Boudewijn Geels: ‘Je gaat toch niet bij hem achterop, hè?’

‘Papa, ik heb een nieuwe vriend!’

‘Wat leuk lieverd! Hoe heet hij?’

‘Bastiaan.’

‘Oké. Studeert hij?’

‘Ja, fiscaal recht.’

‘Hm, klinkt niet héél idealistisch. Hij gaat later dus rijke mensen en bedrijven helpen om zo min mogelijk belasting te betalen.’

‘Dat mag toch?’

‘Ja, dat mag, maar de belasting die zij niet afdragen, moeten matig betaalde cao-slaven zoals je vader ophoesten. Afijn, heeft hij hobby’s, die Bastiaan?’

‘Ja pap. En dit zul jij leuk vinden: hij rijdt motor.’

‘Wat??!!’

Ik vind het helemaal prima dat ik zelf motor rij, want ik rij tegenwoordig hartstikke defensief. Zit jij, leasebakrijder, zeshonderd meter voor me op de A9 op je telefoon te kijken? Ik heb je door en rij met een grote boog om je heen. Wil jij, 18-jarig miepje met je kekke Mini Coopertje, in de file snel dat gaatje op de andere rijbaan in? Ik ruik het al vijf minuten eerder, dus no way dat jij deze jongen gaat raken.

En, heel belangrijk: nodig jij, verrukkelijke bocht in de Eifel, me uit om zo plat mogelijk door je heen te knallen? Das war einmal. Leve de veilige marge.

Maar ja, ik ben dan ook 56. Bastiaan is 19, en, weet ik zelf nog heel goed, 19-jarigen zijn testosteronbommen die zichzelf schromelijk overschatten. Dus is mijn eerste reactie: ‘Je gaat toch niet bij hem achterop, hè?’

Mijn dochter kijkt me verbaasd aan. ‘Natuurlijk wel.’

‘Wat voor motor heeft hij dan?’

‘Een Yamaha. Het type weet ik niet, maar ik heb wel een foto.’

O jee, op het scherm van haar telefoon zie ik een veel te flashy YZR-F125. Ik kijk haar indringend aan. ‘Lieverd, dat is een scheurijzer! Daar móét je hard mee rijden, anders ben je zogenaamd niet cool.’

Mijn dochter kijkt me spottend aan. ‘Het is maar een 125 cc pap. Jij hebt 2500 cc. En Bastiaan rijdt heel voorzichtig. Dat deed jij vroeger niet. Weet je nog van die trip naar Praag?’

Boudewijn Geels: ‘Twee sterke kerels met een slijptol en een busje zijn genoeg: toedeledokie Triumph’

Aiii, ik hang. Ik heb vijf jaar geleden iets opgebiecht wat ik nooit had moeten vertellen. Als twintiger wilde ik op mijn Honda CX500E naar Praag, met mijn vriendin Marjan achterop. Een motorzaak inspecteerde mijn stalen ros. Boodschap: ‘Olie oké, banden oké, maar die remblokken achter gaan nog maximaal 500 kilometer mee.’

Shit! De afstand Utrecht-Praag was 850 kilometer, en we moesten ook nog terug. Maar ik was bijna blut. Ik besloot de gok te wagen, want ach, ik gebruikte toch vooral mijn voorrem? En misschien zat die jongen van de motorzaak er wel naast. Iedereen maakt fouten, toch? Gaan met die banaan!

Drie dagen later reed ik met Marjan achterop in de stromende regen richting Tsjechië. Geld voor motorpakken hadden we niet. We droegen allebei een spijkerbroek met een Agu-regenpak eroverheen. Halverwege de heenreis voelde ik al dat mijn achterremblokken op waren. Bloedjelink, zeker met z’n tweeën, zwaarbepakt en in de regen. Het liep goed af, maar het was volkomen onverantwoord. Ik zei er niets over tegen Marjan, laat staan tegen haar vader.

Ik kijk mijn dochter getroffen aan. ‘Zoiets ontiegelijk stoms zou Bastiaan toch nooit doen, he?!’

Zij, met een triomfantelijke grijns: ‘Natuurlijk niet. Hij heeft geld zat voor remblokken. En anders zijn vader wel, die is loaded.’

Drie weken later gaat de telefoon. Het is mijn dochter. ‘Het is uit, pap,’ klinkt het droef.

Ik voel een golf van opluchting door mijn lichaam stromen, maar ik weet wat ik moet zeggen: ‘Och lieffie, wat ontzettend jammer!’

Boudewijn Geels
Boudewijn Geels
Journalist en muzikant. Op zijn vijftiende erfde hij een Honda CX500E. Hij wist zeker dat hij als technofoob altijd Japanners zou rijden, want die gaan nooit stuk. Maar toen werd hij verliefd op een 2500cc zware Triumph Rocket 3 R...

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen