Zelfs de meest versleten stadsrotonde kan niet tippen aan de pracht van de Ronde om de Mont Blanc.
Frankrijk telt ongeveer 20.000 rotondes, maar de bekendste is ongetwijfeld die bij de Parijse Arc de Triomphe op het Place Charles de Gaulle. Twaalf inritten zorgen ervoor dat het verkeer als uit brandweerslangen de rotonde instroomt en daar onstuitbaar in het rond cirkelt. Een plattelander uit Ruinen zou er dizzy van worden, terwijl je tegelijkertijd de juiste afrit moet nemen voordat de tank leeg is. En hoe spannend het ook mag zijn: altijd maar linksaf rijden wordt zelfs voor de grootste verkeersliefhebber op een gegeven moment saai. Een welkome afwisseling is de geniale ronde om de Mont Blanc. Het feit dat deze niet alleen door Frankrijk, maar ook door Italië en Zwitserland gaat, is een mooie bonus, want zo krijgen we er ook nog een paar aantrekkelijke Alpenpassen bij.
Broederlijke genen
Bij de Arc de Triomphe in Parijs heb je de keuze uit de Champs-Élysées, Avenue de la Grande Armée en nog tien andere straten. Maar naar de Tour du Mont Blanc ga je met een routeschema dat slechts half zo complex is. Het avontuur begint in Bourg-Saint-Maurice, waar de D 1090 afbuigt naar de Col du Petit Saint-Bernard. Van 744 naar 2.188 meter, en in plaats van auto’s met spiegels zijn de bochten die je rijdt helemaal in de gloria. Haarspeldbochten te over, met asfalt van topkwaliteit. Af en toe zijn er wat opbrekingen door vorstschade, maar die strijkt de in het Zwarte Woud geoptimaliseerde GS met gemak glad. Even gas terug in het skigebied La Rosière: Wintersport? Nee, wij gaan liever verder en laten nog eens 300 hoogtemeters onder de banden rollen tot de pashoogte bij de Kleine Sint Bernard. Daarboven, als een politieagent op een verkeersplein, waakt de Heilige Bernard van Menthon, beschermheilige van de Alpenbewoners en bergbeklimmers op een monoliet. Zo hoog, zo goed, maar naast christelijke bescherming kan soms ook chemische bescherming welkom zijn. Zonnebrandcrème factor 20 kan in ieder geval geen kwaad als we het ons gezellig maken op het terras van de ‘topbar’. Terwijl we melk roeren in de koffie, knijpen we ook een tube zonnebrand uit.
Van café au lait naar cappuccino, van belles virages naar bella tornantis, van Frankrijk naar Italië. De grens loopt over de Col du Petit Saint-Bernard, aan de noordzijde bekend als Colle del Piccolo San Bernardo. En die heeft een grote broer: de 2.469 meter hoge Colle del Gran San Bernardo. Of het aan de broederlijke genen ligt? Ook deze pas markeert een grens, die tussen Italië en Zwitserland. Tot we daar zijn, delen de twee cilinders van de BMW broederlijk het werk, of beter gezegd het plezier: krachtig brommend in de lagere versnelling naar beneden tot in Aosta, daar elegant links op de SS 27 en dan – flaps dicht, uitlaat open – over de klassieke topweg naar Gran San Bernardo. Ach, die Italianen. Ze bouwen niet alleen bella macchinas en romige serpentines, maar hebben ook oog voor vangrails, die ze bekleden met hout, alsof het het stuur van een Alfa Romeo Spider is. Welke gedachten spoken er door je hoofd als je naar de bergkam kijkt die sterk op een dromedaris lijkt. En welke viervoeter springt je te binnen in de souvenirswinkel bij Gran San Bernardo? Juist, de goedmoedige reddingshond met het vat schnaps om de hals voor het opwarmen van lawineslachtoffers. De Berner Sennenhond is genoemd naar de al eerdergenoemde Bernard van Menthon – overigens een Augustijn, geen Benedictijn – die hier in de elfde eeuw een herberg oprichtte die later de wieg werd van het ras Bernhardiner en die zich vandaag ook om tweevoetige schepsels bekommert die aan een tafel met een smetteloos witte tafelkleed hoogstens eens een glas rode wijn morsen.
Toertocht glaswegen in het Beierse Woud, Duitsland: GS. Voorzichtig! Breekbaar!
Joe-Bar-Café
Maar voor een uitgebreide maaltijd is het nog te vroeg, dus rijden we verder, samen met die in de Alpen alom aanwezige soort die van het ras boxer afkomstig is. Het is gewoon bizar: je wacht in een fotobocht op ‘jouw’ GS – en pas nadat de foto is genomen, merk je dat je een andere hebt gefotografeerd. Zelfs stijlvolle alubakken zijn geen uniek kenmerk meer. Dat geldt ook voor de bijna prehistorische wegafbakening die menig tijdgenoot verder naar het oosten zou verwachten. Deze ‘grenssteentjes’ hebben de schattige uitstraling van muizentandjes; behoorlijk pittoresk, maar eerder ongebruikelijk voor het veiligheidsbewuste Zwitserland, dat op de noordelijke helling van Gran San Bernardo begint. Maar wat maakt het uit? Bij Tom en Jerry loopt het ook altijd goed af.
Van de ene naar de volgende strip, naar het Joe-Bar-Café in Bourg-Saint-Pierre. Wat zou de groep rond Ed Vollegaas en Guido Brasletti tegen elkaar zeggen als hoorden hoe fluisterstil wij van Lac Champex naar Martigny rijden? Ee mooie weg die zich tegen de helling schraagt en in alle stilte met het bos knuffelt – wie zou dat idyllische plaatje willen verstoren? Motoren uit en als een rollend commando naar beneden, natuurlijk niet zonder weer de ideale lijnen te zoeken om de vaart door de bochten mee te nemen. Alleen in geval van nood is met de voeten peddelen en ritmisch headbangen toegestaan. Op de een of andere manier is het toch stripwaardig.
Martigny tippen we vandaag alleen aan; in plaats daarvan gaan we direct de eerste rotonde links omhoog naar de Forclaz. Met 1.526 meter is de pas niet bepaald indrukwekkend, maar voor de boxer goed genoeg om nog snel een avondlijke trompetsolo op de gebogen dansvloer te geven. Vooral omdat ze vanuit poleposition kan starten, omdat de weg tijdelijk is afgesloten voor de inzet van een helikopter die de wijngaarden in het dal besproeit. En dan is het tijd voor onze injectie en gaskleppen. Het is altijd weer mooi als er op een landschappelijk mooie plek en net op het juiste moment een gastvrij huis zoals het Hôtel du Col de la Forclaz opduikt. En even later wordt een dampende Pot au Feu geserveerd, mogelijk de verre verwant van Irish Stew.

Met rozen geplaveid
De 4.810 meter hoge Mont Blanc komt nu, na de Zwitsers-Franse grens bij Trient, steeds dichterbij. De top zelf doet dat natuurlijk niet, maar wij naderen dichterbij over zijn rotsachtige huid. Eerst hoppen we als konijntjes over de smalle en gehavende D 1506 naar Argentière, daarna strekken we onze nekken als zwanen: Welke van de majestueuze vierduizenders rond Chamonix mag zich de grootste eer toe-eigenen? De pieken dragen namelijk allemaal een witte kroon. Dat is nu eenmaal de prijs die vlakkelandbewoners betalen, die wel een flat twin van een parallel twin kunnen onderscheiden maar de toppen in de eeuwige sneeuw niet. Ter verdediging van onze eer moeten we wel opmerken dat al het prachtige ook omringd wordt door nevelflarden, waardoor zelfs het geoefende oog moeilijk de Mont Blanc kan identificeren. Gelukkig verhult de mist ook dat het landschap, ooit de bodem voor de winstgevende productie van Alpenmelk en kaas, is gezandstraald voor skipistes…
Een stevige picknick op de top ziet er vast anders uit dan wat wij na het intermezzo door de periferie van Chamonix en Saint-Gervais-les-Bains als proviand in een Intermarché bij Megève ophalen. Maar waar kunnen twee personen nu voor een slordige 10,04 euro overvloedig lunchen? Dagen geleden moesten we op de Izoard voor een stuk taart maar liefst vijfenzestig betalen. Genoeg met het letten op de kleintjes; de weg die we nog te gaan hebben is met rozen geplaveid. Op de Michelin-kaart springt meteen het groengele, kronkelige pad over de Cormet de Roselend in het oog. Maar rozen hebben af en toe ook water nodig en dat gebeurt precies vandaag. Vanwege het regenachtige zien we nauwelijks iets van de pas en van het maken van foto’s komt niets terecht. En zo sluit de cirkel zich na 501 kilometer weer in Bourg-Saint-Maurice, waar we gelijk starten voor een tweede ronde. Vanavond verstoppen we ons in Albergo Purtud aan de voet van de Mont Blanc, in het Italiaanse Val Veny. De hoogste berg van West -Europa wordt afhankelijk van het nationale perspectief aan Frankrijk en aan Italië toegewezen, waar ze de berg Monte Bianco noemen.
Visionaire blik
Een mooie bergtop kan zeker bekoren, maar waar doe je dat het best? Nou, vooral in de twee zijdalen Val Veny en Val Ferret. Ongestoord door doorgaand verkeer kun je je hier aan de zuidoostflank van het Mont-Blanc-massief vergapen. De bergen staan als soldaten rechtop, terwijl een grijs tapijt van smalle dalwegen zich onder hen uitrolt, perfect om in alle rust de toppenparade te bekijken. En dat lukt deze ochtend uitstekend. Ergens boven, ver weg, zal er een donderbui zijn geweest, want de lucht is kraakhelder en blauw, met ruisende beken die met elkaar wedijveren. Azzurro, zo zou het leven vaker mogen zijn. Zeker bij het uitzicht op de mond van de Mont-Blanc-tunnel, die Courmayeux met Chamonix verbindt en waar nog steeds de herinnering aan de hel van 1999 op rust. Liever een uurtje ‘ligstoelen’ in het Val Ferret op het gras voor chalet Mont Dolent? Met in de ene hand het in de zon smeltende ijsje en in de andere de cappuccino, die tijdens het dutten snel afkoelt. Scusa, scusa, doen we niet. In mijn hoofd draait een lijstje met plaatsen en bestemmingen die straks op ons wachten tijdens de tweede ronde, zoals pasheiligen of de smakelijke serpentinesnacks naar de Col du Joly en Col de Pierre Carrée. Daarmee willen de banden ook zeker kennis maken. Alles in detail beschrijven zou niet in dit artikel passen, maar zou een boek opleveren. Daarom rijden we rechtstreeks naar het hotel van waaruit we morgenvroeg een prachtig uitzicht hebben op de Mont Blanc.
Alsof ze rouge heeft aangebracht op haar flanken. De Grande Dame van Europa toont zich om 5:58 uur aan ons. We kijken onze ogen uit vanuit onze hotelkamer in hotel Les Lanchers in Les Praz de Chamonix. De top presenteert zich met een stralende, zij het ijzige glimlach. De eersten die dit grandioze schouwspel niet alleen vanuit een knusse hotelkamer, maar zich heldhaftig naar de top worstelden – niet zoals tegenwoordig makkelijk met de kabelbaan – waren Jacques Balmat en Michel-Gabriel Paccard op 7 augustus 1786. Het monument voor de eerste beklimmers van de Mont Blanc staat in de oude stad van Chamonix op het Place Balmat. Hoe visionair de blik van de in brons gegoten helden van de 18de eeuw ook is, het is onwaarschijnlijk dat ze zich konden voorstellen wat verkeersstrategen vandaag de dag allemaal bedenken aan rondes: voorrangs-, meerstrooks-, turbo-, ovale-, en zelfs hondenbotrotondes. Wie dat allemaal te veel wordt, verlangt ooit naar een trip naar de Europees-Aziatische grens in de Kaukasus voor een grote ronde om de 5.642 meter hoge Elbroes.
Tekst en foto’s: Klaus H. Daams
Reisinformatie
Voor de een is de Mont Blanc de hoogste berg van Europa, voor de ander, vanwege de in de Kaukasus ‘nipt voor Azië’ gelegen Elbrus, slechts de hoogste van de EU. Hoe dan ook, een ronde om de Witte Reus belooft eindeloos Alpenplezier.
Heenreis
Wie vanuit het noorden aanrijdt, kan het beste bij Martigny de ronde om de Mont Blanc beginnen. Dit gaat het snelst via de tolwegen van Zwitserland, bijvoorbeeld van Basel via Bern en Montreux. Bourg-Saint-Maurice, startpunt van de in de tekst beschreven route, is bereikbaar door Frankrijk via Annecy en Albertville.
Overnachting
Op weg naar de pas van de Gran San Bernardo ligt aan Italiaanse zijde het Hotel Italia, www.gransanbernardo.it; enkele honderden meters verder in Zwitserland bevindt zich, tegenover de Sichting Bernhardiner ‘Auberge de l’Hospice’, www.aubergehospice.ch. Ook op een pas, namelijk de Col de la Forclaz in het Zwitserse kanton Wallis, vind je het ‘Hôtel du Col de la Forclaz’, www.coldelaforclaz.ch. Je hebt de Mont Blanc bijna letterlijk voor je neus in en rond Chamonix, wintersportmekka en basisstation voor bergbeklimmers met de juiste uitrusting; centraal bij het Toeristenbureau ligt het ‘Hôtel Le Chamonix’, www.hotel-le-chamonix.com. Aan de Italiaanse zuidoostflank van het Mont-Blanc-massief biedt het rustige zijdal Val Ferret de ‘Albergo Lavachey’ aan, www.lavachey.com.
Algemene informatie
Download de route Mont Blanc



