Opinie: Ode aan de Drentse heide

Ik geef het toe: ik ben een verwende sik. Als gehoorzame stukjesschrijver voor MOTO73, MOTOR Magazine en MOTOR.nl doe ik wat m’n baas me opdraagt. Eergisteren reed ik ‘in opdracht van’ op het circuit van Modena met de nieuwe RC390. Inderdaad: wat vervelend nou… Maar hoewel de naam Modena historie ademt vanwege de Ferrari-achtergrond, is het circuit klein en nieuw. Best een leuk baantje maar niet één die me over tien jaar, hangend aan de toog, nog eens over de tong gaat. Dat is met andere circuits wel anders…

Het Yas Marina Circuit in Abu Dhabi bijvoorbeeld. Een protserig speelparadijs voor oliesjeiks en Ferrari-bobo’s. Het circuit is een biljartlaken aan blinde en soms levensgevaarlijke bochten. Hoge stalen vangrails vlak langs het asfalt en nauwelijks uitloopmogelijkheden maken het tot een klein Macau-voor-de-elite, met inpandige jachthaven en overkoepelend hotel als absoluut diepte/hoogtepunt. Het Losail Circuit in Qatar is qua protserigheid vergelijkbaar, maar dat is tenminste nog een echt GP-circuit. En dus ook veilig en uitdagend. Uitdagend was het vooral omdat ik er ‘s nachts reed, met een 5,5-kilometer lang lint van stadionverlichting als bewegwijzering. Magisch, zoiets maak je mits je niet Iwema, Edwards of Rossi heet maar één keer mee. Of nooit.

Als echt magisch ervaar ik eigenlijk elke rit op een GP- of WSBK-circuit. Daar waar de grote namen ook rondetijden klokken, zoals op Estoril, Portimao, Valencia, Aragon, Jerez, Imola, Misano, Hockenheim en Spa. Ik ken het van TV, mijn helden reden er en duels die in m’n geheugen gegrift staan werden er uitgevochten. Om er dan ook echt zelf te rijden, de bochtendynamiek herkennend en mezelf inbeeldend dat die lege tribunes tjokvol zitten: magisch.

Toch proef ik een duidelijk verschil aan beleving van een circuit. Op nieuwe circuits, zoals Aragon en Portimao, ontbreekt het vaak aan sfeer, aan historie. Tja, is dat belangrijk? Vast niet als je puur professional bent, een topcoureur die ergens rijdt om te trainen en om rondetijden te klokken. Maar als liefhebber…

Want natuurlijk kom je in de eerste plaats om te rijden, maar juist de randzaken, de historie en de sfeer tillen het naar het allerhoogste niveau. Neem de toegangspoort van Imola: dat bezorgt me al kippenvel. I-mo-la: een asfaltlegende, deels vervallen en met mosgroen uitgeslagen tribunes. Onder die toegangspoort denk ik terug aan alle magische duels die daar zijn uitgevochten, aan het WSBK-duel tussen Edwards en Bayliss begin deze eeuw, bijvoorbeeld. Om dan zelf daar te rijden, op hetzelfde asfalt tussen de lege tribunes die dienst doen als bijzonder effectieve galmbak, dat is magisch. Langs de plek waar Senna het leven liet, notabene. Pure historie, alsof je door een flikkerend zwart-wit-beeld rijdt. Voor mij persoonlijk is dat veel mooier dan Portimao, Aragon en zeker Yas Marina. 

Het mooie is dat ik ons eigen Assen steeds meer begin te waarderen. Ik hoor het geleuter van de ‘oude generatie’ die de Noordlus nog heeft verslonden aan, maar het doet me weinig. Qua lay-out vind ik het TT Circuit echt de mooiste baan die ik ooit heb gereden, met de knik Hoge Heide-Ramshoek als absoluut hoogtepunt, nipt verkozen boven de snelle Ruskenhoek. Het is een modern circuit dat qua faciliteiten veel beter is dan andere circuits met historische waarde, maar toch wel die legendarische naam heeft. ‘The Cathedral’, zo wordt ons Assen toch echt wereldwijd genoemd. En terecht.

Vaak is het gemekker wat je hoort over Assen. Over geluidspalen, het eeuwige gezeik over de vroegere lay-out en ander geleuter. Misschien heb ik geluk dat ik het ‘oude Assen’ niet heb meegemaakt en heb ik geluk dat ik onderdeel ben van de rubberen-stoeptegel-generatie: uitloopstroken van asfalt en kunstgras vind ik heerlijk. Je eigen limiet overschrijden zonder een onderbroek vol grind, ik verkies het boven een hardhandige kennismaking met ‘lekker ouderwetse’ hekken of schuttingmateriaal zoals je het op autocircuit Zandvoort ziet. 

Assen is een unieke circuit dat bomvol historie zit, maar wél de veiligheid en faciliteiten biedt die je van een GP-circuit mag verwachten. Het is waarom rijden op Assen telkens weer een overdonderende ervaring is. En wat mij betreft houdt het de heilige status tot in de eeuwigheid. De TT Hall mag dan het mausoleum van de oude Noordlus zijn, maar als die hal aan m’n linkerhand ligt en ik instuur op het langdurige rechtsdraaiende genot dat Ossebroeken heet, ben ik intens gelukkig.

Foto: Jacco van de Kuilen

 

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.

Ik meld me hierbij aan voor de volgende mailinglijsten:




Vul een geldig emailadres in
Dat adres bestaat al in ons bestand
The security code entered was incorrect
Dank voor je aanmelding

Gerelateerd

REAGEER OP DIT ARTIKEL