zaterdag 11 april 2026
Home Blog Pagina 158

100 Jaar TT: Henk van Kessel wereldkampioen zonder zege in Assen

0
Henk van Kessel

Nederlandse overwinningen in de TT zijn zeldzaam, héél zeldzaam. Enkel Wil Hartog, Jack Middelburg, Paul Lodewijkx, Egbert Streuer, Bernard Schnieders en Hans Spaan hebben het Wilhelmus laten klinken op Grand Prix-niveau in Assen. Toch zijn er talloze andere unieke en soms bijna vergeten Nederlandse TT-momenten. Momenten waarop alles perfect samenviel, of juist nét niet. Prestaties die minstens zo indrukwekkend waren als een Grand Prix-zege. Ter ere van het 100-jarig bestaan van de TT in Assen sprak Moto73 met acht Nederlanders die een bijzonder TT-verhaal te vertellen hebben.

Henk van Kessel werd in 1974 wereldkampioen 50cc. De voormalig coureur uit Mill is – ruim vijftig jaar later – nog steeds de laatste Nederlandse solocoureur die een wereldtitel behaalde in de Grand Prix. Van Kessel won zeven GP’s, maar nooit in Assen. Al was hij er wel meerdere keren dichtbij met onder andere twee podiumplaatsen. Samen met Van Kessel doken we in zijn TT-verhalen.

Eerbetoon aan Henk van Kessel: leven tussen start en finish

Henk, je reed je eerste TT van Assen in 1971. Kun je je dat nog goed herinneren?

‘Ik was op dat moment pas voor het tweede jaar internationaal coureur. Ik was begonnen bij de NMB en daar kampioen geworden – dat noemden ze vroeger de ‘zwarte bond’. In 1969 ben ik overgestapt naar de KNMV, anders kon ik nooit grote internationale wedstrijden rijden. Dan is het natuurlijk bijzonder om je eerste Grand Prix te mogen rijden. Ik weet niet meer of het tijdens mijn eerste of tweede TT was, maar toen ben ik in het ziekenhuis beland. Ik had vrij goed getraind, maar in Meeuwenmeer ging het mis. Ik had niets gebroken, maar moest wel voor controle mee. Naderhand is dat gelukkig nooit meer gebeurd.’

In 1974 werd je coureur bij Van Veen Kreidler, het team dat met Jan de Vries in 1971 en 1973 de 50cc-wereldtitel had behaald. Hoe kwam je daar terecht?

‘Vanaf 1973 ben ik alle GP’s gaan rijden. Dat ging best aardig met mijn eigen Kreidler en ik scoorde twee podiumplaatsen. Jan de Vries stopte eind 1973. Toen is het balletje gaan rollen en kwam Van Veen bij mij terecht. Waarom bij mij? Niet alleen omdat ik een van de beteren was, maar ook omdat ik altijd al met Kreidler had gereden. Dat was voor Van Veen enorm belangrijk.’

Het seizoen 1974 ging geweldig. Je won zes races en werd 50cc-wereldkampioen. Maar in Assen werd je tweede. Steekt dat nog?

‘Nee, dat heeft mij nooit achtervolgd. Je ziet het vaker: renners die hun thuisrace rijden, hebben het daar niet altijd makkelijk. In 1974 was Assen achteraf gezien wel de beste kans om er te winnen, omdat ik toen echt heel goed materiaal had. Dat zag je ook in de andere races, die heb ik bijna allemaal gewonnen. In Assen merkte ik al vroeg in de race dat ik wat vermogen tekortkwam. Ik was niet het type dat dan koste wat kost alles op alles zette, met het risico op een valpartij. Herbert Rittberger reed weg en ik werd tweede. Een week later liep de motor wél goed op Spa-Francorchamps, maar werd ik opnieuw tweede. Ik reed aan de leiding, maar kreeg op het pitbord door dat het de laatste ronde was, terwijl er in werkelijkheid nog twee te gaan waren. Natuurlijk is het jammer dat ik Assen nooit gewonnen heb – want wie wil dat nou niet? Winnen voor zoveel publiek.’

Naast de 50cc bij Van Veen Kreidler reed je in 1974 ook nog met een eigen motor in de 125cc. Hoe ging dat?

‘In 1974 reed ik naast de 50cc ook als privérijder in de 125cc. Dat kon toen nog prima naast elkaar bestaan. Alleen mocht ik bij Van Veen nooit de motor van binnen bekijken, omdat ze natuurlijk bang waren dat ik – of anderen – hun technische geheimen in handen zouden krijgen. In de 50cc was ik toen dus echt alleen coureur, terwijl ik als privérijder in de 125cc juist veel zelf deed aan de ontwikkeling van de motor. Vanaf 1975 reed ik in de 125cc-klasse met een eigenbouwmotor onder de naam ‘Condor’, gebaseerd op een Bridgestone 125cc-racer van Jos Schurgers. Ook heb ik nog een paar jaar in de 250cc gereden. Er zijn zelfs een aantal seizoenen geweest waarin ik in drie raceklassen tegelijk uitkwam.’

Geconcentreerde gezichten voor de start van de 50cc-race in 1981. Op de eerste startrij van achter naar voren: Stefan Dörflinger, Ricardo Tormo, Henk van Kessel (5) en Theo Timmer.

Na je wereldtitel in 1974 zou je denken dat de kansen voor het oprapen lagen, maar een jaar later was je als regerend wereldkampioen weer privérijder. Dat moet voor jongere lezers onbegrijpelijk zijn.

‘Ja, dat was ook een enorme teleurstelling. Het voelde destijds zelfs een beetje als een afgang. Eerst word je wereldkampioen, en een jaar later haal je hooguit een top-vijf resultaat. Het team Van Veen Kreidler stopte eind 1974 als officieel team en liet daarna tegen betaling andere coureurs op de machines rijden. Van Veen heeft mij nog wel de kans gegeven om de motor over te nemen, maar de financiële middelen had ik simpelweg niet. Dus moest ik opnieuw zelf een motor kopen, maar die was lang niet zo snel als de Van Veen Kreidler. De originele motor werd uiteindelijk geleased door de Spaanse motorbond voor Ángel Nieto. Een tweede machine ging naar de Belg Julien van Zeebroeck.’

Heb je nog aanbiedingen gehad van andere fabrikanten?

‘Nee. We zijn wel op zoek gegaan naar meer sponsoring en dat is gedeeltelijk gelukt, maar niet voldoende om de motor van Van Veen te kunnen kopen. Zo dicht liggen winst en verlies soms bij elkaar. Niet alleen op het circuit, maar dus ook qua financieel en materiaal. Als je tegenwoordig wereldkampioen wordt, is dat natuurlijk een heel ander verhaal. Maar ik spiegel mij daar niet aan. Het was een andere tijd en dat is gewoon niet te vergelijken, op geen enkel vlak eigenlijk. Alleen het rijden zelf nog een beetje, al is dat door de komst van elektronica ook flink veranderd.’

Waren er nog meer TT’s waarin je dicht bij een zege was?

‘In 1976 heb ik in de 125cc nog een paar ronden aan kop gelegen, maar toen ben ik uitgevallen met een kapotte motor. In 1979 reed ik tweede in de 50cc en toen viel ik ook uit. Als ik had mogen kiezen, had ik liever in de 125cc gewonnen, omdat de concurrentie daar groter was en er meer fabrieksteams aan de start stonden. In 1976 had een zege in de 125cc er misschien ingezeten. Ik reed toen met onze eigenbouwmotor – de Condor – en eindigde dat jaar als vierde in het wereldkampioenschap.’

100 Jaar TT Assen – Jurgen van den Goorbergh: ‘Met beter materiaal had ik op het podium gestaan’

Je vergeet 1981 nog, toen eindigde je voor de tweede keer op het TT-podium met een tweede plaats in de 50cc.

‘Ja, maar in die race had ik geen kans op de overwinning. Die tweede plaats was, gezien het materiaal waar ik toen mee reed, misschien wel mijn grootste prestatie tijdens de TT Assen. Ik had dat jaar ook een beetje geluk: Stefan Dörflinger ging in de laatste ronde onderuit, waardoor ik van de derde naar de tweede plek opschoof. Maar hoe je een resultaat precies hebt behaald, dat weten de meeste mensen later toch niet meer.’

Als je dan tweede werd in de TT van Assen, hoe vierde je zo’n knappe prestatie?

‘Dat deden we eigenlijk niet. We gingen gewoon weer over tot de orde van de dag, want een week later stond er alweer een volgende race op het programma en daar moest alles nog voor klaargemaakt worden. In het jaar dat ik wereldkampioen werd, kon ik de titel al binnenhalen in Imatra, maar toen ging het mis. Na allerlei gedoe op de grid moest ik als laatste starten in de regen. Ik wilde snel naar voren komen en crashte. Bij de volgende race in Brno kon het opnieuw, maar ik had geen champagne of wat dan ook meegenomen. Ik wilde het noodlot niet tarten. Maar daar lukte het wel: ik won de race én het wereldkampioenschap. “Mister TT” Jaap Timmer heeft dat later vaak herhaald: de champagne van Henk bestond uit Fanta in Brno. Terug in Nederland hebben we de wereldtitel wél gevierd. Ik werd vanaf de grens – zo’n 17 kilometer van Mill – al opgewacht. Dat was echt heel mooi!’

In zijn kleine museum aan huis heeft Henk van Kessel – naast tal van prachtige herinneringen – ook meerdere motoren staan, waaronder een Van Veen Kreidler uit 1974.

Naast de 50cc, 125cc en 250cc heb je ook nog drie keer in de 80cc gereden. Je werd zelfs nog een keer vijfde toen je al 39 jaar was.

‘Dat was in de regen in 1985 en een jaar later reed ik mijn laatste TT in Assen. In 1985 werd ik in Le Mans ook nog eens derde. Het kwam toen al niet vaak meer voor dat oudere coureurs op het GP-podium stonden. Ik eindigde achter Nieto en Dörflinger. We hebben toen met z’n drieën uitgerekend dat we samen achttien wereldtitels op het podium hadden staan.’

Wat voor gevoel had je bij de TT van Assen?

‘Er hing altijd wel een bepaalde spanning. Niet vervelend, een gezonde spanning. Ik nam in Assen geen extra risico’s; voor mij was die wedstrijd hetzelfde als in het buitenland. Ik wist: als ik mijn vaste patroon aanhield, presteerde ik het best. Alleen de duwstart was altijd spannend – slaat de motor aan of niet? Dat was wel een dingetje. Ik heb altijd met veel plezier op Assen gereden. Het was een van de smalste circuits in het GP-circus. Qua breedte leek het bijna op een stratencircuit. Dat het zo smal was, werkte in mijn voordeel. Ik heb trouwens altijd wel met een klein beetje reserve gereden, zelfs in de Grand Prix.’

Waarom?

‘Dat leer je op de stratencircuits vanzelf. Daar staan dikke bomen langs de weg en daar wil je echt niet in de fout gaan. Maar ook de permanente circuits waren vroeger veel minder veilig dan tegenwoordig. Het kleinste paaltje kan al funest zijn. En dat hoeft echt niet met 200 kilometer per uur. Dat ik altijd met een beetje reserve reed is er op de een of andere manier gewoon ingeslopen. Ik heb twintig jaar geracet en in die tijd maakte je bijna elk seizoen wel twee of drie dodelijke ongelukken mee. Daar was ik mij heel bewust van. Maar dat heb je natuurlijk niet altijd zelf in de hand. Een motor kan bijvoorbeeld ook ineens vastlopen. Als ik tijdens een race merkte dat het niet ging, dan deed ik het gewoon niet. Dat is ook één van de redenen waarom ik zo weinig gebroken heb.’

Ruim vijftig jaar na je wereldtitel ben je nog steeds de laatste solorijder die dat in de Grand Prix heeft gepresteerd. Word je daar nog vaak aan herinnerd?

‘Dat wordt nog wel regelmatig benoemd, maar het wordt toch wel eens tijd dat daar verandering in komt. Vorig jaar had het gekund met Collin Veijer. Het blijft lastig qua faciliteiten in Nederland, je ziet dat veel jonge rijders al snel naar Spanje gaan. Ik volg nog steeds alle races en dat zal ik ook wel blijven doen. En elk jaar ga ik nog met plezier naar de TT Assen. Er zijn weinig voormalig coureurs in de GP-paddock waar ik zelf nog tegen geracet heb. Ik denk dat Jorge Martínez de enige is. Maar ik vermoed dat hij me niet meer zou herkennen, als coureur had ik namelijk nog een flinke bos haar. Maar goed, alles verandert. En dat geldt niet alleen voor de motorsport.’

Foto’s: Henk Keulemans, Asse Klein

Dominante wereldtitel
In 1974 was Van Veen Kreidler oppermachtig in de 50cc-klasse met coureurs Henk van Kessel en Julien van Zeebroeck. Jan de Vries was gestopt, maar bood als werknemer Van Veen nog wel technische ondersteuning aan het team. Ángel Nieto reed dat jaar niet in de 50cc. Van Kessel kende een bijna foutloos seizoen. Er stonden tien GP’s op de kalender, maar door een staking verschenen er in Duitsland nauwelijks coureurs aan de start. Van Kessel won de eerste twee GP’s, gevolgd door twee tweede plaatsen in Assen en België. Op Spa-Francorchamps leek hij opnieuw te zegevieren, maar vanuit de pits werd een ronde te vroeg aangegeven dat het de laatste ronde was. Na een overwinning in Zweden kon Van Kessel al vier races voor het einde van het seizoen wereldkampioen worden in Imatra. Daar ging hij onderuit in de regen; zijn enige fout dat jaar. In Brno stelde hij alsnog de wereldtitel veilig met een overtuigende overwinning. Als kersvers kampioen schreef hij ook de laatste twee races van het seizoen in Joegoslavië en Spanje op zijn naam.
Wist je dat…
Henk van Kessel heeft bij zijn woning in Mill een ruimte ingericht vol motoren, bekers, foto’s en allerlei materialen uit zijn racetijd. Een prachtig museum waar de passie voor motorsport nog altijd van de muren spat. Ook sleutelt Henk op 78-jarige leeftijd nog steeds met plezier aan oude motoren.

