vrijdag 27 januari 2023

Honda: Daytona en de dageraad van een nieuwe tijd

Je kon het goed aanvoelen: de jaren ‘60 maakten plaats voor de jaren ‘70, tegelijkertijd ruim baan makend voor een nieuw en schitterend motorsporttijdperk. Racemachines werden in snel tempo krachtiger, sneller en moeilijker te berijden. De circuits veranderden niet zo snel mee. De balans tussen hachelijkheid en snelle rondetijden begon te kantelen naar de kant van het gevaar.

Tekst Ivar de Gier, Writing History, foto’s archief A. Herl / Writing History / Dick Mann collection, Honda. Met dank aan Dick Mann, Bob Hansen, Bob Jameson, Bill Smith

In het midden van dat alles zagen nieuwe raceklassen het levenslicht, zoals de beroemde Formule 750. De zware 750cc viertakten uit alle delen van de wereld konden het voor het eerst vrijelijk tegen elkaar opnemen. Er was zelfs ruimte voor tweetakten! Op 15 maart 1970 vond in het eerste ochtendgloren van dit nieuwe tijdperk de aftrap plaats. Het was de dag dat de spectaculaire en uiterst prestigieuze Dayona 200-mijlsrace in Florida verreden werd. Voor het eerst onder de nieuwe reglementen…

Kans voor de CB

In de aanloop naar de race zag een medewerker bij Honda Amerika grote kansen voor de nieuwe Honda CB 750 die nog geen twee jaar daarvoor in Tokyo zijn debuut had gemaakt. Zijn naam? Bob Hansen, destijds service-manager van Honda Amerika. Hij bespreekt dit met de directie en krijgt korte tijd later een erg onverwachts telefoontje van het hoofd van Honda’s R&D in Japan, Yoshiro Harada. Het telefoongesprek duurde nog geen 20 seconden.

Bob Hansen: ‘Harada introduceerde zich kort en vroeg: Wat is de topsnelheid die je nodig hebt om te winnen? Het antwoord gaf ik direct. Het was 5 mph sneller dan de hoogste snelheid tot dan toe gemeten op het circuit door wat voor motorfiets dan ook. Harada verbrak zonder iets te zeggen direct de verbinding.’ Drie dagen later rinkelde de telefoon op Hansen’s buro opnieuw. Het was Harada.

Evolutie BMW G/S: van bedenksel tot bestseller

Hansen: ‘Hij belde me met de korte mededeling dat Honda bezig was een aantal machines te prepareren voor de Daytona 200 van 1970. Ik vroeg hem hoe dat besluit tot stand was gekomen. In gebroken Engels kreeg ik het antwoord. Hij zei: Je vertelde me de topsnelheid die nodig is om te winnen. Ik weet hoeveel motorvermogen er nodig is om die snelheid te bereiken. We kunnen dat vermogen maken, dus we winnen de race. Dat was destijds de manier van denken.’

Daytona

Hansen hoopte dat het goed zou gaan, winnen was niet alleen een kwestie van het hoogste topvermogen op papier. Honda Japan plaatste haar Formule 1 teammanager Yoshio Nakamura aan het hoofd van de Daytona 200 missie van 1970. Deze autospecialist had geen ervaring met het racen op Daytona. Hansen had dat wel. ‘Ik uitte mijn zorgen bij Harada in een telefoongesprek. Daytona is een bijzonder circuit dat bijzondere eisen stelt aan zowel de rijders als de machines. Ik denk dat hij mij zat begon te worden want opeens kreeg ik bericht dat Honda Amerika één motor zou krijgen en dat Nakamura de overige drie racers onder zijn hoede zou nemen. We hadden zelf de keus een rijder te zoeken, net zoals Nakamura, maar moesten wel verantwoording aan hem afleggen. We waren een separaat onderdeel van zijn team’, vertelt Hansen. Nakamura laat er geen gras over groeien en contracteert gelijk drie toprijders uit het Verenigd Koninkrijk: Ralph Bryans, Tommy Robb en Bill Smith. Nakamura liet vier CR 750 fabrieksracers bouwen die gebaseerd waren op de CB 750. In januari 1970 waren ze klaar, Nakamura zond ze naar Smith, tevens Honda-dealer.

Bijna 100 pk uit een CB750 Four

Smith: ‘Ze hadden alle vier een andere nokkenas. Twee leverden een vermogen van 92 pk, één 96 pk en één 89 pk. We besloten de krachtigste drie zelf te houden en de 89 pk versie aan de Amerikanen te geven. Die wilden een rijder op die motor zetten waar wij destijds nog nooit van gehoord hadden.’

De Europese rijders hadden moeite met het gevaarlijke Daytona, de kombaan en de erg hoge snelheden die gedraaid werden gezien de aard van het circuit. Ook de motoren hadden er moeite mee. Bob Jameson, hoofdmonteur van het Amerikaanse team, ontdekte kunststof delen in het motorblok en besloot hier onderzoek naar te doen. Jameson: ‘De nokkenaskettingspanner bleek niet bestand te zijn tegen het geweld en desintegreerde. Oliekanalen raakten verstopt, de nokkenastiming was niet zo precies meer, motorschade was het gevolg. Ik besloot het blok te reviseren voor de race en gaf het Europese kamp en de Japanners het advies hetzelfde te doen vanwege de problemen met de nokkenaskettingspanner. Maar zij negeerden dit en lachten me weg,’ aldus een nog steeds geïrriteerde Jameson.

Raketstart

Tegen deze achtergrond ging de eerste Daytona 200 in het nieuwe decennium van start. Hansen’s Ameriaanse Honda rijder maakte een raketstart en ging met een voorsprong van ruim 40 meter de eerste bocht in. In de eerste ronde kwamen alleen BSA en Triumph 3-cilinder fabrieksrijders Mike Hailwood, Gary Nixon en Gene Romero langzaam dichterbij. Romero had het snelst getraind met zijn Triumph en de klokken stil gezet met een gemiddelde snelheid van maar liefst 253,22 km/u. Zijn hoogst gemeten snelheid op het circuit dat jaar lag met 265 km/u onaards hoog! Let wel, we hebben het over een 750cc 3-cilinder viertakt uit 1970…

Geen wonder dat het woord Superbike dat decennium haar klank kreeg!

In de tweede ronde werd de Honda op kop ingehaald door Mike Hailwood en even later door Gary Nixon. Hun voorsprong werd heel langzaam groter totdat Hailwood in de zesde ronde uitviel door een oververhit blok. Nixon nam de kop over tot ook hij uitviel met een oververhit motorblok, er was een gat in de middelste zuiger gebrand net zoals bij Hailwood. De race was toen net over de helft. De Honda’s van het Europese Honda kamp waren toen allemaal al uitgevallen door problemen met de nokkenaskettingspanners, ze konden niet geloven dat de Amerikaanse Honda inmiddels op kop reed – met een gigantische voorsprong…

Van het noordelijkste punt in Nederland naar het zuidelijkste punt in Luxemburg

Problemen

Maar ook de Amerikaanse Honda-rijder had zo zijn problemen: ‘Ik wilde een kopstart maken en direct een heel hoog tempo rijden. In 1969 was ik fabrieksrijder voor BSA in Amerika geweest en ik wist dat de nieuwe driecilinders met de nieuwe stroomlijn snel veel te heet werden. Zeker in het warme Florida en zeker op dat circuit waar je een groot gedeelte van de tijd op vol topvermogen draait. Ik wilde een kopstart maken om ze uit de tent te lokken en ze zo snel mogelijk naar dat kookpunt te brengen. Ook hoopte ik dat de andere Honda-rijders me zouden volgen, zij reden met ongereviseerde motorblokken rond met de nokkenaskettingspanner van de trainingen er nog in. Als zij me direct zouden volgen, dan zouden ze binnen een paar ronden uitgeschakeld zijn. Dat gebeurde dus ook. Ondertussen maakte ik me wel degelijk bezorgd over mijn Honda. Hij liep op topvermogen soms sputterend op drie cilinders en halverwege de race begon hij steeds onregelmatiger te lopen en meer en meer te roken.’

Ronde na ronde loopt Romero in

‘Vanuit de pits werd ik op de hoogte gehouden van mijn voorsprong op Romero’, gaat hij verder. ‘Ondanks mijn behoorlijk grote voorsprong kwam hij snel dichterbij, zijn Triumph triple liep echt ongelooflijk hard en hij was een echt een voortreffelijke rijder. Met nog 10 ronden te gaan was mijn voorsprong nog maar 12 seconden.’ Ook Hansen realiseerde dat zich: ‘Je kon horen dat de motor problemen had en met nog 10 ronden te gaan besloot ik het tempo omlaag te brengen. Ik hoopte dat als hij 1 seconde per ronde langzamer zou rijden zijn motor misschien de race uit zou kunnen rijden. Misschien konden we dan toch winnen. We gaven de opdracht gecodeerd door op het pitsbord. We zagen hem heel kort knikken met zijn hoofd toen hij langsflitste. Vanaf dat moment konden we alleen nog maar afwachten.’

Met nog vijf ronden te gaan kwam opeens Yoshio Nakamura de Honda pits binnen gestormd. ‘Hij bleef redelijk beleefd maar hij was heel erg ontevreden met het raceverloop en dat maakte hij ons goed duidelijk. Beleefd, maar uitermate dwingend kreeg ik het bevel om de snelheid omhoog te brengen. Hij ging voor me staan en bleef maar tikken op zijn horloge. Je verliest teveel tijd, een seconde per ronde, je moet sneller gaan, dit is niet acceptabel. Sneller moet het, sneller. Een seconde verliezen per ronde is niet goed. Ik was het toen goed zat. Ik zei tegen hem: ‘Weg hier en mind your own business, vanaf nu leid ik de race. Nakamura ging ontzet weg.’

Historische zege

Maar het werkte! Met slechts twee seconden voorsprong op Romero won de Honda de race. ‘Ik had de grootste moeite om de race uit te rijden, de laatste twee ronden blies de Honda volop blauwe rook en liep voornamelijk op drie cilinders, het kabaal dat uit het motorblok kwam was ongelooflijk, het blok liep ontzettend rauw. Na inspectie bleek er nog maar 250 ml olie in het motorblok te zitten, het was een wonder dat ik hem uitgereden had. Maar het was gelukt, alles ging zoals gepland. En ik wist hoe Jameson de Honda geprepareerd en gereviseerd had en ik kende zijn zwakke punten.’

Aldus de op 13 juni 1934 in Salt Lake City geboren hoofdrolspeler in dit verhaal. Hij is een tweevoudig nationaal Amerikaans kampioen en behaalde tussen 1951 en 1975 vele overwinningen in de enduro, motorcross, trial en wegrace en won zelfs in 1975 nog een bronzen medaille tijdens de ISDT op het eiland Man. Hij gaf met zijn overwinning Honda een zege die ze jaren later haar grootste en meest belangrijke overwinning in Amerika zou noemen.

De Daytona 200 van 1970 stond letterlijk aan de dageraad van een nieuwe tijd. De CB 750 F sloeg ook in Europa gigantisch aan en de Daytona 200 werd in één klap ook hier wereldberoemd. Zo beroemd, dat er korte tijd later een Europese variant ontstond: de Imola 200. Maar het zou een decennium van veranderingen worden. De tweetakten waren in opkomst en verdrongen de zware viertakten, die langzaam maar zeker via eigen raceklassen hun weg weer terugvonden op de circuits en uiteindelijk in het WK Superbikes en nog later zelfs weer in de MotoGP!

BSA was verdwenen aan het eind van de jaren ‘70, Triumph op sterven na de dood en Harley was alleen nog maar bekend als half noodlijdende fabrikant van custom-modellen. De Japanse fabrikanten beheersten de motormarkt en de Honda CB750 Four werd ook toen al door velen gezien als de meest betekenisvolle productiemotor van de twintigste eeuw. Dit feit wordt bijna altijd in één adem genoemd met de bijzondere overwinning van de Amerikaan Dick Mann in de Daytona 200-mijlsrace van 1970.

Want dat was de naam van die bijzondere coureur: Dick Mann!

Redactie
De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73 en Promotor. Redacteuren Marien Cahuzak, Jan Kruithof, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.

Laatste Artikelen

Gerelateerde artikelen