Thierry Sarasyn reisde zonder veel tegenzin naar Spanje om de nieuwe Kawasaki KLE 500 testen. In en rond de Tabernas Desert nog wel. De ruime omgeving van Almeria was het decor voor deze eerste test van de ondertussen veelbesproken Kawa.
Eindelijk: hij is getest, Kawasaki’s eerste adventure motor in pakweg twee decennia. Mogen ze zich meteen bij de gevestigde waarden rekenen?
Thierry Sarasyn: Kawasaki is inderdaad wat laat. Maar dat wil niet zeggen dat Kawa een complete nieuwkomer is in adventure-land. Ze mikken meteen op de kern van het genre: de middenklasse adventures, beheersbaar én capabel. Precies daar positioneert Kawasaki de KLE 500: geen nostalgische ode, geen 250 kg reisbuffel en geen Dakar-wapen. Wel een allround middenklasser waarmee je letterlijk alle kanten op kunt.
Dank je voor de marktanalyse, maar we willen eigenlijk gewoon weten hoe ie rijdt…
Sarasyn: Het antwoord daarop zou kort kunnen zijn. Maar dit is een compleet nieuwe motorfiets, dus een beetje duiding mag wel. We hebben een heel gevarieerd programma afgewerkt. Een halve dag op de weg en ongeveer evenveel off road. Op brede gravelwegen tussen de windmolens en, dankzij een uitzonderlijke vergunning, ook in de Tabernas woestijn. Op de weg waren het vooral slingerwegen, niet al te veel lange rechte stukken en veel asfalt met goede grip. Met een winterzonnetje dat alles opwarmde tot een graad of 20. Je snapt het al: ’t was hier beter dan in België. De KLE 500 voelde al snel vertrouwd aan. Eén van zijn troeven is de zitpositie: hij is ruim bemeten voor een 450/500. Je zit goed, maar je stààt ook goed. De motor voelt erg volwassen aanDe geometrie heeft natuurlijk te maken met de nieuwe vakwerk frame. Nu zijn er wel meer middenklasse adventures met een stalen wiegframe, maar voor zover ik weet is de KLE de enige die een trellis variant daarvan gebruikt. Gecombineerd met de goede ophanging, zorgt dat voor een goed uitgebalanceerd rijwielgedeelte.
Terug van weggeweest: Kawasaki KLE500 maakt comeback als moderne allrounder
Dat brengt ons bij de olifant in de kamer: hoe zit het met de grondspeling. Op basis van foto’s en een promo filmpje, is het idee ontstaan dat de grondspeling te beperkt is. Klopt dat?
Sarasyn: Helemaal niet. We hebben stevig doorgereden op de openbare weg en de voetsteunen hebben niet één keer het asfalt geraakt. We hebben serieus geknald in de Tabernas woestijn en de bodemplaat heeft niet één keer de grond geraakt. Zal dat nooit gebeuren? Ongetwijfeld wel. Als je hard probeert kun je altijd met de voetsteunen de grond raken. En wie zoekt, vindt off road ook wel een manier om de bodemplaat aan de grond te krijgen. Maar ik durf te stellen dat dit met élke adventure of off road kan. Wie hier op limieten stuit, gaat héél ver. Veel verder dan de doorsnee motorrijder zal kunnen. En dan is er nog dit: stel dat een voetsteun de grond raakt of de bodemplaat tegen het zand schuurt. So fucking what? Als je dermate goed kunt rijden dat je dat klaarspeelt, zul je ook wel goed genoeg zijn om ermee om te gaan. Einde van een discussie die er nooit een geweest mocht zijn.
Da’s duidelijk. Hoe presteert het blok?
Sarasyn: Vrij neutraaal. Kijk, dit is een A2 motorfiets. Dus je zit daar hoe dan ook met 45 pk en de Newtonmeters zijn altijd gelinkt aan de cilinderinhoud. Dus 43 Nm. En we leven in Euro 5+ tijden. Dat schept een kader met niet al te veel ruimte voor verrassingen of extra’s. Het blok is goed bruikbaar vanaf 3000 tpm. Ook al ligt de rode zone ergens rond de 10.000, toch schakel je best boven de 9.000 tpm op. Daarna vlakt het immers snel af. Maar er is wel een ruime zone waarin naar goeddunken kan gereden worden. Misschien had de zesde versnelling een tikkeltje langer mogen zijn, nu reden we aan 120 km per uur op 6.800 tpm. Dat wil zeggen dat je in de praktijk een kruissnelheid van rond de 140 vlot kunt aanhouden. Dat is nipt voor wie in Duitsland wil gaan rijden. (lacht)
Hoe ging het off road?
Sarasyn: Daar heb je die zesde versnelling zelfs helemaal niet nodig he. Ik vond de KLE 500 vooral heel erg gemakkelijk. Hij wekt als snel vertrouwen op. Is heel wendbaar en ik was echt onder de indruk van de voorvork. Niet instelbaar, maar is ook gewoon niet nodig. De 43 mm upsd is gewoon erg goed. Als het puur om uiterlijk vertoon gaat, kun je opteren voor een instelbare vork die zelfs in zijn beste afstelling nog niet tot aan de enkels van deze komt. Kawa koos voor functionele eenvoud. Ondersteund door een diepgaande ontwikkeling natuurlijk. En dat werkt. De ABS knop is daar een ander voorbeeld van. Gewoon twee keer op de knop duwen, en het ABS achteraan is uitgeschakeld. Geen gehannes met mappings en keuzemenu’s. Gewoon een knop op de linker stuurhelft. En dan was er nog die Tabernas woestijn. Jong, wat een ervaring om daar te mogen rijden. Het is een streng afgeschermd natuurgebied dat af en toe eens in beeld komt als Johnny Depp er een reclame voor Dior Sauvage opneemt of als Indiana Jones en de Holy Grail er gefilmd wordt. We hadden het voorrecht om erdoor te rijden. Met een motor die zich geschikt toonde voor het betere off road werk. Top.
Klinkt goed. Wat is je verdict?
Sarasyn: Dat houd ik voor morgen in de uitgebreide test die je op deze fijn website zult kunnen lezen. Onthoud dat er naast de SE versie – waarmee ik reed – ook nog een basisversie is, maar die komt iets later. De KLE 500 SE staat begin maart al bij de dealers en zal 7.599 euro kosten. De basisversie, zonder de ruimere bodemplaat, TFT scherm, hoger windscherm, Led knipperlichten en handbeschermers, kost 850 euro minder. Er is ook nog een Rally uitvoering, een Adventure Tourer editie en een Top Case editie. Geen idee wat er op de laatste zit… Maar goed: dat verdict dus. (denkt na) Ik vind dit een motor met heel wat gaven en nauwelijks gebreken. En misschien is dat wel zijn grote troef. Dat hij op alle vlakken gewoon goed scoort. Zijn gebruiksgemak, off road potentieel, wendbaarheid en het rijwielgedeelte zijn belangrijke pluspunten. En de prijs natuurlijk. Moeilijk om voor om en bij de 7.000 euro zoveel plezier in huis te halen.
Daar heb ik misschien wel wat opties voor…
Sarasyn: Oké maar voor drie minuten is dat dan weer wél veel geld…