TT-resultaten van Henk van Kessel

Racegeschiedenis
Jaar Klasse Positie
1971 50cc DNF
1972 50cc DNF
1973 50cc & 125cc DNF & P10
1974 50cc & 125cc P2 & DNF
1975 50cc & 125cc P10 & DNF
1976 125cc & 250cc DNF & P16
1977 125cc & 250cc DNF & DNQ
1978 50cc & 125cc P16 & P9
1979 50cc & 125cc DNF & P9
1980 50cc & 125cc P7 & P8
1981 50cc & 125cc P2 & P14
1982 50cc & 125cc DNF & DNF
1983 125cc P14
1984 125cc P8
1985 80cc P5
1986 80cc P11

Raven sponsort 6DAYS en lanceert limited edition goggle

0

Raven wordt officiële partner van de 6DAYS FIM Enduro of Nations. Dit is de eerste keer dat het bedrijf, gespecialiseerd in goggles en motoroutfits, deze rol op zich neemt voor het evenement, voorheen bekend als de FIM International Six Days of Enduro (ISDE).

Ter gelegenheid van deze samenwerking lanceert Raven een Limited-Edition goggle voor de 99e editie van de 6DAYS, die in augustus in Bergamo, Italië, plaatsvindt. De goggle is ontworpen met Raven’s kenmerkende stijl en functionaliteit, en is betaalbaar voor elke rijder.

Aprilia Racing houdt Jorge Martín aan zijn contract

Raven heeft al bewezen succes, met Leo Le Quéré die de World Trophy won met Team Frankrijk 2024 ISDE, en Lorenzo Macoritto en Enrico Rinaldi die de Club Team titel veroverden. Matteo Cavallo presteerde ook uitstekend, met een 8e plaats in de algemene ranking. Al deze rijders kozen voor Raven goggles vanwege hun prestaties en comfort.

De 6DAYS FIM Enduro of Nations vindt plaats in Bergamo, Italië, van 24 tot 29 augustus. Voor meer informatie, zie fim-isde.com.

Yamaha introduceert 2025 Tricity 125 met verbeterde technologie en styling

0

De toekomst van stedelijk vervoer draait niet om twee wielen, maar om drie. Met de aankondiging van de vernieuwde Yamaha Tricity 125 voor 2025 zet de Japanse fabrikant in op een combinatie van stabiliteit, moderne technologie en eigentijdse styling. Dit leaning multi-wheel (LMW) voertuig biedt een interessant alternatief voor de traditionele scooter en richt zich op zowel beginnende als ervaren rijders die zekerheid en comfort zoeken in het stadsverkeer.

Techniek en prestaties

De 2025 Tricity 125 wordt aangedreven door Yamaha’s brandstofefficiënte Blue Core motor met Start & Stop-functie. Deze 125cc vloeistofgekoelde viertaktmotor levert 12,2 pk (9,0 kW) bij 8.000 tpm en een koppel van 11,2 Nm bij 6.000 toeren. Het blok is gekoppeld aan een automatische V-snaar transmissie, wat zorgt voor een moeiteloze rijervaring.

Een belangrijk kenmerk van de Tricity is natuurlijk het LMW-mechanisme, dat de twee voorwielen onafhankelijk laat bewegen. Dit zorgt voor een betere grip en stabiliteit, vooral bij het nemen van bochten en tijdens noodstops. De gewichtsverdeling en het lichte frame dragen bij aan de wendbaarheid, terwijl het Unified Braking System (UBS) zorgt voor een evenwichtige verdeling van de remkracht tussen de voor- en achterwielen.

Met een brandstofverbruik van 2,7 liter per 100 kilometer (volgens WMTC-norm) en CO2-uitstoot van slechts 62 g/km is de Tricity 125 ook een milieubewuste keuze voor stedelijke mobiliteit. De tankinhoud van 7,2 liter zorgt voor een aanzienlijke actieradius voordat bijgetankt moet worden.

Technologische vooruitgang

De 2025-editie van de Tricity 125 komt met een groot pakket aan technologische vernieuwingen:

  • Een 4,2-inch TFT-display dat via Bluetooth verbinding maakt met je smartphone
  • Mogelijkheden voor turn-by-turn navigatie, gespreksbeheer, e-mail/sociale media-notificaties en muziekbediening
  • Smart Key-systeem voor sleutelloos starten en verhoogde beveiliging
  • Start & Stop-systeem dat de motor automatisch uitschakelt bij stilstand, wat brandstof bespaart
  • USB-Type C aansluiting voor het opladen van apparaten onderweg
  • Volledige LED-verlichting, inclusief een gestapelde LED-koplamp en horizontale positielichten met een karakteristiek “Y”-ontwerp

Comfort en praktische aspecten

Met een zithoogte van 780 mm en een nat gewicht van 168 kg is de Tricity 125 toegankelijk voor een breed scala aan rijders. De rechtopstaande zitpositie bevordert het comfort tijdens langere ritten, en de telescopische voorvork en unit swing achterwielophanging (beide met 90 mm veerweg) zorgen voor een comfortabele rit, zelfs op minder ideale wegdekken.

De totale lengte van 1.980 mm, breedte van 750 mm en hoogte van 1.210 mm maken de Tricity compact genoeg voor het manoeuvreren door druk stadsverkeer, terwijl de grondspeling van 135 mm voldoende is voor alledaagse obstakels.

Marktpositie en alternatieven

De Yamaha Tricity 125 positioneert zich als een premium-aanbod in het segment van 125cc scooters. De combinatie van drie wielen, hoogwaardige technologie en Yamaha’s reputatie voor betrouwbaarheid rechtvaardigt de prijsstelling tussen €8.000 – €9.000.

Voor wie alternatieven overweegt, zijn er opties zoals de krachtiger Piaggio MP3 300 hpe (€7.000-€8.000), de luxueuze Peugeot Metropolis (vanaf €9.000) of de iconische tweewierige Vespa GTS 125 (€5.500-€6.500). De Tricity onderscheidt zich echter door zijn unieke combinatie van Yamaha-technologie, compacte afmetingen en driewielige stabiliteit.

Beschikbaarheid en uitvoeringen

De 2025 Yamaha Tricity 125 zal naar verwachting in het derde kwartaal van 2025 bij de Nederlandse dealer arriveren. Potentiële kopers hebben de keuze uit drie kleuren: Zen Green, Milky White en Matt Grey.

Met zijn vernieuwde styling, geavanceerde technologie en inherente stabiliteit lijkt de 2025 Yamaha Tricity 125 klaar om een belangrijke speler te worden in de toekomst van stedelijke mobiliteit. Voor wie de zekerheid van drie wielen zoekt zonder in te leveren op wendbaarheid of technologie, biedt deze Yamaha een overtuigend alternatief voor de traditionele scooter.

Deze film moet je zien: De Magie van de TT

0
De magie van TT Assen

Donderdag 22 mei ging in theater De Nieuwe Kolk in Assen de film ‘De Magie van de TT’ voor zo’n 800 genodigden in première. Het TT Circuit Assen gaf regisseur Roy Ferwerda twee jaar geleden de opdracht een film te maken ter gelegenheid van het naderende eeuwfeest van de TT.

Ferwerda verzamelde duizend uur beeld uit tal van bronnen in binnen- en buitenland en verwerkte ook nog opnames die toeschouwers hadden gemaakt. En daarna moest hij selecteren en dat resulteerde in een schitterende film van honderd minuten.

‘De Magie van de TT’ brengt het hele weekend in beeld vanaf het moment dat de toeschouwers naar Assen komen tot ze weer huiswaarts gaan en alles daar tussenin. Je ziet beelden van de campings, de TT-kermis, het feest in de stad (ook de rellen uit de jaren ’70 komen in beeld) en natuurlijk alles wat zich op en langs het circuit heeft afgespeeld. Het leuke is dat oude en recente(re) beelden door elkaar zijn gemonteerd. De film is dus geen chronologische opsomming van 1925 tot nu. Je ziet zelfs opnames van de start van de eerste TT in 1925! Ook beelden van de baan die vanaf 1926 werd gebruikt zijn gebruikt. Je ziet de aanleg van de vernieuwde baan in 1955.

Interview Roy Ferwerda – regisseur TT-film ‘De magie van de TT’

Tussendoor komen bestuurders van vroeger en nu aan het woord, zoals Jos Vaessen en Arjan Bos. Er zitten interviews in met Dorna-baas Carmelo Ezpeleta en de coureurs Kevin Schwantz, Randy Mamola, Wil Hartog, Hans Spaan, Egbert Streuer en natuurlijk met Valentino Rossi, ereburger van Assen. Net voor de film gereed moest zijn had Rossi eindelijk tijd om met Ferwerda te praten. Die vloog met zijn cameraman halsoverkop naar Italië en kon uiterst lovende woorden van de tienvoudig winnaar van de TT over het TT Circuit Assen en de TT registreren.

Als je de beleving van de rijders, de bestuurders en de toeschouwers in één woord wilt samenvatten, dan is dat: passie. Die was er een eeuw geleden en is er nog steeds. Voor het buitenland komt er een versie met Engelse ondertiteling. Rossi heeft laten weten daar heel graag een exemplaar van te willen hebben.

Na de vertoning van de film werd regisseur Roy Ferwerda overladen met complimenten. Hoe zou hij die in één woord samenvatten? ’Overweldigend’, zei hij.

De film is natuurlijk in de eerste plaats gemaakt voor de motorliefhebber, maar als je naar de bioscoop gaat neem dan ook je partner, vriend of vriendin mee, want ook voor hen zitten er prachtige beelden in. En na het zien van de film begrijpen ze beter waarom jij eind juni altijd richting Assen wilt.

De film draait vanaf vrijdag 23 mei in tal van bioscopen van Kinepolis en Pathé. Bij films weet je nooit hoe lang ze in het programma blijven, ga dus zo snel mogelijk kijken. In de TT-week draait de film in elk geval op maandag, dinsdag en woensdag in De Nieuwe Kolk in Assen.

Afbeelding: Facebook TT Circuit Assen

Vermijd wachtrijen bij RIDERS Festival: koop je ticket vooraf en ben goedkoper uit

0

Ben je van plan om RIDERS Festival in Rosmalen te bezoeken op 31 mei en/of 1 juni? Zorg dan dat je je ticket vooraf online koopt. We geven je die tip niet zomaar. Daar zijn namelijk twee goede redenen voor.

1. Vermijd lange wachtrijen: Door je ticket online te kopen, voorkom je dat je in lange wachtrijen bij de kassa komt te staan. Zo kun je meteen genieten van alle activiteiten en optredens zonder tijd te verliezen.

2. Goedkoper online: Een online ticket kost slechts €19,50, terwijl de prijs bij de kassa €22,50 is. Door je ticket online te kopen, bespaar je dus €3,00 per ticket!

Honda komt naar RIDERS Festival en jij kunt testrijden!

Kom je met een clubje en kopen jullie je tickets allemaal online, dan heb je je lunchgeld er dus al uit. Dat is toch prettig, dachten we zo. RIDERS Festival belooft opnieuw een waar spektakel te worden voor alle motorliefhebbers. Van rookies tot ervaren motorrijders en -fans. Ook muziekliefhebbers kunnen er hun hart ophalen.

Heb jij je ticket online gekocht? Dan is het een kwestie van scannen bij de ingang en direct het festivalterrein oprijden. Zo mis je geen moment van de spannende stuntshows, de nieuwste motoren en de gezellige festivalsfeer.

Wacht niet langer en koop je tickets vandaag nog hier. Zorg dat je voorbereid bent en optimaal kunt genieten van het evenement zonder gedoe en extra kosten.

Praktische informatie

WaarAutotron Rosmalen

Wanneer         
31 mei en 1 juni 2025
Zaterdag van 10.00 – 17.00u
Zondag van 10.00 – 17.00u
Meer informatieRIDERSfest.nl
Ticketsticketpoint.nl/RIDERSfestival

Harley-Davidson mikt op betaalbare motorfietsen voor nieuwe generatie rijders

0

Harley-Davidson staat bekend om zijn imposante V-twins, maar lijkt nu een strategische koerswijziging te overwegen. Het bedrijf onderzoekt mogelijkheden om zijn aanbod uit te breiden met betaalbare, lichtere motorfietsen met een kleinere cilinderinhoud. Deze strategische heroriëntatie is ingegeven door de noodzaak om het merk toegankelijker te maken voor een jongere doelgroep en om de internationale marktpositie te versterken.

Kolja Rebstock, Harley-Davidson’s Vice President voor Internationale Markten, heeft erkend dat het merk behoefte heeft aan een “opstapmodel” dat nieuwe rijders kan aantrekken. De recente beslissing om de lichte Sportster-lijn in Europa te beëindigen versterkt de urgentie om dit gat in het productaanbod op te vullen met kleinere, meer toegankelijke motorfietsen.

Harley-Davidson rockt RIDERS Festival 2025 met hun demo’s 

De X-modellen als blauwdruk voor de toekomst

Een blik op Harley’s recente samenwerkingen geeft inzicht in de richting die het merk mogelijk opgaat. De X440 en X350, ontwikkeld in samenwerking met Aziatische fabrikanten, vormen een duidelijke breuk met de traditionele Harley-filosofie.

Hartley-Davidson X440

De X440, geproduceerd in samenwerking met Hero MotoCorp, beschikt over een 440 cc luchtgekoelde eencilinder die 27 pk levert. De X350 gaat een stap verder met een 353 cc vloeistofgekoelde paralleltwin die 36 pk produceert. Beide modellen zijn uitgerust met moderne veiligheidssystemen zoals ABS en bieden een aanzienlijk lichtere en wendbaardere rijervaring dan de klassieke Harley-modellen.

Harley-Davidson X350

Deze motoren zijn momenteel niet in Europa verkrijgbaar, maar kunnen wel als blauwdruk dienen voor toekomstige Europese modellen. De prijs van de X440 in India, omgerekend ongeveer €2.460, suggereert dat Harley inderdaad mikt op een aanzienlijk lagere prijs dan hun huidige aanbod in Europa, waar de Nightster bijvoorbeeld voor €18.495 in de showroom staat.

Concurrentie en marktuitdagingen

Een entree in het segment van lichtere motorfietsen brengt Harley-Davidson in direct conflict met gevestigde merken die al jaren deze markt bedienen. Modellen als de Honda GB350S, Triumph Speed 400, Royal Enfield Classic 350 en BMW G 310 R hebben een loyale aanhang opgebouwd met hun combinatie van stijl, betrouwbaarheid en betaalbaarheid.

In Nederland liggen de prijzen voor deze concurrenten tussen de €4.500 en €6.500, wat een duidelijke benchmark stelt voor Harley’s potentiële nieuwe modellen. Om concurrerend te zijn, zal Harley-Davidson niet alleen scherp moeten prijzen, maar ook een onderscheidende waardepropositie moeten bieden die het merk differentieert van de concurrentie.

Demografische verschuivingen en toekomstige uitdagingen

Harley-Davidson’s strategie wordt mede ingegeven door demografische veranderingen. De traditionele klantenbase van het merk vergrijst, terwijl jongere rijders steeds vaker kiezen voor kleinere, veelzijdigere motorfietsen. Daarnaast spelen internationale handelstarieven een significante rol in Harley’s strategische besluitvorming, zoals blijkt uit eerdere productieverplaatsingen om Europese importtarieven te omzeilen.

Het succes van deze strategische heroriëntatie hangt af van Harley’s vermogen om betaalbare, aantrekkelijke motorfietsen te ontwikkelen die resoneren met een nieuwe generatie rijders, zonder de authentieke merkwaarden te verliezen die het merk groot hebben gemaakt.

Een keerpunt voor het iconische merk

Voor Harley-Davidson vertegenwoordigt deze mogelijke uitbreiding naar lichtere modellen een fundamentele heroverweging van de merkidentiteit. De uitdaging ligt niet alleen in het ontwikkelen van technisch competente motorfietsen, maar ook in het behouden van de Harley-ervaring in een kleiner, toegankelijker pakket.

De komende jaren zullen uitwijzen of Harley-Davidson erin slaagt deze delicate balans te vinden tussen traditie en vernieuwing, tussen omvang en toegankelijkheid. Voor liefhebbers van het merk en de motorindustrie als geheel blijft dit een fascinerende ontwikkeling om te volgen.

Vier nieuwe QJMOTOR-motoren getest in Rotterdam: op volle toeren

0
QJMotor-motoren

QJMotor opereert nog maar een jaar op de Beneluxmarkt, maar de snelheid waarmee de Chinezen met nieuwe modellen komen, is ronduit indrukwekkend. We zijn in Rotterdam uitgenodigd om kennis te maken met de nieuwste 2025-machines. Daar staan een geüpdatete SRT 700 SX te wachten en drie varianten van de 600-serie, in adventure touring, naked bike en supersport.


SRT 700 SX Touring

Wat is het?

De QJMotor SRT 700 X, die al even in het gamma zit, wordt opgevolgd door de SRT 700 SX. (‘Touring’ staat voor het uitrustingsniveau, zijnde drie koffers.) Een nieuwe, frisse versie van de avontuurlijke toermotor die vooral uiterlijk een gedaantewisseling krijgt. Hij ziet er nu veel spitser en moderner uit, met kleine ledlampen, DRL’s, een kleine eendensnavel, maar ook een nieuwe benzinetank, nieuw zadel en nieuw achterste. Het motorblok wordt wel overgenomen, maar krijgt nu een plusteken achter EU5. De 698cc-twin levert 70 pk en 70 Nm, wat 3 pk minder en 3 Nm meer is dan de SRT 700 X. Verwaarloosbaar dus, maar de krachten zijn op die manier wel mooi verdeeld. De SRT 700 SX Touring is beschikbaar in zwart/grijs en grijs/rood voor €9.999 (B: €8.999).

Duotest Honda XL750 Transalp vs. QJMotor SRT 800 SX: aanval uit verwachte hoek

Hoe rijdt het?

Van een afstandje ziet de SRT 700 SX er origineel en leuk uit, zeker in het rood zoals wij ‘m reden, en als je wat dichterbij gaat kijken, merk je nog meer interessante dingen. De SRT 700 SX pakt namelijk uit met Marzocchi-vering, Brembo-remmen en Metzeler-banden. Uiterlijk doet hij er ook nog een schepje bovenop met goudkleurige spaakwielen. Wat je niet ziet, maar wel meteen voelt bij het manoeuvreren en opstappen, is het gewicht van 243 kg. Dat is vrij stevig voor een lichte 700cc-motor, wat zich ook laat voelen tijdens het rijden. Niet alleen het sturen vraagt wat extra moeite, maar ook bij het accelereren voel je dat de tweecilinder hard moet werken om al dat gewicht voort te stuwen. De goede Brembo’s maskeren gelukkig veel bij het afremmen. Het motorblok mag dan wel EU5+ zijn, heel modern loopt het niet. Veel trillingen bij lage toeren, geen al te mooie loop en een koppeling die je heel secuur moet bedienen als je vertrekt in eerste versnelling. De twin mankeert karakter, maar doet in alles wat je ervan vraagt. Op het vlak van comfort scoort de SRT 700 SX duidelijk beter. De zitpositie is aangenaam recht, het zadel prima en de windbescherming is oké. Het windscherm is instelbaar met twee draaiknoppen die aan de buitenkant zitten, wat al rijdend een kunstje wordt. Voor de rest is de QJMotor rijkelijk uitgerust, met standaard handvat- en zadelverwarming, een TFT-scherm met bandendrukmeter, bluetooth en navigatie, en een USB-A én USB-C aansluiting.


SRT 600 SX Touring

Wat is het?

Het kleine broertje van de SRT 700 SX, met een 554cc-twin met 270°-krukas. Dat blok kennen we van de SRK 550 naked bike en levert in EU5+-vorm 56 pk en 54 Nm. Dit mag dan wel een kleine SRT zijn, maar hij ziet er duidelijk anders uit dan de 700 en 800. Met zijn koplamp die in het windscherm verwerkt zit, heeft hij iets weg van een KTM. Let ook op de leuke mistlampen die hem een unieke look geven. De SRT 600 SX komt standaard eveneens als Touring, dus inclusief driedelige aluminium kofferset. Net zoals op grote broer 700, krijgt ‘de kleine’ ook Marzocchi’s, Brembo’s en Metzelers. De SRT 600 SX Touring komt in een zwarte en een rode kleurstelling, en staat bij de dealer voor €8.499 (B: €7.499).

Hoe rijdt het?

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: beter dan de SRT 700 SX. Je voelt niet enkel het gewichtsverlies van 23 kg waardoor alles makkelijker en vloeiender gaat, maar het is vooral het motorblok dat veel aangenamer is. Door de 270°-krukas krijg je veel meer punch onderin en trek je sneller richting hogere toerentallen. Je hebt minder trillingen, meer souplesse en een twin dat prima presteert. Verwacht echter geen wonderen van zijn luttele 56 pk, maar hoe die paarden naar het achterwiel verplaatst worden, is dik in orde. Hoe hij klinkt, is ook goed voor elkaar. Door de specifieke uitlaat krijg je een bijzonder geluid te horen. Best sportief en het klinkt veel krachtiger dan het aantal pk’s en cc’s dat voorhanden is. Qua comfort en zitpositie is de 600 gelijkaardig aan de 700, maar het windscherm is helaas niet instelbaar. Naast de gekende basisuitrusting van de QJMotor SRT-modellen, beschikt de 600 ook over uitschakelbare tractiecontrole. Handig als je offroad wat wilt spelen, want daar draait de SRT 600 SX zijn hoofd niet voor om.


SRK 600 RS

Wat is het?

QJMotor is all-in gegaan met het 554cc-platform. Naast de SRT adventure touring en SRK 600, lanceren de Chinezen ook een heuse sportmotor. Die heeft uiterlijk veel weg van de grotere SRK 800 RR en dus ook van een liefdesbaby tussen een Ducati Panigale en een BMW S 1000 RR. De kleine tweecilinder levert ook hier 56 pk en 54 Nm, dus potten breken op een trackday zal er niet in zitten. Deze machine is meer gemaakt voor de openbare weg. De zitpositie is niet al te extreem, waardoor je rug nog behoorlijk recht is. Het is wel een kleine motorfiets, dus grote motorrijders moeten zeker eerst eens proefzitten. Over het algemene design en de afwerking valt weinig te klagen. Hij ziet er gewoon strak uit. Verwacht echter geen uitgebreide elektronicawinkel zoals op moderne sportmotoren. Tractiecontrole en twee rijmodi krijg je cadeau, maar een quickshifter ontbreekt helaas, ook in de optielijst. Door die simpliciteit betaal je wel maar €7.999 (B: €7.199) en kun je nog kiezen voor een rood of grijs exemplaar.

Hoe rijdt het?

Je hebt niet de extreme prestaties die je van een sportmotor mag verwachten, maar wel het gevoel dat je met een dik ding onderweg bent. Mensen en vooral jongeren kijken je na, dus aan opvallen is er geen gebrek. Het motorblok presteert – logischerwijs – gelijkaardig als in de SRT 600 SX, dus met veel koppel onderin en een fijne motorloop. Het geluid is echter minder spectaculair dan op de SRT, wat puur door de andere uitlaat komt. Sturen doet de SRK best scherp, maar regen verpestte helaas onze flow. De SRK 600 RS is een ideale motor voor beginnende motorrijders die wel de looks van een superbike willen – welke jongere wil dat niet? – zonder er een bom geld voor neer te leggen.


SRK 600

Wat is het?

De SRK 550, maar dan met het cijfer ‘600’. Letterlijk dat, want de motorfiets is op EU5+ aanpassingen na onveranderd gebleven. Zet ze beide naast elkaar, wat we konden doen, en er is geen enkel verschil te bemerken. Enkel de uitlaat is lichtjes anders. QJMotor past dus een marketingtrucje toe door te stellen dat het nu een 600 is, maar het motorblok is ongewijzigd. Dat maakt niets uit voor nieuwe kopers van een SRK 600, maar je zou maar blind een 600 bestellen als je al een 550 hebt. Deze naked bike is de derde telg op het 600-twin platform, naast de SRT adventure tourer en RS supersport. Met zijn 176 kg is het veruit de lichtste variant, wat niet geheel onlogisch is. De SRK 600 heeft een leuke smoel, moderne kleurvarianten (rood/grijs en zwart/goud) en is prijstechnisch opnieuw interessant: €7.499 (B: €6.699).

Test Supersports: Honda CBR600RR vs. Kawasaki ZX-6R vs. QJMotor SRK 800 RR

Hoe rijdt het?

Als de leukste motor van dit viertal. De SRK 600 stuurt licht, wendbaar, snel, stabiel,… Het is een echte fun bike. De 554cc-twin komt in deze naked ook het best tot zijn recht. Hij reageert heftig, zonder agressief te zijn, en wil continu spelen. Zo moet een naked bike zijn. Door het gebrek aan elektronica, op tractioncontrol na, is het ook gewoon een kwestie van opstappen en rijden. Ook hier missen we een (optionele) quickshifter, net zoals op de RS. Die had de rijervaring nog net iets intenser kunnen maken.


Conclusie

QJMotor gaat er vol voor, dat mag duidelijk zijn. Deze nieuwe generatie modellen maakt weer stappen ten opzichte van de 2024-QJMotors. Vooral het 600-twin platform heeft ons aangenaam verrast, met een leuk motorblok, fijn sturende motorfietsen en scherpe prijzen. De SRT 700 SX mag dan wel meer cc’s en pk’s hebben, hij moet het qua rijplezier afleggen tegen de 600. Laat de volgende batch maar komen!

De Honda Cub F-Type: hoe een eenvoudige hulpmotor Japan op wielen zette

0

In het Japan van de vroege jaren ’50 was mobiliteit geen vanzelfsprekendheid. Het land krabbelde nog op uit de nasleep van de Tweede Wereldoorlog en voor de gemiddelde burger was een volwaardige motorfiets financieel buiten bereik. Terwijl gevestigde fabrikanten zoals Meguro zich richtten op complete motorfietsen en bedrijven als Mitsubishi en Fuji scooters zoals de Silver Pigeon en Rabbit produceerden, zag Honda een kans in een veel eenvoudiger oplossing.

In juni 1952 introduceerde Honda de Cub F-Type, een simpele hulpmotor die op vrijwel elke fiets gemonteerd kon worden. Dit was geen product dat indruk maakte met indrukwekkende prestaties of opvallend design, maar een doelbewuste poging om transport toegankelijk te maken voor iedereen – en daarmee veranderde Honda de transportwereld voorgoed.

De vernieuwde Honda CB125F: Meer technologie in een vertrouwd jasje

Een strategische meesterzet

De ware genius achter de Cub F-Type lag niet alleen in het technische ontwerp, maar vooral in de marketingstrategie. Takeo Fujisawa, Honda’s marketingstrateeg, realiseerde zich dat de traditionele verkoopkanalen voor motorfietsen beperkt waren tot ongeveer 300 dealerships. In plaats daarvan richtte hij zich op een veel groter netwerk: de meer dan 50.000 fietswinkels die Japan rijk was.

Honda-medewerkers en freelancers schreven duizenden brieven naar deze fietswinkels om de Cub F-Type te introduceren als de volgende evolutie in persoonlijk transport. Deze directe benadering leverde ongeveer 30.000 reacties op, waarmee effectief een distributienetwerk werd gecreëerd dat de traditionele motorfietskanalen ver overtrof. De “rode motor met de witte tank” werd een vertrouwd gezicht in heel Japan, niet door brute reclamekracht, maar door strategische partnerschappen.

Technische eenvoud als troef

De genialiteit van de Cub F-Type lag in zijn eenvoud. Het ging niet om baanbrekende technologie, maar om betrouwbare, betaalbare kracht in een compact pakket:

  • Luchtgekoelde, 2-takt, eencilinder motor
  • Cilinderinhoud van 50cc (49,9 cc)
  • Boring x slag: 40 mm x 39,8 mm
  • Vermogen van ongeveer 1 pk (0,75 kW) bij 3.600 tpm
  • Topsnelheid van ongeveer 35 km/u wanneer bevestigd aan een fiets

Met een gewicht van slechts 6-7 kg transformeerde de hulpmotor een gewone fiets in een gemotoriseerd vervoermiddel zonder de essentie van de fiets aan te tasten. Het was een aanvulling op de trapkracht, geen vervanging.

Mobiliteit voor de massa

De Honda Cub F-Type was niet gericht op enthousiastelingen of snelheidsduivels. Het was ontworpen voor de gewone man en vrouw die op zoek was naar een betaalbare en praktische manier om zich te verplaatsen. De aanpasbaarheid aan bestaande fietsen maakte het universeel aantrekkelijk en overschreed gender- en sociaaleconomische barrières.

De Honda Cub F-Type was ook meer dan alleen een product; het was een katalysator voor Honda’s latere succes. De motor bewees dat innovatie niet altijd over complexiteit gaat, maar soms over briljant eenvoudige oplossingen die de massa’s in staat stellen zich te verplaatsen.

Hoewel concrete gegevens over specifieke betrouwbaarheidsproblemen schaars zijn, kunnen we aannemen dat de Cub F-Type als kleine tweetaktmotor regelmatig onderhoud vereiste. Dit zou waarschijnlijk het regelmatig reinigen van de carburateur, vervangen van bougies en zorgvuldige aandacht voor de brandstofmix hebben omvat.

De erfenis van de Cub F-Type reikt verder dan zijn technische specificaties; het is een herinnering dat ware innovatie levens transformeert en samenlevingen hervormt, één revolutie van een kleine tweetaktmotor tegelijk. Dit bescheiden begin legde de fundering voor wat later zou uitgroeien tot ’s werelds grootste motorfietsfabrikant.

Honda produceert 500 miljoenste motorfiets: mijlpaal na 76 jaar productie

0

Honda heeft op 22 mei 2025 bekendgemaakt dat de cumulatieve wereldwijde productie van motorfietsen de 500 miljoen eenheden heeft bereikt. Deze indrukwekkende mijlpaal komt 76 jaar nadat het bedrijf in 1949 begon met de massaproductie van motorfietsen met de Dream D-Type. De 500 miljoenste motorfiets die van de band rolde, was een Honda Activa scooter, geproduceerd in de Honda Motorcycle and Scooter India Private Limited (HMSI) fabriek in Vittalpur, Gujarat.

Honda komt naar RIDERS Festival en jij kunt testrijden!

Van bescheiden begin naar wereldwijde dominantie

Honda’s reis in de motorfietswereld kende een relatief bescheiden begin, maar het bedrijf groeide snel uit tot een wereldleider. Al in 1959 werd Honda ’s werelds grootste motorfietsfabrikant. Belangrijke mijlpalen in de productiegeschiedenis van het bedrijf laten een indrukwekkende groeicurve zien:

  • 1997: Cumulatieve wereldwijde productie bereikt 100 miljoen eenheden
  • 2008: 200 miljoen eenheden bereikt
  • 2014: 300 miljoen eenheden bereikt
  • 2019: 400 miljoen eenheden bereikt
  • 2025: 500 miljoen eenheden bereikt

Vooral opmerkelijk is dat Honda slechts zes jaar nodig had om van 400 naar 500 miljoen eenheden te groeien, wat de versnelde productiecapaciteit van het bedrijf in de afgelopen jaren illustreert. In 2018 overtrof de jaarlijkse productie van Honda voor het eerst de 20 miljoen eenheden.

Wereldwijd productienetwerk en lokale aanwezigheid

Honda’s mondiale voetafdruk is indrukwekkend met motorfiets- en scooterproductiefaciliteiten in 23 landen en 37 productie-entiteiten. Het bedrijf heeft vanaf het begin een strategie gehanteerd van “lokaal produceren waar er vraag is”, wat heeft geleid tot een uitgebreid wereldwijd productienetwerk.

Honda reaches 500 million unit milestone in cumulative global motorcycle production

De eerste productiefaciliteit buiten Japan werd in 1963 in België opgezet. Later volgden uitbreidingen naar andere regio’s, waaronder India in 2001, dat nu een cruciale rol speelt in Honda’s wereldwijde productiestrategie. Het bedrijf levert momenteel producten en diensten aan klanten wereldwijd via een netwerk van meer dan 30.000 Honda-dealers.

Focus op elektrificatie en toekomstplannen

Terwijl Honda dit historische productiecijfer viert, kijkt het bedrijf ook naar de toekomst met een duidelijke focus op duurzaamheid en elektrificatie. Honda heeft 2024 aangewezen als het “eerste jaar van wereldwijde expansie” voor zijn elektrische tweewielers en is begonnen met het lanceren van nieuwe modellen.

In Europa introduceerde Honda de EM1e: scooter, die gebruik maakt van Honda’s Mobile Power Pack e: (MPP) technologie. Deze beweging naar elektrificatie weerspiegelt Honda’s toewijding aan het aanpakken van milieuproblemen en het voldoen aan de veranderende consumentenvraag naar duurzamere vervoersopties.

Toshihiro Mibe, directeur, president en vertegenwoordigend uitvoerend functionaris van Honda Motor Co., Ltd., benadrukte het belang van de motorfietsactiviteiten voor Honda en sprak zijn dankbaarheid uit aan klanten en belanghebbenden voor hun steun tijdens deze opmerkelijke reis.

Met een jaarlijkse productiecapaciteit van meer dan 20 miljoen eenheden en een breed scala aan modellen, van alledaagse forenzen tot grotere modellen voor vrijetijdsbesteding in het weekend, blijft Honda goed gepositioneerd om zijn leidende positie in de wereldwijde motorfietsindustrie te behouden terwijl het zich aanpast aan de veranderende marktdynamiek en consumentenvoorkeuren.

Honda produceert 500 miljoenste motorfiets: mijlpaal na 76 jaar productie

Is Quad Lock in 2025 nog de ultieme telefoonhouder voor je motor?

0

Quad Lock heeft zich in de afgelopen jaren gevestigd als een toonaangevend systeem voor het bevestigen van smartphones op motorfietsen. Het is niet zomaar een telefoonhouder, maar een volledig ecosysteem van accessoires ontworpen om motorrijders een naadloze integratie van hun smartphone te bieden tijdens het rijden. Het systeem kenmerkt zich door een uniek twist-lock mechanisme dat gebruikers vertrouwen geeft in de veiligheid van hun kostbare apparaten, zelfs tijdens de meest uitdagende ritten.

De kern van het Quad Lock-systeem bestaat uit verschillende componenten die samen een complete oplossing vormen. De stuurhouders zijn verkrijgbaar in twee varianten: een premium PRO-versie gemaakt van CNC-gefreesd geanodiseerd aluminium, geschikt voor sturen van 22mm tot 35mm, en een reguliere versie van glasvezelversterkt nylon voor sturen van 22mm tot 32mm. Beide opties bieden een stevige basis voor het bevestigingssysteem.

GoPro en AGV slaan handen ineen voor revolutionaire smart helm

Technische specificaties en prestaties

De Handlebar Mount PRO is het vlaggenschip van Quad Lock, vervaardigd uit hoogwaardig aluminium en voorzien van roestvrijstalen onderdelen. Met een gewicht van ongeveer 80 gram en afmetingen van circa 60mm x 40mm x 30mm biedt deze mount een robuuste basis zonder overmatig gewicht toe te voegen. De mount wordt geleverd met vier afstandhouders voor een optimale pasvorm op verschillende stuurdiameters.

Een van de belangrijkste accessoires is de Vibration Dampener, een component die meer dan 90% van de schadelijke trillingen absorbeert. Dit is cruciaal voor het beschermen van de gevoelige camerasystemen in moderne smartphones, die anders beschadigd kunnen raken door de constante trillingen tijdens het rijden.

De telefoonhoesjes zelf zijn verkrijgbaar in twee varianten: de standaard Quad Lock Case met een duurzame polycarbonaat constructie en een TPU buitenlaag, en de Quad Lock MAG Case die compatibel is met MagSafe dankzij ingebouwde neodymium magneten. Voor rijders die hun telefoon tijdens het rijden willen opladen, biedt Quad Lock een waterdichte USB-oplader die bestand is tegen de elementen en laadvermogens van 5W, 7,5W en 10W ondersteunt.

Alternatieve oplossingen

Hoewel Quad Lock een sterke positie in de markt heeft, zijn er verschillende concurrenten die alternatieve oplossingen bieden:

  • RAM Mounts staat bekend om zijn uitzonderlijke duurzaamheid en veelzijdigheid. De producten, zoals de RAM X-Grip en RAM Quick-Grip, bieden robuuste klemkracht en zijn doorgaans voordeliger dan Quad Lock. Gebruikers waarderen vooral de robuustheid en uitgebreide aanpassingsmogelijkheden, al missen ze soms de slanke vormgeving en geïntegreerde functies van Quad Lock.
  • SP Connect gebruikt een vergelijkbaar twist-lock mechanisme als Quad Lock en biedt een scala aan accessoires. Hun Moto Bundle concurreert direct met Quad Lock’s motorsets en wordt geprezen om het slanke hoesjesontwerp en geïntegreerde trillingsdemping. Sommige gebruikers suggereren echter dat het bevestigingssysteem van SP Connect minder veilig zou kunnen zijn onder veeleisende omstandigheden.
  • Peak Design Mobile richt zich op een slank hoesje en magnetisch bevestigingssysteem voor rijders die esthetiek en gebruiksgemak waarderen. De Motorcycle Bar Mount heeft een minimalistisch ontwerp en kan eenvoudig met één hand worden bediend. Hoewel deze oplossing doorgaans duurder is dan Quad Lock, trekt Peak Design gebruikers aan die premium materialen en een veilige magnetische bevestiging waarderen.

Prijzen en beschikbaarheid in Nederland

In Nederland liggen de prijzen voor Quad Lock-producten in het premium segment van de markt:

  • Handlebar Mount PRO: €80-€100
  • Handlebar Mount (Regular): €60-€80
  • Vibration Dampener: €35-€55
  • Standard Quad Lock Case: €35-€45
  • Quad Lock MAG Case: €45-€65
  • USB Weatherproof Charging Head: €55-€75

Gebruikerservaringen

Ondanks de populariteit kent Quad Lock enkele aandachtspunten. Het meest significante probleem betreft mogelijke schade aan smartphone-camera’s door trillingen. Hoewel de trillingsdemper dit risico vermindert, kan het niet volledig worden geëlimineerd, vooral op motorfietsen met hoge trillingsniveaus. Sommige gebruikers melden ook dat hoesjes na langdurig gebruik of bij een val kunnen barsten of breken.

Gebruikers zijn over het algemeen zeer positief over het bevestigingssysteem van Quad Lock. Ze prijzen de veilige montage, het gebruiksgemak van het twist-lock mechanisme en de effectiviteit van de trillingsdemper. De kwaliteit van de materialen en de algehele constructie worden algemeen beschouwd als hoogwaardig en duurzaam. Een terugkerend thema in gebruikersbeoordelingen is echter de relatief hoge prijs vergeleken met concurrerende systemen.

Nog steeds de beste?

Is Quad Lock in 2025 nog steeds de ultieme telefoonhouder voor motorrijders? Het antwoord is genuanceerd. Het blijft een topper dankzij de veilige bevestiging, het gebruiksgemak en het uitgebreide ecosysteem. Potentiële kopers moeten echter de premium prijs afwegen, rekening houden met het risico op camerabeschadiging (vooral op trillingsgevoelige motorfietsen) en alternatieven zoals RAM Mounts, SP Connect en Peak Design Mobile verkennen om de beste optie voor hun individuele behoeften en rijstijl te bepalen.