zaterdag 3 januari 2026

Van MotoGP naar WorldSBK: de succesformule ontrafeld

Veel rijders die net niet slagen in de MotoGP of Moto2 zoeken hun geluk in het World Superbike-kampioenschap. En met succes: voor meerdere coureurs leverde dat niet alleen wereldtitels op, maar ook een flinke bron van inkomsten. Denk aan Álvaro Bautista, Max Biaggi en Carlos Checa. Maar er zijn er meer. Nicolò Bulega is een recent voorbeeld van een rijder die zijn carrière nieuw leven inblies in de WorldSBK. Motor.NL dook in de overstap van Grand Prix naar World Superbike en zette de opvallendste succesverhalen op een rij.

Van WorldSBK naar MotoGP: wat de overstap van Razgatlıoğlu zo moeilijk én bijzonder maakt

In dit artikel bleek al dat maar weinig rijders vanuit het World Superbike-kampioenschap succes weten te boeken in de MotoGP en voorheen 500cc. In 2026 gaat drievoudig Superbike-wereldkampioen Toprak Razgatlıoğlu alsnog een poging wagen in de koningsklasse. Maar andersom — de stap van MotoGP of 500cc naar World Superbike — blijkt voor veel rijders juist wél een succesvolle route. Bij zeven rijders die deze overstap maakten resulteerde dat in een wereldtitel in de Superbike-klasse. Zij worden in dit artikel stuk voor stuk besproken. Daarnaast zijn er voorbeelden als Troy Bayliss en Troy Corser, die zowel vóór als ná hun MotoGP/500cc-avontuur een wereldtitel behaalden in de Superbike.

De huidige trend

Het deelnemersveld van zowel het World Superbike- als het World Supersport-kampioenschap bestaat tegenwoordig grotendeels uit rijders met een Grand Prix-achtergrond. Van de 22 World Superbike-rijders in 2026 hebben er maar liefst zestien een verleden in de MotoGP of Moto2 — dat is 73%. Een fors hoger percentage dan vroeger. Hoe dat komt? Dat is het gevolg van meerdere factoren.

Allereerst is er niveauverschil tussen de Grand Prix- en WorldSBK-competitie. Een middenmoter in de Moto2 kan snel uitgroeien tot een wereldkampioen Supersport. Denk aan Andrea Locatelli, Dominique Aegerter, Nicolò Bulega en Stefano Manzi, die dat de afgelopen jaren hebben bewezen. Veel van deze rijders veroverden daarna een lucratief fabriekscontract in het World Superbike-kampioenschap. Ook financieel is de overstap dus aantrekkelijk — vooral wanneer er geen zicht is op een MotoGP-zitje. Een treffend voorbeeld is Jake Dixon. Ondanks meerdere Grand Prix-zeges in de Moto2 lukte het hem niet om door te stoten naar de MotoGP. In 2026 gaat hij als Honda-fabrieksrijder aanmerkelijk meer verdienen in de World Superbike dan hij ooit deed in de Moto2. Een plek bij een Superbike-fabrieksteam betaalt simpelweg stukken beter dan een Moto2-zitje.

De eerste wereldkampioen die de route Moto2 → Supersport → Superbike succesvol aflegt, moet nog komen — maar Bulega lijkt voor 2026 een serieuze kanshebber. Daarnaast biedt World Superbike ook voor MotoGP-rijders zónder zitje een aantrekkelijke mogelijkheid om op hoog niveau en met een goed salaris hun carrière voort te zetten. Zo raakten Miguel Oliveira en Somkiat Chantra eind 2025 hun plek in de MotoGP kwijt, maar staan zij in 2026 onder contract als goed betaalde fabrieksrijders bij respectievelijk BMW en Honda in het World Superbike.

Techniek en achtergrond

De overstap van het Grand Prix-paddock naar World Superbike is de afgelopen decennia eenvoudiger geworden. Sinds het verdwijnen van de tweetaktklassen (125cc, 250cc, 500cc) wordt in de Grand Prix ook met viertaktmotoren gereden — net als in het World Superbike, waar dat altijd al het geval was. Waar World Superbike vroeger werd gevuld met kampioenen uit nationale kampioenschappen als het British Superbike (BSB) of MotoAmerica, is dat aandeel inmiddels flink afgenomen. De kloof tussen BSB en het WK is namelijk groter geworden, vooral door technische regelgeving. In de BSB wordt gereden zónder elektronische hulpmiddelen, terwijl die in de World Superbike juist steeds verder zijn ontwikkeld. Waar een BSB-kampioen vroeger automatisch gold als WK-kandidaat, is dat nu veel minder het geval. Sterker nog: van alle BSB-kampioenen in de afgelopen 15 jaar hebben alleen Alex Lowes en Scott Redding races weten te winnen in het World Superbike-kampioenschap. Ook MotoAmerica, ooit een vaste kweekvijver voor het WK Superbike (denk aan Colin Edwards, Ben Spies, Ben Bostrom en Doug Polen), levert nog maar weinig rijders af op WK-niveau. Het niveau in de breedte is daar simpelweg gedaald. Garrett Gerloff is momenteel de enige actieve World Superbike-rijder die uit dit kampioenschap afkomstig is.

Is Nicolò Bulega de eerste coureur die via de Moto2- en World Supersport-route wereldkampioen Superbike wordt?

Financiële drempel

Een andere reden voor de toename van rijders met een Grand Prix-achtergrond in het WorldSBK-paddock is de stijging van de kosten. In het World Supersport-kampioenschap rijden vrijwel uitsluitend privéteams, die grotendeels afhankelijk zijn van de financiële inbreng van hun coureurs. Een seizoen World Supersport kost al snel zo’n €200.000. De stap vanuit een nationaal kampioenschap naar het WK is daardoor enorm groot geworden. Dat geldt ook voor de doorgroei vanuit de World Supersport 300, wat vanaf 2026 de World Sportbike-klasse wordt. Rijders uit de Moto2 of MotoGP hebben daarentegen vaak al stevige sponsorcontracten, bijvoorbeeld met pak- en helmleveranciers. Die nemen ze deels mee bij een overstap naar World Supersport of Superbike. Aangevuld met de opgebouwde reputatie van GP-rijders die vaak slagen in de WorldSBK maakt dat de overstap stukken makkelijker — én interessanter voor teams. Die krijgen met de rijders namelijk niet alleen sportieve zekerheid, maar vaak ook financiële rust. Het gevolg? De nieuwe instroom in het World Superbike bestaat de laatste jaren bijna uitsluitend uit rijders met Grand Prix-ervaring. Sommigen stromen rechtstreeks door vanuit de MotoGP, anderen nemen via de Moto2 eerst een tussenstop in de World Supersport. Maar de route is duidelijk: vanuit de Grand Prix naar succes in de Superbike — sportief én financieel.

Exclusief interview Zonta van den Goorbergh: ‘Er zit veel nieuwe motivatie in het team’


Raymond Roche – 1990

Raymond Roche was in de jaren tachtig fabrieksrijder voor Honda, Yamaha en Cagiva in de 500cc-klasse. Zijn beste resultaat behaalde de Fransman in 1984 met een derde plaats in het wereldkampioenschap. Een Grand Prix-overwinning zat er in zijn 83 starts echter niet in. Toen in 1988 het wereldkampioenschap Superbike werd opgericht, stapte Roche een jaar later over naar deze nieuwe raceklasse. Ducati contracteerde hem en daar kwam het succes wél: hij won maar liefst 23 keer in 97 races. In alle vier zijn seizoenen eindigde Roche in de top drie van het klassement, met als hoogtepunt de wereldtitel in 1990.

Raymond Roche (11) op Honda in zijn beste 500cc-seizoen in 1984, vóór de latere wereldkampioen Eddie Lawson (4).

John Kocinski – 1997

Door zijn soms onhandelbare en eigengereide karakter heeft John Kocinski niet alles uit zijn carrière gehaald. Aan zijn talent twijfelde echter niemand. In 1990 werd de Amerikaan, bijgenaamd “Little John”, wereldkampioen in de 250cc, waarna teambaas Kenny Roberts hem doorschoof naar het Marlboro Yamaha-team in de 500cc. Later zou hij ook uitkomen voor Cagiva in de koningsklasse. Kocinski won in totaal vier keer in de 500cc, maar dat aantal deed geen recht aan zijn uitzonderlijke kwaliteiten. Eind 1994 zat hij zonder zitje en besloot hij professioneel waterskiër te worden. Zoals wel vaker in zijn carrière strandde ook dit avontuur al snel. In 1996 maakte hij zijn entree in het World Superbike-kampioenschap, eerst als Ducati-coureur en een jaar later bij het fabrieksteam van Castrol Honda. Daar toonde hij opnieuw zijn klasse en werd wereldkampioen in 1997. Daarmee doorbrak hij bovendien de tot dan toe oppermachtige reeks van Ducati. Zijn successen leverden hem vanaf 1998 opnieuw een zitje in de 500cc op, al eindigde ook dat avontuur na twee seizoenen.

John Kocinski (links) reed in 1991 en 1992 samen met Wayne Rainey (rechts) in de 500cc Grand Prix voor het Marlboro Yamaha-team van Kenny Roberts. Rainey werd beide jaren wereldkampioen, terwijl Kocinski twee races wist te winnen.

Neil Hodgson – 2003

Voor velen is het onbekend dat Neil Hodgson een achtergrond had in de Grand Prix voordat hij langzaamaan doorgroeide tot wereldtopper in het World Superbike-kampioenschap. De Brit reed twee jaar in de 125cc-klasse, voordat hij in 1995 een seizoen uitkwam op een ROC Yamaha in de 500cc. Hodgson viel op met sterke resultaten en werd beste privérijder. Dat leverde hem een fabriekscontract bij Ducati in het World Superbike op. Echt overtuigen kon hij in eerste instantie echter niet. Na drie jaar – waaronder een seizoen bij Kawasaki – keerde hij tijdelijk terug naar eigen land om uit te komen in het Brits Superbike-kampioenschap (BSB). Vanaf 2001 kreeg Hodgson opnieuw kansen bij Ducati. Eind 2002 vertrokken rijders als Colin Edwards en Troy Bayliss naar de MotoGP, waardoor Hodgson werd teruggehaald naar het fabrieksteam. In 2003 greep hij de wereldtitel. Binnen de Ducati-familie kreeg hij daarna de kans om zich te bewijzen in de MotoGP, maar dat avontuur duurde slechts één seizoen door tegenvallende resultaten.

Neil Hodgson werd in 2003 wereldkampioen Superbike. De Brit stelde de titel veilig op het TT Circuit Assen.

Max Biaggi – 2010 & 2012

Jarenlang domineerde Max Biaggi het 250cc-wereldkampioenschap, met vier wereldtitels op rij tussen 1994 en 1997. Ook in de 500cc en later in de MotoGP was de ‘Romeinse keizer’ een absolute topper, maar telkens nét niet goed genoeg om kampioen te worden. Aanvankelijk zat Michael Doohan hem in de weg, later bleek zijn Yamaha niet opgewassen tegen de Honda’s en Suzuki’s, en vervolgens nam zijn grote rivaal Valentino Rossi het stokje over. Maar dat Biaggi een uitzonderlijke coureur was, daar twijfelde niemand aan. Dat liet hij ook zien in het World Superbike-kampioenschap, waar hij tussen 2007 en 2012 uitkwam voor Suzuki, Ducati en Aprilia. Als Aprilia-coureur greep hij in 2010 én 2012 de wereldtitel.

Max Biaggi was in 2010 en 2012 de beste in de World Superbike met een Aprilia.

Carlos Checa – 2011

Carlos Checa is een klassiek voorbeeld van een coureur die het nét niet wist te maken in de 500cc/MotoGP-klasse. De Spanjaard was goed voor twee Grand Prix-overwinningen, maar het lukte hem nooit om zich tot wereldkampioen te kronen. In 2008 zette Checa een stap terug naar het World Superbike-kampioenschap. Daar reed hij eerst twee seizoenen voor Hannspree Ten Kate Honda — met wisselend succes. Maar vanaf 2010, bij Althea Ducati, kon hij structureel meedoen om de topposities. In 2011 was Checa oppermachtig. De Ducati-coureur pakte de wereldtitel met een straatlengte voorsprong op Marco Melandri en Max Biaggi — beide eveneens afkomstig uit de koningsklasse.

Carlos Checa was jarenlang fabrieksrijder in de 500cc en later MotoGP, maar kwam slechts tot twee zeges. In de World Superbike wist hij in 2011 wél wereldkampioen te worden.

Sylvain Guintoli – 2014

Waarschijnlijk hadden velen bij deze lijst niet direct aan Sylvain Guintoli gedacht. Toch reed de Fransman maar liefst 128 Grands Prix voordat hij de overstap maakte naar het World Superbike-kampioenschap. Het grootste deel daarvan (80 races) reed hij in de 250cc-klasse, waar hij slechts één keer het podium haalde tijdens de TT van Assen in 2003. In zijn 48 races in de MotoGP finishte Guintoli slechts vier keer in de top tien. Vanaf 2010 ging hij aan de slag in het World Superbike, en daar wist hij zich wél op te werken tot de wereldtop. Zijn sterkste jaren beleefde hij bij Aprilia, in 2013 en 2014. In zijn tweede seizoen pakte Guintoli de wereldtitel — met een minimale voorsprong op Tom Sykes.

Sylvain Guintoli tijdens zijn enige Grand Prix-podium: een derde plek in de 250cc tijdens de TT Assen in 2003. In de World Superbike zou de Fransman met negen zeges en een wereldtitel meer succes hebben.

Álvaro Bautista – 2022 & 2023

Álvaro Bautista reed van 2010 tot en met 2018 negen seizoenen als subtopper en middenmoter in de MotoGP. Daarvoor werd de Spanjaard in 2006 wereldkampioen in de 125cc-klasse. In 2019 bleek hoe sterk een voormalig MotoGP-subtopper kan presteren in het World Superbike-kampioenschap. Als fabrieksrijder voor Ducati won Bautista zijn eerste elf (!) races op rij. Daarna volgde een terugval, wat hem de wereldtitel kostte. Vervolgens maakte hij de overstap naar Honda, dat hem een lucratief contract bood in het World Superbike. Maar de machine bleek niet competitief genoeg om voor overwinningen te strijden. In 2022 keerde Bautista terug naar Ducati en met succes. Hij veroverde overtuigend de wereldtitel, en herhaalde dat kunststukje een jaar later in 2023.

Álvaro Bautista (rechts) reed 159 MotoGP-races, waarin hij drie podiumplaatsen behaalde. Zo werd hij in 2014 derde, achter Marc Márquez en Valentino Rossi in Frankrijk.

Winnen in beide raceklassen

In totaal zijn er negentien coureurs die overwinningen hebben behaald in zowel de 500cc/MotoGP als in het World Superbike-kampioenschap.

Positie Coureur MotoGP/500cc World Superbike
1Michael Doohan543
2Max Biaggi1321
3Alexander Barros71
4Marco Lucchinelli62
5Marco Melandri522
6John Kocinski414
7Cal Crutchlow33
8Garry McCoy31
9Nicky Hayden31
10Carlos Checa224
11Danilo Petrucci23
12Makoto Tamada23
13Troy Bayliss152
14Pierfrancesco Chili117
15Ben Spies114
16Regis Laconi111
17Chris Vermeulen110
18Kevin Magee12
19Andrea Iannone11
Max Biaggi (3) won 21 races in de World Superbike en 13 in de 500cc/MotoGP. Toch werd hij, mede door zijn grote rivaal Valentino Rossi (46), nooit wereldkampioen in de koningsklasse.

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen