vrijdag 9 januari 2026

Noodkreet van crossers uit Noord-Holland

Als sporter wil je graag in je eigen omgeving je sport beoefenen. Voor een tennisser is dat over het algemeen geen probleem. Maar als je aan motorcross doet, heb je veelal geen crossterrein onder handbereik en zul je een stukje moeten rijden. Voor de crossers uit Noord-Holland is dat ‘stukje’ al gauw meer dan een uur.

Een tijdje geleden stuurde Rob Peetoom een mail naar de redactie met een hartenkreet: ‘Het wordt in Nederland steeds gekker met 18 miljoen inwoners, niemand kan meer iets hebben van elkaar. Dit is ook het probleem bij ons in Noord-Holland, al meer dan veertig jaar strijden we voor een crossbaan. We zijn de laatste jaren met een mooi stuk grond bezig om het daar te realiseren en het gaat de goede kant op, denken we. Het valt op dat het meestal de importbewoners zijn die bezwaar maken, wijzelf hebben er veel minder problemen mee. Dit probleem hoor je overal, zie de problemen de laatste jaren in Makkinga (Friesland). Dit is zelfs op de tv geweest.’ Reden voor ons om richting Winkel te rijden voor een gesprek met Rob Peetoom.

Interview Louis Vosters: van blauw via zwart naar rood

Anderhalf uur onderweg

Rob Peetoom (60) is een ondernemer die zijn hele leven al interesse heeft voor motoren en de cross. Die interesse kreeg hij mee van zijn vader, die als 80-plusser nog altijd motorrijder is (Honda NC700). Op zijn beurt heeft hij de liefde voor de cross overgebracht op zijn zoons. ‘Vroeger hadden we hier nog meerdere banen,’ steekt hij van wal. ‘We hadden Den Helder, Heemskerk en Amsterdam. De Niedorper Motorclub organiseerde jaarlijks iets van vijf of zes clubcrossjes. Nu hebben we in Noord-Holland alleen nog een permanente baan op Texel, in de buurt van het vliegveld.’ Hemelsbreed niet zo ver weg, maar uitsluitend per veerboot te bereiken. ‘Wij moeten altijd de Afsluitdijk of de dijk naar Lelystad nemen als we willen rijden in Makkinga, Heerde of Rutten. We zijn dan zo’n anderhalf uur onderweg voor we bij een crossbaan zijn. Ik ben zo gek dat ik de dijk oversteek, maar dat kan of wil niet iedereen. Ik doe het met een glimlach, want het is een prachtige sport.’

Dat hebben de crossers er graag voor over, maar dichter bij huis kunnen rijden is natuurlijk veel fijner. Over waarom dat nog steeds niet lukt, praat ook Gert Meereboer uit Schoorl mee. Hij en Rob zijn de gedreven mensen achter de plannen om te komen tot een permanente crossaccommodatie in Noord-Holland. Peetoom laat me een dikke map zien waarin allerlei krantenartikelen zitten, waaruit blijkt dat het probleem al heel lang speelt. Ook zitten er plannen bij die in het verleden zijn ontwikkeld, maar nooit tot uitvoering zijn gekomen. ‘Kijk,’ zegt Rob, ‘hier heb ik een tekening van een gebouw dat op het crossterrein zou moeten komen, een tekening uit 1977.’

Permanente oplossing

Inmiddels hebben ze al wel een terrein. De overheid stelde een Bibob-onderzoek in (Bibob staat voor Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), om er zeker van te zijn dat er geen crimineel geld mee was gemoeid. Het terrein is er, maar de benodigde vergunningen laten op zich wachten. Soms leek er schot in de plannen te komen, maar dan blijkt een volgende gemeenteraad andere opvattingen te hebben. Of de wetgeving verandert, waardoor er weer van voren af aan moet worden begonnen. ‘We zitten nu in een overgangsfase, want er komt een nieuwe Omgevingswet. We hebben te maken met een wethouder die niet wil meewerken, want zijn politieke achterban wil het niet. De raad is in meerderheid wel voor. Er gingen twee ambtenaren weg die bij het project waren betrokken. Daarna werden mensen ingehuurd en kwam er een koude overdracht. Wij willen nog steeds een permanente oplossing. Niet zoals in het verleden, dat we een enkele keer ergens mochten rijden en dan weer weg moesten, want er was geen bestemming of vergunning. Een toenmalige wethouder vond het zo erg dat we moesten sluiten. Hij is zelfs in de federatie van vier clubs gaan zitten. Toen zijn we uiteindelijk in Den Helder beland.’ Maar dat was tijdelijk, want door de oprukkende nieuwbouw verdween die baan (waar afgelopen jaar zes keer kon worden gereden), zodat er momenteel nergens meer in Noord-Holland kan worden gereden, op Texel na dan. In Den Helder hadden ze de zaakjes goed voor elkaar. Peetoom: ‘We hebben daar in 2011 van de KNMV de Milieuprijs gekregen. We hebben dus aangetoond dat we het als club aankunnen.’

Stichting

Om alle vergunningen in orde te krijgen, is de club in eerste instantie afhankelijk van de gemeente, maar de provincie kan ook een rol spelen. Als er minder dan acht uur per week wordt gereden, is het uitsluitend een zaak van de gemeente; zijn het meer uren, dan wordt ook de provincie erbij betrokken.

Peetoom en Meereboer willen een baan die meer dan een trainingsbaan zal zijn; het organiseren van wedstrijden ligt ook in de bedoeling. ‘We willen graag toe naar een viertal grotere wedstrijden, bijvoorbeeld een DMX of een NK. En wie weet in de toekomst ooit een EK, zoals Delfzijl dat nu doet.’

Zodra de vergunningen allemaal rond zijn, kan er worden begonnen met het aanleggen van een crossbaan. Daarvoor is zwaar materiaal nodig, maar dat is vlakbij aanwezig in de vorm van Loonbedrijf Jimmink. ‘Binnen een maand kunnen we een volledige baan aanleggen, met een geluidswal eromheen,’ zegt Peetoom.

Om te overleggen met de overheid is een stichting opgericht. Peetoom: ‘We hadden eerst een federatie van vier clubs, maar dat was een tandeloze tijger. Als er een beslissing moest worden genomen, moest er iemand terug naar de club. Dan moest er een clubvergadering worden gehouden. Daar hebben we afscheid van genomen en gekozen voor een stichting.’ Er kan dus slagvaardig worden gehandeld.

Elektrische motoren

Zolang er geen permanent circuit is, zijn de crossers in Noord-Holland aangewezen op een incidenteel terrein, in de herfst als de gewassen van het land zijn. ‘We moeten elk jaar ergens anders gaan zitten. Dan wordt er een brief naar de buren gestuurd en moeten wij een geluidsberekening maken. En dan hebben ze misschien wel wat overlast. Dit hebben we jarenlang gedaan. Een nadeel is wel dat je aan het eind van het jaar altijd in de blubber zit.’ De rest van het jaar moet er nog steeds worden uitgeweken naar een locatie buiten de eigen provincie. ‘We gaan al heel lang een week naar Delfzijl. We hebben een heel goede band met de club daar. We doen een trainingsweek, gevolgd door twee wedstrijden in het weekend.’

Geluid is altijd een probleem bij het afgeven van een vergunning voor de realisatie van een crosscircuit. Dat zou in de toekomst weleens minder een rol kunnen gaan spelen door de komst van elektrische crossmotoren. Peetoom: ‘Wij zijn nog van de oude stempel. Wij houden van de verbrandingsmotor omdat er benzine en olie in gaat. Maar de jeugd gaat straks misschien wel beginnen met elektrische motoren, die is dan wellicht niets anders gewend. Dat is hetzelfde als met Zwarte Piet. Daar zijn wij aan gewend geraakt. Het maakt de kinderen niets uit dat er nu roetveegpieten zijn. Misschien moeten we straks wel allemaal naar elektrisch toe.’ Dat zal voorlopig nog wel niet z’n vaart lopen, want het WK wegrace voor elektrische motoren is niet van de grond gekomen en is na zeven seizoenen letterlijk en figuurlijk een stille dood gestorven.

Interview Glenn van Straalen: ‘Eenmaal weg, ben je snel vergeten’

Verzameling crossmotoren

Rob Peetoom zit zeker niet te wachten op een toekomst met uitsluitend elektrische motoren, want hij is een op en top liefhebber van verbrandingsmotoren, waarvan hij er tientallen bezit. Peetoom: ‘Ik ben een jaar of twintig geleden begonnen met verzamelen. Als je vroeger een crossmotor had en je wou weer een andere kopen, dan moest je eerst je oude verkopen voor je wat anders kon kopen. Ik probeer alle modellen waar ik vroeger op heb gereden te verzamelen. En ga ze restaureren. Dat vind ik leuk om te doen. Ik weet van elke motor welk type het is en van welk bouwjaar hij is. Van sommige motoren weet ik ook wie ermee heeft gereden.’ Kieskeurig wat merken betreft, is verzamelaar Peetoom niet, want hij bezit een breed scala aan merken, zowel Japans als Europees. Een motor waarvan er nooit veel verkocht zijn in Nederland is een Villa. Er staat verder een Montesa en een Husqvarna. ‘Kijk eens naar die iconische tank,’ zegt Peetoom met pretoogjes.

Het merendeel van de motoren doet het nog. Peetoom: ‘Ik weet niet van alle motoren of ze nog lopen. In alle motoren zit olie. In de motoren waarvan ik weet dat ze nog lopen, zit benzine. Onlangs heb ik alle banden opgepompt. Daar ben ik bijna een hele dag mee bezig geweest.’ Tussen alle motoren staat ook een zijspan. ‘Die is er meer voor de heb, want ik heb niet zoveel met de zijspancross.’ Een voorkeur voor een bepaalde motor? Peetoom: ‘De luchtgekoelde motoren uit de jaren ’80. En dan vooral de zwaardere, de 500cc-motoren. En de 125cc-motoren waarmee ik ben begonnen.’ Achterin staan de tientallen bekers die Peetoom heeft gewonnen. ‘De laatste is wel van twintig jaar geleden, het lukt me nu niet meer.’ Prijzen wint Rob Peetoom dus niet meer, maar het realiseren van een permanente accommodatie in Noord-Holland zal voor hem (en alle crossliefhebbers in de provincie) gelden als een hoofdprijs.

Noodkreet van crossers uit Noord-Holland
Gert Meereboer (links) en Rob Peetoom steken veel energie in het realiseren van een permanente crossbaan in Noord-Holland.
Jan Boer
Jan Boer
Jan Boer werkte jarenlang voor de redactie van MOTO73 en doet dat inmiddels als gepensioneerde liefhebber nog altijd met dezelfde passie en kennis.

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen