Kawasaki Vulcan S(E) Sport & Light Tourer: Test

Sinds mensenheugenis heeft de aarde haar vulkanen. En Kawasaki ook. Tenminste: als je net zo vergeetachtig bent als ik. Kawasaki’s eerste vulkaanuitbarsting dateert al van 1985, vele volgden en de laatste eruptie was in 2015 met de Vulcan S. Daarna rommelde het in dezelfde krater met nog een paar kleine bevinkjes in de vorm van de SE en de Café. En toen bleef het stil… Hoewel? De Vulcan rookt en rommelt weer.

Mink Bijlsma

De cruiser-scene lijkt op sterven na dood en ook de Vulcan leek slapende. De chopperstroming die halverwege de jaren ’80 (vdve) in Japan op gang kwam, in een poging wat marktaandeel van Harley-Davidson af te snoepen, leek gestopt. De grote, dikke en vette cruiser is exit, slechts het Amerikaanse origineel bestaat nog, Zo lang ze daar tenminste nog gemaakt worden. In het lichte segment heb je nog slechts de keus uit de Honda CMX 500 Rebel en de Vulcan S(E). En… Harleys uit India. Van alle drie schommelt het vermogen ergens tussen de 48 en 61 pk en de prijzen variëren van €7.300,- en €9.500,-. Waarbij de Vulcan SE de sterkste is… en de duurste.

Verschil in uitvoering

Ondanks (of juist dankzij?) de sluimerende staat waarin de lichte cruiser verkeert, rook Kawasaki de kans om naast de Vulcan S, SE en Café nóg twee nevenmodellen uit te brengen: de Sport en de Light Tourer. Geen wereldschokkende erupties, want het zijn niet meer dan twee standaard Essen en Es-Es’ die opgetuigd zijn met een aantal accessoires uit de toebehorenlijst van Kawasaki. Daarvoor betaal je minder dan wanneer je ze er nadien op laat schroeven. De Light Tourer heeft een doorzichtig windscherm, een sissybar en twee lederen zijkoffers. Meerprijs €999,-. De Sport hebben ze in Kobe met een stuurkuip en Full System Arrow uitlaat uitgerust, om het sportieve gevoel akoestisch kracht bij te zetten, maar zeker ook om het optisch te onderstrepen. Meerprijs €899,-. De Sport is een eenzitter, het duozitje is helaas in Japan achter gebleven.

Wat je krijgt

Maar wat krijg je nou voor de overige €9.049,- die je voor een S en €9.249,- die je voor een SE (tweekleuren lak en sierstrepen op de velg) betalen moet? Om met het uiterlijk te beginnen: een netjes afgewerkte motor die qua uitvoering weliswaar vrij basaal is en waarvan toch wel veel delen van plastic zijn, maar die er in het matzwart stoer en er in het two-tone chique uit ziet. Oké, de prijs is er ook naar, maar het basisbeginselen van een cruiser zijn dat het een lust voor het oog moet zijn en dat hij er best duur uit mag zien. Dat hebben ze bij Kawasaki goed begrepen. Een aantal zaken die in het oog springen zijn de vorm van de gegoten wielen, de weggewerkte kabeltjes en slangetjes en een keurig strak blok. Dat blok wordt dan wel door vloeistof gekoeld, maar de cilinders hebben optische koeling van de koelribben en de radiator zit mooi opgesloten in een designtechnisch verantwoord omhulsel.

De krachtbron is overigens een oude bekende, want die doet ook dienst in de Z650, Ninja 650 en de Versys 650. Het is de staande tweecilinder waarvan de zuigers trillingsarm tegenovergesteld op – en neer gaan, wat borg staat voor een soepele loop. Om dat nóg soepeler te maken is het wat teruggetuned, waardoor het topvermogen van 68 naar 61pk zakte. Daarvoor krijg je onderin meer koppel terug en dus meer trekkracht.

Het voorwiel moet het doen met een enkele schijf, het achterwiel met een enkel veerelement dat dan wel weer mooi lateraal gemonteerd zit. Uit de toon vallen de spiegels die (zover mijn korte termijngeheugen weet te herinneren) ook al op de allereerste Vulcan zat en de matzwarte uitlaat, ook qua geluid. Tenminste: voor diehard light cruiser rijder, zover die bestaat.

Zoals ieder ander

Voordat we ingaan op de opzienbarend verschillende rijeigenschappen van de Sport en Light Tourer, eerst de basis rijeigenschappen van de Vulcan S(E). Ondanks een rijklaar gewicht van maar liefst 229 kilo, is de Vulcan S toch een uiterst makkelijk hanteerbare motor die het tijdens het korte en langzame werk goed doet. Hij stuurt licht, neutraal en vanzelfsprekend en dat is voor een cruiser juist níet vanzelfsprekend. Het blok ontbeert natuurlijk echte bottom power en vette mokerslagen, maar draait gecultiveerd en nagenoeg trillingsvrij en soepel. Ondanks de meer dan maagdelijke kilometerstand van 5, schakelt de bak licht en vloeiend. Dat kan alleen nog maar beter worden met het verstrijken van de gereden kilometers. De Vulcan blinkt uit in gebruikersvriendelijkheid, op één dingetje na en dat is de wat abrupte gasaanname. Verder loopt het blok als een zonnetje. De remmen doen hun werk voldoendfe goed, wat ook geldt voor de info die het dashoard levert. Zonder op de borst te trommelen heeft Kawasaki een goede Urban Cruiser op de wielen gezet.

De Light Tourer

De eerste etappe van de Ronde van Vlaanderen breng ik door in het zadel van de Light Tourer. Geblinddoekt zou je niet weten dat je juist dáár op stapt of je bent zó stijf en stram dat je tegen de koffers of sissybar aan zou schoppen bij het opstappen. De opstap is dus laag, het zadel ook, niks anders dan anders. Maar zodra de blinddoek af gaat, overvalt je een heel ander gevoel en dat komt alleen door die ruit. Een reisgevoel. Straks niet afbuigen en afzien naar het Noorden en richting kasseien, niet getergd te worden door de korte en harde achtervering die de cruiser weinig comfort biedt. Nee, je krijgt direct lust om door te gaan richting oosten. Ardennen, Eifel, Sauerland en ach waarom niet: Thüringerwald. Wat een scherm al op voorhand teweeg kan brengen.

Wat losse spullen in de (niet afsluitbare) leren koffers en gáán. Rijdend verdwijnt dat gevoel niet. De zithouding in standaard trim lijkt comfortabel genoeg om de snode plannen uit te voeren. Er is ruimte genoeg, geen enkele moment heb je het idee opgevouwen te zitten in een foetus houding of dat het zadel in je gat priemt zoals zo vaak op cruisers. En het scherm neemt genoeg winddruk weg, zodat de zonnebril alleen op hoeft omdat de zon zo uitbundig schijnt. Het produceert ook weinig turbulenties en herrie rond je helm zodat het niet erg is als je je oordopen vergeten bent.

Plus & min

+ Afwerking

+ Stuurgedrag

+ Geluid

– Comfort zadel

– Harde achtervering

– Felle gasreactie

De Sport

Tijdens de tweede etappe volg ik op de Sport braaf de voorrijder in de gele trui… gele hesje en mak me op voor toch een kasseienrit. De zithouding is identiek aan dat van de Light Tourer, maar geeft een totaal ander gevoel. De kleine kuip doet qua bescherming nauwelijks iets. De zonnebril moet ook op wanneer de zon niet schijnt, maar de Sport daagt op voorhand uit om die koploper in z’n gele trui er straks professioneel uit te remmen. Dat gevoel wordt duizend maal sterker wanneer je de Sport elektrisch ‘aantrapt´. Jeminee: wat een Arrow-uitlaat niet kan doen. Naast het iets hoger geclaimde vermogen, produceert de Arrow zeker ‘iets’ meer geluid, wat het ontspannen, zelfs wat luie karakter van de Light Tourer volledig op de schop gooit.

De Sport, praat, nee blaft tegen je en zet je aan om ‘m flink de sporen te geven. Wat geluid niet kan betekenen. En… volledig legaal, want in Italië heeft de Arrow een E6 keur gekregen. En wat in Italië mag, mag ook in de rest van Europa. Vraag niet hoe het kan, maar profiteer er van. En mocht je je oordoppen vergeten zijn, dan is dat wederom helemaal niet erg. In tegendeel. Net als bij de Light Tourer is het moeilijk voorstelbaar dat zulke kleine ingrepen van de Sport niet zozeer een hele andere motor maken, maar van jou een andere rijder. De voetsteunen schrapen in nagenoeg elke bocht vrolijk over het asfalt, de motor draait veel meer toeren dan nodig, de bak wisselt veel vaker van verhouding dan zinnig is, de enkele schijf in het voorwiel zou voor het gemak er graag een broertje bij willen. En het benzineverbruik zal best wel wat hoger liggen, maar de rij-dynamiek is dat ook.

En dan de pain-in-the-ass… Want wat op de Light Tourer nog zo´n comfortabel zadel leek, is dat op de Sport niet. Komt dat omdat we vandaag al úren op de Vulcan rondgecrosst hebben of zit die zadelpijn ook tussen je oren?

Plus en min

+ Afwerking

+ Stuurgedrag

+ Zet aan tot reislust

– Comfort zadel

– Harde achtervering

– Felle gasreactie

Dit vindt Mink

Het is echt bizar te ervaren wat een paar accessoires met je kunnen doen. Ik zou niet gauw voor een cruiser kiezen, maar als… dan voor de Sport. En dat komt allemaal door die uitlaat. Ik weet: het is heel persoonlijk en het begint een aardig ouderwets statement te worden, maar een tikkie meer geluid maakt voor mij alles uit. Of wácht: ik kan natuurlijk ook een Arrow-uitlaat onder de Light Tourer laten zetten. Past imago technisch misschien niet bij Tour idee, maar geluidstechnisch natuurlijk wel. Of nog beter: ik ga voor de Sport Tourer en zet het scherm en de koffers op de chiquere Sport. Nee, wacht, wacht, wacht: ik pak de catalogus er nog even bij…

Specs

Blok dwars geplaatste staande twin met 180° krukas, twee bovenliggende nokkenassen en vier kleppen per cilinder.

Cilinderinhoud 649 cc

Vermogen 61 pk/7.000 tpm 63 Nm/6.600 tpm

Gewicht rijklaar 229 kg

Tankinhoud 14 liter

Zithoogte 705 mm

Prijs: S(E) Sport: € 9.948,- (€ 10.148,-), S(E) Light Tourer € 10.048,- (€ 10.248,-)

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.

Ik meld me hierbij aan voor de volgende mailinglijsten:




Vul een geldig emailadres in
Dat adres bestaat al in ons bestand
The security code entered was incorrect
Dank voor je aanmelding

REAGEER OP DIT ARTIKEL