Het zal niemand zijn ontgaan dat de brandstofprijzen de pan uit rijzen. Dat komt enerzijds door de oorlog die het Witte Huis is begonnen, anderzijds door onze eigen overheid, die de gemotoriseerde verkeersdeelnemer laat opdraaien voor hun begrotingstekorten. De vraag is dus, hoe halen we de meeste kilometers uit een liter.
Zolang je geen elektrische motor koopt, zul je benzine moeten tanken. De eerste besparing is natuurlijk door te kijken waar je goedkoop kunt tanken. Langs de snelweg tanken is doorgaans duurder. Je kunt dus het beste je actieradius goed in de gaten houden en zorgen dat je niet langs de snelweg hoeft te tanken. Dat kan soms wel € 0,20 – € 0,40 per liter schelen. Maar ook in steden en langs secundaire wegen kunnen de verschillen tot € 0,10 of meer oplopen. Ik gebruik daarom al jaren de app ‘Directlease Tankservice’. Daarin krijg je een kaartje te zien met de goedkoopste pompen – groen – rond jouw positie en de duurste – rood. Ook de prijzen kun je zien. Zo kun je meteen kijken of ze ook super 98 verkopen, dan kun je voorkomen dat je Euro 95 met ethanol in de tank krijgt. Euro 95 heeft namelijk ook een hoger brandstofverbruik dan super 98. Super 98 houdt ook je motor beter schoon, wat op zich al tot een lager brandstofverbruik leidt. Een andere app waarop je de brandstofprijzen kunt zien, is de ANWB Onderweg-app. Verder schijnt maandag een dure dag te zijn om te tanken en zijn vrijdagen en zaterdagen vaak juist goedkoper. Sommige pompen hebben dan een ‘Happy hour’.
Prep je motor
Je kunt veel brandstof besparen door te zorgen dat je motor zich in een goede conditie bevindt. Het smerende vermogen van je motorolie gaat achteruit als de olie oud wordt. Ververs dus op tijd. Slecht vonkende bougies zorgen voor een hoger brandstofverbruik, net als slecht afgestelde carburateurs – voor zover die er nog zijn. Probeer verder je rijweerstanden te verminderen. Een te lage bandenspanning zorgt voor meer vervorming van je band. Vervormen kost energie en dat leidt dus tot een hoger brandstofverbruik. Als je nooit offroad rijdt, kies dan voor echte straatbanden en niet voor noppenbanden omdat ze er zo leuk uitzien. Noppen vervormen meer en dat geeft meer brandstofverbruik, terwijl noppenbanden doorgaans ook minder grip hebben op asfalt dan straatbanden. Ze hebben immers minder rubber aan de straat. Straatbanden zijn dus veiliger én zuiniger. Zorg verder voor een goed gesmeerde ketting. De vette smeerfilm houdt de metalen delen van de ketting uit elkaar, zodat ze niet over elkaar wrijven. Een gesmeerde ketting heeft dus minder wrijvingsweerstand dan een droge ketting. Je ketting slijt daarom minder en je verbruikt minder brandstof. Dat is win-win. Vervang gloeilampen waar mogelijk door LED-lampen, die verbruiken minder stroom en dat betekent dat je dynamo minder hard hoeft te werken. Denk verder eens na over je open sportuitlaat: vaak geeft die een hoger brandstofverbruik, omdat er tijdens de klepoverlap onverbrand mengsel de uitlaat instroomt.
is Euro 95 (E10) beter of Super 98 (E5)?
Frontaal oppervlak
De luchtweerstand van je motor is onder meer afhankelijk van het frontaal oppervlak. Zonder windscherm heeft de motor een kleiner frontaal oppervlak, totdat jij plaatsneemt op het zadel. Dan is het frontaal oppervlak weer net zo groot of zelfs groter. Je ruit demonteren heeft dus geen zin. Een goed ontworpen ruit geeft wel minder turbulentie dan een slechte. Turbulentie is energieverlies. Als je minder turbulentie hoort, heb je ook minder energieverlies. Met een ventilatieopening in de ruit of een flip-up spoiler kun je de stroomlijn soms verbeteren. Verder kun je het frontaal oppervlak verminderen door je zijkoffers eraf te halen wanneer je ze niet nodig hebt. Hetzelfde geldt min of meer voor je topkoffer: die zit weliswaar in je slipstream, maar de opening tussen je rug en de koffer geeft ruimte aan turbulentie, die dan op de koffer botst. Als je niet veel hoeft mee te nemen en je geen harde dingen bij je hebt, kun je beter een rugzakje of een tanktas pakken.
Cw-waarde
Een andere factor die de luchtweerstand beïnvloedt, is de Cw-waarde, de luchtweerstandscoëfficiënt. Die geeft dus aan hoe gemakkelijk de lucht langs je motor stroomt. Uitsteeksels zijn daarvoor uit den boze. De lucht moet om de uitsteeksels heen stromen, de stroming kan het oppervlak aan de achterkant niet volgen en gaat wervelen, met energieverlies tot gevolg. Nu zijn er uitsteeksels waar je niet buiten kunt: je zult achteruitkijkspiegels moeten hebben. Maar valbeugels, losse mistlampen, bobbins en GoPro’s verhogen het brandstofverbruik. Minimaal, wellicht, maar vele kleintjes maken één grote. Denk bij de aanschaf van koffersets ook over het soort koffer. Voor sommige motoren – bijvoorbeeld een Suzuki V-Strom – kun je kunststof koffers met een geïntegreerde bevestiging krijgen, of aluminium koffers die aan een apart kofferrek worden gehaakt. Wanneer je zonder koffers rijdt, zorgt dat rek voor extra turbulentie en brandstofverbruik, terwijl de geïntegreerde bevestiging dat niet doet.

Gewicht
De rolweerstand van je motor en de hellingsweerstand zijn afhankelijk van het gewicht. Bij auto’s wordt geadviseerd om het reservewiel te vervangen door een spuitbus en om maximaal een halve tank vol te tanken. Dat gaat bij een motorfiets natuurlijk allemaal niet op, de actieradius is al klein, je hebt maar tien tot twintig liter bij je en een reservewiel heb je niet. Wat je vaak wel bij je hebt, is een slot. Ik heb mijn ART-4-goedgekeurde kettingslot even op de weegschaal gelegd: 4,1 kg. Mijn eveneens ART-4-goedgekeurde ABUS-schijfremslot weegt 940 g. Dat maakt dus wat uit, want dat extra gewicht moet je elke keer mee versnellen. Dat geldt ook voor je eigen gewicht. Dus als je zuinig wilt rijden, moet je aan de lijn doen. Volgens de ANWB is elke honderd kilo bij een auto goed voor 0,3 liter meerverbruik per 100 km. Tien kilo afvallen scheelt dus 3 centiliter per 100 km…
Zuinig rijden
Je rijstijl heeft verreweg de grootste invloed op je brandstofverbruik. Wanneer je op een bochtig traject vol gas op elke bocht afgaat, op het laatste moment remt en er weer vol gas uit accelereert, zul je een hoog brandstofverbruik hebben. Daar staat tegenover dat je het zuinigst rijdt als je zo hard mogelijk door de bocht gaat: als je geen snelheid verliest, hoef je na de bocht niet te accelereren. Of dat veilig is, is een andere kwestie.
Zeer bochtige trajecten vind je in Nederland alleen op een circuit. Openbare wegen des te meer en daar heb je minder haakse hoeken en meer vloeiende bochten en rechte stukken, waarop ook nog een maximumsnelheid geldt. Volgas accelereren doe je dus niet vaak en ook maar heel kort, want een motor is licht en accelereert daardoor snel. Dus hoewel het momentane verbruik bij vol gas veel hoger zal zijn dan wanneer je rustig optrekt, zal de impact op het totale verbruik bij een motorfiets minimaal zijn. Dat is maar goed ook, want het gevoel van een felle acceleratie is toch een van de dingen die motorrijden mooi maakt.
Wat een groter effect heeft, is wat je tussen de bochten in doet: de luchtweerstand neemt namelijk kwadratisch toe met de snelheid. Wanneer je dus als motorrijder je burgerlijke ongehoorzaamheid laat varen en nu eens niet overal 10 km te hard rijdt, maar gewoon de maximumsnelheid aanhoudt, dan kun je veel brandstof besparen. Als je nog langzamer rijdt nog meer, maar het moet ook leuk en veilig blijven: achteropkomend verkeer is vaak niet blij met langzamer verkeer. Dat leidt tot inhaalacties en risico’s.
Techniek schone brandstof: luchtkasteel zonder uitstoot?
Downspeeden
De overheid propageert al jaren ‘Het Nieuwe Rijden’. Een motor die hogere toerentallen rijdt, heeft namelijk hogere pomp- en wrijvingsverliezen. Vroeg opschakelen en relatief lage toerentallen draaien beperken die verliezen en zorgen zo voor een zuiniger gebruik. Daar staat echter tegenover dat de verbranding bij een verbrandingsmotor het meest effectief verloopt als de cilindervulling optimaal is. Met andere woorden, een verbrandingsmotor heeft het laagste specifieke verbruik (verbruik per pk) bij een hoge belasting en een toerental dat net onder dat van het maximumkoppel ligt. Bij auto’s heeft vroeg schakelen dus zin. Automotoren zijn getuned om bij lage toerentallen al een hoog koppel te leveren. Motorfietsmotoren zijn vaak juist getuned voor een hoog maximumvermogen en daarmee voor een maximaal koppel bij een hoog toerental. Ga je daar ver onder zitten, dan kom je in een gebied waar de motor per pk een dusdanig hoog specifiek verbruik heeft, dat je beter een versnelling lager kunt rijden, zeker bij deellast.
NC700
Bovenstaande gaat overigens niet op voor alle motorfietsmotoren. Toen Honda met de NC700-serie kwam, had ze onderzoek gedaan waaruit bleek dat 90% van het gebruik van motorfietsen plaatsvindt bij snelheden onder de 140 km/u, 80% bij minder dan 6.000 tpm. Honda kwam tot de conclusie dat het beter was om een motor te bouwen die het maximumkoppel bij een laag toerental had dat werkelijk gebruikt werd. Dat werkte, de NC700 liep met gemak 1 op 28! Natuurlijk wordt het verhaal weer anders wanneer je een motor met variabele kleptiming hebt, want die heeft een heel breed koppelgebied. Maar goed, vuistregel is: rij niet hoog in de toeren. Maar zit je zo laag in de toeren dat je motor niet trekt en loopt te reutelen en te stampen, dan kun je beter terugschakelen naar een versnelling waarin de motor mooi loopt en gemakkelijk trekt. Dan is hij toch zuiniger. Het gebruik van cruisecontrol helpt trouwens ook om constant te rijden en minder brandstof te verbruiken. Helaas is cruisecontrol nog altijd geen gemeengoed op motorfietsen.
Afremmen
Het is uiteraard altijd beter om je motor uit te zetten als je stilstaat voor een brug of een pont. Een motor die niet loopt, gebruikt geen brandstof. Voor een stoplicht is dat ook wel zinvol, maar een hoop gedoe als je dat elke keer moet doen, tenzij je motor een stop-startsysteem heeft: doorgaans zit er dan ook een sterkere startmotor in om het grote aantal starts aan te kunnen. Verder adviseert de ANWB om niet vlot op een stoplicht af te rijden en op het laatst te remmen. Anticiperen is beter: als je op tijd het gas loslaat, rem je op de motor af. Volgens de ANWB is dat ook zuiniger dan de koppeling intrappen (knijpen in ons geval) en de auto of motor uit te laten rollen. Daar wil ik toch de nodige kanttekeningen bij plaatsen. Een injectiemotor onderbreekt de benzine-injectie wanneer je het gas dichtdraait en op de motor afremt. Dan gebruikt hij dus geen brandstof, terwijl hij wel brandstof gebruikt als je stationair draait en uitrolt. Maar carburateurmotoren gebruiken wel brandstof als je op de motor afremt. Dan gaat die vlieger dus niet op. Bij injectiemotoren geldt de stelling verder alleen wanneer je ervan uitgaat dat je op hetzelfde punt begint met afremmen. Maar je kunt natuurlijk ook veel eerder het gas loslaten en de koppeling intrekken. Je rijdt dan minder lang met het gas open en je gebruikt alle aanwezige bewegingsenergie voor het overwinnen van de rijweerstanden. Ondanks het feit dat je motor dan stationair draait en een pietsje brandstof verbruikt, lijkt me dit netto zuiniger. En als je goed anticipeert en uitmikt, springt het stoplicht op groen voordat je stilstaat, dan hoef je ook minder op te trekken.
Route kiezen
Hoeveel brandstof je verbruikt, hangt natuurlijk ook sterk af van de afstand die je rijdt. Maar er spelen nog meer factoren. Wanneer je dwars door een stad moet rijden, moet je vaak optrekken en stoppen. Dat kost brandstof. Een rondweg, waarop je een constante snelheid rijdt, is dan zuiniger. Dat wil zeggen, als je niet al te ver om hoeft te rijden en de maximumsnelheid niet veel hoger ligt. Als ik binnendoor van mijn ouderlijk huis naar mijn zus in Velp wil rijden, is dat binnendoor 32 km. Over de snelweg 52 km. ViaMichelin rekent voor me uit dat dit met de motor binnendoor € 4,60 aan brandstof kost, via de snelweg € 7,50. Slim plannen kan je dus geld besparen, al draait het voor een motorrijder natuurlijk niet alleen om economie, maar ook om rijplezier…
Foto’s: Peter en Bart Aansorgh, Archief


