Meer dan 77 jaar WK-wegrace heeft een schatkist aan verhalen opgeleverd. Heldendaden, drama’s en races waarin werkelijk álles misging wat mis kon gaan. Met inmiddels ruim duizend verreden Grands Prix is het dan ook onvermijdelijk dat sommige wedstrijden de geschiedenisboeken ingingen vanwege hun volstrekt onvoorspelbare verloop. In dit tweeluik duiken we in dertig 500cc- en MotoGP-races die zich niets aantrokken van draaiboeken, statistieken of gezond verstand. Compleet? Absoluut niet. Memorabel? Zonder twijfel.

2018 – Grand Prix van Argentinië
Een start voor de geschiedenisboeken
Deze Grand Prix leverde het bijzonderste beeld op de grid aller tijden op. Jack Miller (Ducati) op poleposition met naast en achter hem drie rijen niks, gevolgd door de rest van het MotoGP-veld. De Australiër had een dag eerder op een opdrogende baan op spectaculaire wijze zijn eerste poleposition behaald. Voor de race was hij ook de enige rijder die met slicks op de grid stond. Kort voordat de warm-upronde zou beginnen, werden alle overige motoren naar binnen geduwd, want ze kwamen erachter dat regenbanden niet meer het juiste rubber waren op de opdrogende baan. De start werd uitgesteld, maar om Miller toch het voordeel te geven van zijn juiste bandenkeuze mocht hij dus ruim voor de rest starten. De race werd net zo knotsgek als de startprocedure. Marc Márquez’ motor sloeg af vlak voor de start. Hij duwde hem weer aan en reed een rondje over de grid, maar kreeg daarvoor een drive-through penalty. Na het uitvoeren van zijn straf ging de Repsol Honda-rijder als een wilde stier door het veld, waarbij hij meerdere rijders raakte en aartsrivaal Valentino Rossi zelfs tot crashen bracht. Márquez kreeg daarvoor een tijdstraf van dertig seconden en viel ver terug. Vooraan won Cal Crutchlow verrassend de race.

1989 – Grand Prix van België
Een rommeltje
De 500cc-race begon op een droge baan, maar na vijf ronden begon het te regenen. De rijders namen het heft in eigen hand en legden de race stil, behalve Christian Sarron, die doorging en crashte. De regen zette niet door en bij de herstart was het droog, tot Pluvius na drie ronden opnieuw van zich deed spreken. Opnieuw legden de rijders de race stil. Michael Doohan had dit niet in de gaten en knalde achterop John Kocinski. Vervolgens ontstond er een enorme discussie, want was een derde start wel reglementair? De Rijkswacht kon de veiligheid niet garanderen als er niet werd gereden, omdat het publiek tijdens deze duurste Grand Prix van het jaar een race wilde zien. Er werd uiteindelijk gereden op een kletsnatte baan, waar Kevin Schwantz dacht zijn zege te verspelen door in de laatste ronde in leidende positie onderuit te gaan. Pas om 20.30 uur kwam er duidelijkheid: de derde manche was onreglementair en voor niets verreden. Voor de uitslag van de eerste twee manches werden halve WK-punten toegekend. Eddie Lawson (Honda) won voor Kevin Schwantz (Suzuki) en Wayne Rainey (Yamaha).

2004 – Grand Prix van Qatar
De klokkenluider van Losail
Tijdens de eerste MotoGP-race op het Losail International Circuit was er bij de startplekken buiten de ideale lijn weinig grip. Het team van Valentino Rossi en ook dat van Max Biaggi kwamen op het idee om daar hun voordeel mee te doen. Hun startplekken waren de avond voorafgaand aan de Grand Prix bewerkt met een scooter, in de hoop beter van de plek te kunnen komen. Sete Gibernau had het zien gebeuren en rapporteerde dit aan de wedstrijdleiding. Het gevolg: Rossi en Biaggi verhuisden naar de laatste startrij. De onderlinge verhoudingen, met name tussen Gibernau en Rossi, kwamen daardoor nog verder op scherp te staan. Gibernau was niet alleen de klokkenluider, maar profiteerde ook optimaal: hij won de eerste MotoGP-race in Qatar en naderde Rossi tot op veertien punten in het wereldkampioenschap, nadat die in zijn opmars onderuit was gegaan. Biaggi werd uiteindelijk nog zesde. Rossi nam vervolgens revanche door de daaropvolgende drie GP’s te winnen en zijn eerste MotoGP-wereldtitel met Yamaha te veroveren. Gibernau zou na deze race in Qatar nooit meer een Grand Prix winnen.
Icoon Alex Barros: de Braziliaanse grootmeester van de koningsklasse

1996 – Grand Prix van Spanje
Te vroeg gejuicht
De beelden zijn bij veel motorsportfans bekend. In de laatste ronde van de 500cc-race van 1996 in het Spaanse Jerez was het publiek al massaal over de hekken geklommen en stond het letterlijk naast de baan toen Alex Crivillé en Michael Doohan het ‘stadiongedeelte’ in kwamen racen. De reden: Crivillé stond op het punt om zijn Repsol Honda-kopman Doohan te verslaan en de eerste Spaanse winnaar van de Grand Prix van Spanje in de 500cc te worden. Het Spaanse publiek was uitzinnig en zorgde voor een levensgevaarlijk tafereel in de tweede helft van het circuit. Crivillé had praktisch de hele race aan de leiding gereden en Doohan kon amper in zijn achterwiel blijven. Ook in de laatste ronde had de Spanjaard een klein gaatje. Maar juist in de bochten, waar het publiek op de baan en in de grindbak stond, vond Doohan weer de aansluiting. Wat een historische zege had moeten worden, eindigde in een drama. In de laatste bocht deed Doohan een ultieme aanval op zijn teamgenoot en die slaagde. Crivillé probeerde bij het uitkomen van de bocht te counteren, ging te vroeg op het gas en crashte met een flinke highsider. Doohan won en het publiek kon zonder Spaanse zege weer achter de hekken kruipen.

1971 – Grand Prix van West-Duitsland
Iedereen op twee ronden!
Begin jaren ’70 hadden Giacomo Agostini en de MV Agusta-fabriek nauwelijks tegenstand in de 500cc-klasse. Dat kwam ook doordat de Italiaan in die jaren de enige fabrieksrijder van het hele veld was. Het zorgde ervoor dat Agostini regelmatig met een straatlengte voorsprong zijn races won. Wanneer zijn MV Agusta hem niet in de steek liet – wat in die tijd zelden gebeurde – stond de winnaar eigenlijk vooraf al vast. Sterker nog: soms reed hij de volledige concurrentie op een ronde achterstand. Tijdens de West-Duitse Grand Prix van 1971, verreden op het 6,7 kilometer lange circuit van Hockenheim, maakte Agostini het wel heel bont. De concurrentie finishte op minimaal twee ronden achterstand! Dat had alles te maken met het razendsnelle karakter van het circuit, waar de MV Agusta enorm veel meters kon uitlopen op de concurrentie. Bovendien moesten Agostini’s tegenstanders – rijdend op Japanse privémotoren – een pitstop maken om te tanken. Dit kwam doordat hun motoren te veel brandstof verbruikten om een race vol te houden. Terwijl Agostini de concurrentie declasseerde, werd de strijd om de tweede plaats uitgevochten tussen rijders met gelijkwaardig materiaal. Uiteindelijk wist Rob Bron als best of the rest uit de bus te komen. De Nederlander eindigde op zijn privé-Suzuki als tweede, vóór de Brit Ron Chandler, die uitkwam op een Kawasaki.

2020 – Grand Prix van Spanje
Van ontembaar naar een lijdensweg
Door de coronapandemie start het MotoGP-seizoen 2020 pas op 19 juli, zonder publiek en met mondkapjes in Jerez. Marc Márquez is de grote favoriet, aangezien hij al vier jaar op rij wereldkampioen was geworden. Fabio Quartararo en Maverick Viñales (beiden op Yamaha) gelden als zijn voornaamste uitdagers. Maar Márquez’ grootste vijand blijkt hijzelf. De Repsol Honda-coureur neemt al vroeg de leiding en lijkt weg te rijden, tot het bijna misgaat en hij via een hachelijk moment in de grindbak belandt. Als laatste moet hij aan een indrukwekkende inhaalrace beginnen. Ontembaar snijdt Márquez door het hele veld heen. Aan kop bouwt Quartararo een ruime voorsprong op en wint zijn eerste MotoGP-race. Daarachter knokt Márquez zich, na een fenomenale opmars, terug naar een podiumpositie. Met nog vier ronden te gaan zit hij in het achterwiel van nummer twee Viñales. Die lijkt hij ook te gaan verschalken, tot het in dezelfde bocht opnieuw misgaat. Maar dit keer gaat het flink fout. Márquez wordt van zijn motor geslingerd. De bovenarmblessure die hij daarbij oploopt, zou het begin zijn van een lijdensweg die hem in de drie daaropvolgende seizoenen parten zou blijven spelen.

1981 – Grand Prix van Groot-Brittannië
Heldendaad van een privérijder
Begin jaren ’80 waren de verschillen tussen fabrieks- en privérijders enorm groot. De enige kans voor een privérijder om te winnen, deed zich voor op een (deels) natte baan. Op een droge baan was het uitgesloten dat een privérijder met de overwinning aan de haal ging. Maar tijdens de Britse Grand Prix van 1981 op Silverstone presteerde Jack Middelburg het onmogelijke. Als Suzuki-privérijder won hij de race op een droge baan door fabrieksrijder en drievoudig wereldkampioen Kenny Roberts te verslaan. In de beginfase van de race waren al diverse fabrieksrijders gecrasht. Roberts (Yamaha), Randy Mamola (Suzuki) en Kork Ballington (Kawasaki) voerden het veld aan, terwijl Middelburg daarachter krampachtig aansluiting probeerde te houden. Telkens leek het erop dat Jumping Jack vanwege een gebrek aan topsnelheid moest lossen, totdat het gevecht vooraan weer losbarstte en hij opnieuw kon aanhaken. In de slotfase vielen Ballington en Mamola terug met technische problemen. Roberts leek op weg naar een zekere overwinning en had het nooit voor mogelijk gehouden dat Middelburg hem bij het ingaan van de laatste ronde zou passeren. De Nederlander hield de gedoodverfde favoriet achter zich en behaalde een geniale zege. Het was bovendien de laatste overwinning van een privérijder in de koningsklasse.

2003 – Grand Prix van Australië
Rossi tegen de klok
Valentino Rossi was in 2003 ongelooflijk dominant op zijn Repsol Honda. In alle zestien races stond hij op het podium, waaronder negen overwinningen. Hij kwam tien keer als eerste over de finish, maar op Donington Park kreeg hij na afloop van de race een tijdstraf van tien seconden vanwege inhalen onder een gele vlag. Daardoor viel de Italiaan terug naar de derde plaats. Tijdens de voorlaatste race van 2003 op Phillip Island gebeurde dat opnieuw. Rossi haalde Marco Melandri in terwijl er nog geel werd gezwaaid na een crash van Troy Bayliss. Rossi’s voordeel was dat hij de straf dit keer al tijdens de race kreeg, waardoor hij precies wist wat hem te doen stond: tien seconden wegrijden bij de concurrentie. Een getergde VR46 was altijd op zijn best, en dat bewees hij ook in deze situatie. Rossi reed de ene snelle ronde na de andere en liep vijftien seconden uit op nummer twee Loris Capirossi (Ducati). Daardoor won hij ondanks de tijdstraf van tien seconden alsnog de Grand Prix van Australië.

2021 – Grand Prix van Oostenrijk
De gok voor goud
De overwinning in deze MotoGP-race op de Red Bull Ring leek lange tijd te gaan tussen Francesco Bagnaia, Marc Márquez en Fabio Quartararo. Tot het, zo’n vijf ronden voor het einde, begint te druppelen en vervolgens te regenen. Jorge Martin, Joan Mir en Brad Binder haken al snel aan, waardoor er een kopgroep van zes rijders ontstaat. Met nog slechts drie ronden te gaan wordt de regen heviger. De topvijf besluit de pits in te duiken om te wisselen naar hun tweede machine, uitgerust met regenbanden. Maar Binder waagt de gok: hij blijft buiten op slicks. Al glijdend weet hij zijn KTM overeind te houden. Zijn lef wordt beloond, want hij blijft de rijders die naar regenbanden zijn gewisseld ruimschoots voor en wint de Grand Prix van Oostenrijk.

1992 – Grand Prix van Hongarije
Het laatste kunststuk van Lawson
Viervoudig 500cc-wereldkampioen Eddie Lawson was bezig aan zijn laatste seizoen. Hij reed voor Cagiva, het Italiaanse merk dat al jaren op zoek was naar succes in de koningsklasse. In 1992 kwamen ze steeds dichter bij een zege, maar winnen was nog niet gelukt. Bijzondere omstandigheden hielpen Lawson aan zijn laatste overwinning en bezorgden Cagiva de allereerste GP-zege. De race op de Hungaroring werd vanwege regen al vroeg stilgelegd. Bij de herstart vertrokken de meeste rijders op regenbanden, maar Lawson koos voor intermediates. In de openingsfase zakte de Amerikaan als een baksteen terug. Maar toen het droger werd en de baan begon op te drogen, keerde het tij. Eén voor één passeerde Lawson zijn concurrenten, terwijl sommige rijders zelfs de pits indoken om te wisselen naar slicks. In de slotfase ging hij ook voorbij aan leider Doug Chandler en behaalde zo zijn 31e overwinning in de 500cc-klasse. Het laatste kunststukje van Lawson was misschien wel zijn mooiste.

2011 – Grand Prix van Valencia
Stoners slotakkoord
De laatste Grand Prix van 2011 had een zeer trieste lading. Het was de eerste keer dat de MotoGP weer in actie kwam na het tragische overlijden van Marco Simoncelli in Maleisië. Het verloop van de race was ook bijzonder. Casey Stoner (Honda) was al wereldkampioen en lange tijd leek het erop dat hij ook deze laatste race van het seizoen zou winnen, tot het wat begon te regenen. Stoner had niet het vertrouwen, terwijl Ben Spies dat achter hem wel had. De Amerikaanse Yamaha-coureur kwam dichterbij en nam de leiding over toen Stoner drie ronden voor het einde een fout maakte. Spies leek zijn tweede zege van het jaar te gaan behalen, want in de slotronde had hij een seconde voorsprong. Maar Stoner liet in de laatste sectoren zijn genialiteit zien. Hij reed naar Spies toe en kwam beter uit de laatste bocht. Vanuit de slipstream pakte Stoner alsnog de zege met een verschil van 0,015 seconde.

2002 – Grand Prix van Duitsland
Viertakt versus tweetakt
2002 was een bijzonder jaar waarin de nieuwe MotoGP-viertakten samen met de 500cc-tweetaktmotoren op de baan verschenen. De Repsol Honda RC211V-viertakten waren dominant: Valentino Rossi (7x) en Tohru Ukawa (1x) hadden de eerste acht races gewonnen. Tijdens de negende race op de krappe Sachsenring konden de 500cc-tweetakten, met hun hogere bochtensnelheid, zich ineens meten met de viertakten, die over meer koppel en topsnelheid beschikten. Op de eerste startrij stonden zelfs drie 500cc-motoren. In de slotfase van de race reden Oliver Jacque (Yamaha) en Alex Barros (Honda) met hun 500cc-machines zelfs weg bij de MotoGP-motoren van Rossi (Honda) en Max Biaggi (Yamaha). Maar met nog drie ronden te gaan schoof Barros onderuit en nam Jacque mee in zijn valpartij. Zo werd het alsnog een viertaktfeestje, met winnaar Rossi voor Biaggi en Ukawa.

