Een zware hersenschudding gooide het raceplan van Glenn van Straalen volledig overhoop. De coureur uit Hoogkarspel moest het racen tijdelijk stilleggen, omdat zijn hoofdpijn en concentratieproblemen maar bleven aanhouden. Toen Van Straalen weer een WK-zitje wilde bemachtigen, merkte hij hoe snel je in de harde racewereld vergeten kunt zijn. En dat terwijl hij een jaar eerder nog won in Assen en als achtste eindigde in de eindstand van het WK Supersport. Nu doet Van Straalen een stapje terug om zijn snelheid én plezier terug te vinden.
Op de vrachtwagen met Glenn van Straalen: ‘Dit wordt een cruciaal jaar in mijn carrière’
Afgelopen winter ging Motor.NL mee met Glenn van Straalen op de vrachtwagen van het familiebedrijf. Transportbedrijf Van Straalen bestond in 2024 precies honderd jaar en rijdt met zo’n dertig vrachtwagens, voornamelijk met bloemen en levensmiddelen, door binnen- en buitenland. Onderweg vertelde de coureur uit Hoogkarspel dat hij in de toekomst samen met zijn broer het bedrijf van hun vader wil overnemen. Maar op dat moment draaide alles nog om het najagen van zijn grote droom: professioneel coureur worden – het liefst in de World Superbike. Daarvoor stelde Glenn een aantal jaar geleden een meerjarenplan op. Nadat de 25-jarige coureur eind 2024 niet verder kon bij Ten Kate, vond hij onderdak bij het Italiaanse Ducati-team D34G Racing van voormalig toprijder Davide Giugliano. Nog één keer wilde Glenn het enorme budget bij elkaar rapen – wat in de World Supersport al snel richting de 200.000 euro gaat. Na een winter keihard trainen en alles opzijzetten voor de sport, werd al dat werk tenietgedaan door een zware crash – buiten zijn schuld om – nog vóór het seizoen überhaupt begonnen was. Het bleek het einde van zijn meerjarenplan. Afgelopen maand zochten we Glenn opnieuw op. Deze keer niet op de vrachtwagen, maar kregen we een kijkje op het kantoor van het transportbedrijf, waar Glenn een ‘rol als vliegende kiep’ vervult. ‘Ik help mee met de planning op kantoor en doe korte ritjes in de buurt,’ vertelde hij tijdens de rondleiding door het bedrijf. Tussendoor spraken we over de blessure – die hij aanvankelijk flink onderschat heeft – en hoe snel je vergeten kunt worden in de topsport. Want Glenn was in 2024 nog gewoon winnaar en toprijder in de World Supersport. En dat kan razendsnel veranderen.

Even terug naar februari op Phillip Island. Wat gebeurde er precies?
‘Het was de eerste testdag (maandag), voorafgaand aan het raceweekend van het World Supersport-seizoen. We hadden veel rijtijd tijdens de testdagen, dus we wilden het gevoel rustig opbouwen. Je hoeft er immers pas in het raceweekend echt te staan. Zeker op Phillip Island, waar je met andere banden rijdt en waar vaak veel blessures voorkomen. In de tweede sessie lag er een oliespoor, waardoor twee rijders al ten val waren gekomen. Ik vind dat toen eigenlijk al de rode vlag gezwaaid had moeten worden. Ruim een minuut later kwam ik op exact die plek ook ten val, over datzelfde oliespoor. Er lag zelfs nog een motor langs de baan. Ik knalde daar met mijn hoofd vol tegenaan. Het was een enorme klap en ik was meteen out. Het gebeurde in het begin van de middag, maar ik weet pas weer iets vanaf negen uur ’s avonds. Ik had een zware hersenschudding opgelopen. Ik ben tussendoor wel bij geweest en gaf in het medisch centrum bij mijn manager – die daar bij me was – aan dat ik weer wilde rijden. Maar dat sloeg natuurlijk nergens op, want ik kon hem en de arts niet eens vertellen welke dag het was, of wat mijn geboortedatum is.’
Je bent al jaren bezig met een plan om professioneel coureur te worden – het liefst in de World Superbike. Je zag 2025 toch wel een beetje als je laatste kans en hebt er nog één keer alles aan gedaan: keihard trainen en dat enorme budget bij elkaar krijgen. En dan gebeurt er zoiets, waardoor de droom al wegvalt nog vóór het seizoen begonnen is. Hoe voelde dat voor jou?
‘Op dat moment voelde dat niet zo, want toen ik in Australië in het ziekenhuis lag, was ik alleen maar bezig met zo snel mogelijk weer op de motor stappen – het liefst bij de volgende race in Portimão. Ik heb daar zes dagen lang zo’n zestien uur per dag geslapen en kon zondagavond met een vlucht naar huis. Dat was heel zwaar, want in het laatste deel van de vlucht dacht ik echt dat mijn hoofd uit elkaar zou knallen. Ik dacht toen nog: zo’n hersenschudding is beter dan iets gebroken hebben. Achteraf is het altijd makkelijk praten, maar ik heb deze blessure flink onderschat.’
Hoe ging het verder?
‘Toen ik weer thuis was, bleef ik wel hoofdpijn houden, maar ik dacht: dat gaat wel weer over. Een maandje later in Portimão zat ik alweer op de motor. Dat was behoorlijk zwaar voor mijn hoofd, maar bij de volgende race in Assen zat ik weer in de WK-punten. Ik haalde mijn niveau nog niet, maar dacht dat we op de goede weg waren. Achteraf bleek dat vooral te komen door mijn voorsprong op mijn thuiscircuit, want in Cremona en Most reed ik weer verder van achteren het veld. Het was zwaar en frustrerend om daar zo rond te rijden en de hoofdpijn bleef.’
Had je ook hoofdpijn buiten het racen om?
‘Tussen de races door was ik hier op kantoor aan het werk, maar daar hadden ze ook niet zo heel veel aan mij. Soms liep ik het kantoor uit en was ik meteen weer vergeten wat ik eigenlijk wilde gaan doen. Ik had ook moeite met taal en rekenen. Wanneer ik bijvoorbeeld 94 moest opschrijven, schreef ik 49 – dat soort dingen. Maar goed, ik dacht alleen maar aan racen.’
Wanneer kreeg je door dat het niet langer zo door kon gaan?
‘In Cremona (begin mei) had ik veel last van het zonlicht. Toen begon ik al te twijfelen. Twee weken later waren we in Most en toen begon ik echt te denken: wat ben ik aan het doen? Ik reed daar rond op een dertigste plek, terwijl ik normaal in de top tien rijd. Er klopte iets niet, en ook in het dagelijks leven maakte ik fouten. Het team heeft van alles geprobeerd met de motor, maar het werd maar niet beter. Op zondagavond na Most hebben we met het team om de tafel gezeten en besloten dat ik een aantal races rust zou nemen, met het plan om na de zomerstop terug te keren.’
Maar je kwam helemaal niet terug en besloot bij het team te stoppen. Waarom?
‘Ik bleef last houden van hoofdpijn, waardoor ik niet zeker wist of ik na de zomerstop überhaupt weer zou kunnen racen. Daarom was het – ook qua budget – beter om het contract te laten ontbinden. Teammanager Davide Giugliano had daar ook wel begrip voor, omdat hij zelf ook oud-coureur is geweest. Er waren op dat moment veel wisselingen bij World Supersport-teams, dus ik had er wel vertrouwen in dat ik ergens weer aan de bak zou kunnen komen, mocht ik weer fit zijn. Dat risico wilde ik wel nemen. Maar financieel ga je met zo’n blessure en beslissing natuurlijk altijd achteruit.’
Je gaf al eens aan dat een seizoen in de World Supersport al snel zo’n 200.000 euro kost. Kun je ons meenemen in de financiële gevolgen van zo’n beslissing?
‘Ik heb vier van de twaalf raceweekenden gereden – dat is een derde – maar ik heb 65% van het budget betaald. Dat is vrij gebruikelijk in de motorsport, maar het kost je natuurlijk wel geld. Want de sponsorbijdragen die je krijgt uit de motorsport staan in verhouding hiermee. Gelukkig heeft mijn manager de afhandeling met het team op zich genomen, maar het is natuurlijk allesbehalve fijn om ook dat soort zaken en zorgen aan je hoofd te hebben – zeker als je al letterlijk met hoofdpijn rondloopt.’

Je hebt ook veel sponsoren uit de regio. Hoe ga je daarmee om?
‘Je neemt ze uiteraard mee in je keuzes en houdt ze af en toe op de hoogte. In deze winterperiode ga ik ze allemaal weer langs en probeer ik samen met hen een plan te maken waarin we 2025 combineren met 2026 – zodat we als het ware twee seizoenen kunnen samenvoegen. De ene sponsor is daar heel schappelijk in, de andere wat minder. Iedereen staat er anders in, maar daar heb ik alle begrip voor.’
Wat ben je vanaf eind mei gaan doen om de hoofdpijn te verminderen?
‘Ik ben na Most gestart met lichttherapie. Dat zijn testjes waarbij je ogen worden blootgesteld aan verschillende lichtprikkels. Daaruit bleek dat ik kleuren niet goed waarneem. Ik moest in een soort koker naar een lamp kijken, en binnen een minuut voelde het alsof mijn hoofd uit elkaar spatte. Die prikkels waren gewoon veel te heftig. Ik ben er acht weken mee aan de slag geweest, maar boekte geen vooruitgang. Ik zag alles veel te laat, en als prikkels te laat binnenkomen, moeten je hersenen alles razendsnel verwerken. Dáár komt die hoofdpijn vandaan.’
Als je dat vertaalt naar het racen: wanneer alles te laat binnenkomt, is het toch niet zo gek dat je niet maximaal kon presteren terwijl je met 250 km/u over het circuit scheurt?
‘Ik had achteraf mijn blessure serieuzer moeten nemen en meteen langer rust moeten houden. Vanuit de lichttherapie kreeg ik het advies om op zoek te gaan naar waar de vertraging in de signalen vandaan kwam. Uiteindelijk bleek het probleem in mijn nek te zitten. Daar ben ik mee aan de slag gegaan met verschillende specialisten, onder andere via dry needling. Na een paar behandelingen begon dat wat te helpen – dat gaf wel wat opluchting. Ik ben nu nagenoeg weer de oude. Ik kan mijn nek inmiddels zelf losmaken als dat nodig is en af en toe neem ik nog een behandeling. Eerder dit jaar droeg ik een zonnebril, omdat zonlicht veel te scherp voor me was. Kreeg ik dan hoofdpijn, dan werd ik kotsmisselijk en moest ik naar bed. Maar dat is nu gelukkig voorbij.’
Exclusief interview Zonta van den Goorbergh: ‘Er zit veel nieuwe motivatie in het team’
Ben je door deze blessure ook anders naar het racen gaan kijken?
‘Het was gelukkig de eerste keer dat ik een echte blessure had. Ik vind het spelletje nog steeds ontzettend leuk, en daarom blijf ik ook racen. Ik heb het gevoel dat ik nog altijd snel kan zijn en andere rijders kan verslaan. Samen met mijn vriendin heb ik een huis gekocht en ik doe steeds meer in het familiebedrijf, dus er zijn ook andere dingen in mijn leven. Misschien besef ik dat nu wat meer dan vroeger. Ik heb jarenlang geknokt om professioneel coureur te worden en de overstap naar de World Superbike te maken. Dat is niet gelukt en dat moet ik accepteren. Maar ik ben nog lang niet klaar met racen.’
Je droom is als het ware in duigen gevallen. Was dat accepteren zo makkelijk?
‘Natuurlijk was er deze zomer wel teleurstelling, maar het helpt dat ik rondom huis en op de zaak altijd wel iets te doen heb. Dat zorgt voor afleiding. En eerlijk: het was ook zeker niet altijd leuk in het WK. Hoe hoger je komt, hoe beroerder het soms gaat. Beloftes worden niet nagekomen, er worden spelletjes gespeeld. Zo heb ik het in elk geval ervaren. Dat is trouwens niet alleen in de motorsport zo – dat hoor ik ook van mijn nicht Irene Schouten, in het schaatsen. Het zijn veel harde leermomenten geweest.’
Heb je nog geprobeerd om terug te komen in het WK in 2026?
‘Ik ben tijdens de laatste World Supersport-ronde in Jerez geweest om bij teams te kijken wat de mogelijkheden waren. Maar ik wil niet meer die gigantische budgetten betalen om in het WK te racen, want dat wordt alleen maar meer. Ik ging kijken of ik nog ergens kon instappen bij een team dat in míj gelooft en niet alleen in het budget. Dat is niet gelukt. Dan weet je: ik heb daar blijkbaar niets meer te zoeken. Zo simpel is het. Je bent zo goed als je laatste wedstrijd, en die van mij was – door mijn blessure – niet goed. Dat maakt het lastig om een plek te vinden, want niemand had mij sinds mei nog in actie gezien. Ik had gedacht dat ik wel ergens terecht zou komen, maar ik heb onderschat hoe snel je vergeten wordt.’
Nu ga je racen in het Italiaanse CIV Supersport-kampioenschap. Hoe ben je daar terechtgekomen?
‘Ik wilde bijvoorbeeld ook wel in het IDM racen, want daar wordt ook hard gereden. Maar het was lastig om een plek te vinden bij een professioneel team – die zijn daar gewoon schaars. Ik wil wel bij een team racen dat alles technisch goed voor elkaar heeft, want daarvoor is mijn eigenwaarde te groot. Vanuit Italië kreeg ik een mooie aanbieding van Black Flag Motorsport, een team dat ondersteund wordt door Kawasaki Italië. Vorig jaar zijn ze met Xavier Artigas tweede geworden in de eindstand. In Italië is het kampioenschap ook sterk bezet. Naast de zes raceweekenden willen we ook een aantal wildcards meepakken in het WK. Ik heb al getest met het team in Vallelunga. Het is een heel enthousiast en professioneel team, en ik heb er een goed gevoel aan overgehouden.’
Je bent nog steeds maar 25 jaar. Wil je nog wel terug naar het WK?
‘Ik doe nu een stap terug en wie weet wat er in de toekomst gebeurt. Eerst moet ik bewijzen, waar ik zelf in geloof, dat ik nog steeds snel ben. Ik wil weer winnen en vooral plezier hebben in het racen, zonder me constant druk te hoeven maken over het budget. En wat ik al zei: je bent snel vergeten. Dus ik moet komend seizoen zorgen dat ik weer gezien word. Daar zouden die WK-wildcards bij kunnen helpen. Als ik weer lekker in mijn vel zit, zou ik zeker openstaan voor een terugkeer in het WK. Maar mijn voorwaarden zijn wel heel anders dan een paar jaar geleden. Ik stap niet meer zomaar ergens in en zeker niet tegen enorme budgetten. Er zijn daarnaast ook andere opties. Misschien een overstap naar een Superbike-klasse of richting het WK Endurance. En het familiebedrijf wordt op termijn ook steeds belangrijker voor mij. Door de blessure is die balans het afgelopen jaar al verschoven. Het is nu al meer 50/50 geworden.’
Er zijn veel jonge rijders met een WK-droom. Heb je een tip voor hen?
‘Er is een gezegde: het leven bestaat uit meer teleurstellingen dan vreugde – en ik denk dat dat klopt. Talent alleen is niet genoeg; je moet ook alles eromheen goed geregeld hebben. Als je daar op tijd mee begint, kan het een sneeuwbaleffect hebben. Zo heb ik het in elk geval zelf ervaren. Je moet er vroeg mee beginnen en er altijd keihard aan blijven werken. Het is een kleine wereld, dus zorg dat je je relaties goed onderhoudt.’


