donderdag 2 april 2026

Techniek D3O: protectoren voor comfort en veiligheid

Goede motorkleding is uitgerust met protectoren die de impact van een val absorberen. Het Engelse D3O heeft zich daarin gespecialiseerd en ontwikkelde producten die niet alleen veilig zijn, maar ook optimaal comfort bieden. Motor.NL ging op bezoek bij het ontwikkelingslaboratorium van D3O in het Engelse Croydon.

Mijn eerste motorjas was een ‘vetjas’, een jas van gewaxt katoen, met op de schouders en ellebogen een dubbele laag katoen. Dat gaf natuurlijk geen enkele bescherming als je onverhoopt van je motor mocht vallen. Wie bescherming zocht, reed in het leer. Daar zaten destijds al wel wat schuimstukken ingenaaid, die enigszins schokdempend werkten. Ook mijn allereerste Gore-Tex-pak, dat ik begin jaren negentig had, had dunne pads van luchtig, verend schuimrubber. Ze werden heel optimistisch ‘protectoren’ genoemd. Maar er kwamen ook steeds meer schouder-, knie- en rugstukken die werkelijk protectie boden. Daarvoor moest je doorgaans wel concessies doen aan het comfort: ze waren dik, stug en lieten geen lucht door, waardoor je aan de zweetplekken op je T-shirt kon zien waar ze hadden gezeten.

Materialen

Vroeger was padding vaak gemaakt van PU-schuim of polyesterschuim. Je weet wel, hetzelfde spul waarvan je matras is gemaakt. Het gaf weinig bescherming en praktisch geen protectie tegen indringing van voorwerpen. Dat heb ik zelf gemerkt toen ik met mijn knie een knipperlicht van een auto kapot heb gestoten. De scherf ging dwars door het schuimpje heen mijn knie in. Later kwamen er betere protectoren, soms met een harde buitenschaal en een schuimlaag daarachter. Vanwege de gebrekkige buigbaarheid waren die niet zo comfortabel. Tegenwoordig zijn protectoren van een veel steviger materiaal, meestal een soort rubberachtige polymeer als TVP, polyurethaan, memoryfoam, nitril of een andere elastomeer, maar weer zonder harde buitenschaal. Deze protectoren geven enigszins mee, maar toch voel je ze meestal goed zitten en dat is niet comfortabel. Daarvoor heeft het Britse D3O echter een oplossing.

Newton – of niet

Het Britse D3O timmert al enkele jaren aan de weg met motorkledingprotectoren die een bijzondere eigenschap hebben: ze zijn gemakkelijk te vervormen, maar zodra je valt worden ze opeens heel stevig. Dat komt omdat ze van een bijzondere gel zijn gemaakt, die bij langzame belasting gemakkelijk vervormt, maar die bij impact ineens hard wordt. Vergelijk het met de veiligheidsgordel in je auto: als je er langzaam aan trekt, kun je de gordel gemakkelijk langer maken, maar zodra je er een ruk aangeeft, blokkeert hij. Het materiaal dat D3O gebruikt, doet hetzelfde, maar dan natuurlijk op een chemische wijze. De moleculen kunnen langs elkaar glijden, maar als dat te snel gaat, dan haken ze in elkaar. Dat heet een niet-Newtoniaanse vloeistof. Een niet-Newtoniaanse vloeistof is een vloeistof waarvan de stroperigheid (viscositeit) verandert door kracht of druk, in plaats van constant te blijven, zoals bij water. De stof gedraagt zich onder hoge druk als vaste stof (hard) en in rust als een vloeistof. D3O slaagde erin een soort schuim te ontwikkelen dat dezelfde eigenschappen heeft. Ideaal voor protectoren, want deze bieden je enorm veel bewegingsvrijheid, terwijl ze bij een impact zo hard worden dat ze de kracht over een groot oppervlak kunnen verdelen.

Wintersport

Oorspronkelijk maakte D3O met deze vinding protectoren voor het Amerikaanse Olympische skiteam van 2006, meer specifiek de heren en dames die op de afdaling uitkwamen. ‘We kregen daar erg veel goede feedback op,’ aldus Sian Rees, Brand Partnerships Marketing Manager van D3O. ‘Vandaar dat we verder zijn gegaan met het ontwikkelen van protectoren voor de wintersport, zoals rug- en borstprotectoren en enkelprotectoren in snowboots. We maken ook dempingsmateriaal voor wintersporthelmen. Vandaaruit hebben we het assortiment uitgebreid naar de fietssport en vervolgens naar de motorcross en de endurosport. We werkten toen al samen met Troy Lee Designs. Er is sowieso een flinke overlap tussen de spullen die worden gebruikt in de mountainbike-scene en de motorische offroad-sporten.’

In de showroom van D3O staat een grote bak met oranje, niet-Newtonse gel. Je mag er op drukken en met een hamer op slaan, dan zie je wat het doet.

Motorwereld

De ontwikkelingen gingen vanaf toen snel. In 2009 mocht ik de introductie van de nieuwe Gore-Tex Lockout-rits bijwonen. De testpakken waarmee we reden, waren voorzien van aparte, oranje protectoren. De firma D3O was aanwezig om tekst en uitleg te geven. Een jaar later ontwikkelde het Amerikaanse KLIM haar eerste offroad/allroad adventurepak, van boven tot onder voorzien van D3O-protectoren. Daaronder ook de Viper-rugprotectoren van D3O. Die vielen op door de golvende lamellen, die met tussenruimtes van elkaar stonden, zodat ze ook een hoge mate aan ventilatie gaven. De andere protectoren waren nog wat dichter van vorm, ze waren gemaakt van een soort gemodificeerd PU-tweecomponentenmateriaal, dat in een mal werd gegoten tot het was uitgezet in zijn definitieve vorm. Inmiddels werken diverse premium motorkledingfabrikanten met D3O-protectoren, waaronder Rukka, Furygan, Belstaff en Richa. De oranje kleur is inmiddels ook gepatenteerd.

Wet Lab

Sinds 2010 heeft D3O niet stilgezeten. In een ontwikkelingslaboratorium in het Engelse Croydon wordt continu gewerkt aan betere materialen, betere constructies en daarmee aan betere protectoren. In het Wet Lab laat chemicus Dan Jostland zien wat er allemaal aan apparatuur is, hoe ze materialen ontwikkelen en mixen en hoe ze zelfs 3D-printers inzetten om nieuwe ontwerpen te maken. ‘Het is spelen met samenstellingen om te kijken of je betere prestaties krijgt,’ aldus Dan. ‘Voor de nieuwe Diablo-protectoren hebben we dertig verschillende formules uitgeprobeerd. Je moet niet alleen de mechanische eigenschappen goed krijgen, maar ook het juiste temperatuurvenster hebben waarin de protector goed functioneert. En als je denkt dat je een goed product hebt gemaakt, moet het nog getest. Dat kan alleen als je ook een prototype hebt gefabriceerd.’

Techniek actieve ruisonderdrukking: stilte door geluid

Mallen

Het produceren van een prototype gebeurt ook in Croydon. Er worden mallen gevreesd uit aluminium of kunststof of ze worden ge-3D-print. Dat is allemaal afhankelijk van hoe de protector uiteindelijk zal worden geproduceerd. Daarvoor heeft D3O twee productiemethoden. De eerste is een spuitgietmachine. Daarin wordt een kunststofgranulaat gesmolten en in een mal gespoten. Na het afkoelen kunnen de twee helften van de mal uit elkaar worden geschoven en kan de protector worden uitgenomen. De tweede methode is om een tweecomponentenmateriaal op PU-basis te mengen, in een mal te gieten en deze te laten expanderen en te laten uitharden. ‘Het duurt op deze manier acht minuten om een schuimprotector te maken, terwijl een spuitgietprotector dertig seconden vergt. De spuitgietprotector kan dunner worden gemaakt en is minder stijf. Dat zie je onder andere in onze nieuwe “Diablo”-protectoren. Die zijn dunner, soepeler, hebben een betere temperatuurstabiliteit en ze halen toch alle testen,’ aldus Sian.

Testen

Uiteraard is het testen van de nieuwe materialen en producten een belangrijke fase in de ontwikkeling ervan. In het testlaboratorium staan valtorens om impact te meten en buig/trackmachines om stijfheid en buigzaamheid te meten. Dat gebeurt allemaal bij verschillende temperaturen. Er is een klimaatkast waarin de protectoren verwarmd of gekoeld kunnen worden tot minimaal -10 °C. Wanneer de protectoren de juiste temperatuur hebben, gaan ze bijvoorbeeld in de valtoren voor een impacttest. Daarbij ligt het materiaal op een aambeeld en valt er van 110 cm hoogte een gewicht van 50 kg op de protector. In het aambeeld onder de protector zit een meetcel. Die meet of de waarde onder de 50 J blijft. Een dergelijke test wordt ook uitgevoerd nadat de protector met stoom is verwarmd tot 70 °C. Pas wanneer protectoren ruimschoots aan alle testvoorwaarden voldoen, worden ze naar een keuringsinstantie gestuurd voor een testcertificaat.

Nieuwe producten

D3O ontwikkelt niet alleen nieuwe materialen, ook het aantal toepassingen breidt zich gestaag uit. ‘Inmiddels maken we ook protectoren voor militaire kleding en dempingsmateriaal voor militaire helmen, onder de naam “Delta Three Oscar”. Er is nu een hele lijn schokdempende telefoon- en tabletcovers,’ aldus Sian. Daarnaast zijn er onlangs ook nog nieuwe producten voor de motorbranche geïntroduceerd, zoals een raceborstprotector met harde buitenschaal. Die is belangrijk omdat coureurs nog wel eens een handvat tegen hun borst krijgen bij een valpartij. Ook heeft D3O inlegzolen met vibratiedempende inserts ontwikkeld, voor meer comfort en minder vermoeidheid. Datzelfde doel hebben de nieuwe handvatten voor motorcrossmotoren, ze hebben goede trillingsdempende eigenschappen en bieden betere grip dan standaard rubberen handgrepen.

Diablo

Ook op het gebied van protectoren is er nieuws te melden in de vorm van de nieuwe Diablo-lijn, met nieuwe rugprotectoren, knie-, schouder- en elleboogprotectoren en een tweedelige borstprotector. Deze Diablo-protectoren zijn nog dunner en nog flexibeler dan voorheen en ze bieden nog meer ventilatie. Dat past allemaal binnen de ‘fit and forget’-filosofie van het merk. Daarmee kun je als motorrijder ook je voordeel doen als je het comfort van je huidige motorpak naar een hoger niveau wilt brengen. Je kunt de standaardprotectoren vervangen door dunnere en meer flexibele protectoren die ook een beter ademend vermogen bieden. Je kunt op die manier ook Level 1-protectoren vervangen door Level 2-D3O-protectoren, aangezien Diablo Level 2-protectoren zeker niet dikker zijn dan Level 1-protectoren van andere merken. Je kunt met nieuwe protectoren overigens ook de levensduur van je motorpak verlengen. In sommige motorpakken vind je namelijk protectoren die in de loop der tijd vergaan. Ze harden uit of verkruimelen. Dan bieden ze uiteraard geen veiligheid meer. Door je protectoren te vervangen, kan je pak weer even mee. Dat is natuurlijk het moment om te gaan voor optimaal comfort, vinden ze bij D3O. En geef ze eens ongelijk…

Wetgeving
Vroeger werd de term ‘protector’ nogal losjes toegepast. Dat veranderde toen er wettelijke normen voor protectoren kwamen. Dat begon in 1997 met de EN1621-1-norm voor knie-, schouder- en elleboogprotectoren. Deze norm werd in 2012 aangescherpt. Voor rugprotectoren gold de EN1621-2-norm sinds 2003, in 2014 werd ook deze norm aangescherpt. Deze normen onderscheiden twee veiligheidsniveaus: Level 1 en Level 2. Level 1 betekent dat de maximale kracht die door de protector heen komt gemiddeld onder de 18 kN moet liggen en dat er geen piek van meer dan 24 kN doorheen mag komen. Voor Level 2 zijn die waarden 9 kN en 12 kN. Level 2 geeft dus een betere bescherming, maar aangezien er geen voordeel zonder nadeel is, betekent dat doorgaans dat Level 2-protectoren dikker en dus ook stugger zijn. Dat kan afbreuk doen aan het comfort en de pasvorm van een jas. Het verdient dus aanbeveling om bij de aanschaf van een jas rekening te houden met het niveau van de protectoren dat erin zit en dat je wilt gaan dragen. Zit er Level 1 in en wil je per se met Level 2 rijden, dan moet je genoeg ruimte op de ellebogen, knieën, heupen, schouders en de taille over hebben om een niveau hoger te gaan. Maar kiezen voor een betere kwaliteit protectoren, zoals die van D3O, is ook een optie. Want met de laatste generatie D3O-protectoren kun je met dezelfde dikte een hoger protectieniveau bereiken.
Peter Aansorgh
Peter Aansorgh
In 1993 begon Peter zijn journalistieke loopbaan bij het motormagazine MOTO73. Ruim tien jaar lang werkte hij bij dit blad als technisch redacteur en schreef er motortesten, algemene verhalen over motorrijden, bedrijfsreportages en technische verhalen. In 2004 besloot Peter voor zichzelf te beginnen en schrijft nu voor diverse auto- en motorbladen

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen