanwege de techniek én de aaibaarheid. Rijdt zo'n 40.000 km per jaar. Heeft drie motoren, waarvan één woon-werk. Bezit zelf geen auto.

Misschien vind je dit ook interessant?