2016 – Grand Prix van Nederland
Van twijfelgeval naar TT-winnaar
Jack Miller zorgde eind 2014 voor een stunt door rechtstreeks vanuit de Moto3 over te stappen naar de MotoGP. Lange tijd leek die stap te groot, want in zijn eerste anderhalf jaar kwam de Australiër met zijn satelliet-Honda er nauwelijks aan te pas. De TT van Assen in 2016 veranderde veel en vormde misschien wel de basis voor het feit dat Miller nog altijd actief is in de MotoGP. Vanwege een enorme regenbui werd de race stilgelegd en later hervat over twaalf ronden, op een kletsnatte baan. Het werd een ware slijtageslag. Andrea Dovizioso en Valentino Rossi gingen onderuit terwijl ze aan de leiding reden. Ook regenrijders als Cal Crutchlow en Danilo Petrucci vielen uit. Marc Márquez nam de leiding over, met daarachter Miller, die verrassend sterk naar voren was gekomen. De Australiër voelde zich als een vis in het water en had niets te verliezen. Hij ging voorbij aan Márquez, die juist gefocust was op het maximaliseren van zijn punten in de strijd om de wereldtitel. Miller hield het hoofd koel terwijl de baan in rap tempo opdroogde en won vanuit het niets zijn eerste MotoGP-race. Zijn beste resultaat tot dat moment was een tiende plaats. Die overwinning betekende een ommekeer in zijn MotoGP-carrière, want vanaf dat moment werden zijn resultaten geleidelijk beter.

1981 – Grand Prix van Nederland
Een start vol chaos
De start van de 500cc-race tijdens deze TT van Assen was één grote chaos. Het leek een volledige regenrace te worden, maar doordat het afscheid van Wil Hartog uitliep, begon de wedstrijd later dan gepland. Daardoor ontstonden er twijfels of regenbanden nog wel de juiste keuze waren. Regerend wereldkampioen Kenny Roberts liet op het laatste moment nog intermediates monteren, maar merkte in de opwarmronde dat er iets niet in orde was: een remblok was verkeerd gemonteerd. Polesitter Roberts zat voorovergebogen naar zijn Yamaha te kijken, terwijl merkgenoot Boet van Dulmen te hulp wilde schieten. In een poging om de start uit te stellen, duwde hij zijn machine vanaf de tweede rij naar voren. Maar de wedstrijdleiding had daar maling aan, want terwijl Van Dulmen schuin voor de grid stond, ging de race alsnog van start. Roberts was uitgeschakeld, net als zijn Yamaha-teamgenoot Barry Sheene, die zijn motor niet aan de praat kreeg. Van Dulmen liep veel achterstand op, maar reed binnen twee ronden naar de leiding. Uiteindelijk was het niet genoeg voor de overwinning. Zijn regenbanden bleken op de opdrogende baan niet opgewassen tegen de intermediates van Marco Lucchinelli (Suzuki), die de race in Assen won.

1998 – Grand Prix van Catalonië
Doorrijden tegen beter weten in
Max Biaggi maakte in 1998 een stormachtig debuut in de 500cc. Hij won zelfs de eerste race in Japan. Bij aanvang van de Grand Prix van Catalonië – met nog drie races te gaan – stond Biaggi zelfs aan de leiding in het WK, met vier punten voorsprong op Michael Doohan, die streed voor zijn vijfde wereldtitel op rij. En de Italiaan had zeven punten meer dan Alex Crivillé. De spanning stond er vol op, wat bleek uit het feit dat Biaggi en ook Alex Barros een valse start maakten. Mogelijk verklaarde dat ook waarom polesitter Crivillé slecht van zijn plek kwam en betrokken raakte bij een crash in de eerste bocht. Biaggi en Barros kregen tijdens de race een stop-and-go penalty. Barros voerde zijn straf keurig uit in de pits en zou nog als zevende finishen, maar Biaggi reed aan kop gewoon door, ondanks herhaaldelijke aanwijzingen van de wedstrijdleiding en zijn team. Dat leidde ertoe dat Mad Max na verloop van tijd de zwarte vlag kreeg. Maar ook dit signaal om de race te staken negeerde de Italiaan. Biaggi reed door en kwam als eerste over de finish, maar werd vanwege zijn diskwalificatie niet in de uitslag opgenomen. Met zijn keuze om niet binnen te komen, verspeelde hij zijn kansen op de wereldtitel. Doohan had vanuit de pits de situatie meegekregen en was slim genoeg om te beseffen dat een tweede plaats op de baan voldoende was om te profiteren. Zo kwam zijn vijfde wereldtitel ineens binnen handbereik.
Foto’s: Henk Keulemans, MotoGP, ANP


