dinsdag 18 juni 2024

030… 020… 010… Motorroute langs de stadions van FC Utrecht, AFC Ajax en Feyenoord

Voetbal is oorlog. Ligt daarom tegenover het Utrechtse stadion Galgenwaard de Kromhout kazerne, waaruit de Koninklijke Landmacht wordt aangestuurd? Maar stadion “De Galg” kan 23.750 toeschouwers herbergen, op het kazerneterrein werken zo rond de drieduizend man- en vrouwschappen. Dus lijkt voetbal populairder dan oorlog.

Galgenwaard klinkt akelig, naar Middeleeuwse publiekelijke ophangingen, maar daarvoor is geen bewijs. De grond waarop nu het stadion van FC Utrecht staat is al eeuwenlang juist vreedzaam gebruikt voor land- en tuinbouw.

Open terrein dus, en daarom had het toenmalige Ministerie van Oorlog moeite met de bouw van het stadion in de jaren dertig. Want dat werd gezien als een “schootsveldbelemmerend gebouw” binnen de fortengordel van Utrecht. En geheel volgens Nederlandse defensiestrategie maakten grachten om het speelveld vanaf 1982 het onmogelijk voor toeschouwers om op het speelveld van Nieuw Galgenwaard te komen.

GPS-tocht Noord-Brabant/Zuid-Holland: dwalen door de polders

Open terrein, met hier en daar een strategische waterpartij. Zo oogt ook het landschap buiten de bebouwde kom, direct na het stadion. Sportvelden wisselen af met weilanden en stukjes bos. De Kromhout kazerne is gebouwd op de restanten van voormalig fort Vossegat, dat een deel was van de Hollandse Waterlinie. Langs de route duiken nog meer van die oude forten op. Op eiland met monumentale bomen en dicht struikgewas ligt Fort Ruigenhoek, eind negentiende eeuw gebouwd om de Ruigenhoeksedijk af te kunnen verdedigen als Spanjool, Fransoos, Brit, Duitser of andere vijand het zou wagen ons lage land aan de zee aan te vallen.

Westbroek, Oud-Maarsseveen, en Tienhoven glijden voorbij. Hier en daar liggen smalle stroken land parallel aan de weg in het water. Op die zogenaamde legakkers staan wat struiken, bomen en hier en daar een huis, alleen bereikbaar via een draaibare brug die zo’n huis tot een moeilijk neembare vesting maakt. Het veengebied zakt steeds verder in door uitdroging en dan steekt het water weer de kop op.

Fortenslinger

Typisch voor Nederland Waterland is het grote aantal waterlinies dat onze have en goed en de eer van ons vrouwvolk moest beschermen. Wel tien van zulke linies gebruikten in de loop van de eeuwen de tactiek van de verzopen aarde: het gebruik van onderwaterzettingen om een vijandige opmars te stuiten.

Rond Amsterdam ligt een van de mooiste waterlinies van ons land. De Stelling van Amsterdam is een ring van 45 forten rond de hoofdstad. Het plan daarvoor werd al in 1805 bedacht, maar de beschermende ring van fortificaties en overstromingsgebieden rond de hoofdstad werd pas vanaf 1880 aangelegd. De forten liggen allemaal op zo’n vijftien tot twintig kilometer van het centrum van Amsterdam.

De Stelling was bedoeld het laatste toevluchtsoord van het Nederlandse leger als in oorlogstijd alle andere linies, zoals ook de Nieuwe Hollandse Waterlinie, door de vijand waren veroverd.

Langs de Vecht en in de omgeving daarvan staan kapitale panden die vandaag de dag alleen kunnen worden bekostigd door voetbalhelden en leden van het KNVB Politbureau. Villa’s waarvan de gemiddelde Jan of Jantien Modaal alleen maar kan dromen terwijl hij of zij er op de motor langsrijdt.

Nieuwersluis heeft een beschermd dorpsgezicht, een deel van de oude aarden verdedigingswal is nog intact.  Fort en vesting staan er gebroederlijk naast elkaar. Het fort stamt nog uit de oorlog tegen de Spanjaarden en hield in 1672 de oprukkende Franse legers tegen. Het kon een lang beleg weerstaan, want binnen de fortmuren stonden boerderijen en water was er natuurlijk genoeg.

De route wisselt in Nieuwersluis van Vechtoever en slingert verder noordwaarts naar die mooie stad die is gebouwd op palen. Maar voordat het zo ver is liggen eerst nog Loenen en Abcoude op de route. Kasteel Loenersloot stond vroeger midden tussen woeste, lege en natte gronden. Nu is het een oase in de hectiek van de 21st- eeuwse randstad. Net als het fort van Abcoude, het eerste landfort van de Stelling van Amsterdam. Door de uitvinding van de brisantgranaat boden de muren van die forten na de Eerste Wereldoorlog niet meer voldoende bescherming en daarmee waren ze fort als verdedigingsobjecten verouderd.

Johan Cruijff ArenA

De naam zegt het al. De Arena: het toneel waarop strijd wordt geleverd onder de ogen van tienduizenden toeschouwers. Als voetbal oorlog is, dan zijn de stadions buiten arena’s ook vestingen voor de desbetreffende voetbalclubs. En net zoals forten raken ook voetbalstadions op een gegeven moment verouderd.

In 1996 nam het nieuwe Amsterdamse stadion de taak van de oude De Meer over. Nu is De Arena met een capaciteit van 55.865 het grootste stadion van Nederland. Oké: het is niet alleen de thuishaven van het Amsterdamse Ajax, maar ook van het Nederlandse Oranje-elftal, als de nationale trots weer op internationaal niveau moet worden bevochten. Het dak kan dicht bij slecht weer en de Arena wekt met zonne-energie zelf alle benodigde elektriciteit op. In 2018 werd de naam gewijzigd in Johan Cruijff-arena, als eerbetoon aan de beroemdste Nederlandse voetbalgeneraal ooit.

De Amsterdam ArenA is figuurlijk gesproken de middenstip van de stadionstoer. Daarna is het zaak om zo snel mogelijk de grootsteedse verkeersmalheur van Amsterdam achter ons te laten. Aangezien het stadion aan de zuidelijke stadsrand ligt lukt dat gelukkig al snel. Ouderkerk aan de Amstel glijdt voorbij, een schoolvoorbeeld van de Hollandse plaatsjes in de route die voor een groot deel hun charme van weleer hebben weten te behouden.
Langs de Waver vanaf Ouderkerk aan de Amstel loopt een smalle weg, het is oppassen voor roedels racefietsers hier en zo nu en dan moet je even de kant in om een landbouwmachine of vrachtauto de ruimte te geven.

De Amsteldijk kronkelt langs de Amstel naar Uithoorn en de volgende plassen langs de route, water dat deze toer een typisch Nederlands karakter verleent. Typisch Nederlands is ook de inzet van dat water om, buiten hulp van bunkers en forten om, een eventuele vijandige opmars te stuiten. Langs de Waver ligt ook weer een fort. Waar Amstel en Oude Waver samenkomen steekt het fort Waver-Amstel boven het polderland uit, ook weer deel van de 135 kilometer cirkel van de Stelling van Amsterdam. Een paar krukasomwentelingen verderop ligt bij Uithoorn nog het Fort aan de Dreacht, ter verdediging van de accessen die de Drecht en de Kromme Mijdrecht vormden met hun daarlangs lopende dijken.

In Zuid-Holland verdwijnen de forten langzaam maar zeker uit het zicht. Wel lijken en steeds meer bedrijven langs de weg te liggen. Zou het dan waar zijn, het gezegde wil dat in Rotterdam het geld wordt verdiend en dat het in Amsterdam wordt uitgegeven? Rotterdam heeft zich na de oorlog ontwikkeld als de stad van de arbeiders, de harde werkers. De stad waar overhemden al met opgestroopte mouwen worden verkocht. In de wederopbouwjaren na de oorlog wierp het harde werken zijn vruchten af: Rotterdam streefde Amsterdam economisch flink voorbij: een grotere haven, de eerste metro…

Strijdlied

Onder Gouda volgt de route losjes de loop van de Hollandsche IJssel, een oude en dus slingerende rivier. Er stonden veel steenfabrieken langs die klei uit de uiterwaarden gebruikten voor de productie van bakstenen. Bij Gouderak stond in 1338 al een steenoven, in 1543 waren dat er acht. De geproduceerde ijsselsteentjes werden gebruikt voor de bouw van kademuren en kerken maar ook voor verdedigingswerken zoals kastelen, stadswallen en bolwerken.

De Dorpsstraat loopt boven op de dijk, smal tussen de huizen van Gouderak, maar en biedt daarna uitzicht op water rechts en boerderijen en weilanden links.

Toertocht Italië: geweldig motorrijden in Toscane

Na Ouderkerk aan de Amstel tikt de route nu Ouderkerk aan den IJssel aan. Daar buigt de route linksaf over de Schaapjeszijde, een uiterst smal en kaarsrecht weggetje tussen sloten en weilanden. Op en top Holland. Net zoals de molens van Kinderdijk, aan de overkant van de Lek, waar een veerboot vanaf Krimpen aan de Lek heen vaart. Na het oer-Hollandse molenwiekspektakel loopt de Oost-Kinderdijk verder langs de Noord. De route gaat verder door Alblasserdam om daarna de slingerende loop van de Alblas te volgen door het vlakke polderland. Op de bebouwde kommen van Dordrecht en Zwijndrecht volgt nog een landelijke etappe voordat de route via Barendrecht naar het stadshart van Rotterdam voert.

Nederlandse voetbalclubs bevechten elkaar als huurlingenlegers, maar als FC Oranje tegen het buitenland moet spelen wordt de strijdbijl tijdelijk begraven en komt er rook uit de vredespijp. Dan staan 010, 020, 030 en anderen schouder aan schouder in een zee van oranjekleurige uitdossingen en klinkt uit alle kelen hetzelfde strijdlied:

Hup, Holland hup

Als ons Oranje-team zich meet met ’t een of ander land

Dan vult het legioen het stadion tot aan de rand

Dan wegen wij de kansen af en gokken met elkaar

en geven wijs of eigenwijs ons voetbalcommentaar

Zo wachten wij gespannen af totdat de fluiter fluit

en rolt de bal dan zingen wij met donderend geluid.

Maar hebben wij de nederlaag kordaat geïncasseerd

Dan is er wel een vader die zijn zoon dit liedje leert

Want strakjes gaan wij allen weer van nieuwe moed bezield

En zingen wij weer net zo lang totdat de vijand knielt

Want goed beschouwd is zingen op zichzelf een mooie sport

Komaan wij doen het nog een keer en niemand komt te kort.

In een andere setting zou zo’n krijgslustig lied op stevige kritiek komen te staan. Maar voetbal is heilig en dan accepteren niet-Randstedelingen dat Holland kennelijk voor heel Nederland staat, wat anders heftige verontwaardiging opwekt. In de oorlog en in het voetbal is alles geoorloofd. En de leeuw op voetbalschoenen, durft de hele wereld aan.

Brood en spelen, om het volk zoet te houden. Romeinse machthebbers deelden gratis graan uit aan de burgers van Rome en organiseerden gladiatorengevechten in de arena’s. De uitdrukking komt van de Romeinse schrijver Juvenalis (ca. 60-140 n.Chr.). Hij verwees ermee naar gratis voedseluitdelingen en gratis voorstellingen in het circus of in het amfitheater. Hij bedoelde ermee dat het Romeinse volk oogkleppen ophad voor het verval van het Romeinse Rijk. Zolang er maar brood werd uitgedeeld en spelen werden georganiseerd, was het volk tevreden, en keek het niet verder dan zijn neus lang was. Voetbal als opium van het volk.

Maar wie zijn of haar pleziertje ontzeggen? De een deint graag met duizenden gelijkgezinden op de tribune, de ander rijdt liever op de motor over de fraaie weggetjes die ook in het dichtbevolkte en -gebouwde Holland nog te vinden zijn, zoals onze stadiontoer bewijst. 030, 020, 010… start uw motoren maar.

Naar De Kuip

Hup, Holland hup. De tonen van dit strijdlied vermengen zich met de rijwind. Als voetbal oorlog is, dan zijn de stadions buiten arena’s ook vestingen voor de desbetreffende voetbalclubs.

Op naar de voetbalvesting van Rotterdam! Van de drie stadions op deze toer heeft De Kuip wel de vredelievendste naam. Maar in tegenstelling tot de stadions Van Utrecht en Amsterdam, ligt de vesting van Feijenoord niet aan de rand van de stad, maar er middenin.

Rotterdam is die stad van werkers, van gedurfde bouwprojecten. Neem de aanleg van de Willemsspoortunnel waarbij men maar liefst acht meter onder de grond was geweest. Een absoluut record. De wederopbouw van na 1945 is ook een schoolvoorbeeld natuurlijk. Maar Rotterdam is ook een oude stad. Bij de Markthal op Blaak wordt het wooncomplex RottaNova gebouwd. Genoemd naar het riviertje de Rotte, waar Rotterdam weer naar is genoemd. Duizend jaar geleden ontstond op deze plek een nederzetting: Rotta. Die bestond uit boerderijen op terpjes. Maar er waren veel overstromingen. De Rotters werden moe van het steeds maar ophogen. Toen zijn er dijken aangelegd, en in 1270 volgde een dam in de rivier.

Van die dam, en de bijbehorende sluizen, zijn meters onder het straatniveau de sporen gevonden. Daarboven komt het nieuwe megawooncomplex RottaNova, gemaakt door hetzelfde bouwbedrijf dat ook De Kuip bouwde. Op een fort komt een kazerne, op een dam een woontorenvesting.

Geheel volgens Rotterdamse geen-onzin-benadering werd De Kuip in een recordtempo gebouwd. Tien maanden na het slaan van de eerste paal werd het stadion op 23 juli 1936 opgeleverd. Het historische Stadion Feijenoord in Rotterdam was in 1994 drastisch verouderd en was toe aan een totale renovatie. De totaal vernieuwde Kuip werd op 16 november 1994, na acht intensieve bouwmaanden, officieel in gebruik genomen door prins Willem Alexander. In totaal biedt het stadion tijdens voetbalwedstrijden plaats aan 47.500 toeschouwers. Net als de Arena is ook De Kuip meer dan een voetbalarena, in beide stadions treden al tientallen jaren artiesten van wereldformaat op.

Verschillen en overeenkomsten moeten er zijn. Tussen de voetbalclubs Adam en Rodam en hun supporters heerst vanouds rivaliteit. De club uit het oosten daarvan, FC Utrecht, houdt zich daar wijselijk buiten.
Echte oorlogen vinden meestal niet zo snel achter elkaar plaats. De strijdende partijen hebben tijd nodig om hun wonden te likken en de schade te herstellen. Maar voetbal gaat gewoon door, elk jaar weer opnieuw. De Klassieker heet de wedstrijd die sinds 1921 steeds weer tussen Ajax en Feijenoord wordt gespeeld.

Daarbij lijken de stadions soms op belegerde vestingen, vanwege het zogenaamde supportersgeweld. Net als in een echte oorlog wordt er schade aangebracht aan de infrastructuur, joelen tegenstanders en zwaaien ze met vlaggen, er vallen gewonden en zelfs een dode.

Vuurwerkbommen, ijzeren staven, werpstenen, gevechten met de tegenpartij en de ME.

De schade is enorm, de media meten alles breed uit. Net als bij het geweld van sommige “motorclubs”. Maar natuurlijk zijn voetbal-hooligans en leden van 1%-bikerclubs met bestickerde vestjes slechts een minderheid van de groepen waar de media ze gemakshalve en uit effectbejag douwen. De meeste voetbalfans en de meeste motorrijders willen het liefste in vrede van hun liefhebberij genieten. En die twee passies komen op deze toer vreedaam samen.

Download de Stadionroute

Voetbal is oorlog
De uitdrukking is al ouder. De Friese Drachster Courant plaatste in 1921 een artikel met de kop Voetbaloorlog. ‘Een voetbalveld heeft meermalen veel van een slagveld,’ begon het artikel over de ontaarding van de voetbalsport. Het Limburgsch Dagblad berichtte in 1969 dat er in de kleedkamer van MVV uit Maastricht een bord hing met de tekst Voetbal is oorlog. Een idee van coach Georg Knobel, die in 1974 overstapte naar Ajax. Maar de term werd beroemd door een interview met Rinus Michels in het Algemeen Dagblad in 1971. Voetbal is Oorlog luidde de kop. Volgens Michels moest een speler bij Ajax niet beschouwen als een individu, maar als een onderdeel van een elftal.

Michels: ‘Hij moet kunnen omschakelen tot een primitief wezen. Een frontsoldaat kan het zich ook niet permitteren om als een normaal denkend mens te handelen. Hij moet zijn persoonlijkheid los kunnen laten en hij moet vergeten wie hij is en wat hij doet. Anders wordt hij mesjokke. Topvoetbal is net zoiets als oorlog. Wie te netjes blijft is verloren.’
Michiel van Dam
Michiel van Dam
Michiel van Dams schrijft als freelance redacteur prachtige reisverslagen voor Motor.NL. Reizen die de fervente motorrijder inspireren om erop uit te trekken. Wordt het Slovenië om die prachtige privé-collectie motoren te bekijken? Een rondje bergpassen in de Dolomieten? Of de Nederlandse herberg in de Vogezen, exclusief voor motorrijders?

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen