In de tweede helft van de jaren ’80 kreeg de Grand Prix-wegrace steeds meer een vaste startlijst met deelnemers. Daarvóór waren er ook nog rijders die af en toe deelnamen aan een GP-evenement of in de vorm van een eenmalige inschrijving. Met de komst van de vaste startlijst ontstond ook het fenomeen wildcards, waarbij de nationale bond van het organiserende land een aantal lokale rijders kon selecteren om eenmalig deel te nemen aan de thuis-Grand Prix. De Nederlandse wildcardrijders in Assen bestonden eind jaren ’80 en begin jaren ’90 voornamelijk uit 125cc- en 250cc-coureurs, soms wel vier per klasse. Ondanks dat deze rijders in het Nederlands kampioenschap – wat vanaf 1993 het Open Nederlands Kampioenschap (ONK) werd – vooraan reden en tijdens de TT van Assen vaak achteraan, is voor velen de deelname met een wildcard aan de thuis-Grand Prix nog steeds het hoogtepunt uit hun carrière. Het was een beloning voor hard werk en een mooi cadeau voor de sponsoren, die hun uitingen nu voor een enorm publiek konden tonen.
Aalt Toersen over de impact van schrapresultaten: de meeste punten, maar geen wereldkampioen
Ook gaven de wildcards een extra dimensie aan de Nederlandse races, omdat de KNMV bepaalde welke rijders geselecteerd werden. Het was niet alleen zaak om kampioen te worden in Nederland; als je vrij hoog scoorde, kon je ook zomaar geselecteerd worden voor een wildcard. Een combinatie van niveau en materiaal zorgde ervoor dat Nederlandse wildcardrijders zelden vooraan reden tijdens de TT van Assen. Dat lag in andere landen wel anders, waar het nationale niveau hoger lag en gereden werd met topmateriaal. In Japan, Spanje, Italië en Amerika wist een wildcardrijder zelfs weleens een Grand Prix te winnen.
Wildcards voor thuisrijders zijn steeds meer van het Grand Prix-toneel verdwenen. Dat is te wijten aan een combinatie van factoren. Allereerst werd de regelgeving aangescherpt, waardoor er steeds minder wildcardrijders werden toegelaten en alleen nog op een bepaald niveau. Daarnaast verdween eerst de 250cc-klasse ten gunste van de Moto2 en vervolgens de 125cc voor de Moto3. Raceklassen die, vanwege de hoge kosten, nauwelijks nog een nationale competitie konden dragen. Dat gebeurde alleen nog in de grote motorsportlanden. Het ONK-wegrace zakte steeds verder weg, waardoor het in de laatste tien jaar slechts sporadisch voorkwam dat er een Nederlander met een wildcard mocht starten tijdens de TT van Assen. De wildcards waren een mooie beloning voor de rijders en gaven hun carrière een geweldige motivatie en boost. Het werd gezien als een cadeautje. Maar cadeautjes bestaan niet meer in de huidige top van de wegracesport.
Foto: Henk Keulemans



