Van Signal de Botrange (BE, 694 m) naar de Zuidplaspolder bij Nieuwerkerk aan den IJssel (NL, -6,76 m). Dat is een afdaling van 700 m, door twee landen, verschillende klimaten en zowat elk soort weg dat de Benelux te bieden heeft. Dat doen we allemaal op een Harley-Davidson Low Rider ST. Niet alleen een machine die evenveel karakter heeft als koppel, maar ook een motor met een zeer passende naam voor dit verhaal…
De dag begint boven op de Signal de Botrange, het dak van België op 694 meter boven zeeniveau. Met het weer moet je hier geluk hebben, en dat hebben we vandaag niet. Het is koud en er is bijzonder veel wind. Al helemaal als je bovenop het torentje staat voor het openingsshot van deze reportage. Die zes meter hoge constructie zorgt ervoor dat je net de 700-metergrens aan kunt tikken. Regen valt gelukkig niet met bakken uit de lucht, dus misschien hebben we gewoon wél geluk. Het is maar hoe je het bekijkt. Motorrijden in de Hoge Venen is altijd een aparte ervaring. De wegen kunnen vochtig zijn, het asfalt benadert op sommige plaatsen de perfectie maar is meestal van een abominabel niveau, en de geur van nat gras en dennen is overal. Toch voel je meteen dat dit een goed begin is. Het idee dat je van hieruit alleen nog maar naar beneden kunt, maakt het symbolisch en lijkt de komende 260 km gevoelsmatig te vermakkelijken. Bij Welkenraedt breken de eerste zonnestralen door, droogt het asfalt op en krijgt de Low Rider ST eindelijk wat ruimte om zijn longen open te trekken.

Opgeplooid
En dat zijn serieuze longen! De Milwaukee-Eight 117 High Output V-twin meet maar liefst 1923 cc. Daaruit genereert hij een aangename 114 pk en een zeer indrukwekkende 173 Nm koppel. We weten dus op welke manier we de rit van vandaag moeten aanpakken: rustig aan, cruiserstijl, geen haast. Handig aan de ST zijn de zijkoffers en de grote kopkuip. Een regenpak, extra paar handschoenen, fles water en wat poetsspullen verdwijnen zo in de handige koffers. De grote kuip houdt ons dan weer goed uit de wind, waardoor het comfort bijzonder goed is. Dat ondanks de lage zit in combinatie met de relatief hoog geplaatste mid controls. Het ziet er op de foto misschien wat opgeplooid uit, maar de zitpositie is makkelijk een hele dag uit te houden. Een voordeel van die mid controls is dat je wat meer in een bocht kunt leunen en dus in theorie harder kan. We zijn in de Ardennen, de zon piept tussen de wolken, waar wachten we op?
Duotest Harley-Davidson Low Rider S vs. Triumph Rocket 3 GT: Heavy metal
309 meter boven NAP
Van actie naar stilte
In Plombières passeren we het imposante Amerikaanse militaire kerkhof Henri-Chapelle en we besluiten er even te stoppen. Bijna 8.000 witte kruisen staan hier keurig in het gelid op een oppervlakte van 23 hectare. Niet alleen het aantal doden is indrukwekkend, maar ook de netheid van het kerkhof. Verschillende verzorgers zijn continu bezig om het kerkhof in topstaat te houden, met succes. Ieder bloemetje is perfect gesneden, iedere struik tot op de centimeter getrimd. Onkruid is onbestaand op de immense grasvlakte (en waait wellicht allemaal over tot in mijn tuin…). We doen waar je automatisch naar geleid wordt op zo’n plek: nadenken. Als die gedachten te deprimerend worden, besluiten we om onze rit door te zetten. Op onze Harley-Davidson maken we ons niet te veel zorgen.
102 meter boven NAP
Valkenburg: bochtige speeltuin
Via de Maasvallei gaat het noordwaarts, richting Valkenburg. Het landschap wordt zachter, groener en de wegen beginnen nog meer te kronkelen. Zuid-Limburg is de speeltuin van de Belgische en Nederlandse motorrijder: niet extreem, maar precies pittig genoeg om plezier te hebben. De Low Rider ST laat zich verrassend goed sturen voor een 304 kg wegende cruiser. Dankzij dubbele remschijven vooraan krijg je dat gewicht makkelijk met één vinger afgeremd, al moet je natuurlijk op tijd beginnen. Op deze doordeweekse dag is het hier lekker rustig. Kom je in het weekend, dan is het oppassen en deel je de weg met talrijke wielerliefhebbers en wandelaars.
33 meter boven NAP
De Maas als gids
Vanaf Maaseik rijden we de grens over. De Maas blijft trouw naast ons kronkelen, terwijl we via Weert en Veghel richting het noorden trekken. Hier verandert het decor: uitgestrekte akkers, rechte wegen en dorpjes met kerktorens. Het weer is ondertussen ideaal. Zon, 22 graden, nauwelijks wind. De Harley-Davidson bromt tevreden in z’n vijfde of zesde versnelling. Dit is waar cruisen om draait: rustig tempo, constante cadans, tijd om rond te kijken. Onderweg passeren we de eerste klassieke windmolens. Wieken die traag draaien boven gouden graanvelden. Een clichébeeld van wat Nederland is, maar het blijft iets speciaals hebben. Op een of andere manier stemt het je vredig.
De evolutie van 40 jaar motoren #1: 1985 – 1995
6 meter boven NAP
De charme van de dijken
Rond ’s-Hertogenbosch begint het Hollandgevoel pas echt. Smalle dijkwegen, ophaalbruggen, slootjes vol eenden en vissers die niet opkijken van passerende motoren. De Low Rider ST past hier beter dan verwacht. Het is, ondanks zijn toerinsteek, geen toerbuffel zoals een Pan America, maar het comfort op lange stukken is ruim voldoende. Ook het geluid blijft verslavend. Niet schreeuwerig, maar vol. Bij elke tunnel, brug of muur draai ik onbewust het gas iets verder open. Kleine guilty pleasure van elke Harley-Davidson-rijder.
4 meter boven NAP
Het echte Nederland
De route kronkelt verder richting Heusden, een stadje dat eruitziet alsof het speciaal voor toeristen gebouwd is. Kasseien, houten bruggetjes, terrasjes met appeltaart. Alles klopt. Even later rollen we via Gorinchem de Lekstreek binnen. Hier is het landschap plat, open en wijds. De wind voelt anders, het licht ook. Een lage zon, blauwe lucht en scherpe wolken. De dijk slingert als een lint en de Low Rider ST rolt soepel van bocht naar bocht. Niet sportief, wel ritmisch. Onderweg komen we verschillende kleine, leuke bruggetjes tegen, de ene nog charmanter dan de andere. Het zijn die details die het rijden hier leuk maken. Geen spectaculaire cols of scherpe haarspeldbochten, maar gewoon ontspannen sturen in een eindeloos landschap.
1 meter boven NAP
Storm over de polders
Bij Schoonhoven moeten we de Lek over. Geen brug hier, maar een veerpont. En dat is eigenlijk nog leuker. De oversteek naar het lage land, letterlijk en figuurlijk. Na de pont verandert het weer plots. In de verte trekken donkere wolken samen. Eerst een paar druppels, dan een stortbui. De wind draait, de regen slaat horizontaal tegen het vizier. Dankzij zijn kilo’s blijft de Harley-Davidson stabiel, maar de windstoten zijn stevig. De brede stuurpositie helpt, net als het lage zwaartepunt. Toch is dit geen weer om stoer over te doen. De stortbui was gelukkig van korte duur, dus nu maar hopen dat de wind ons spoedig droog blaast.
-6,76 meter onder NAP
Vallende takken ontwijken
Het laatste stuk richting Nieuwerkerk aan den IJssel is een gevecht van mens en machine tegen de natuur. Wegen zijn bezaaid met takken en bladeren en het is oppassen dat er geen dik exemplaar van de boom op je hoofd valt. PATS! Op het rechterbovenbeen. Geen idee of het een tak was, maar een twijg was het zeker niet. Een blauwe plek blijkt achteraf het resultaat. Nog even volhouden, hoewel dit letterlijke stuurwerk stiekem wel fijn is. Daar duikt het monument op en op een totaal onromantische plek bij een industrieterrein staan we bij het laagste punt van de Benelux. Op zich een vreemde gewaarwording om best diep (-6,76 m) onder de zeespiegel te zijn. Bestudering van het infobord leert dat we hier gewoon kunnen staan – en niet moeten zwemmen. Al honderden jaren wordt het water uit sloten, plassen en meren weggepompt. Lager dan dit geraken we niet met de Low Rider ST, maar de rit hierheen was er een met vele hoogtepunten. Je had toch geen andere conclusie verwacht?
Foto’s: Manu De Soomer



