Er is iets aan de hand met mijn motorstalling nabij station Amsterdam-Amstel. Maar ik weet niet wat.
Het begon anderhalve maand geleden. Het cijferslot van de kooi van mijn Triumph Rocket 3 zat weliswaar dicht, maar de cijfers waren in de juiste volgorde gerold. Kortom: je kon hem met je pink openmaken. Mits je wíst dat ze op de goede volgorde waren gezet, anders begin je er niet aan. Taaie mofo, dat cijferslot. Iemand wilde kennelijk iemand anders toegang geven tot het compartiment waar mijn dure motor staat. Maar wie, en waarom?!
Nu is er iets nog onrustbarenders gebeurd: de BMW R100/7 uit 1977 naast mij in de stalling ligt plat. Ik denk in zulke gevallen onmiddellijk het ergste. Vandalisme! Hierna is mijn Triumph aan de beurt! Meneer Falavigna, kom terug!
Falavigna, een fietsenmaker, was de uitbater van de motor- annex fietsenstalling. In 2023 overleed hij plotseling. Een makkelijk heerschap was Falavigna niet. Als een menselijke pitbull vloog hij je onmiddellijk naar je strot als je de deuren van zijn stalling ook maar één decibel te luid dichtdeed. ‘Vindt u dit normaal?!’ riep hij dan. ‘Nog één keer en u gaat maar ergens anders heen met die motor!’
Daar had hij ons, de huurders, klem. Want motorstallingen zijn in Amsterdam dunner gezaaid dan zonnestudio’s in de Sahara. En je dure bike buiten zetten doe je niet in de hoofdstad. Twee sterke kerels met een slijptol en een busje zijn genoeg: toedeledokie Triumph. En ik heb nog een superopvallende motor ook. Dat trekt jongens van de verkeerde leeftijd aan. Voor een selfie er effe opklimmen – met alle gevolgen van dien. Of effe je mes in dat mooie zadel steken. Lachen!
Dus was ik dolblij met mijn stalling, op slechts zes minuten fietsen van mijn huis. Goed, de uitbater was een opgefokte zak hooi, maar tegen indringers zou hij ongetwijfeld nóg onvriendelijker zijn. Dat gaf een veilig gevoel.
Boudewijn Geels: ‘Hij sprak af dat ze een supercharger op zijn Rocket Storm gaan zetten’
En toen was-ie opeens dood. Hij had geen opvolgers, en dit hele blok wordt op termijn gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouwhuizen. Daarom ontfermde, in opdracht van de gemeente, een zogeheten vereffeningsbedrijf zich over de stalling. Maar dat bedrijf zit in Voorhout en heeft helaas geen tweede meneer Falavigna naar Amsterdam-Oost gestuurd. We staan er, kortom, alleen voor.
Dat ging een paar jaar goed. Onze elektronische sleutels deden het nog, en ook de sloten van de compartimenten (de fietsen staan apart van de motoren) bleven functioneren. Er was wel íets van beheer, want de verslonzing van de stalling bleef binnen de perken.
Wel zag je steeds meer motoren verdwijnen. Als ze gejat waren, had ik dat vast wel gehoord, dus nam ik aan dat de eigenaren het zekere voor het onzekere hadden genomen en zelf hun tweewieler hadden weggehaald. Ik keek weleens omhoog. De camera’s die meneer Falavigna heeft geïnstalleerd, zouden die het nog steeds doen? En zo ja, is er iemand die ze uitleest? Vast niet. En wanneer gaat de zaak eigenlijk plat? Niemand die het wist. In procedureland Nederland kun je beslissingen schiereindeloos aanvechten. Ik beschouwde elke dag uitstel als winst, want de stalling kost me maar 38,60 euro per maand. Dat is voor Amsterdamse begrippen schaterlachwekkend weinig.
Maar nu ligt de BMW plat, en niemand weet waarom. De eigenaar heb ik nooit gezien. Sowieso zie ik hier zelden iemand.
Ik ben een man alleen met een te mooie motor, in een geheimzinnige stalling met een spookslot dat zijn geheim prijsgeeft aan mensen met ongetwijfeld kwade bedoelingen. Dat kan maar op één manier aflopen: slecht!
Wordt vervolgd.









