Motorsport beperkt zich niet alleen tot Europa of Amerika; ook in Azië en de vroegere Sovjetunie werd de motorsport bedreven. In ons archief vind je zeldzaam materiaal dat bijzondere verhalen vertelt en veel inzicht geeft in de Sovjet-motorsporthistorie – maar dat kwam alleen tot stand na uitgebreid onderzoek!
De Russische tsaar had weinig interesse in de industriële revolutie, maar dat veranderde toen Rusland betrokken raakte bij de Eerste Wereldoorlog. Er moesten wapens gefabriceerd worden, en na de Russische Revolutie van 1917, met de komst van Lenin, veranderde die behoefte niet. De leiders van de Sovjetunie gaven destijds geen prioriteit aan de productie van motorfietsen; grondstoffen werden beter besteed aan tractoren, vrachtwagens en locomotieven. Dit veranderde in 1930 met de lancering van de M21, een DKW-kopie met een 300 cc tweetakt ééncilinder motorblok. Later volgden andere westerse imitaties, zoals de 750 cc M72, een kopie van de BMW R71.
Historie: Paul Anderson, overgrootvader, fabriekscoureur en snelheidsrecordhouder
Na de Tweede Wereldoorlog begreep het Politburo dat er behoefte was aan goedkoop transport. De motorfiets kreeg prioriteit als vervoermiddel voor het volk. De voormalige Duitse DKW-fabrieken in Zschopau vielen binnen Sovjetgebied, waardoor het eenvoudig was om de DKW-fabriekshallen te gebruiken voor de productie van motoren en de ontwikkeling van nieuwe machines in de Sovjetunie. De DKW-fabriek werd volledig ontmanteld; alle DKW-prototypes, onderzoeksprojecten, racers, talloze tekeningen en documentatie werden naar Moskou verscheept, samen met het ontmantelde productiegereedschap. Daar ging de TsKEB, het centrale constructie- en technisch experimenteel ontwerpbureau van de USSR, aan de slag met de buit, met als doel een volledig productie- en raceprogramma op te zetten. Het hoofd van de TsKEB, ing. S. Ivanitsky, leidde de ontwikkeling van een serie op DKW gebaseerde productie- en racemotoren, die voornamelijk werden geproduceerd in wapen- en tractorfabrieken. In die periode ontstond ook een Sovjet-motorsportkampioenschap met GP’s in diverse Sovjetstaten, zowel op asfalt als off-road. Zowel mannen als vrouwen namen hieraan deel, zonder dat de Sovjetunie daar enig onderscheid in maakte.

Twee jaar scherpschutter
Bovenstaande foto legt een mooi stukje Sovjetgeschiedenis vast. Hij is genomen op het Pirita-Kose-Kloostrimetsa-circuit, vlakbij Tallinn in Estland, op 16 augustus 1951. We zien Hslju Küünemäe met haar 350 cc tweecilinder 15K, op weg naar de overwinning in de 350cc Sovjet GP van Tallinn. Hslju is een Russische die opgroeide in Kingisepp, dat voor 1922 bekendstond als Yamburg. Tijdens de laatste twee jaar van de Tweede Wereldoorlog was Küünemäe een sluipschutter in het Rode Leger. Na de oorlog begon ze met motorracen en dat deed ze met groot succes. In de Sovjetunie hadden vrouwen dezelfde rechten als mannen en mochten ze deelnemen aan motorsportevenementen, in tegenstelling tot het vrije Westen, waar talentvolle vrouwen nog decennia lang letterlijk tegengewerkt werden in hun sport.
Hslju’s 15K was een productieracer die ontwikkeld was door ing. Ivanitsky, gebaseerd op een DKW 350cc tweetakt twin-concept. De motor werd geproduceerd door V.A. Degtyarev, een groot bedrijf in Kovrov, dat in 1916 was opgericht als wapenfabrikant, terwijl de Eerste Wereldoorlog nog woedde. Bekende wapens die daar vandaan komen zijn het Degtyarev-antitankgeweer en het wereldberoemde Shpagin-machinepistool, de PPSh-41.
Op 1 januari 1956 trad de Sovjetunie toe tot de internationale FIM-motorfederatie om deel te nemen aan de internationale motorsport. Een jaar eerder begon een nieuw programma dat Russische racers op hetzelfde niveau als de fabrieksracers van het Westen moest brengen. In de zwaardere Sovjet GP-klassen werd op dat moment nog geracet met verouderde boxermotoren, vaak uitgerust met superchargers voor extra snelheid. Aangezien turbo’s en superchargers niet toegestaan waren in de racerij bij de FIM, werd besloten om een aantal volledig nieuwe racers te ontwikkelen. Hieruit kwamen enkele bijzonder geavanceerde Sovjet-racemachines voort, zoals de Vostok C-364, een viercilinder viertakt wegracer die in 1964 deelnam aan de Oost-Duitse GP. Deze racer had dubbele bovenliggende nokkenassen en vier kleppen per cilinder, goed voor 56 pk bij 13.000 tpm. De Vostok-racer was ook ontwikkeld door V.A. Degtyarev, dat inmiddels ook raketten en spionagesatellieten bouwde voor het beroemde Russische ruimtevaartprogramma. Daarnaast produceerden ze sinds 1957 onder de naam Восхо́д (Voskhod), 175 cc tweetakt motorfietsen die in de USSR populair waren, maar door het Westen vaak werden belachelijk gemaakt. V.A. Degtyarev had daar vermoedelijk niet veel om gegeven, want het bedrijf speelde een cruciale rol in het baanbrekende Sojoez-ruimteproject, dat pas op 20 mei 2020 eindigde met een laatste vlucht naar het ISS.
Foto: Archives A. Herl


