Sinds 1 januari betalen we 5,6 cent meer accijns per liter benzine. Daarmee komt de belasting uit op 84,5 cent per liter – hoger dan vóór de energiecrisis, ondanks dat de tijdelijke accijnskorting nog niet volledig is afgeschaft. Zonder die korting zou de accijns 15,5 cent hoger liggen.
Volgens ANWB-woordvoerder Jasmijn Dielesen stijgt de accijns omdat Nederland als enige EU-land automatisch indexeert op inflatie. De verhogingen van de afgelopen jaren waren uitgesteld, maar worden nu ingehaald. De maatregel moet de schatkist 448 miljoen euro extra opleveren.
Brandstof vanaf 1 januari flink duurder door belastingverhoging
Economisch gezien is het besluit begrijpelijk; de overheid had de korting niet kunnen behouden zonder miljarden aan gemiste inkomsten. Toch is er kritiek. De benzineprijs ligt in Nederland al hoog, en door de verhoging groeit het verschil met België en Duitsland.
Het prijsverschil met België bedraagt inmiddels 47 cent per liter. Zo’n dertien procent van de Nederlanders tankt inmiddels over de grens. Dat kost binnenlandse stations klanten, maar blijft voor de overheid per saldo winstgevend: ruim 450 miljoen euro aan extra opbrengst, ondanks een verlies van grensverkeer.


